Ik kwam vandaag bovenstaande foto tegen van het sterrenstelsel ESO 510-G13, 150 miljoen lichtjaar verderop in het sterrenbeeld Waterslang. Het was één van de twintig mooiste foto’s van de Hubble ruimtetelescoop die de krant The Guardian online had geplaatst. De foto dateert alweer uit 2001, maar kennelijk heeft ‘ie mij de afgelopen jaren telkens weten te ontlopen.
Afijn, deze eerste pinksterdag 31 mei kwamen onze wereldlijnen bijeen en zag ik voor ‘t eerst ESO 510-G13. De foto doet mij denken aan de Sombreronevel (M104), alleen na een aantal borrels dan. Er zit een enorme kromming in de stofschijf van ESO 510-G13, die vermoedelijk te danken is aan een recente botsing met een ander sterrenstelsel. Aan de uiteinden van de gekromde stofschijf, vooral rechts, zie je blauwe puntjes: gebieden waar door die botsing een verhoogde stervorming plaatsvindt en massieve, hete, blauwe sterren ontstaan. Hogere resolutiefoto’s van het markante sterrenstelsel zijn hier te vinden. Bron: Hubble.
ESO 510-G13, een gekromd sterrenstelsel
Wat dacht je hiervan: een dubbele quasar!
Astrometrie levert haar 1e exoplaneet op
Voor het eerst is een exoplaneet ontdekt door middel van de techniek van de astrometrie, waarbij men gemeten heeft dat de ster waar de exoplaneet om draait door de gravitationele werking een beetje schommelt. Het gaat om de ster VB 10 in het sterrenbeeld Arend (Aquila), een kleine rode dwergster (klasse M), die 1/12e van de massa van onze zon en 1/10e van haar omvang telt. De exoplaneet wordt VB 10b genoemd. Beiden staan op een afstand van slechts 20 lichtjaar. De exoplaneet is in vergelijking weer groot, zo’n 6 Jupitermassa’s op de kosmische Sonja Bakker-weegschaal. Op de afbeelding hieronder zie je het VB 10-systeem in vergelijking met het zonnestelsel. Voor de ontdekking van VB 10b is de ‘oude’ telescoop van het Palomar Observatory weer eens van stal gehaald. Met een astrometrie-instrument1 verbonden aan die 5m telescoop2 keek men de afgelopen twaalf jaar naar VB 10. En wat bleek na dat langdurige turen: dat de ster zichtbaar heen en weer schommelt, doordat een (onzichtbare) exoplaneet telkens aan ‘m trekt. Nou hoor ik sommige Astroblogslezers al direct zeggen “Hé Adrianus, luister eens eventjes, dat schommelen van die sterren wás toch al één van de manieren om exoplaneten te ontdekken?” En ja, geachte Astrobloglezers, daar hebben jullie helemaal gelijk in. Samen met de transitiemethode, waarbij het licht van de ster eventjes verduisterd als er een exoplaneet voorbijschuift, is de schommelmethode dè manier om exoplaneten te ontdekken en inmiddels zijn er al zo’n 339 van ontdekt.


Social profiles Adrianus V