23 mei 2012

Eerste exoplaneet BUITEN DE MELKWEG ontdekt?

M31, het Andromedastelsel

M31, het Andromedastelsel

Er zijn op dit moment 349 exoplaneten bekend, planeten bij sterren anders dan de zon. Al die exoplaneten liggen stuk voor stuk in onze eigen Melkweg. Maar aan die monotonie is vermoedelijk een einde gekomen, want er is wellicht een exoplaneet ontdekt búiten de Melkweg, in een geheel ander sterrenstelsel! 8-O Gabriele Ingrosso (The National Institute of Nuclear Physics in Italië) en haar collegae beweren namelijk een exoplaneet te hebben ontdekt bij een ster in M31, het welbekende Andromedastelsel. Voor dit huzarenstukje hebben ze gebruik gemaakt van de techniek van microlensing1. Hierbij wordt licht van een verre ster gebogen en versterkt wordt door het zwaartekrachtsveld van een zich meer op de voorgrond bevindende ster. De aanwezigheid van een planeet in de buurt van die zich op de voorgrond bevindende ster leidt ertoe dat het licht van de verre ster gedurende korte tijd een stuk helderder wordt. Die micro-lensing methode werkt grosso modo – om maar even in italiaanse termen te blijven – als volgt: microlensingOp die manier heeft men enkele tientallen sterren in M31 in de gaten gehouden en bij eentje ervan (gebeurtenis ‘PA-99-N2′) heeft men een periodieke verandering in de lichtkracht ontdekt, die men toeschrijft aan de aanwezigheid van een exoplaneet met een massa van zes keer die van Jupiter. Meer info over deze unieke waarneming, mits ‘ie uiteraard geverifieerd kan worden, is hier te vinden. Bron: Technology Review.

Noot:
  1. Ingrosso et al werken met een variant genaamd pixel-lensing. []
Share

Dit wordt ‘binnenkort’ een echte ster

Barnard 68 (B68)

Barnard 68 (B68)

Zie hier de welbekende kosmische kolenzak genaamd Barnard 68 (B68), 400 lichtjaar van ons verwijderd in het sterrenbeeld Slangendrager (Ophiuchus). Het is een zeer donkere absorptienevel, die al het licht van de erachterliggende sterren tegenhoudt. Het wordt ook wel een Bok globule genoemd, naar Bart Jan Bok, de tot Amerikaan genaturaliseerde Nederlandse sterrenkundige, die ze voor het eerst bestudeerde. Recente berekeningen van de sterrenkundigen João Alves (Calar Alto Observatory in Spanje) en Andreas Bürkert (Universiteit van München) tonen aan dat B68 binnenkort ineen zal storten en vervolgens zal oplichten als een echte ster. Nou moet je het begrip ‘binnenkort’ met een korreltje zout nemen, want Alves en Bürkert menen ermee te moeten zeggen dat het nog wel 200.000 jaar kan duren. :-) Astronomisch gesproken is dat inderdaad een zeer korte tijd. De massa van B68 is ongeveer 2 zonmassa’s. Op zich is het lastig voor zo’n moleculaire gaswolk om spontaan ineen te klappen onder invloed van de gravitatiekracht. Maar Alves en Bürkert denken dat een botsing met een andere wolk de ineenstorting kan versnellen. Dichtbij B68 is inderdaad een kleinere wolk gevonden met een massa van ongeveer 2/10e zonmassa. Alves en Bürkert simuleerden op een computer de situatie van B68 en z’n kleine kompaan, beginnend met een afstand tussen de twee Bok globules van 1 lichtjaar. Na 1,7 miljoen jaar penetreerde de kleine globule de grote met een snelheid van 370 meter per seconde. Op een gegeven moment raakt het gehele systeem gravitationeel instabiel en begint de contractieperiode. Die instabiliteit is volgens het tweetal nu feitelijk al begonnen in B68 en daarom duurt het ‘niet lang meer’ totdat zich een echte ster uit de globule heeft gevormd. Nou, we wachten maar af. ;-) Wie ‘t allemaal nog eens op z’n gemak na wil lezen kan dat hier doen, hetgeen april 2009 ook gepubliceerd is in het vakblad The Astrophysical Journal. Bron: Universe Today.

