24 mei 2012

Een unieke foto van Ares I-X èn Atlantis

Ares I-X èn AtlantisZie hier een plaatje dat je waarschijnlijk nooit meer te zien krijgt: op de voorgrond de Ares I-X, in de startblokken van lanceerplatform 39B voor de lancering komende dinsdag, en op de achtergrond Space Shuttle Atlantis, op platform 39A voor de beoogde lancering van 16 november (missie STS 129). Atlantis, het ruimteveer van de oude generatie, versus Ares I-X, de proefraket die de toekomst van de Amerikaanse bemande ruimtevaart moet voorstellen. Vandaar dat het ook een symbolische foto is, oud versus nieuw. Waarom is de foto uniek en kunnen we ‘m over een poosje bij een volgende Shuttlevlucht niet opnieuw op de NASA website terugzien? Eenvoudig omdat het ná de testvlucht van de Ares I-X 27 oktober a.s.1 VIER jaar zal duren voordat de volgende testvlucht zal zijn, met de Ares I-Y. In 2010 maken we de laatste shuttlevluchten mee, misschien met een verlening van nog één jaar, maar dan is het ook echt afgelopen. Tussen pensionering van de shuttles en de volgende lancering van de Ares I-Y in 2014 zit minstens drie jaar. Ergo, de foto van Ares èn Atlantis is uniek, eentje waard op in te lijsten. Grote vraag is trouwens wel hoe de toekomst van die bemande ruimtevaart van de Verenigde Staten eruit ziet. Afgelopen week kwam de Augustine-Commissie met haar definitieve rapport (157 bladzijden, een voorlopige versie ervan verscheen in september dit jaar). In dat rapport wordt niet echt de loftrompet gestoken voor het Constellationprogramma, waar de Ares een onderdeel van is. Wie weet wordt de ontwikkeling van de Ares helemaal gestaakt en ook dat maakt bovenstaande foto wellicht uniek. Bron: Astroengine.

Noot:
  1. Waarvoor de weersverwachting 40% kans geeft dat de geplande lancering om 14.00 uur Nederlandse tijd doorgaat. []
Share

Bevinden wij ons in het centrum van het heelal?

De uitdijing van het heelal

De uitdijing van het heelal

In 1929 kwam Edwin Hubble met z’n beroemde wet, waarin hij stelde dat sterrenstelsels zich van elkaar verwijderen met een snelheid die evenredig is met hun onderlinge afstand. Hoe verder weg sterrenstelsels staan des te harder bewegen ze zich van ons vandaan. Wie de uitdijing van het heelal in de afbeelding hiernaast bekijkt ziet ogenblikkelijk de consequentie ervan: het lijkt alsof wij, ons Melkwegstelsel, zich in het centrum van het heelal bevindt en alle andere sterrenstelsels zich van ons vandaan bewegen1. Kan je daaruit de conclusie trekken dat wij ècht het centrum van het heelal vormen en dat het zogenaamde Copernicaanse principe – welke stelt dat wij, de mensheid, géén bijzondere positie innemen in het heelal – niet juist is? Nee, die conclusie mag je niet trekken. Aan de orde is namelijk dat van ieder punt van het heelal de expansie van het heelal ervaren wordt alsof dàt punt het centrum van die expansie is. Of je nou vanuit de Melkweg kijkt, vanuit het Andromedastelsel of vanuit een quasar tien miljard lichtjaar ver weg, overal wordt de expansie hetzelfde ervaren. Waar het om gaat is namelijk dat Hubble’s beschrijving gaat over de uitdijing van het heelal, niet van de sterrenstelsels in dat heelal. Het is de ruimtetijd van het heelal dat uitdijt en de sterrenstelsels bewegen mee, als de herfstblaadjes drijvend op het oppervlak van een vijver, waar iemand een steen in gooit en er vervolgens uitdijende rimpels ontstaan. In de lezing van Lawrence Krauss over het ontstaan van het heelal kwam ik enkele afbeeldingen tegen die perfect laten zien hoe die expansie de indruk kan doen ontstaan dat wij het centrum van het heelal zijn. [Lees meer...]

Noot:
  1. Afgezien van enkele lokale sterrenstelsels zoals het Andromedastelsel, die naderbij komen. []
Share

Is de lichtsnelheid wel constant?

