Vorig jaar zomer werden de Marsrovers Spirit en Opportunity geplaagd door een maanden durende stofstorm op Mars. Met name Spirit blijkt daar nog steeds erg veel last van te hebben. Zoals je op de foto kunt zien zijn de zonnepanelen van de Spirit bedekt met een dikke laag stof. Links de panelen zoals ze er op dit moment uitzien (zie hier voor een detailfoto), rechts zoals ze er ‘schoon’ uitzien. Je begrijpt dat door die dikke laag stof de zonnepanelen weinig zonlicht om kunnen zetten in electriciteit. Naar schatting 1/3e van het invallende zonlicht kan doordringen tot de zonnecellen. Met als gevolg dat de batterijen het laagste energiepeil hebben dat tot nu toe gemeten is. Daar komt bij dat de hemel op dit moment boven de Spirit helder is. Op zich een goed teken, want het betekent niet nog meer stof, maar het nadeel is dat heldere luchten ook extra kou met zich meebrengen. En tegen die kou moet de Spirit zich weer wapenen door verwarming, hetgeen extra stroom kost. Vooral ‘s nachts gaat de temperatuur naar waarden die gevaarlijk kunnen zijn voor de apparatuur aan boord van de Spirit. Er zijn ‘survival heaters’ aan boord, maar die slurpen energie. Het medicijn zou in dat geval ook wel eens dodelijk kunnen zijn. Wat de Spirit eigenlijk nodig heeft is een regenbuitje. Grapje, die komen niet op Mars voor (tenminste, ze zijn nog niet eerder waargenomen). Wat wel zou helpen is een dustdevil, een stofhoos die de zonnepanelen schoon zou kunnen vegen. Spirit is duidelijk toe aan een voorjaarsschoonmaak. Bron: Tom’s astroblog + Universe Today.
Spirit heeft groot probleem door stof
Spitzer ziet tweede geboortegolf van sterren
Onderzoek met behulp van de infraroodtelescoop Spitzer heeft laten zien dat de grootste producenten van sterren oude sterrenstelsels zijn, die tussen vijf en acht miljard jaar geleden een ware geboortegolf van sterren meemaakten, een stellaire babyboom dus. Een groep sterrenkundigen onder leiding van dr. David Sanders1 heeft 609 infrarode sterrenstelsels onderzocht en daaruit blijkt dat de waargenomen golf van infrarode straling afkomstig van deze stelsels afkomstig moet zijn van jonge, pasgeboren sterren. Op de foto zien we zo’n stelsel, NGC 4725 in he sterrenbeeld Haar van Berenice (Coma Berenice). In rood zien we de infrarode straling afkomstig van de pasgeboren sterren. Vervolgens gingen ze met de European Southern Observatory’s (ESO) Very Large Telescope (VLT) in Chili diezelfde sterrenstelsels in zichtbaar licht nog eens langs en daaruit bleek dat ze ook veel oude sterren bevatten, op de foto de blauwe gloed. Sanders’ team denkt dat de geboortegolf, waarbij per jaar tussen enkele tientallen tot een paar honderd zonmassa’s aan ’verse’ sterren wordt gevormd, zorgt voor het uitzenden van veel ultraviolet licht. Dat licht wordt vervolgens geabsorbeerd door de gas- en stofwolken die de oude generatie sterren in de loop van hun evolutie hebben uitgespuwd. Gedurende een periode van 10 tot 100 miljoen jaar wordt het UV-licht in die gas- en stofwolken min of meer ‘gevangen’ en tenslotte wordt het als infrarood licht weer uitgebraakt. En dat licht is vervolgens weer door Spitzer waargenomen. Over de waarnemingen van zowel de Spitzer als de VLT volgt binnenkort de onvermijdelijke publicatie in The Astrophysical Journal. In dit astroblogtheater ook hier verkrijgbaar.
Bron: Spitzer/Caltech.
- Universiteit van Hawaï, Honolulu. [↩]
Moment dat neutronenster afgaat is voorspelbaar
Drie sterrenkundigen van de Universiteit van Amsterdam onder leiding van Diego Altamirano hebben ontdekt dat ze precies kunnen voorspellen wanneer een neutronenster een uitbarsting te zien geeft van energierijke röntgenstraling. Neutronensterren zijn compacte objecten, zo’n 20 km in doorsnede en ontstaan na een supernova-explosie. In het geval van Altamirano’s onderzoek ging het om een neutronenster die deel uitmaakt van een dubbelstersysteem, genaamd 4U 1636-53, 20.000 lichtjaar van ons verwijderd op de grens van de sterrenbeelden Altaar en Winkelhaak aan de zuidelijke sterrenhemel. Elke 3,8 uren draaien de neutronenster en de gewone ster om elkaar’s gemeenschappelijke zwaartepunt. Vanaf de gewone ster stroomt continue materie naar de neutronenster en als die een bepaalde kritische massa overschrijd vindt er een explosie aan het oppervlak plaats, waarbij hoogenergetische straling wordt uitgezonden. De neutronenster in 4U 1636-53 gaat 7 tot 10 keer per dag af, waarbij in iedere explosie binnen 10 tot 100 seconden net zoveel energie vrijkomt als de Zon in één week uitzendt. De Amsterdamse sterrenkundigen1 hebben met behulp van NASA’s Rossi X-ray Timing Explorer (RXTE) de reguliere pieken in de röntgenstraling van de neutronenster bestudeerd, de zogenaamde quasi-periodic oscillations (QPO). Die QPO’s worden gezien als een soort van klok die in de neutronenster loopt. De QPO bedraagt in het geval van 4U 1636-53 twee minuten (120 seconden oftewel 9 millihertz). Iedere twee minuten dus een ‘bescheiden’ röntgenuitbarsting. Maar soms gaat de frequentie achteruit en áls de tussenpoze 125 seconden (8 millihertz) duurt vindt een krachtige uitbarsting plaats.
Op die wijze is het mogelijk om aan de hand van waarnemingen aan de QPO’s te voorspellen wanneer neutronensterren grote uitbarstingen te zien geven. Of de oscillaties alleen het tijdstip van de uitbarstingen kunnen voorspellen, of de explosies ook echt veroorzaken, is nog niet duidelijk. Het team bestudeert nu vijftig andere neutronensterren om daarover meer duidelijkheid te krijgen. De frequentie van de oscillaties is gerelateerd aan de massa en grootte van de neutronenster en de sterrenkundigen hopen met hun onderzoek hierin meer inzicht te krijgen. Binnenkort verschijnt in het vakblad The Astrophysical Journal een artikel over de ontdekking van het Amsterdamse team en liefhebbers kunnen dat artikel hier lezen. Bron: Astronomie.nl.
- Naast Altamirano zijn dat Michiel van der Klis en Rudy Wijnands. [↩]
Social profiles Adrianus V