5 februari 2012

Mini-maantjes ontdekt IN de ringen van Saturnus

foto van de vier propellervormige structuren in de ringen van Saturnus
Met behulp van de Saturnusverkenner Cassini zijn astronomen er in geslaagd om mini-maantjes te ontdekken van een paar honderd meter tot enkele kilometers groot. Deze maantjes cirkelen middenin de ringen van Saturnus. Er zouden wel 10 miljoen van dit soort maantjes kunnen voorkomen in de ringen. Gisteren is in het wetenschappelijk tijdschrift Nature een artikel over de minimaantjes verschenen.
De minimaantjes zelf zijn op de foto’s van Cassini niet gezien, maar wel de propellervormige structuren in de mid-A ring, die het gevolg zijn van de maantjes (zie foto’s). Deze structuren zijn het gevolg van de lokale dichtheidsveranderingen in het ringmateriaal, die op hun beurt weer het gevolg zijn van de aantrekkingskracht van de mini-maantjes. In totaal zijn vier van dergelijke structuren in de ringen ontdekt. Eerder al hadden de astronomen in de ringen een tweetal maantjes ontdekt van enkele kilometers grootte, Pan en Daphnis. close-up van één van de propellervormige structuren Deze blijken nu dus de grote varianten te zijn van de mini-maantjes. De ondermaat van deze klasse maantjes is volgens de astronomen tussen de 40 en 120 meter. Door het bestuderen van de mini-maantjes hopen de astronomen mee te weten te komen over de wijze waarop proto-planeten ontstaan zijn uit de stofschijf die de de zon ruim 4,5 miljard jaar geleden omhulde. Bron van al die wijsheid over de mini-maantjes: Ciclops

Brittanica versus Nature

In hetzelfde nummer van Nature overigens ook een interessant bericht over de makers van de encyclopedie Brittanica (Nature). Het statige Brittanica werd in december vergeleken met de internet-encyclopedie Wikipedia (zie mijn astroblog hierover van 18 december 2005). Daaruit bleek dat Wikipedia helemaal niet zo slecht is vergeleken met de Brittanica. Ook de Brittanica bleek namelijk te wemelen van de fouten. Onterecht aldus de makers van de Brittanica. De redactie van Nature wijst op haar beurt de kritiek weer van de hand. Wordt vervolgd!

Lichtpaden voor kosmisch onderzoek

SURFnet6 met lichtpaden
Als amateur-astronoom moet ik normaal gesproken niets hebben van lichtpaden. Het liefst werk ik in volstrekte duisternis om dan de hemelobjecten boven mij te bekijken. Maar na het lezen van het laatste Surfnet bulletin (#01/2006) raakte ik toch geïnteresseerd in de zogenaamde lichtpaden. Dit blijken giga-supersnelle verbindingen te zijn tussen diverse wetenschappelijke instellingen, die via het SURFnet verbonden zijn aan elkaar. In de nieuwste versie van het SURFnet, nummer 6, zit de mogelijkheid van lichtpaden: rechtstreekse netwerkpaden van de ene naar de andere computer. Hierbij wordt geen gebruik gemaakt van routers, maar wordt een tijdelijk of permanent pad over glasvezelkabels gemaakt. De datasnelheid kan variëren van 1 tot 10 Gb per seconde!
Op 19 december werd een lichtpad gerealiseerd tussen de Universiteit van British Columbia (UBC) in Vancouver en ASTRON in Dwingeloo. ASTRON heeft in Westerbork de synthese radiotelescoop staan, bestaande uit 14 radiotelescopen, en daarmee wordt onder andere onderzoek gedaan naar pulsars. Twee astronomen aldaar, Ben Stappers en Joeri van Leeuwen, gebruiken het pulsaronderzoek om meer te weten te komen over gravitatiegolven (of zwaartekrachtgolven). Voor dat onderzoek is heel veel rekenkracht van computers nodig. Joeri van Leeuwen is ook werkzaam op UBC en hij kwam op het idee om het computercluster aldaar via een lichtpad te koppelen aan het cluster van Westerbork, PuMaII genaamd. UBC en Westerbork vormen daarmee een zogenaamd Optisch Privaat Netwerk (OPN). In een dergelijk point-to-point netwerk komt het dataverkeer onderweg geen ander verkeer tegen en kan daarom direct – zonder onderbrekingen – naar de eindbestemming gaan.
Zo, en nu eens kijken of ik ook een lichtpad naar mijn computer aan kan leggen. 10 Gb per seconde? Goh, dan heb ik míjn harddisk (160 Gb) in 16 seconde overgepompt naar een andere PC. Heerlijk toch! Ik zal maar niet naar het tarief vragen….

