Nederlanders meten kosmische straling van supernovae
26 juni 2009 Door 2 Reacties
Utrechtse astronomen hebben voor het eerst metingen verricht die direct laten zien dat supernovaresten uitstekende deeltjes-versnellers zijn. In hun onderzoek, dat vandaag op Science Express wordt gepubliceerd, hebben ze data van ESO’s Very Large Telescope (VLT) in Chili gecombineerd met die van NASA’s Chandra Röntgensatelliet. Elke dag bombarderen talloze deeltjes uit de ruimte onze aardatmosfeer. Deze deeltjes zijn klein, bestaan voornamelijk uit protonen, bewegen met bijna de lichtsnelheid en hebben zeer hoge energieën: hoger nog dan de deeltjesversneller in Genève kan bereiken. Al eerder was aangetoond dat de overblijfselen van supernova’s kosmische deeltjes in de Melkweg tot enorm hoge energieën kunnen versnellen. De Utrechtse promovenda Eveline Helder en haar co-promotor Jacco Vink hebben nu voor het eerst een meting gedaan die direct aantoont hoeveel energie van het gas van de supernova wordt omgezet in kosmische straling. Dat blijkt meer te zijn dan 50 procent. Helder, Vink en collega’s keken naar een ster die explodeerde in het jaar 185, ergens ver in het Romeinse tijdperk en die is waargenomen door Chinese astronomen. Deze supernovarest, RCW 86 heet ‘ie, staat op 8.200 lichtjaar afstand in de richting van het sterrenbeeld Circinus (‘Passer’). Met behulp van de VLT deden ze metingen aan de temperatuur van het gas direct achter de schokgolf die door de supernova-explosie wordt gevormd. Ze bepaalden ook de snelheid van de schokgolf door twee opnames van Chandra te vergelijken. Het internationale team van sterrenkundigen ontdekte dat de schokgolf beweegt met 10 tot 30 miljoen kilometer per uur. De temperatuur van het gas blijkt 30 miljoen °C te zijn. Dat is veel minder heet dan de minimaal 500 miljoen °C die op basis van de snelheid van de schokgolf zou worden verwacht. Deze ontbrekende energie is de energie die zorgt voor de versnelling van de kosmische deeltjes. Bron: Nova.
29 Lyman-alpha kwakken in beeld gebracht
26 juni 2009 Door Reageer
Door een perfecte samenwerking van de Subaru telescoop, Hubble Space Telescope, Spitzer Space Telescope en tenslotte het Chandra X-ray Observatory zijn sterrenkundigen erin geslaagd om 29 zogenaamde Lyman-Alpha kwakken scherp te fotograferen. Ja, die term roept wat verwarring op – ik weet het – maar zoals ik eerder al heb betoogd spreken ze in de Engelstalige wereld van een Lyman-alpha Blob en vertaald is dat volgens mij toch echt een kwak. Het zijn het enorme wolken van waterstofgas, die zich kenmerken door de uitstraling van de Lyman-Alpha emissielijn. Die lijn in het electromagnetische spectrum, genoemd naar de ontdekker ervan, Theodore Lyman in 1906, wordt veroorzaakt door de recombinatie van electronen met geïoniseerde waterstofatomen. De emissielijnen worden bij de bron in het ultraviolette deel uitgezonden, maar door de roodverschuiving als gevolg van de uitdijing van het heelal, verschuift de lijn op naar het verre infrarood. Op de foto hierboven links zie je één zo’n Lyman-Alpha kwak en het aandeel van de verschillende telescopen in die foto is als volgt: de gele gedeelten zijn door de Subaru telescoop in beeld gebracht, wit is van de Hubble, rood van de Spitzer en blauw tenslotte komt van Chandra. Die blauw stip is ook meteen het interessante, want da’s vermoedelijk röntgenstraling afkomstig van een superzwaar zwart gat. Uit het onderzoek van de 29 kwakken komt naar voren dat de waterstofwolken, die ieder een paar honderduizend in lichtjaar groot kunnen zijn, vermoedelijk de eerste fase vormen in het ontstaan van sterrenstelsels. Waarschijnlijk zullen de zwarte gaten daardoor niet verder in omvang groeien. Hoe dat precies in z’n werk gaat is nog onderwerp van studie. De rechterschets in de afbeelding laat zien hoe zo’n Lyman-Alpha kwak er van dichtbij uitziet. Vanuit het centrale zwarte gat ontspringen twee enorme straalstromen met hoogenergetische straling die ieder een kant uitgaan. Bron: Chandra.


Social profiles Adrianus V