23 mei 2012

Quasar herbergt twee superzware zwarte gaten

Twee zwarte gaten in een kosmische dans

Twee zwarte gaten in een kosmische dans

Dat er in de kernen van actieve én niet-actieve sterrenstelsels superzware zwarte gaten zitten dat weten de sterrenkundigen al een poosje. En dat in sommigen daarvan ook paren van dergelijke massieve zwarte gaten voorkomen, zoals in het geval van NGC 6240 en 3C 75, is ook al lang bekend. Maar dat er in de kern van een quasar1 een tweetal superzwarte zwarte gaten zijn ontdekt die slechts op 1/3e lichtjaar afstand van elkaar staan is nieuw. Bij die andere sterrenstelsels zit minstens 10.000 lichtjaar afstand tussen de zwarte gaten. Dàt er duo’s van om elkaar draaiende zwarte gaten voorkomen in de centra van sterrenstelsels is niet zo verwonderlijk: als sterrenstelsels elkaar aantrekken versmelten de kernen uiteindelijk en dat levert twee superzware zwarte gaten op die elkaar langzaam naderen. De quasar waarvan het record-duo ontdekt is heet SDSS 153636.22+044127.0, goh mooie naam, en de ontdekkers ervan zijn Todd Boroson en Tod Lauer (National Optical Astronomy Observatory in Tucson, VS). In de archieven van de Sloan Digital Sky Survey (SDSS) zitten data van meer dan honderduizend quasars en van 17.500 stuks keken Todd en Tod naar de spectrale vingerafdrukken. Doordat invallend materiaal dat in het zwarte gat valt licht in nauwe spectraallijnen uitzendt2, emissielijnen geheten, kunnen sterrenkundigen als ware astro-Sherlock Holmes zwarte gaten identificeren in het spectrum van een quasar. Als zich een tweetal zwarte gaten in zo’n quasar bevindt dan is dat zichtbaar als twee emissielijntjes vlak bij elkaar. Verder onderzoek aan de spectra toonde aan dat de zwarte gaten met een vaartje van zo’n 6.000 km per seconde om elkaar heendraaien en dat ze eens per honderd jaar één omwenteling meemaken. Zelfs de massa van beide zwaargewichten kon bepaald worden: de ene weegt 20 miljoen zonmassa’s schoon aan de haak en de ander zelfs 1 miljard zonsmassa’s. Daar steekt het zwarte gat in het centrum van de Melkweg met z’n 4,31 miljoen zonmassa’s maar schriel bij af. Bron: Bad Astronomy Blog + NOAO.

Noot:
  1. Da’s eigenlijk een zeer actief sterrenstelsel. Meestal is de kern zó helder, dat de rest van het sterrenstelsel wordt overstraald. Blijft een heldere kern over, die aangedreven wordt door een zwart gat. []
  2. Uiteraard vóórdat dat materiaal de grens van het zwarte gat passeert, de waarneemhorizon. []
Share

Zag Weber tòch gravitatiegolven in 1987?

Joseph Weber en z'n detector

Joseph Weber en zijn detector

Al decennia doen natuurkundigen verwoedde pogingen om gravitatiegolven of zwaartekrachtsgolven te detecteren, de golven in de ruimtetijd die voor het eerst door Albert Einstein werden voorspeld. Diens Algemene Relativiteitstheorie (1915) zegt dat het mogelijk moet zijn dat er rimpelingen in de ruimte en tijd kunnen ontstaan. Sterrenkundigen denken nu dat bij catastrofale gebeurtenissen, zoals supernovae of botsende neutronensterren, gravitatiegolven ontstaan. Hedendaagse experimenten om ze te detecteren zijn GEO600 en LIGO. Maar de oervader van die experimenten was Joseph Weber (1919-2000), die sinds 1968 met z’n Weber bar, een grote aluminium cilinder, de trillingen probeerde te detecteren. In 1972 wist hij een gravitatiegolf-meter mee te krijgen met de laatste Apollovlucht, nr. 17. Weber rapporteerde met regelmaat dat hij gravitatiegolven had gevonden, maar door z’n collega-natuurkundigen werden die bevindingen afgedaan als onzin. Er is door de socioloog Harry Collins zelfs een boek geschreven over de wijze waarop Weber’s beweringen naar de prullebak werden verwezen. In 1987 trok Weber voor de laatste keer aan de bel: toen beweerde hij gravitatiegolven te hebben gedetecteerd die afkomstig waren van de supernova die 24 februari 1987 in de Grote Magelhaense Wolk verscheen. Maar ook nu weer ontving Weber louter hoon. Volgens theoretici waren de gravitatiegolven te zwak om met de detector van Weber te worden gedetecteerd. MAAR (en er is in de wetenschappen altijd een ‘maar’) nu is daar ene Asghar Qadir, natuurkundige van het National University of Sciences and Technology in Rawalpindi/Pakistan, die zegt dat we nog eens goed naar Weber’s metingen uit 1987 moeten kijken. Want, zo zegt Qadir, er is in 1987 door die theoretici alleen gekeken naar effecten van de eerste graad. Maar tweede graadseffecten, zoals die kunnen ontstaan door asymmetrieën in de bron van de gravitatiegolven, zijn ook van belang. Volgens  Qadir kunnen de gravitatiegolven door tweede graadseffecten wel 10.000 keer sterker worden. En wat wil nou het geval: de supernova van 1987 was ook asymmetrisch! Vandaar Qadir’s pleidooi nog een goed naar de resultaten uit 1987 te kijken, want het zou best wel eens kunnen dat Weber’s detector ze wel degelijk zag. Goed, wie pakt dit op? ;-) Bron: ArXiv Blog.

Share
canakkale canakkale canakkale balik tutma search canakkale vergi mevzuati bagimsiz denetim vergi mevzuati ozurlu engelliler