Vandaag eclips te zien geweest

foto eclips boven DelfshavenVandaag is de eclips in delen van Europa, Afrika en Azië te zien geweest. In Nederland begon de zonsverduistering om ongeveer 11.47 uur. Een klein uurtje later was het maximum, waarbij zo’n 33% van de zon bedekt werd door de maan en om ongeveer 01.30 uur des middags was het spektakel weer afgelopen. Tijdens de eclips zat ik in Delfshaven op m’n werk. Tsja, een mens moet toch wat, dus tijdens zo’n natuurfenomeen ga je gewoon werken. Oké, eerlijk is eerlijk, tussen genoemde tijdstippen bestond mijn werk uit het bekijken van de zonsverduistering en de invloed daarvan op het leven in Delfshaven. Resultaat van de meting: geen enkele invloed, behalve dat één ambtenaar eventjes z’n werk niet deed. Ik had m’n E-500 Olympus camera meegenomen en op een driepoot geïnstalleerd. Een eclipsbrilletje uit 1999 had ik op de zoomlens (45-150 mm) geplakt en dat deed redelijk z’n werk. Het brilletje bedekte niet helemaal de lens, dus er sijpeltje aan de onderkant en bovenkant nog licht van de felle zon binnen. Van het kartonnetje van een pakje kauwgom plakte ik die randjes af en toen was de camera gereed om het schouwspel voor de eeuwigheid digitaal vast te leggen. En dat lukte wonder boven wonder. Het weer boven Delfshaven leek het begin van de ochtend niet echt mee te willen werken, maar gaande weg klaarde het op en om half twaalf was het redelijk blauw met hier en daar snel overtrekkende cumuluswolken. Dit keer geen vervelende cumulus interuptus.
Tijdens de eclips heb ik nog een paar keer ge-sms’t en gebeld met vrienden in Turkije. Die zaten daar heerlijk te genieten van de totale zonsverduistering. Iets voor een uur was daar de verduistering maximaal. Zucht…. Paul na afloop gebeld. Die was helemaal lyrisch over wat hij had gezien. Zeven jaar terug in Noord-Frankrijk was hij een van degenen die het maximum net hadden gemist door die vervelende rotwolk, dus des te groter was z’n vreugde dat het nu wel gelukt was.
Tsja, daar stond ik dan op het dak van m’n werk in het o zo dynamische Delfshaven. Om 01.00 uur had ik het even gehad. Ik had honger, dus ging even naar de kantine. Joke had broodjes shoarma. Nou, dat had ik wel verdiend. Snel naar binnen gewerkt en toen weer even terug naar het dak om de laatste fase van de verduistering, de uittrede van de maan, te zien. Half twee was het allemaal afgelopen. Al met al een heel mooi gebeuren, zo’n verduistering, al valt het natuurlijk in het niet bij een totale verduistering. Nou ja, wie weet dat we die van Siberië gaan bijwonen. Ha, ik ga vast sparen voor een dikke winterjas.

