Dat sterren zeer zwaar kunnen zijn weten we al een tijdje door waargenomen exemplaren zoals de gigant A1, die 114 zonmassa’s op de weegschaal telt. Volgens berekeningen zouden sterren in theorie tot 150 zonmassa’s zwaar kunnen zijn. De vraag rijst waarom in sommige gas- en stofwolken dit soort gigantische sterren kunnen ontstaan, terwijl anderen ‘slechts’ tot zonachtige sterren leiden. Onderzoek van het duo Christopher F. McKee (Universiteit van Californië, Berkeley) en Mark R. Krumholz (Princeton) heeft laten zien dat de oorzaak vermoedelijk gelegen is in de invloed die lichte sterren spelen. Normaal zijn de interstellaire gas- en stofwolken erg koud, iets boven het absolute nulpunt van -273 ºC. Bij dat soort temperaturen zal de wolk de neiging hebben uiteen te vallen en zullen door plaatselijke verdichtingen hooguit lichte sterren à la de Zon ontstaan. Maar volgens McKee en Krumholz kan bij bepaalde dichte wolken de temperatuur flink toenemen door de invloed van bestaande lichte sterren. Hun computersimulaties, waar beide heren een mooie animatie van hebben gemaakt (29,1 Mb) laten zien dat de lichte sterren de temperatuur in de wolk met enkele honderden graden kan doen toenemen en dat dat het mogelijk maakt dat er gigantische sterren in kunnen ontstaan. Het spreekwoord is dus toepasselijk: vele kleintjes maken één grote!
In het vakblad Nature van deze week hebben ze er een artikel aan gewijd. Bron: Universiteit van Berkeley.
Vele kleintjes maken één grote
Seeing volgens Damian Peach
Seeing is de Engelse term voor de ‘luchtonrust’ in de dampkring, merkbaar aan het twinkelen van de sterren. De oorzaak van slechte seeing is een grote turbulentie, hetgeen weer te maken heeft met bewegende luchtbellen in de dampkring. Boven een stad zal de warmere lucht opstijgen en dat zal een slechte seeing tot gevolg hebben. Voor een amateur-sterrenkundefotograaf is een onbewolkte hemel een vereiste, maar een goede seeing is dat ook. Nederland heeft samen met het verenigd Koninkrijk de naam om over het algemeen een slechte seeing te hebben. Wil je goede astrofoto’s kunnen nemen moet je minstens in Zuid-Frankrijk vertoeven, alwaar de seeing redelijk begint te worden. Maar Damian Peach is hier een andere mening over toegedaan. Damian Peach, kennen de astrobloglezers hem? Voor de amateur-sterrenkundefotografen is hij de Primus inter Pares, het icoon op het gebied van astrofotografie, de man die de prachtigste sterren- en planetenfoto’s maakt. Deze Damian Peach is woonachtig in Engeland, het land dat zoals gezegd bekend staat om z’n beroerde seeing. Onderzoek van de luchtonrust in z’n omgeving leerde hem echter het volgende1:
- De luchtonrust is in Noord-Europa (Engeland plus het Noord-Europese vasteland) lang niet zo beroerd als vaak wordt gesuggereerd in “astronomische kroegenprietpraat”.
- De astronomische seeing is in de lente en zomer doorgaans vele malen beter dan vooral in de wintermaanden.
- De mate van luchtonrust wordt vooral gedicteerd door de (richting en sterkte van de) straalstroom op ± 10 kilometer hoogte, het zogenaamde 300 millibar niveau.
Voor Europa zijn er weerstations die de seeing voorspellen en de resultaten daarvan op internet publiceren. Aan de hand van deze kaartjes, waarop met prachtige kleurtjes te zien is of de seeing fantastisch, normaal of beroerd is, is eergisteren Jan Brandt naar buiten getogen en heeft Saturnus in beeld gebracht. De seeing was volgens de voorspelling uitstekend en Jan kon dat proefondervindelijk bevestigen. De bijgaande foto laat dat zien. Ter vergelijking een foto van Saturnus uit 2004, een gescande foto als ik het Moiree-patroon zo zie. De seeing-websites van Peach moeten tesamen met de satellietbeelden van de wolken tot de perfecte voorbereiding leiden voor de amateur-sterrenkundefotografen. Plus een stevige Beerenburger!
