22 augustus 2017

Hoe kon WMAP de donkere energie meten?

Het ISW-effect in de CMB

Het ISW-effect in de CMB

Gisteravond bij m’n presentatie over donkere massa en energie bij Christiaan Huygens kwam de vraag aan de orde hoe de WMAP-satelliet1 in staat was om nauwkeurig de hoeveelheid donkere energie te meten in het heelal. De vijf-jaar-data van de WMAP laten zien dat op dit moment 72,6% van het heelal bestaat uit donkere energie. Hoe kan die info verkregen worden uit de data van WMAP, die gemeten werden tussen 10 augustus 2001 en

Noten
  1. De Wilkinson Microwave Anisotropy Probe, een satelliet die de kosmische microgolf-achtergrondstraling heeft gemeten, het overblijfsel van de hete oerknal. []

Reacties

  1. Hannes zegt:

    Knap dat men uit die data van WMAP een dergelijk klein hoekverschil kan meten.

    Wat ik mijzelf wel afvraag is of een hogere resolutie effect heeft op die metingen. Vergelijk de foto's van Spitzer en Herschel maar, het verschil is evident.
    De golflengte van microgolfstraling is immers nog langer dan die van infrarood licht. Er is dus nog meer "wazigheid" in de foto's van de CMB verhoudingsgewijs.

    Meer oplossend vermogen zouden die kleine hoekverschillen wel eens onbeduidend kunnen maken, afwachten dus mijns inziens.

    Maar ik ben geen expert!

  2. Hannes zegt:

    Overigens die "onbeduidende" 4 procent aan baryonische massa is wel altijd de rekenkundige basis voor de gehele interpretatie van die andere parameters: donkere materie en donkere energie.

    De aandacht bij rekenkundige processen gaat meestal uit naar de grootste rekenkundige noemer(s), in dit geval onbekenden.
    Zodra men natuurkundige processen vertaalt naar rekenkundige parameters hebben de natuurkundigen de neiging nadruk te leggen op variabelen met een grotere waarde.
    In het geval van donkere energie en donkere materie worden de variabelen dan ineens schijnbaar belangrijker dan de constante.

Laat wat van je horen

*