NIKHEF neemt neutrinotelescoop in gebruik

illustratie van neutrinotelescoop ANTARES
Door het Nationaal Instituut voor Kernfysica en Hoge-Energiefysica (NIKHEF) is in de Middellandse zee, voor de kust van Toulon, met succes de neutrinotelescoop ANTARES in gebruik genomen. ANTARES gebruikt de aarde als een soort filter om neutrino’s afkomstig uit het heelal te meten. De eerste van twaalf detectorlijnen werd begin deze maand aangesloten op de controlekamer aan de wal en begon meteen signalen te geven. Uit analyse daarvan blijkt nu dat ANTARES al vele duizenden sporen van deeltjes heeft waargenomen, waarvan een aantal veroorzaakt is door neutrino’s. Neutrino’s zijn deeltjes die worden geproduceerd in het inwendige van sterren en in zeer energetische processen in het heelal en vormen daarom een bijzondere bron van informatie over die processen. De deeltjes hebben geen elektrische lading en nauwelijks massa. Daardoor dringen ze met gemak door elk denkbaar materiaal heen, zelfs de aarde als geheel. Ze zijn om die reden dus lastig te meten. Een oplossing is een neutrinotelescoop op de bodem van de zee. Daar bereiken in ieder geval veel andersoortige deeltjes de detector niet door afscherming van het water. ANTARES is zo’n neutrinotelescoop. Hij gaat uiteindelijk bestaan uit twaalf detectorlijnen die op de zeebodem (op 2500 meter diepte) worden aangebracht en samen een telescoop van ongeveer 20 miljoen kubieke meter zullen vormen.
ANTARES bestaat uit verticale kabels van 450 meter lengte, met om de 15 meter drie grote bollen, de optische modules die de lichtsignalen detecteren (zie figuur hierboven). In totaal komt de telescoop uit 12 lijnen te bestaan met samen 900 van deze ogen. Eind 2007 zijn volgens plan alle lijnen geinstalleerd en kan de telescoop zijn volledige capaciteit benutten.
ANTARES gebruikt de aarde als een soort filter, omdat neutrino’s de enige deeltjes zijn die in de meeste gevallen zonder enige belemmering dwars door de aarde heen kunnen vliegen. Alle andere deeltjes lopen vast. Daarom komt de voor ANTARES belangrijke informatie van beneden, en richten de detectoren zich naar de bodem van de zee. De telescoop meet dus eigenlijk de neutrino’s die geproduceerd worden in het deel van het heelal dat zichtbaar is vanuit het zuidelijk halfrond.
Incidenteel botst een kosmisch neutrino toch met een atoomkern in de aardkorst. Als dat gebeurt, komt een muon met veel energie vrij; zoveel energie dat het muon zich voortbeweegt met de snelheid van het licht. In zee heeft dat tot gevolg dat het muon licht gaat uitstralen (Cherenkovstraling), bekend van de blauwige gloed van een kernreactor. De ANTARES detectorlijn bestaat uit optische modules die deze Cherenkovstraling zeer nauwkeurig kunnen registreren. Onderzoekers leiden uit de aankomsttijden van deze lichtsignalen de richting van de muonen af, en daaruit kan de oorspronkelijke richting van de neutrino’s worden bepaald.
Zouden ze met ANTARES ook steriele neutrino’s kunnen detecteren? Dat zou wel mooi zijn uiteraard. Zie m’n astroblog van afgelopen vrijdag hierover.
Bron: NIKHEF

Woensdag a.s.: Total eclipse of the sun!