Is de lichtsnelheid wel constant?De lichtsnelheid is de snelheid waarmee het licht en andere elektromagnetische straling zich voortplant en de waarde ervan bedraagt in vacuüm 299 792 458 m/s. Van de lichtsnelheid c wordt aangenomen dat ‘ie constant is en dat is ook het belangrijkste uitgangspunt van de speciale relativiteitstheorie van Albert Einstein. Niet alle natuurkundigen zijn er echter van overtuigd dat de lichtsnelheid echt constant is. Herman Weyl vroeg zich dat in 1917 al af en na hem nog een hele schare anderen, waaronder in 1992 de Canadees Johan Moffat. In 1998 kwam daar de Portugese natuurkundige João Magueijo met z’n varying speed of light (VSL) theorie bij1, die hij samen met Andreas Albrecht opstelde. Volgens Magueijro zou de lichtsnelheid ten tijde van de oerknal wel 60 ordes van grootte groter zijn geweest dan de huidige lichtsnelheid. Wat precies de snelheid van het licht is zou volgens Magueijo afhankelijk zijn van de energiedichtheid van het heelal. Daarbij zou een exponentiële expansie van het vroege heelal, zoals door het inflatiemodel voorgesteld, niet meer aan de orde zijn. De inflatietheorie geeft een oplossing voor het zogenaamde horizonprobleem2, maar met een hogere lichtsnelheid ten tijde van de oerknal is de inflatieperiode niet nodig. Over z’n theorie heeft Magueijo in 2003 een boek geschreven, Faster than the Speed of Light, waarvan je de voorkant hierboven ziet. Ik heb Vincent Icke op een lezing wel eens horen zeggen dat wie kan bewijzen dat de lichtsnelheid echt constant is (of juist niet) gegarandeerd de Nobelprijs voor de natuurkunde wint. Zover is Magueijo nog niet, het is slechts een hpothese. Wordt vervolgd. Bron: Daily Galaxy.

Noot:
  1. Hier een gezamelijk artikel van Moffat én Magueijo. []
  2. Het horizonprobleem houdt in, dat niet verklaard kan worden waarom de temperatuur van de kosmische achtergrondstraling uit tegenovergestelde richtingen gelijk is, nl. 2,73K. Vanuit de aarde gezien liggen die uitersten op een afstand van ongeveer 13 miljard lichtjaar, ten opzichte van elkaar is dat 26 miljard lichtjaar. Omdat die afstand te groot is om in de tijd sinds de oerknal door het licht te overbruggen is het een probleem om te verklaren waarom die gebieden op zo’n grote afstand toch eenzelfde temperatuur hebben. Bron: Wikipedia. []
Share

Ben je de maan aan ‘t filmen, gebeurt er dit…

maan en vliegtuigDonderdagavond zo rond een uur of half acht stond er zo’n mooi maansikkeltje te lonken laag aan de zuidelijke hemel dat ik het niet kon laten om daar een korte geïmproviseerde “webcamsessie” aan te wagen. Het zotte is nu dat ik deze keer mijn Newtonnetje in Dobsonconfiguratie heb gebruikt… was te lui om die zware EQ6 op te stellen… en ik was tevens ook te lui om mijn telescoop “echt buiten” te zetten… ofwel ik heb gewoon de voordeur open gezet en mijn kijker in de benedengang geplaatst… eigenlijk allemaal hardstikke fout vanwege de hevige luchtonrust die je krijgt door de warme lucht die uit de voordeur ontsnapt en de volgproblemen die je krijgt als je in “Dobson-mode” probeert die ene krater precies en zonder schokken op het midden van dat minuscule webcam-chippie probeert te houden “met de hand”… en dat alles dus bij 2.40 meter brandpunt (1.20 meter plus een 2x barlow). Dat altijd wat schokkerige Dobson volgen is nu mijn mazzeltje geworden want ik was net een seconde of 13 in een opname van 60 (een avi-filmpje van 60 seconden bij 10 frames per seconde) toen ik toch effe “ietsjes te ver uitschoot” bij het in het centrum proberen te houden van die twee mooie kraters (welke moet ik nog opzoeken)… en net op dat moment (19.45 uur) vloog dat tweemotorige passagiersvliegtuig pontificaal door mijn beeldveld… 8-O Zo’n “lucky shot” plan je echt niet…!! Kan je wel zeggen dat ik zelf zo ongeveer “supernova ging” toen dat monster… Jan’s voorwerp… ha..ha… echt precies midden door mijn beeldveld vloog!! Hieronder de beelden:

Share
canakkale canakkale canakkale balik tutma search canakkale vergi mevzuati bagimsiz denetim vergi mevzuati ozurlu engelliler