5 februari 2012

Gammaflitsers voor amateurs!

Team-Wijers wil gammaflitsen waarnemenVaste lezers van de astroblogs weten inmiddels dat de gammaflitsers, in het Engels de Gamma-ray bursts (GRB’s), hier regelmatig besproken worden. Gisteren onder andere nog met het bericht over een nieuwe ontdekte klasse van lage-energie gammaflitsers. Vandaag zat ik de NRC te lezen en ergens kwam ik een advertentie tegen van één of andere wedstrijd in het kader van de academische jaarprijs. Er zijn dertien teams doorgedrongen tot de finale en eentje daarvan was het Team-Wijers van de Universiteit van Amsterdam. Onder leiding van teamvoorzitter Ralph Wijers was dit team er in geslaagd om zomer 2005 waarnemingen te verrichten aan een korte gammaflits, zo eentje die dus minder dan een seconde duurt (tenminste de gammaburst, de optische nagloed volgt een tijdje later en is door het snelle signaleringssysteem van de SWIFT-satelliet goed waar te nemen). Wat is nu precies het plan van team-Wijers waarmee ze aanspraak maken op de Academische Jaarprijs, waarvan de winnaar op 1 juni 2006 bekend wordt gemaakt en die € 100.000,- groot is? Dat is dat zij ook amateur-sterrenkundigen mee willen laten doen aan de waarnemingen aan de korte gammaflitsers! Ik citeer even een stukje uit het artikel (op de achterpagina van het Zaterdags Bijvoegsel, zoals deze bijlage van de NRC heet): “Wat dit team met hun plan wil bereiken is mensen, van basisschoolleerling tot gevorderd amateur, enthousiast maken voor de sterrenkunde door ze zelf mee te laten doen aan onderzoeken en daarmee daadwerkelijk een bijdrage te laten leveren aan de sterrenkundige wetenschap. (…) Team Wijers wil de sterrenkunde onder de mensen brengen door lokaal bij schoolsterrenwachten en via amateur-sterrenkundeclubs een speciale camera en telescoop beschikbaar te stellen. Daarmee, en met het begeleidend lesmateriaal, zal een volwaardig programma over sterrenkunde geleverd worden.”
Nou, ik weet al wie van mij winnaar mag worden van de Academische Jaarprijs! Hoewel, er is ook een team van de Universiteit van Utrecht die als onderwerp heeft waarom de ruimte uit drie dimensies bestaat. Mmmmmm, kan ook interessant zijn. Er is overigens ook een zogenaamde battlemeter, waarop het publiek haar mening over de teams kan geven (goh, het lijkt Idols wel). Team-Wijers staat daarin derde met 10% van de stemmen. De publiekspoll is overigens niet doorslaggevend voor de einduitslag, want dat wordt door de jury bepaald. Meer info over het plan van Team-Wijers op www.einsteinflits.nl. En ze hebben ook nog een weblog, met daarin actueel nieuws over het plan.