Op woensdag 29 maart aanstaande is het dan zover: een totale zonsverduistering die in Afrika en delen van Azië te zien zal zijn. In Europa is de verduistering van de zon gedeeltelijk. In Nederland zal ruim 30% van de zon achter de maan verdwijnen.
Een groot aantal amateur-astronomen is afgelopen zaterdag richting Turkije gevlogen om daar woensdag (hopelijk) getuige te zijn van één van de mooiste schouwspelen in de natuur. De laatste keer dat dat in Europa gebeurde was op 11 augustus 1999. De totale eclips van de zon was toen in Noord-West en Midden-Europa te zien, tenminste voor zover de wolken het destijds toelieten om te genieten van het spektakel. Ik bevond mij toen met net zo’n stelletje vakidioten in Noord-Frankrijk, alwaar de gehele eclips redelijk tussen de wolken te zien was, maar waar het momênt suprême achter een beruchte cumulus interruptus schuil ging. Snif, snif… als ik er nog aan denk. Lezers van deze astroblog zullen zich uiteraard afvragen waarom ik niet zaterdag ook richting Turkse zuidkust ben gevlogen? Heeft een retourtje Onür Air mij soms afgeschrikt? Was het de vogelgriep op het Turkse plateland die mij deed vrezen? Waren het de Turkse grijze wolven die mij aan Nederland deded kluisteren? Neen, niets van dit alles was de ware reden van mijn thuisblijven. Het was eenvoudigweg de pecunia die mij in Nederland houdt. Huh? Geld, hoe kan dat nou? Turkije is toch spotgoedkoop? De affiches en reclames schreeuwen je toe: voor een paar centen zit je een week op je luie gat in Turkije! Je zit voor minder centen acht dagen in een hotel in Antalya dan een retourtje naar Amstelveen. Acht dagen in een hotel! En da’s nou precies het probleem: ik kan gewoon niet acht dagen weg. Drie dagen zou kunnen, maar acht dagen is echt te veel. En wat gebeurt er als je drie dagen naar Turkije wilt? Dan betaal je je dus scheel aan de vliegreis. Kijk maar eens op cheaptickets.com en reken uit hoe ‘goedkoop’ een driedaagse reis naar Turkije is. Ahum, expensivetickets.com wordt het dan opeens.
Nou ja, genieten van een gedeeltelijke zonsverduistering in Nederland kan ook mooi zijn hoor. Er staat in m’n agenda dat ik dan een congres over ‘arbeidsparticipatie van kwetsbare jongeren’ heb. Leuk, zo’n congres. Misschien kan ik om 12.38 uur, wanneer hier in Nederland het maximum van de eclips is, even in de pauze van het congres naar buiten om met m’n eclipsbrilletje uit 1999 naar de zon te kijken. Als er tenminste geen mot aan m’n brilletje heeft gezeten.
Nou ja, even vanuit m’n astroblog aan al die astro-vrienden en kennissen daar in het zuidelijke Turkije: zet ‘m woensdag op en laat je niet weer tegenhouden door zo’n vervelende cumulus. Dit keer genieten ervan!!

steriele neutrino’s, donkere materie en de eerste sterren

Gitaarnevel, veroorzaakt door pulsar
Op theoretisch vlak wordt er heel wat gefilosofeerd over hoe de wereld in elkaar zit. Van de week had ik het over de WIMP-resultaten die lieten zien dat zo’n 400 miljoen jaar na de Big Bang sterren voor het eerst het hen omringende gas ioniseerden en daarmee de zogenaamde reïnionisatiefase van het heelal inluidden. Kort daarna kwamen twee astronomen met een verklaring voor het ontstaan van de allereerste generatie sterren: hiervoor zou de donkere materie namelijk verantwoordelijk zijn. Tussen 20 en 100 miljoen jaar na de Big Bang zouden deze sterren ten tonele verschijnen. Daarna zou tussen 150 en 400 miljoen jaar de reïonisatie plaatsvinden. Maar hoe zijn dan die eerste sterren precies ontstaan? Daarvoor hebben Peter Biermann van het “Max Planck Institute for Radio Astronomy” in Bonn en Alexander Kusenko van de Universiteit van California, Los Angeles, de theorie bedacht dat donkere materie moet bestaan uit zogenaamde steriele neutrino’s. Als die neutrino’s vervallen zouden ze volgens de berekeningen van Biermann en Kusenko de vorming van moleculaire waterstof versnellen en dat zou het ontstaan van de eerste generatie sterren hebben veroorzaakt.
De vraag die rijst is uiteraard wat steriele neutrino’s nou weer in vredesnaam zijn. Volgens de heren geleerden (soms ook dames, neem mij niet kwalijk) zijn de reguliere neutrinos allemaal linkshandig, zoals ze het noemen en reageren ze heel soms met andere deeltjes via de zwakke wisselwerking. Steriele neutrino’s zijn rechtshandig en reageren geheel niet op andere soorten deeltjes, behalve dan op de gewone neutrino’s. Voor een wetenschappelijke ‘introductie’ van steriele neutrino’s zou ik zeggen, lees dit artikel van ene Volkas maar even (suc6 er mee, haha..). Via experimenten weet men dat gewone neutrino’s een klein beetje massa hebben. Steriele neutrino’s kunnen ook massa hebben. Hoeveel ze hebben is alleen niet bekend. Als ze een massa zouden hebben van slechts een paar kilo-electronvolt dan zou dat al voldoende zijn om de hoeveelheid verborgen (donkere) materie in het heelal te verklaren. Er zijn astronomische aanwijzingen dat steriele neutrino’s de donkere materie zouden vormen. WIMP liet vorige week als resultaat zien dat 22% van het heelal bestaat uit donkere materie.
De theorie van Biermann en Kusenko verklaard overigens ook een paar andere tot nu toe onopgeloste raadsels:

