5 februari 2012

De terugkeer van het cyclische heelalmodel

Omslag van het Restaurant aan het einde van het universumIedereen die Douglas Adam’s deel 2 van het Transgalactisch liftershandboek heeft gelezen, ‘Het Restaurant aan het einde van het Universum’, weet hoe het heelal eindigt: met een grote implosie, genaamd de Gnab Gib . Comfortabel gezeten in restaurant Millways zien de hoofdrolspelers hoe het heelal door z’n eigen zwaartekracht in elkaar klapt en een omgekeerde Big Bang meemaakt. En dat alles voor de ogen van de restaurantbezoekers, die het schouwspel gadeslaan alsof het de finale van IJsdansen met sterren is.
Afijn, om een kort verhaal lang te maken, het idee van een cyclisch heelal dat na een periode van expansie door de zwaartekracht weer ineenklapt en dan in een Big Crunch eindigt, welke vervolgens weer explodeert is onlangs weer nieuw leven ingeblazen. Het cyclische heelalmodel is al decennia oud, maar door de ontdekking in de jaren negentig van de versnelling van de uitdijing van het heelal, leek het einde nabij van het model. Maar een groepje sterrenkundigen van de Universiteit van Noord-Carolina heeft het model in een nieuw jasje gestoken. Het model zegt dat in de eerste periode van expansie het heModel van een cyclisch heelalelal het gaat zoals nu wordt waargenomen: alle sterren, sterrenstelsels en andere objecten gaan uiteen. De stuwende kracht achter die uitdijing is de donkere energie. De uitdijing gaat maar door en door en de dichtheid van de materie neemt verder af. Op een gegeven moment is er zelfs de situatie dat alles gedesïntegreerd is en alle overblijvende deeltjes buiten elkaars bereik zijn. Die situatie is al eerder beschreven en dat wordt de hittedood van het heelal genoemd. Maar dan gebeurt er volgens Dr. Paul Frampton, Louis J. Rubin Jr. en Lauris Baum van genoemde universiteit iets bijzonders. Een heel korte tijd voordat het zogenaamde ommekeerpunt wordt bereikt (het ‘turnaround’ waar Frampton en co. het over hebben) stopt de expansie. Om precies te zijn binnen 10-27 seconde voor dat punt. Dan zullen alle verschillende deeltjes in het heelal in elkaar klappen en afzonderlijk een Big Crunch meemaken. Frampton e.a. praten over een Big Rip, welja weer een term erbij om het nog ingewikkelder te maken. En al die afzonderlijke deeltjes vormen de kiemen van nieuwe heelallen, die met een Big Bang uit elkaar knallen. En één van die heelallen zou het onze kunnen zijn. Jaja, lieve Astrobloglezers, ik sta het niet te verzinnen.
Wie het artikel van de drie heren nog eens na wil lezen kan dat hier doen. Binnenkort verschijnt het in Physical Review Letters, niet echt een blad waar je als geleerde je wilde fantasieën kan uiten. Bron: PhysOrg.com.

  Die voetnoten heb ik toch maar weer gestopt, want het gaf een paar crashes van m’n astroblogs :-( . De plugin schijnt niet echt compatibel te zijn met WordPress 2.1. Zodra een betere versie verschijnt ga ik ‘m weer proberen.