Vreemde gamma-ray burst gezien

GRB in sterrenbeeld Ram
Astronomen hebben onlangs een Gamma-ray Burst (GRB) gezien die anders is van karakteristieken dan voorgaande GRB’s. Over het onderwerp GRB’s heb ik hier in deze astroblogs vaker geschreven (o.a. op 1 februari) en het blijft een verschijnsel dat voortdurend voor verrassingen zorgt. Op 18 februari 2006 ontdekte de SWIFT-satelliet om 3:43:30 Universal Time (UT) om precies te zijn een GRB in het sterrenbeeld Ram (Aries). Binnen drie minuten werd ook de optische nagloed van de explosie waargenomen. Maar toen begon al direct het eerste merkwaardige verschijnsel van deze gammastraler: de gamma-uitbarsting duurde maar liefst 30 minuten, terwijl deze normaal slechts enkele seconden tot hooguit enkele minuten duurt. Verdere waarnemingen wezen vervolgens uit dat de GRB afkomstig was uit een sterrenstelsel (helderheid: 20m) op een afstand van 440 miljoen lichtjaar. Ook dat was vreemd, was dat is veel dichterbij dan de andere GRB’s. Deze GRB, genaamd GRB 060218 (naar de datum van ontdekking) duurde daarmee 100 keer zo lang als andere GRB’s en kwam van een bron die 25 keer zo dichtbij staat.
Op 21 februari ontdekte Alicia Soderberg en haar collega’s van Caltech (VS) met de 8,1 meter Gemini Soutch-telescoop in Chili dat er op de plek van GRB 060218 een supernova verscheen, SN 2006aj genaamd. Dit bevestigde het beeld dat de astronomen hebben van de oorzaak van dit type GRB, de GRB’s met een lange duur: een supernova-explosie. GRB 060218 was qua uitgestraalde hoeveelheid gammastraling een kleine uitbarsting. Het was door de ‘kleine’ afstand van slechts 440 miljoen lichtjaar dat SWIFT de uitbarsting kon zien, want als de GRB op miljarden lichtjaren afstand had plaatsgevonden was hij nooit gedetecteerd geweest. Omgekeerd geldt dat wanneer een normale, dus zeer krachtige, GRB op 440 miljoen lichtjaar afstand zou hebben plaatsgevonden dat de detectoren van SWIFT het dan niet zouden hebben overleefd!
De waarneming van GRB 060218 doen astronomen vermoeden dat er kennelijk een klasse is van sub-energieke GRB’s.
De waarnemingen aan de supernova op de plaats van GRB 060218 gaan overigens nog steeds door. Het vermoeden is dat de supernova de komende dagen zelfs zichtbaar zal worden voor amateur-astronomen! Op 5 maart 2006 zal SN 2006aj aarschijnlijk een piek bereiken van 16m. Voor de liefhebbers: hij staat op RA 3h 21m 39.7s, Decl. +16° 52′ 02″. Op de site van Sky&Telescope staat een zoekkaartje. 5 Maart, mmmmmm da’s tijdens de Nationale Sterrenkijkdagen. Aha, gans het volk kan dan dus bij helder weer een supernova aanschouwen! Ehh.. één voorwaarde: er moet wel een joekel van een telescoop aanwezig zijn.

Pluto’s manen resultaat van inslag?

Viervoudig Plutosysteem
In het wetenschappelijk tijdschrift Nature zullen morgen, 23 februari 2006, een tweetal artikelen verschijnen over de in mei 2005 ontdekte maantjes van Pluto, genaamd P1 en P2. Later dit jaar zullen deze maantjes hun definitieve namen krijgen.
Pluto heeft met de ontdekking van P1 en P2 nu drie manen. In 1978 was Charon al ontdekt, die bijna net zo groot is als Pluto zelf. De diameter van Pluto is 2306 km, van Charon 1205 km, P1 is 60 km groot en P2 50 km. Pluto en Charon worden vanwege hun gelijkwaardige omvang meer als dubbelplaneet-systeem beschouwt. Het gemeenschappelijke zwaartepunt van Pluto en Charon, het zogenaamde Barycentrum, bevindt zich vlak boven Pluto’s oppervlak.
Pluto’s systeem is met de ontdekking van P1 en P2, gedaan met de Hubble ruimteteltescoop door een team onder leiding van Hal Weaver, een viervoudig systeem geworden (zie foto). De schattingen van de diameters van p1 en p2 zijn gedaan op basis van het reflectievermogen van het oppervlak van deze kleine maantjes. uit waarnnemingen blijkt verder dat P1 en P2 in hetzelfde vlak als Charon rondjes om Pluto draaien. Verrassend daarbij was dat de banen van P1 en P2 met die van Charon in een staat van resonantie verkeren. Voor iedere 12 omwentelingen van Charon om Pluto maakt P1 er precies 2 en in dezelfde periode volbrengt P2, die dichterbij Pluto staat, bijna drie rondjes. Die resonantie is erg onwaarschijnlijk als P1 en P2 ingevangen objecten zouden zijn, bijvoorbeeld komeetkernen uit de Kuipergordel die te dicht bij Pluto in de buurt kwamen. Kennelijk zijn Charon, P1 en P2 op hetzelfde moment ontstaan. De meest plausibele verklaring wordt in het tweede artikel in Nature beschreven, door S.A.Stern en collega’s. Hun verklaring is dat Pluto ooit een mega-impact van een onbekend object heeft ondergaan en dat toen door de inslag Charon, P1 en P2 zijn ontstaan uit het materiaal dat de ruimte in werd geslingerd.
Uit dat materiaal zou ook heel goed een ringenstelsel om het Plutosysteem heen ontstaan kunnen zijn.
19 januari 2006 werd door de NASA de New Horizons satelliet de ruimte in geschoten. Deze zal als alles goed gaat in 2015 bij Pluto aankomen en daar onderzoek gaan doen. De beide artikelen in Nature maken duidelijk dat er nog heel wat te onderzoeken valt daar in die ijzige uithoeken van het zonnestelsel.