  • Waarom pulsars zo snel ronddraaien (zie figuur hierboven, de gitaarnevel die veroorzaakt is door een zeer snel ronddraaiende pulsar)
  • de afwezigheid van antimaterie in het heelal

De preciese details van de argumenten van beide heren om deze kosmische raadsels met behulp van die steriele neutrino’s op te lossen laat ik maar even rusten, maar voor iedereen die het nog eens op zijn/haar gemakje na wil lezen verwijs ik naar de bron van al deze wijsheid: het Max Planck Instituut.

Spitzer ontdekt verste cluster van sterrenstelsels

Infrarood clusters van sterrenstelsels
De laatste tijd heb ik in diverse astroblogs melding gemaakt van ontdekkingen gedaan met NASA’s Swift telescoop. Deze neemt vanuit de ruimte gammastralen waar. Maar NASA’s infraroodtelescoop Spitzer is behoorlijk bezig een inhaalrace te maken, want ook die heeft inmiddels al aardig wat ontdekkingen op z’n naam staan. Nu weer hebben astronomen met behulp van Spitzer, die op het moment dat ik dit NU typ bezig is om de ster HD 28099 waar te nemen (ja, hoe bestaat het! Kijk maar op deze link om te zien waar Spitzer realtime mee bezig is) de verst verwijderde cluster van sterrenselsels ontdekt. Op maar liefst 9,09 miljard lichtjaar afstand werd door een team van astronomen van het Jet Propulsion Laboratory onder leiding van Peter Eisenhardt, een cluster ontdekt dat in infrarood licht zichtbaar was. Er zijn wel sterrenstelsels gezien die verder weg staan, maar nooit eerder is een cluster van sterrenstelsels zo ver weg ontdekt. Op de foto staat rechtsonder de recordhouder. Het zijn de blauwe puntjes op de achtergrond. De groene sterren op de foto (in valse kleuren) zijn sterren in ons eigen melkwegstelsel. Bron: Spitzer.