[Naschrift: Andre Heijkoop mailde mij n.a.v. deze astroblog dat je bij Meteoblue een voorspelling kan opvragen over de seeing voor bijvoorbeeld je thuislokatie!]
- Op een rijtje gezet door Jan Brandt. [↩]
Maanzuidpool in detail waargenomen
Met behulp van de Goldstone Solar System Radar in de Mojave woestijn hebben wetenschappers van de NASA de zuidpool in detail waargenomen. De resolutie is maar liefst 20 meter per pixel en dat leverde de scherpste beelden tot nu toe op van de zuidpool. De beelden hebben ze alemaal achter elkaar geplakt tot twee animaties, eentje die een landing in het gebied voorstelt en eentje die een scheervlucht over de Shackleton Krater maakt. Uit de waarnemingen blijkt het terrein veel heuvelachtiger te zijn dan gedacht. De zuidpool was een kandidaat als lokatie voor een maanbasis, vooral vanwege de mogelijke aanwezigheid van water. Maar door het sterke reliëf ter plaatste lijkt de geschiktheid verkleind te zijn. De radarbeelden werden verkregen door vanaf de Goldstone Radar, een schotel van 70 meter diameter, drie keer een 500 kilowatt signaal gedurende 90 minuten naar de Maan te sturen. Dat signaal kwam 2,5 seconde later weer terug na te zijn weerkaatst door het maanoppervlak 384.450 km verderop. Tot nu toe waren de beste beelden van de zuidpool gemaakt door de Clementineverkenner, met een resolutie van 1 km per pixel. De Goldstonebeelden zijn twintig keer scherper. Zo en nu op naar de noordpool van de Maan. Bron: NASA.
De dubbele kern van het Andromedastelsel
Soms kom je er achter dat je van een heleboel dingen nog verdraaid weinig weet. Zo was vorige week de sterrenkundige Ilse van Bemmel op visite bij sterrenkunde-vereniging Huygens, die leuk mededeelde dat het welbekende sterrenstelsel M31 (het Andromedastelsel) een dubbele kern heeft. ‘A double nucleus’, zoals dat in vaktaal heet. Is bekend sinds de bekendmaking ervan op 20 juli 1993, maar ik zat die dag zeker ergens onder een steen, want tot vorige week vrijdag had ik er nog nooit van gehoord. Nieuwsgierig Aagje als ik ben ging ik op pad om het naadje van de kous te weten over deze dubbele kern en te kijken wat ik de afgelopen 15 jaar daarover gemist had. Nou, gelukkig viel dat wel mee, want nog steeds is er niet veel bekend over de ware aard van de kern. Veel gissingen, vermoedens en theorieën. Wat vaststaat is dat de ware kern van M31 gevormd wordt door P2, op de rechterfoto de vage kern rechts. Dat wil zeggen dat zich daar het superzware zwarte gat bevindt, eentje met een massa van naar schatting 100 miljoen zonmassa’s. De heldere kern P1, op de rechterfoto links als heldere vlek te zien, is níet de echte kern! Klinkt niet echt logisch, maar het valt uit te leggen: om het superzware zwarte gat bewegen zich vele sterren in een elliptische baan. Op het verste punt van die baan bewegen de sterren langzamer en groeperen ze samen in een grote cluster van sterren. Dat punt is P1. De echte kern P2 is een stuk vager omdat er vele wolken van gas en stof voorliggen, die het zicht verduisteren. Ze hebben van het Hubbleteam een animatie gemaakt waarop dat allemaal prima te zien is, verkrijgbaar in de smaken Quicktime en Mpeg. Het idee dat de dubbele kern van M31 een overblijfsel van een botsing van twee sterrenstelsels is schijnt niet juist te zijn. Het argument daarvoor is eenvoudig: de afstand tussen P1 en P2 is slechts 6 lichtjaren (0,5 boogseconden). Als het echt twee kernen van sterrenstelsels zouden zijn dan zouden ze binnen 100 miljoen jaar moeten zijn samengesmolten. Voor ons klinkt dat erg lang, maar sterrenkundig gezien is dat een korte periode. De sterren in de kern van het Andromedastelsel zijn soms miljarden jaren oud, dus de kans is erg klein dat we juist nu getuige zijn van een samensmelting van de twee kernen.
Social profiles Adrianus V