Heelal barstensvol superzware zwarte gaten

Chandra Deep Field-NorthAstronomen hebben met behulp van de röntgensatelliet Chandra ontdekt dat er veel meer superzware zwarte gaten zijn dan men eerst dacht en dat deze zwarte gaten ook anders geëvolueerd zijn. Chandra draait al zo’n zes jaar rondjes om de aarde en hiermee bestudeert men X-straling. Twee jaar lang hebben de astronomen een tweetal stukjes hemel bestudeert ongeveer 2/3 van de omvang van de volle Maan. Dit waren de Chandra Deep Field-North aan de noordelijke sterrenhemel en de Chandra Deep Field-South aan de zuidelijke hemel. In totaal werden de beide gebieden 23 dagen ‘belicht’. Het noordelijke veld leverde op die wijze 600 puntbronnen van röntgen-straling op. Die werden vervolgens over een optische kaart gelegd, welke door de Hubble ruimtetelescoop was gemaakt, en daaruit bleek dat alle röntgen-bronnen zich bevinden in de kernen van actieve sterrenstelsels. In die kernen van actieve sterrenstelsels bevinden zich superzware zwarte gaten, in wiens omgeving de röntgen-straling door het hete invallende gas wordt opgewekt. De 600 röntgenbronnen zijn dus bijna allemaal veroorzaakt door superzware zwarte gaten. Extrapolatie van het aantal waargenomen röntgenbronnen in de Chandra Deep Field-North leverde het aantal van 300 miljoen superzware zwarte gaten aan de gehele hemel op, aldus een woordvoerder van de astronomen, Niels Brandt. Dat is veel meer dan men eerst dacht. Met de waarneming van Chandra heeft men tevens ontdekt dat de diffuse röntgenstraling-achtergrond in werkelijkheid afkomstig is van puntbronnen (dit dus in tegenstelling tot bijvoorbeeld de kosmische microgolf-achtergrondstraling). Tenslotte heeft men ook gemeten hoeveel de uitgezonden hoeveelheid röntgenstraling de afgelopen 13 miljard jaar gewijzigd is en die bleek opvallend stabiel te zijn. De motoren van de actieve sterrenstelsels, de superzware zwarte gaten in de kernen ervan, blijken dus erg constant te zijn en dat is een opmerkelijke waarneming.
Binnenkort hoopt men nog nauwkeuriger waarnemingen aan de röntgenbronnen te kunnen doen, onder andere ook met de Europese “Multi-Mirror Mission-Newton”. Op de foto hierboven de Chabdra Deep Field-North. Bron: PSU