Veel Ufo’s gezien in Zuid-Holland in 2005

Ufo-invasie boven Zuid-HollandIn het AD stond vandaag een aardig artikel over een ‘Ufo-invasie in Zuid-Holland’. Waren er in 2004 in deze provincie 7 meldingen van een ongeïdentificeerd vliegend object, een jaar later waren dat er 18. Zo blijkt uit cijfers van de Ufo-werkgroep Nederland (UWN).
Heel Nederland gaf overigens ook een stijging te zien van het aantal Ufo-meldingen. In 2004 waren er 78, tegen 119 in 2005. Top-provincie in 2005 was Noord-Holland met 19 meldingen. Het Ufo-topjaar was 2003, toen in totaal 168 Ufo’s werden gemeld.
De definitie die UWN voor Ufo’s gebruikt is: “een voorwerp, verschijnsel of licht aan de hemel dat vanwege het uiterlijk, de bewegingen en de eigenschappen niet meteen kan worden geïdentificeerd.” In de praktijk blijken de meldingen meestal lichtverschijnselen te zijn, veroorzaakt door bijvoorbeeld lasershows van plaatselijke disco’s of industriële activiteiten. N- en Z-Holland hebben er daar natuurlijk veel van, dus is het logisch dat daar veel Ufo-meldingen vandaan komen.
Een klein gedeelte van de meldingen kan echter niet verklaard worden.
Wat hebben Ufo’s te maken met sterrenkunde zullen de lezers van de Astroblogs zich afvragen? Nou heel eenvoudig, er zijn ook sterrenkundige verklaringen voor de Ufo-meldingen. Heel vaak zijn het haloverschijnselen rondom de Zon, heldere planeten als Venus of Jupiter of flares van de Iridiumsatellieten die voor de nodige meldingen zorgen. Meestal is het dus een storm in een glas water. Een ‘close encounter’ van de derde graad heeft geloof ik nog nooit iemand meegemaakt in Nederland. Jammer :-)

WMAP vindt meer bewijzen voor inflatiemodel Big Bang

Polarisatie van de CMB (witte balken)

Met behulp van de Wilkinson Microwave Anisotropy Probe (WMAP) zijn astronomen er in geslaagd om sterke aanwijzingen te vinden dat het inflatiemodel van de Big bang juist is. WMAP is een satelliet die op 30 juni 2001 door NASA is gelanceerd en die tot doel heeft de kosmische achtergrondstraling te bestuderen. Het inflatiemodel van de Big bang is in 1980 door Alan Guth bedacht en zegt dat in de allereerste triljoenste van een triljoenste van een seconde in het bestaan van het heelal er een versnelde expansie plaatsvond, de inflatie. In die periode groeide het heelal van de grootte van een zandkorrel tot de huidige grootte van het zichtbare heelal, een vergroting van het volume van 10 tot de macht 60!! Met het inflatiemodel werd een aantal raadsels verklaard, zoals het ontbreken in het heelal van monopolen, hypothetische deeltjes met alleen een magnetische noord- of een zuidpool, en waarom er zoveel gelijkenis was tussen delen van het heelal die fysisch nooit met elkaar in kontakt waren geweest. Al die argumenten waren echter verklaringen achteraf. Er waren raadsels en daar gaf de inflatietheorie een verklaring voor. Maar tot nu toe waren er geen voorspellingen van de inflatietheorie geverifieerd. Tot deze week!! Met de WMAP deed men zeer nauwkeurige waarnemingen aan de kosmische achtergrondstraling (cosmic microwave background, CMB), het overblijfsel van de Big Bang, die het gehele heelal doordrenkt. WMAP keek daarbij naar twee dingen: naar de verschillen in temperatuur van de CMB en naar de polarisatie ervan.
De temperatuursverschillen in de CMB zijn miniem: in de orde van grootte van 0,00001 graad Celcius. De fluctuaties in temperatuur wijzen op verschillen in dichtheden die afzonderlijke gebieden in het vroege heelal hadden. Met de waarnemingen van de laatste drie jaar van WMAP, die deze week zijn gepubliceerd, hebben de onderzoekers het volgende vastgesteld:

  • de leeftijd van het heelal is 13,7 miljard jaar (onnauwkeurigheid 2%)
  • de samenstelling van het heelal is: 74% donkere energie, 22% donkere materie en 4% gewone materie (atomen)

Met de WMAP werden ook waarnemingen verricht aan de polarisatie van de CMB. De fotonen die de CMB vormen zijn gepolariseerd, d.w.z. dat net als gepolariseerd zonlicht, hun golflengte voorkeuren heeft voor een bepaalde richting. Die polarisatie van de CMB is een gevolg van de dichtheden van de materie in het vroege heelal, waardoor de fotonen in een bepaalde richting verstrooid werden. Door de polarisatie te meten komt men dus meer te weten over de dynamica in het vroege heelal. Ook hier werden door WMAP weer opzienbarende ontdekkingen gedaan: zie het figuur bovenaan. Daarin zijn de witte balken de polarisatierichtingen van de CMB. Door de polarisatiemetingen kwamen de onderzoekers van WMAP tot de volgende vaststellingen:

