24 mei 2012

Zag de B-fabriek een supersymmetrisch deeltje?

Verval van deeltjes in Belle

Verval van deeltjes in Belle

Met de Belle deeltjesversneller in Tsukuba, Japan, knallen ze continue met hoge snelheid electronen en positronen tegen elkaar, waarbij miljoenen paren van zogenaamde B mesonen en anti-B mesonen worden gecreeërd. Om die reden noemen ze Belle ook wel de B-factory, de B-fabriek dus. Onlangs hebben ze bij die experimenten een asymmetrie in de resultaten gevonden die niet verklaard kan worden met het standaardmodel van de elementaire deeltjes. Af en toe – dat wil zeggen één keer per miljoen botsingen van een electron en positron – verandert zo’n B meson in een K* meson plus een deeltje/antideeltje. Dat laatste kan bijvoorbeeld opnieuw een electron en positron zijn of hun zwaardere neefjes het muon en anti-muon. Voor natuurkundigen is het belangrijk op te letten wat de richting is van die geproduceerde deeltjes. Het standaardmodel voorspelt al een asymmetrie in die richting, maar wat de natuurkundigen in de B-fabriek zagen was een kleine asymmetrie bóvenop die ‘standaard-asymmetrie’. In maar liefst 230 gevallen werd die extra asymmetrie waargenomen. Dit wijst er op dat bij het verval van de electronen en positronen naast het B meson nog een zeer massief, maar kortlevend deeltje wordt geproduceerd. Een dergelijk deeltje zóu de supersymmetrische partner van een gewoon elementair deeltje kunnen zijn, maar zeker is dit nog niet. Volgens de zogenaamde SUSY-theorie zouden àlle elementaire deeltjes een supersymmetrische partner hebben. Eén van die supersymmetrische deeltjes is het neutralino. En het leuke van dit alles is dat dàt neutralino op dit moment dé kandidaat is voor Donkere Materie! Kortom, de waarnemingen in de B-fabriek in het verre Japan hebben mogelijk een hint gegeven voor het bestaan van SUSY-deeltjes. Mmmmm, nou nog ergens een bevestiging vinden. Werk aan de winkel voor de Large Hadron Collider. :-) Liefhebbers van hardcore natuurkunde kunnen overigens hier (bijna 3 Mb) een uitgebreide beschrijving van de experimenten in de B-fabriek vinden. Bron: ScienceNews.

Share

Water op aarde en in de ruimte – de waterquiz van ESA/UNICEF

De waterquiz van ESA en UNICEFHet onderwijsteam van ESA Human Spaceflight en UNICEF lanceren samen een online quiz over water voor Europese kinderen van twaalf tot veertien jaar. De quiz hangt samen met de zes maanden lange OasISS-missie van ESA-astronaut Frank De Winne naar het internationale ruimtestation ISS. De Winne is goodwillambassadeur van UNICEF België. Het thema van de quiz is water op aarde en in de ruimte. UNICEF heeft op dit moment een campagne die WASH heet, over water en hygiëne. De campagne concentreert zich op het belang van schoon water voor het leven van de mens. Water is een belangrijke voorwaarde voor leven. Daarom is het ook van cruciaal belang voor de bemande ruimtevaart en toekomstige ontdekkingsreizen in de ruimte. Door deelname aan de waterquiz van ESA/UNICEF kun je meer te weten komen over water op aarde en in de ruimte en erachter komen wat ze met elkaar te maken hebben. Als de quiz is afgelopen onthult Frank de Winne het antwoord op de laatste vraag en kondigt hij de winnaar van de wedstrijd aan vanaf het internationale ruimtestation ISS. Dit telefoontje vanuit de ruimte wordt uitgezonden tijdens ISS Day, een onderwijsevenement dat naar verwachting plaatsvindt op 6 oktober in Brussel in België. Een paar uur na het evenement komt een opname van de Winne’s aankondiging beschikbaar op de ESA-website. Deelnemers moeten zich registeren om mee te kunnen doen, hetgeen sinds gisteren mogelijk is. De eerste vraag van de waterquiz wordt gepubliceerd op vrijdag 9 september. Op werkdagen wordt om de dag een nieuwe vraag gepubliceerd, om 16:00 Nederlandse tijd. In totaal zijn er tien vragen. De laatste vraag wordt op 30 september gepubliceerd. Volg het laatste nieuws op de website van ESA human spaceflight om de begindata en de wedstrijdregels te bekijken. Kortom jongelui: meedoen met die waterquiz! Nee, Willem-Alexander,  jij bent te oud. ;-) Bron: ESA.

Share

Verhouding lichte-zware sterren verschilt per sterrenstelsel

Een groep sterren ontstaat uit een gas- en stofwolk

Een groep sterren ontstaat uit een gas- en stofwolk

Er was een tijd dat alles nog eenvoudig was. In de jaren vijftig bijvoorbeeld was de gedachte van veel sterrenkundigen dat als sterren ontstaan door het samentrekken van gas- en stofwolken de verhouding tussen de lichte en zware sterren in zo’n groep altijd hetzelfde zou zijn. Het was met name de sterrenkundige Edwin Salpeter die dit betoogde en die stelde dat voor iedere ontstane ster die 20 keer zo zwaar als de zon is er ongeveer 500 sterren zouden ontstaan ter grootte van de Zon of iets lichter. Sinds die tijd spreekt men van de zogenaamde Initiële Massa Functie (IMF), waarmee wordt uitgedrukt hoeveel sterren ergens ontstaan van verschillende gewichtsklassen. Onderzoek van een groep sterrenkundigen onder leiding van Dr Gerhardt Meurer (Johns Hopkins University in Baltimore, VS) aan diverse sterrenstelsels heeft echter laten zien dat die IMF per sterrenstelsel verschilt. Meurer’s team gebruikte gegevens van sterrenstelsels uit de zogenaamde HIPASS Survey (HI Parkes All Sky Survey), die verkregen waren met de Parkes radiotelescoop in Australië. Het resultaat was dat er niet één overal geldende IMF is, maar dat in het ene stelsel meer zware sterren ontstaan en in het andere meer lichte sterren. Dwergsterrenstelsels bijvoorbeeld blijken veel meer lichte sterren te hebben dan volgens Salpeter’s IMF-norm het geval zou moeten zijn. Men denkt dat lokale invloeden, zoals de fysieke omgeving van de gas- en stofwolken, en dan met name de gasdruk daarin, van groot belang zijn voor het onstaan van lichte en zware sterren. Kortom, wat je op je tenen al voelde aankomen, namelijk dat de wereld iets complexer in elkaar zit dan men voorheen dacht, blijkt dus waar te zijn. :-) Bron: Eurekalert.

Share
canakkale canakkale canakkale balik tutma search canakkale vergi mevzuati bagimsiz denetim vergi mevzuati ozurlu engelliler