Stukje ruimtevaartgeschiedenis

John GlennTerwijl ik dit schrijf is op televisie het lifeverslag te zien van het ijsdansen op de Olympische Spelen in Turijn. Wel aardig om te zien, maar niet dat ik daar nou de hele avond voor de buis ga zitten. Nee, geef mij maar het hardschaatsen, bijvoorbeeld morgen de 1500 meter voor heren. Oh, sorry deze astroblog moet over buitenaardse onderwerpen handelen, was ik even vergeten. Schoenmaker hou je bij je leest. Klik klik, even ander bandje er in.
Vandaag, 20 februari dus, is in de ruimtevaartgeschiedenis een gedenkwaardige dag: Op 20 februari was John Glenn de eerste Amerikaan die in het ruimtevaartuig Friendship 7, onderdeel van het Mercuriusprogramma, een volledige baan om de Aarde maakte. Glenn was de derde Amerikaan in de ruimte, maar de eerste twee astronauten hadden slechts een kortstondige ruimtevlucht gemaakt. De eerste was Allan Shepard op 5 mei 1961 en de tweede was Gus Grissom, die op 21 juli 1961 een vlucht maakte. Glenn maakte drie rondjes om de Aarde en na 4 uur, 55 minuten en 23 seconden keerde hij terug op Aarde. Oktober 1998 deed Glenn het allemaal nog eens dunnetjes over, toen hij aan boord van de Space Shuttle Discovery negen dagen lang de ruimte in ging. Hij was toen 77 jaar, de oudste ruimtevaarder ooit! 20 februari 1965 knalde de Maanwaarnemer Ranger 8 op de Maan. Geen foutje, maar gepland door de bouwers van het ruimtevaartuig. Laatste foto's van Ranger 8Ranger 8 had een aantal televisie vidicon camera’s aan boord die bedoeld waren om tijdens Ranger’s tocht naar het maanoppervlak haarscherpe foto’s te maken. In de laatste 23 minuten voor de finale inslag op de Maan wist de Ranger 8 in totaal 7.137 foto’s te maken en naar de Aarde te seinen. De laatste foto had een resolutie van 1,5 meter (zie foto hiernaast). Deze foto (rechtsboven) werd een halve seconde voor de inslag genomen. Vanwege de crash konden de meeste gegevens niet meer doorgeseind worden en is ruis zichtbaar. De foto’s van Ranger 8 gebruikte de NASA als voorbereiding voor het Apolloprogramma om de eerste bemande vlucht naar de Maan mogelijk te maken

Kortom, een dag om nooit meer te vergeten:-))

Komeet Tempel 1 bevat water in z’n binnenste

3 gebieden met waterijs op Tempel 1
Voor de eerste maal hebben astronomen waterijs ontdekt op het oppervlak van een komeet. Het team van het ruimtevaartuig Deep Impact maakte in het wetenschappelijk tijdschrift Science van 2 februari 2006 bekend dat op drie delen van de komeet Tempel 1 waterijs is gedetecteerd (zie figuur hierboven). Metingen met verschillende camera’s van deep Impact aan Tempel 1 in ultraviolet en infrarood licht brachten aan het licht dat er heldere gebieden op het oppervlak zijn. Van deze gebieden werden de spectra onderzocht en die hadden de spectrale karakteristieken van water, te weten absorptiebanden met een golflengte van 1,5 en 2,0 micrometer. Veel ijs komt er niet voor aan het oppervlak, slechts zo’n 0,5% is met ijs bedekt. De grootste hoeveelheid ijs blijkt voor te komen in een dal op Tempel 1 van 80 meter diepte. De temperatuur in dit gebied is ongeveer 290 K (zeg maar 17 graden Celcius), hoger dan de temperatuur waarbij ijs sublimeert. Kennelijk wordt het ijs dus aangevuld en dat brengt het Deep Impact team tot de conclusie dat er kennelijk in het binnenste van de komeet water is dat het waterijs aan de buitenkant voedt. Lezers van deze astroblog zullen zich wellicht afvragen wat waterijs nou precies is. Dat ligt toch in het vriesvak bij Appie Heijn? Ik zat ook met die vraag en navraag heeft mij geleerd dat er vele soorten ijs zijn van verschillende moleculen en ijs van water is daar eentje van.
Deep Impact was op 4 juli 2005 wereldnieuws toen een onderdeel van het ruimtevaartuig, de zogenaamde impactor, te pletter sloeg op de komeet en een explosie op het oppervlak veroorzaakte. Die explosie werd op veilige afstand waargenomen door het moederschip Deep Impact.
Bron: Deep Impact site

Recurrente nova RS Ophiuchi weer opgevlamd!