  • De eerste sterren gingen 400 miljoen jaar na de Big Bang de polarisatie van de CMB vervuilen. Dit is een indicatie voor het moment waarop de eerste sterren in het heelal zo’n beetje voor het eerst gingen verschijnen.
  • De zogenaamde scalar spectral index blijkt een waarde te hebben van 0.95 (onnauwkeurigheid alweer 2%). Deze index vergelijkt de temperatuurfluctuaties in de CMB gezien over grote schalen en kleine schalen. Het inflatiemodel voorspelde een index van iets onder de 1, dus exact hetgeen is waargenomen.
  • De donkere energie heeft een vergelijking van staat (‘equation of state’) van -1, d.w.z. dat donkere energie een eigenschap is van de ruimtetijd zelf. Donkere energie bevindt zich dus niet net als deeltjes in de ruimtetijd, maar is er een onlosmakelijk onderdeel van. Eén kubieke centimeter heelal bevatte 13,7 miljard jaar geleden net zoveel donkere energie als nu.

In het figuur hieronder een stukje geschiedenis van het heelal van de Big Bang tot nu. Tot zover het overzicht van alweer een hele reeks opwindende ontdekkingen. Kan het nou nog gekker worden met al die ontdekkingen? Tuurlijk kan dat. Begin volgend jaar gaat de Europese satelliet Planck de ruimte in. Die kan nog veel nauwkeuriger metingen doen aan de CMB. Ik ben benieuwd waar die allemaal mee voor de dag kan komen. WMAP heeft bijvoorbeeld alleen de zogenaamde E-mode polarisatie gezien, de polarisatie die veroorzaakt is tijdens de reïonisatie door die eerste serie sterren. Maar de zogenaamde B-mode polarisatie, de polarisatie die direct door de inflatie wordt veroorzaakt, is niet door WMAP gezien. Als de Planck-satelliet die B-mode polarisatie zou kunnen zien zou dat een mega-ontdekking van de eerste orde zijn! We wachten af….Bron van dit alles: de NASA.

Overzicht van het heelal

Nevel in de vorm van dubbele DNA-keten ontdekt

DNA-achtige gasnevel in buurt van centrum MelkwegstelselMet behulp van de infrarood-ruimtetelescoop Spitzer van de NASA zijn astronomen er in geslaagd om in de buurt van het centrum van de melkweg een gasnevel te ontdekken die sterk lijkt op een dubbele DNA-keten (double helix in het Engels). Het menselijk DNA is heeft bekend een vorm van twee spiraliserende in elkaar gedraaide ketens. De nu ontdekte nevel staat op 300 lichtjaar afstand van het melkwegcentrum en heeft een lengte van 80 lichtjaar. Het centrum van de Melkweg staat op haar beurt weer 25.000 lichtjaar afstand van de Aarde.
De astronomen vermoeden dat het galactische magnetische veld de vorm van de nevel veroorzaakt. De magnetische veldlijnen spiraliseren net als DNA-ketens van het melkwegcentrum vandaan en het galactische gas volgt die veldlijnen. De bron van het magnetische veld is volgens de onderzoekers niet het zwart gat dat zich vermoedelijk in het centrum van de Melkweg bevindt, maar de schijf van heet gas eromheen. Die schijf draait om het zwarte gat heen en de magnetische veldlijnen zijn verankerd in deze schijf. Indien de schijf één rotatie per 10.000 jaar om het zwart gat maakt wordt de grootte van de magnetische veldlijnen, zoals die is waargenomen in de ‘double Helix’ nevel, verklaard. In Nature van 16 maart wordt de ontdekking van de nevel beschreven. Oorspronkelijke bron: UCLA. We hadden al de Helixnevel, nu de dubbele Helixnevel. What’s next?

Switch to our mobile site