Share

Eindelijk Armstrong’s gezicht op de Maan

Armstrong's gezicht!Op geen enkele foto van Neil Armstrong tijdens z’n maanwandeling in juli 1969 is z’n gezicht te zien. We hebben de wazige televisiebeelden van z’n afdaling op 20 juli ’69 en we hebben de vele ‘stills’, bijvoorbeeld als Armstrong bij de Amerikaanse vlag poseert. Die laatsten zijn allemaal genomen met een Hasselblad-camera. In al die gevallen stond het ‘gouden vizier’ in z’n helm naar beneden, een beschermende laag die bedoeld was om het felle zonlicht tegen te houden. Daarom was z’n gezicht niet te zien. Maar NASA historicus Andrew Chaikin is er onlangs in geslaagd om op archiefbeelden van de Apollo 11 vlucht gedurende een fractie Armstrong met het gouden vizier ingeklapt te ontwaren. Bij Armstrong’s voeten ligt de grijparm waarmee hij stukken maansteen kon oppakken. Van dat fragment heeft Chaikin de beste ‘still’ uitgekozen, die een tikkeltje gephotoshopt en met bovenstaand resultaat als gevolg. Dit alles in het kader van Chaikin’s nieuwe boek ‘Voices from the Moon: Apollo Astronauts Describe Their Lunar Experiences’. Goh, dit is al het zoveelste bericht in korte tijd over de Apollo 11. Er komt zeker een jubileum aan of zo? ;-) Bron: CollectSpace.

Share

Nieuwe afstandsindicator reikt 3x zo ver

Komen ULP Cepheïden voor in M81?

Komen ULP Cepheïden voor in M81?

Al sinds het begin van de 20e eeuw gebruiken sterrenkundigen de veranderlijke sterren genaamd Cepheïden1 als afstandsindicatoren. Sinds Henrietta Swan Leavitt in 1912 ontdekte dat er een verband is tussen de periode van de Cepheïden en hun absolute lichtkracht heeft men ze als een soort van kosmische standaardkaars gebruikt. Het probleem is alleen dat men er alleen afstanden tot ongeveer 100 miljoen lichtjaar mee kan bepalen. Voor grotere afstanden zijn de Cepheïden gewoon niet helder genoeg. Maar een aparte klasse van Cepheïden, de zogenaamde Ultralange periode (ULP) Cepheïden, biedt volgens een recent onderzoek de mogelijkheid om de afstandsladder drie keer zo lang te maken en tot wel 300 miljoen lichtjaar. In eerste instantie werd van ULP Cepheïden gedacht dat hun stellaire evolutie dermate afweek van de klassieke Cepheïden dat ze onbruikbaar waren als afstandsindicator. Onderzoek van een team sterrenkundigen onder leiding van Krzysztof Stanek (Ohio State University) aan 18 ULP Cepheïden – die met massa’s variërend van 12 tot 20 zonmassa’s zeer zwaar mogen worden genoemd - heeft laten zien dat ze wel degelijk bruikbaar zijn om afstanden te bepalen. De onzekerheidsmarge in de uitkomsten zijn zo’n 10 á 20%, typisch voor dergelijke afstanden. Sinds kort zijn Stanek en z’n makkers bezig om ULP Cepheïden waar te nemen met behulp van de grootste binoculair ter wereld, de Large Binocular Telescope (LBT) in Arizona (VS). In het bekende spiraalstelsel M81 in Grote Beer (hierboven op de foto) zouden ze al enkele goede exemplaren hebben gevonden. Door verder onderzoek aan de ULP Cepheïden hoopt men de onzekerheid terug te kunnen schroeven. De presentatie van de gegevens over de ULP Cepheïden werd gisteren gedaan op de 214e bijeenkomst van de AAS, dat op dit moment even ‘t centrum van de Astrowereld is. Bron: Universe Today.

Noot:
  1. Genoemd naar het prototype van deze variabelen, δ Cepheï in het sterrenbeeld Cepheus. []
Share
canakkale canakkale canakkale balik tutma search canakkale vergi mevzuati bagimsiz denetim vergi mevzuati ozurlu engelliler