Nova RS Ophiuchi op 13 febr. 06
Voor het eerst in 21 jaar is de recurrente nova RS Ophiuchi weer uitgebarsten tot een helderheid die hem een paar dagen zichtbaar maakte voor het blote oog! Tot 10 februari 2006 was RS Oph nog van magnitude 11, de waarde die de ster meestal heeft, maar op 13 februari ‘s morgens was zijn helderheid plotseling 4,8m! Kort daarvoor was de ontdekking gedaan door de Japanners Kiyotaka Kanai en Hiroaki Narumi, die RS Oph toen op 4,5m schatten. Ophiuchus, oftewel Slangendrager, staat vanaf een uur of drie ‘s nachts laag in het zuidoosten. Coördinaten van RS Oph zijn Rechte klimming 17u 50.2m en declinatie –6° 43′. De laatste waarnemingen van de nova laten zien dat z’n helderheid met 0,4m per dag afneemt. Vanmorgen vroeg (vrijdag 17,2 februari zoals ze dat plastisch noemen) was de helderheid 6,4m. Niet meer met het blote oog zichtbaar, in Nederland tenminste, maar nog wel in verrekijkers en kleine telescopen. Hieronder een kaartje van Slangendrager met linksonder de lokatie van RS Oph. Op de link hieronder meer gedetailleerde kaarten van de omgeving.
Bron voor dit alles: Sky & Telescope

Kaart van Slangendrager

Cassini ziet superstorm op Saturnus

Storm op Saturnus
Met het Cassini-ruimtevaartuig dat rondjes om Saturnus draait wordt op deze reuzenplaneet sinds 23 januari 2006 een gigantische storm in de gaten gehouden. Cassini ontving die dag voor het eerst radiosignalen van bliksems, die duizend maal krachtiger zijn dan bliksem op Aarde. Op 25 januari werd de storm voor het eerst visueel waargenomen vanaf de Aarde (door twee amateurs in Parijs nota bene!) en op 27 januari werd de storm ook door Cassini zelf in zichtbaar licht gezien. De storm bevond zich toen vanuit Cassini gezien nog aan de donkere kant van Saturnus, maar door het zogenaamde ringlicht, d.w.z. licht dat door de ringen van Saturnus wordt weerkaatst richting planeetoppervlak, was de storm toch te zien (zie foto). Cassini kon helaas geen bliksems in de storm fotograferen, maar dat was volgens de astronomen waarschijnlijk een kwestie van pech: de foto-opname was tien seconden en er was toen net geen bliksem aan de gang. Cassini bevond zich tijdens de opname op een afstand van 3,5 miljoen km en de resolutie van de opname is 20 km per pixel. De noord-zuid doorsnee van de storm was gigantisch: zo’n 3.500 km! Ik heb het net even opgezocht: de afstand Amsterdam-Cairo is 3.291 km, dus die storm is een joekel. Erwin Krol zou er denk ik jaloers op zijn:-))
Paul maakte mij er vanavond attent op dat de storm op Saturnus ook te beluisteren (!) is en wel hier (op MP3 formaat).