Vrijdag nauwe samenstand Maan en Saturnus

Komende vrijdag 2 februari zal er een nauwe samenstand zijn van de Maan en de geringde maan_saturnus.jpgplaneet Saturnus. Om 23.57 uur op vrijdagavond is de afstand het kleinst, namelijk 10 boogminuten. Saturnus is dan rechtsonder van de Maan te vinden (zie afbeelding, gemaakt met Starry Night). Dit alles speelt zich af aan de zuidoostelijke hemel, als beide hemelobjecten zich in het sterrenbeeld Leeuw bevinden. In Scandinavië, Rusland en Azië zal Saturnus door de Maan worden bedekt. Wij moeten daarvoor even geduld hebben tot 22 mei 2007! Op het kaartje hieronder nog even het pad dat de Maan (3x te groot getekend overigens) begin februari volgt. Geleend van Sky & Telescope ;-) . Bron: Sterrengids, 2007.
zoekkaartje van de Maan begin februariDiezelfde vrijdagavond is er ook een lezing bij sterrenvereniging Christiaan Huygens in Papendrecht. Suzanne Bisschop, promovenda in de vakgroep Moleculaire Astrophysica van de Universiteit Leiden zal dan spreken over astrochemie. Dat is de wetenschap die scheikundige processen in de ruimte bestudeert. Processen die wellicht onder de juiste omstandigheden kunnen leiden tot leven!
Kortom, vrijdag eerst een mooie lezing en daarna hup naar buiten en genieten van een mooie samenstand. O ja, nog even wat anders. Gisteren meldde ik dat afgelopen zaterdag de ACS-camera aan boord van de Hubble de geest had gegeven en dat het apparaat zondag weer werkte. Nou, dat blijkt dus niet te kloppen. Tenminste, twee van de drie onderdelen werken niet meer. De ACS is eigenlijk drie camera’s in één: voor zichtbaar licht, infrarood licht en eentje voor ultraviolet licht. Opnames in de eerste twee golflengten schijnen definitief afgelopen te zijn, alleen de werking van de ultraviolet-camera is OK. Pffff, een pak van ons hart.

Hubblecamera is weer eens uitgevallen

De ACS nog in de cleanroom Voor de zoveelste keer is de belangrijkste camera van de Hubble ruimtetelescoop, de Advanced Camera for Surveys (ACS), uitgevallen. Op zaterdag 27 januari om 13.34 uur Nederlandse tijd ging de camera plotseling in de safemode. Een eerste vluchtig onderzoek heeft laten zien dat de camera niet meer werkt en dat de stroomvoorziening naar de zogenaamde B-zijkant van de camera gestopt is. Maar de volgende dag om een uur of acht ‘s morgens (alweer onze tijd) kregen ingenieurs van de NASA de camera weer aan de praat. Direct naar aanleiding van de tijdelijke uitval van de ACS is er een zogenaamde Anomaly Review Board benoemd, die diepgaand gaat bekijken wat er nou precies gebeurd is. De commissie zal in ieder geval bekijken of er nog gevolgen zijn voor de vierde servicemissie van de Space Shuttle, die volgens de planning in september 2008 omhoog zal gaan en die de Hubble weer moet updaten. Het is niet de eerste keer dat de ACS is uitgevallen. Zie onder andere m’n astroblogs van 29 september en 26 juni 2006 voor een relaas van die eerdere anomalieën (ahum ;-) ). Over anomalieën gesproken: afgelopen zaterdag schreef ik, zoals vele andere astrobloggers over de gehele wereld, over de ramp die Amerika veertig jaar geleden trof: de brand in de Apollo 1, waarbij de drie astronauten om het leven kwamen. Ik las zojuist een artikel van James Oberg, ruimtevaartdeskundige bij NBC News. Een eye-opener dat artikel, waarin Oberg niet alleen stilstaat bij de brand en de lessen die daaruit getrokken kunnen worden, maar waarin hij vooral kijkt naar de blunders die van tevoren bij de NASA gemaakt werden en die de catastrofe met de Apollo 1 onvermijdelijk maakten. En die blunders werden ook gemaakt in 1986 en 2003, voorafgaande aan de rampen met de Challenger en de Columbia. Kortom, het wordt tijd dat die Anomaly Review Board ook eens gaat kijken naar de organisatie van de NASA! Ik heb gezegd! Bron: PhysOrg.com (over die uitgevallen ACS dan).

Ga Mercurius bekijken!