Amateur-waarnemingen op afstand

BubbelnevelAl jaren worden grote professionele telescopen op afstand bestuurd. De tijd dat astronomen in de kou door een oculair turen is al lang voorbij. Soms zitten ze in een computerruimte een continent verwijderd van het observatorium en besturen van daar uit het instrument. Is dit alleen voor profs weggelegd? Nee, dat is niet meer het geval. Ook amateurs weten tegenwoordig observatoria te bouwen die op afstand bestuurbaar zijn. Eén daarvan is Russel Croman. De beste man woont in een voorstad van Austin in Texas (VS). Een stad die net als de Randstad hopeloos is om goed te kunnen waarnemen. Vandaar dat Croman in New Mexico, een kleine duizend km verderop, een sterrenwacht bouwde (z’n Dimension Point Astronomical Observatory) en die volstopte met apparatuur. Via internet weet hij het hele spulletje aan de gang te krijgen en daarmee doet hij de meest fantastische astrofotografie (stel je even voor: ik in een winters bewolkt Dordrecht achter de PC m’n observatorium in een donker Zuid-Frankrijk aansturend, hahaha droom lekker Adrianus). Voor z’n bestaan is hij electronicus van beroep en dat komt natuurlijk goed van pas voor het digitaal aansturen van zijn ‘remote’ sterrenwacht. Aan de aldaar geproduceerde plaatjes is te zien dat Croman geen Tasco-telescopen gebruikt, maar state-of-the-art in huis heeft (of eigenlijk ‘niet’ in huis heeft). Zijn telescoop is een 14″ f/10 Carbon-Truss Ritchey-Chrétien Cassegrain. Voor de astrofotografie gebruikt hij een batterij aan CCD-camera’s (te weten de ST-10XME, STL-11000XM and STL-6303E). Ik vermoed dat Croman of de loterij heeft gewonnen of een hele rijke suikeroom heeft. Op de foto hierboven één van Croman’s juweeltjes, de Bubbelnevel oftewel NGC 7635). Meer over Croman’s observatorium is hier te lezen. Het is wel te hopen dat hij ook een goede beveiliging in zijn sterrenwacht heeft, want met het baasje duizend km verderop is zoiets natuurlijk een buitenkansje voor een gelegenheidsdief.
Zo, en dit was dan direct mijn 50e astroblog. Op naar de honderd.

Geluidsgolven als start van een supernova?

computersimulatie van zware ster
Een groep astronomen onder leiding van Addam Burrows (Universiteit van Arizona) hebben een computersimulatie van een zware exploderende ster, een supernova, uitgevoerd en ontdekt dat geluidsgolven een belangrijke rol spelen bij de start van de explosie. Het gaat hierbij om de zogenaamde type 2 supernovae, die ontstaan als zeer zware sterren na een kortstondig leven van 10 tot 20 miljoen jaar al hun brandstof in de kern er door heen gejast hebben (beginnend bij waterstof als brandstof, daarna helium en na nog een serie verbrandingen van steeds zwaardere elementen tenslotte eindigend in een sterkern van ijzer). In die laatste fase van de ster is de kern nog zo’n 1,5 zonsmassa en is net zo groot als de Aarde. Op dat moment als ook het ijzer als brandstof op is klapt de kern ineen en vindt er een schokgolf plaats. Dat is het kritieke moment van de simulatie, want al sinds de jaren zestig probeert men na te bootsen wat er dan precies gebeurt. Probleem is namelijk dat de scholkgolf telkens dempt en dat de energie onvoldoende is om de buitenlagen van de ster te laten exploderen. In de jaren tachtig was de gedachte dat wellicht neutrino’s verantwoordelijk zijn voor het transport van energie van de sterkern naar haar buitenlagen, maar daar is men weer van af gestapt. Neutrino’s hebben niet genoeg energie om deze rol te kunnen vervullen. Burrows en zijn collega’s hebben een computersimulatie uitgevoerd en wel van de eerste seconde van de supernova-explosie. Daaruit kwam naar voren dat in de kern na 500 milliseconde de kern begint te trillen. Na 600 tot 800 milliseconde is deze trilling zo krachtig dat er geluidsgolven beginnen te ontstaan. Die geluidsgolven bewegen naar de buitenlagen toe en zijn wel in staat om de energie uit de exploderende kern over te brengen naar de buitenlagen en daarmee de supernova te veroorzaken. De frequentie van de geluidsgolven is 200 tot 400 Hertz, volgens kenners hoorbaar als een midden-C toon. Ik heb geen verstand van muziek, maar is dat iets wat Pavarotti ook kan halen? In dat geval hebben ze daar in Turijn afgelopen vrijdag de nodige risico’s genomen:-))
Voor iedereen die het hele verhaal op zijn/haar gemak nog eens na wil lezen kan hier terecht. Er staat daar ook een link naar filmpjes die gemaakt zijn van de computersimulaties van de supernovae. Het grootste filmpje is 100 Mb groot, dus neem gerust de tijd.

Switch to our mobile site