De komende weken kan je de planeet bekijken die het dichtst bij de Zon staat: Mercurius! Opzoekkaartje voor MercuriusDe planeet staat vanaf ongeveer 25 januari tot 15 februari ‘s avonds laag in het zuidwesten. Probeer ‘m op te zoeken kort nadat de Zon onder is gegaan. Verwar Mercurius niet met de veel heldere planeet Venus, die linksboven van Mercurius te vinden is. Mercurius kan bij heldere lucht gemakkelijk met het blote oog worden gezien. Een goed uitzicht op de horizon is wel een vereiste daarbij. De helderheid schommelt tussen -1m momenteel tot +1m rond 15 februari. Met de verrekijker is Mercurius uiteraard ook goed te zien. Met een telescoop is te zien dat Mercurius, net als de Maan en Venus, schijngestalten heeft. Details op het oppervlak zijn heel lastig te zien, daar is minimaal een telescoop nodig met een opening van 15 tot 20 cm. Op de afbeelding hierboven is een kaartje van de horizon in het westzuidwesten eind januari-begin februari. Op woensdag 7 februari zal Mercurius z’n grootste elongatie bereiken, d.w.z. de grootste hoekafstand tot de Zon. Daarna gaat Mercurius en VenusMercurius weer naar de Zon toe en wordt hij een tijdje onzichtbaar voor ons.  Interessant aan die 7e februari is overigens niet alleen de grootste elongatie van Mercurius, maar ook de nauwe samenstand die dag van Venus en Uranus. Klein probleempje: beide objecten verschillen zo’n 10 magnituden in helderheid! Ik zal begin februari nog wel een keer aandacht besteden aan deze conjunctie. Zet ‘t alvast in je agenda. Ten slotte nog een foto van Paul Bakker ‘uyt den ouden doosch’ van een eerdere samenstand van Venus (boven) en Mercurius (onder). Om vast warm te lopen voor de komende weken :-) .
Bron: Universiteit van Utrecht.

27 januari 1967: brand in de Apollo 1

De bemanning van de Apollo 1Het is vandaag precies veertig jaar geleden dat in de cabine van de Apollo 1 brand uitbrak. Daarbij kwamen de drie astronauten, hoofdpiloot Virgil Grissom, senior-piloot Ed White en piloot Roger Chaffee om het leven (op de foto van links naar rechts). De Apollo 1, officieel de Apollo/Saturn 204 (AS-204) was het ruimtevaartuig dat zich bovenin de Saturnus 1B draagraket bevond. De Apollo 1 stond toen op lanceerpad 34 op Cape Canaveral (Florida, VS). De bedoeling was die dag een lancering te simuleren. De echte lancering zou ergens in het eerste kwartaal van 1967 moeten plaatsvinden, aldus de planning. Maar het liep allemaal anders. Om 18.00 uur GMT (Greenwich Mean Time) namen de drie astronauten plaats in de cabine. Ze werden met hun pakken aan vastgegespt. Vrijwel onmiddelijk rook Virgil Grissom iets in zijn pak. De simulatie werd daarom uitgesteld tot 19.45 uur. Toen alles veilig leek werd de cabine afgesloten. De lucht werd daarna gevuld met zuivere zuurstof. Daarna volgden nog diverse andere problemen, zoals communicatieproblemen en er was een alarmsignaal met de toevoer van zuurstof. Maar geen van deze factoren deed de vluchtleiding besluiten om de drie mannen uit de cabine te halen. Om 23.30 uur GMT zou de simulatie starten. Maar om 23.31 uur kwam de stem van Chaffee over COM-1 die riep “We’ve got fire in the cockpit”. Enkele seconden later werd de verbinding verbroken met nog één uitroep van pijn. Op de televisiemonitor was nog te zien dat Ed White probeerde het luik naar buiten te openen, maar dat was zeer lastig door diverse veiligheidsmaatregelen. In het gunstigste geval zou White 90 seconden nodig hebben gehad om naar buiten te komen, terwijl de bemanning in slechts 19 seconden werd gedood.
Over de oorzaak van de brand is veel onderzoek gedaan. Men denkt dat er in één van De uitgebrandde Apollo 1 cabinede draden in de cabine een vonk is ontstaan, die leidde tot een snelle verbranding van de zuivere zuurstof. In de cabine zat zo’n 50 kilometer kabel (!). De brand breidde zich snel uit waardoor de ruimtepakken van de astronauten smolten. De pakken van Grissom en van White werden later samengesmolten teruggevonden. Men concludeerde dat de bemanning was gestorven aan rookinhalatie en niet aan brandwonden. Volgens later onderzoek had Grissom derdegraads brandwonden op 36% van zijn lichaam (eerste-, tweede- en derdegraads brandwonden bedekten 60% van zijn lichaam) en zijn ruimtepak was voor 70% vernietigd. White had derdegraads brandwonden op 40% van zijn lichaam en zijn ruimtepak was voor 25% vernietigd. Chaffee had derdegraads brandwonden op 23% van zijn lichaam en zijn ruimtepak was voor 15% gesmolten. Plakaat van de Apollo 1 brandNa het ongeluk zijn diverse maatregelen genomen om herhaling zo veel mogelijk te voorkomen. Onder andere werd voortaan gewerkt met een mix van zuurstof (60%) en stikstof (40%) in plaats van 100% zuivere zuurstof. Ook werd het luik aangepast, zodat deze in minder dan 10 seconden te openen was en werden de pakken van de astronauten minder ontvlambaar gemaakt. Op de plaats van het ongeluk is later een plakaat aangebracht (zie de afbeelding). Voor iedereen die de complete beschrijving van de omstandigheden van de brand wil lezen en alles wat er daarna aan onderzoeken is gedaan raad ik de NASA site aan van de Apollo 1 (door hun wel de Apollo 204 genoemd). Bron: NASA Apollo 204 / wikipedia

  Ik ben nog steeds bezig om de gevolgen van de upgrade naar WordPress 2.1, die ik deze week heb gedaan, te bekijken en de verschillende onderdelen weer aan de praat te krijgen. Wat bijvoorbeeld nog niet inmiddels wel werkt is de Astro-kalender in de zijbalk. Ook is er ergens een javascript-fout, die resulteert in zo’n klein geel uitroepteken linksonder op je scherm. Niets iets om je zorgen over te maken hoor, maar ik vind ‘t wel irritant. Afijn, we blijven ons best doen.

Een avondje waarnemen bij Huygens

De OrionnevelIk kom net terug van een avondje waarnemen bij sterrenkundevereniging Christiaan Huygens. Het zag er de hele dag totaal niet naar uit dat het helder zou zijn. Eind van de middag, begin van de avond had ik nog kontakt met enkele andere mensen van de club en toen was het potdicht aan de hemel. Onze conclusie toen: de geplande extra waarneemavond gaat niet door. Ik zat om een uur of zeven ‘s avonds na het eten een krantje te lezen en toen ik naar buiten keek zag ik hier en daar gaten in de bewolking. Hoog aan de hemel stond daar een halve maan mooi te wezen. En gaandeweg werd de bewolking steeds minder. Om kwart voor acht ben ik daarom toch naar de club gereden, want stel dat leden van Christiaan Huygens toch voor de deur zouden staan. En ja hoor, toen we alles in gereedheid hadden gebracht kwamen er leden opdagen. In totaal hebben we met een mannetje of negen, eh… wat zeg ik een mannetje of vijf en een vrouwtje of vier, naar mooie hemelobjecten staan turen. De Maan?zelf was het meest bekeken object, maar andere leuke objecten waren de Orionnevel (ook wel genoemd M42; zie de foto. Eh.. zo zagen we ‘m niet door de kijker h󳲩, de Pleiaden (waar de Maan morgen geloof ik?voorlangs gaat)?en M35, een open sterrenhoop in Tweelingen.
Om een uur of negen ‘s avonds vonden we het allemaal weer welletjes en dat kwam goed uit, want het trok boven weer dicht. Kortom, het was onverwachts toch een leuk uurtje waarnemen. ??

NASA publiceert grootste Saturnusfoto ooit

De NASA heeft deze week een foto van Saturnus gepubliceerd, die samengesteld is uit 126 Compositiefoto van Saturnus door Cassini genomen foto’s. De foto’s werden in een tijdsbestek van nog geen twee uur genomen op 6 oktober 2004. De afstand van de ruimteverkenner Cassini bedroeg op dat moment 6,3 miljoen km. De kleinste details op de foto hebben een afmeting van 38 km. Wie de foto in vol formaat wil kan ‘m hier downloaden in jpg-formaat (5,6 Mb) of hier?in tiff-formaat (28,3 Mb). Nou zou ik over die foto nog v马 meer kunnen vertellen, maar de oplettende Astrobloglezer zal gemerkt hebben dat er sinds gisteren é©® en ander aan de hand is met de layout.?Ik heb?de weblog?geupdate naar versie 2.1 van WordPress, maar ik heb gemerkt dat een aantal dingen daardoor niet werken. Zoals enkele plugins. Ook in de kop van de pagina niet correct meer, dus ik ga daar zo meteen naar kijken. Eerst even een bakkie koffie drinken.?Bron: NASA.

Upgrade

  Zojuist heb ik WordPress geupgrade van versie 2.0.7 naar 2.1. Volgens mij is alles goed gegaan. Joepie! (even voor de non-bloggers onder de lezers: WordPress is de software waarmee ik de Astroblogs draaiende houd. Het is de motor van dit rijdende Astro-vehikel :-) . [eh..... bij nader inzien is er in de lay-out één en ander veranderd, wat niet de bedoeling is. Nou ja, het is laat, dus morgen gaan we daar es naar kijken. Nou even pitten].

Bewijs gevonden van vroegere botsing van Andromedastelsel

Bewijs van vroegere botsing van het AndromedastelselSterrenkundigen hebben mogelijk het bewijs gevonden van een botsing die het Andromedastelsel, de buurman van ons eigen Melkwegstelsel, zo’n 700 miljoen jaar geleden heeft meegemaakt. In de buitenste regionen van het Andromedastelsel (ook wel genoemd M31) heeft men zogenaamde sterassociaties ontdekt, die op grond van hun eigenschappen niet oorspronkelijk tot dit stelsel hebben behoord, maar eerst deel uitmaakten van een dwergstelsel. Associaties zijn een soort van open sterrenhopen, waarbij de sterren zich allen in dezelfde richting voortbewegen. De botsing die het Andromedastelsel in het verleden onderging komt in de evolutie van sterrenstelsels heel vaak voor en het ondersteunt de theorie dat sterrenstelsels klein beginnen en door botsingen steeds groter worden. Door de botsingen van grotere stelsels met kleinere stelsels worden de laatste verzwolgen en ontstaat er zogenaamd getijdenafval. Het zijn losse langgerekte linten van sterren. De ontdekte associaties van sterren hebben alle karakteristieken van dat getijdenafval. Eén zo’n associatie komt ten zuiden van het Andromedastelsel voor en wordt de reuzen zuidelijke stroom genoemd. Ook is er een zwakkere associatie noordelijk ontdekt, de noordoostelijke schil. De kenmerken van de twee associaties werden in de computer gestopt en die ging toen aan het rekenen en dat leverde een voorspelling op voor nieuwe associaties. En die voorspelling bleek nog juist te zijn ook, want op de voorspelde plek DEIMOS spectrograafstond inderdaad een associatie. Het was een groep sterren die met de gewone telescopen van het Keck Observatorium en het Kitt Peak Nationale Observatorium niet te zien waren. Maar met de zeer gevoelige DEIMOS spectrograaf van Keck kon men de associatie wel zien. De computersimulaties lieten zien dat de botsing van het Andromedastelsel en een dwergstelsel zo’n 700 miljoen jaar geleden moet hebben plaatsgevonden. Het dwergstelsel moet een massa hebben gehad van zo’n 2 miljard zonsmassa’s, vijftig keer lichter dan het Andromedastelsel. Eerder meldde ik overigens al de botsing die M31 zo’n 210 miljoen jaar geleden moet hebben gehad met z’n begeleider M32. Ik ben benieuwd of ze bij ons eigen Melkwegstelsel ook dergelijke sporen van vroegere botsingen zullen ontdekken.  Bron: University of Massachusetts

Over baryogenese en het pentagon

Zoals ik gisteren1 meldde was er een en ander mis gegaan met m’n computer en met de voor mij zo kenmerkende rust en kalmte heb ik dat apparaat toen het raam uitgelazerd en heb vervolgens op een andere PC op serene wijze een andere Astroblog in elkaar gefrommeld. Eentje die niet ging over het oorspronkelijke onderwerp, het Pentagonmodel van de elementaire deeltjes, maar over interessante dingen die de komende tijd aan de avondhemel te zien zijn (ik zei overigens gisteren dat ik hoopte dat WordPress versie 2.1 spoedig uit zou komen, met daarin een autosave. De goden moeten mij gehoord hebben, want 19 uur geleden verscheen wereldwijd versie 2.1, bijgenaamd Ella!!) Vervolgens kreeg ik vele fanmail en verzoekjes of ik toch niet wilde bloggen wat ik van plan was, namelijk het verhaal over dat Pentagonmodel. Nou, jullie begrijpen dat ik de trouwe astrobloglezers niet wil teleurstellen en daarom, met een vertraging van een dag alsnog dat onderwerp op dit astro-podium.
Andrei SacharovHet begint in feite allemaal in het jaar 1967 als Andrei Sacharov een artikel publiceert in het vakblad Journal of Experimental Theoretical Physics. Hé Sacharov, is dat niet die Russische natuurkundige, de vader van de waterstofbom van Rusland, de voorvechter van de mensenrechten en hervormingen in de Sovjet-Unie, en de Nobelprijswinnaar voor de Vrede in 1975? Jazeker, Sacharov is inderdaad die Russische natuurkundige, de vader van de waterstofbom van Rusland, de voorvechter van de mensenrechten en hervormingen in de Sovjet-Unie, en de Nobelprijswinnaar voor de Vrede in 1975. Die Sacharov schreef in dat artikel over de zogenaamde baryogenese. Dat is het verschijnsel dat zich tijdens de Big Bang, de oerknal waarmee het heelal ontstond, voordeed en waarbij er meer materie ontstond dan antimaterie. Het woord ‘baryogenese’ komt van het ontstaan (genesis, ja ja heel goed) van baryonen. Baryonen zijn een klasse elementaire deeltjes, die bestaan uit drie quarks. Protonen en neutronen zijn voorbeelden van baryonen. De meeste gewone materie zoals wij die kennen bestaat uit protonen en neutronen, dus uit baryonen. Antimaterie, daarentegen, bestaat uit antibaryonen. In een zeer vroeg moment tijdens de Big Band moet de baryogenese hebben plaatsgevonden. Maar door één of andere oorzaak moeten er daarbij veel meer baryonen dan antibaryonen zijn ontstaan. En da’s vreemd, baryonen met op- en neerquark want volgens de natuurkundige wetten moet er bij de creatie en vernietiging van deeltjes altijd sprake zijn van symmetrie, dus van evenwicht in de hoeveelheid deeltjes en antideeltjes. Tenminste, dat was de gedachte tot 1967. Maar toen kwam Sacharov zoals gezegd met dat artikel en daarin?betoogde hij dat er in sommige situaties er een schending van de symmetrie kan plaatsvinden. Het gaat daarbij met name om de zogenaamde CP-symmetrie is de symmetrie onder zowel een lading (Charge)- als Pariteit-transformatie. Eerder al was door experimenten aangetoond dat in de zwakke wisselwerking, één van de vier natuurkrachten tussen elementaire deeltjes, de CP-symmetrie niet behouden blijft. Maar de uitkomst van die schending is in ieder geval niet de productie van meer baryonen dan antibaryonen. Dat kan de waargenomen scheve verhouding tussen materie en antimaterie in het heelal dus niet verklaren. Volgens Sacharov moest er dus meer aan de hand zijn. Hij kwam daarom met een drietal condities die van toepassing moesten zijn tijdens de oerknal om tot baryogenese te komen:

  • schending van B-symmetrie: het netto baryonnummer B (het aantal baryonen in het heelal minus het aantal antibaryonen) moet worden geschonden.
  • schending van de CP-symmetrie: zoals ik hierboven zei was die al eerder aangetoond (in 1964 meen ik uit m’n hoofd).
  • geen thermisch evenwicht, d.w.z. dat er grote veranderingen moesten plaatsvinden in de temperatuur.

Als deze drie condities plaatsvinden dan kan er een overschot ontstaan van baryonen boven antibaryonen, aldus Sacharov. Later is men gaan spreken van het zogenaamde sphaleron-proces, waarbij er verschillende hoeveelheden materie en antimaterie ontstaan. Het is niet alleen van toepassing op baryonen, maar bijvoorbeeld ook op leptonen. Da’s weer een andere klasse van deeltjes en electronen zijn het bekendste voorbeeld daarvan. Ook daarvan weet men uit waarnemingen dat er veel meer leptonen dan antileptonen in het heelal zijn. Maar de preciese details waarom in dat sphaleron-proces meer materie dan antimaterie ontstaat zijn nog steeds niet bekend. Daarom kwamen eind 2006 enkele natuurkundigen met een nieuwe theorie: de donkere materie zou een belangrijke rol spelen in de baryogenese. De donkere materie is een onderwerp dat de laatste jaren erg in de belangstelling staat (ik heb daar in diverse astroblogs over geschreven) en samen met?de al even mysterieuze donkere energie is het niet bekend wat het precies is. Het is ook nog geen onderdeel van het standaardmodel van de elementaire deeltjes, welke eind jaren zestig is opgesteld en die een preciese beschrijving geeft van de elementaire deeltjes en de natuurkrachten daartussen. Van het standaardmodel zijn inmiddels ook uitgebreidde versies verschenen, om ook de ontdekte exotische deeltjes van de laatste jaren te verklaren en é©® zo’n variant is het zogenaamde Pentagon-model. In dat pentagon-model wordt gewerkt met zogenaamde pentaquarks, d.w.z. groepjes van niet drie quarks (zoals baryonen) maar vijf quarks. Penta betekent vijf, vandaar de naam. Afijn, wanneer dat baryogenese tijdens de oerknalmodel wordt toegepast op het vroege heelal en het wordt gecombineerd met het sphaleron-proces dan zou er baryogenese optreden,? precies volgens het boekje. Nou ja, de astrobloggers begrijpen dat het allemaal een erg ingewikkeld verhaal is (waarbij tussen twee haakjes de Higgs bosonen ook nog een rol spelen) en dat ik hier nog uren over door kan gaan, maar?dat ik nou naar een vergadering van de medezeggenschapsraad van de school van m’n dochters moet. De plicht roept. Nog één laatste ding: Een artikel over dit alles is november 2006 (OK, al weer een tijdje geleden, ik geef het toe) verschenen in het vakblad Journal of High Energy Physics van de natuurkundigen Tom Banks, Sean Echols en Jeff L. Jones. En dat artikel is voor de liefhebbers hier?te lezen. Veel plezier d’r mee :-) .
Bron: PhysOrg.com.

Noot:
  1. 22 januari 2007 dus []

Switch to our mobile site