- Of is ‘t nou roze? Help me es. [↩]
Dìt is de gemiddelde kleur van het heelal
1 november 2009 Door 3 Reacties
Misschien dat je je de hele dag net als ik al afvroeg of er iets mis was met de APOD, de Astrophoto of the Day. Die van vandaag laat slechts één monotone kleur zien. Geen sterren, geen nevels, geen planeten, gewoon één beige kleur1. Wie het naschrift leest komt er echter achter dat deze kleur dè gemiddelde kleur van het heelal blijkt te zijn. Neem de kleur van alle sterren van het heelal, alle nevels en alle planeten, tel dat allemaal bij elkaar op en kijk wat er dan uitkomt als gemiddelde kleur. Net zoals een kleuter verf mengt op een tekenvel, alles door elkaar smeert en kijkt wat eruit komt. Van 200.000 sterrenstelsels uit de 2dF survey werd dat optelsommetje gedaan door Karl Glazebrook en Ivan Baldry en deze beige kleur kwam er als resultaat uit. Zou je ‘t tien miljard jaar geleden hebben gedaan, dan zou de uitkomst een stuk blauwer zijn geweest. Dat komt omdat er tegenwoordig meer rode sterren zijn, ouder en koeler, dan blauwe sterren, die jonger en heter zijn. Voor de gemiddelde kleur van het heelal is trouwens ook al een naam bedacht: Cosmic Latte! Wie het in een grafisch programma na wil zoeken: de kleurcode is #FFF8E7. De naam is bedacht door Peter Drum, toen hij bij Starbucks een latte aan het drinken was. Bij ons heet zo’n latte koffie verkeerd. Kosmische koffie verkeerd dus.
Bron: APOD.
Noot:
De eerste parallax-afstandsmeting tot een zwart gat
1 november 2009 Door Reageer
Met behulp van een serie radioschotels die samenwerken in VLBI1 verband heeft men voor het eerst nauwkeurig de afstand tot een zwart gat bepaald gebruikmakend van de zogenaamde parallaxmethode. De parallax is het verschijnsel dat de schijnbare positie van een voorwerp ten opzichte van de achtergrond varieert als men het vanuit verschillende posities bekijkt. Bekijkt men een relatief dichtbije ster op een bepaald moment vanaf de Aarde en een half jaar later opnieuw, als de Aarde aan de andere kant van de zon staat, dan zal de ster een tikkeltje verschuiven ten opzichte van de achtergrondsterren (zie afbeelding hiernaast). Uit die verschuiving valt de exacte afstand te meten, omdat de basis ervan, tweemaal de afstand Aarde-Zon, nauwkeurig bekend is. Op sterren wordt de methode al sinds 1861 toegepast, toen Friedrich Bessel de parallax van de ster 61 Cygni mat. Een team sterrenkundigen onder leiding van James Miller-Jones (NRAO), heeft nu voor het eerst de methode accuraat toegepast op een zwart gat. Het gaat om V404 Cygni, een dubbelstersysteem, waarvan één van de componenten een zwart gat is. Uit de VLBI-metingen blijkt dat de parallax 0,418 milliboogseconden is, hetgeen correspondeert tot een afstand van 2,39 kiloparsec. Die naam parsec houdt ook verband met de parallaxmethode, want hij is afgeleid van de termen parallax en boogseconde. Eén parsec is 3,26 lichtjaar, dus V404 Cyg ligt 7,79 lichtjaar van ons vandaan. Sterrenkundig gezien is dat net om de hoek. In 1989 werd een verhoogde lichtkracht waargenomen bij V404 Cyg. Omdat toen de afstand tot het systeem verder werd ingeschat ging men ervanuit dat er sprake was van een zogenaamde Super-Eddington lichtkracht - ik zal daar later nog wel es op terugkomen – maar met de recente schatting blijkt dat niet meer aan de hand te zijn geweest. Bron: Arxiv.
Noot:
- Very Long Baseline Interferometry. [↩]
Gammaflitser laat zien dat lichtsnelheid constant is
1 november 2009 Door 1 Reactie
Waarnemingen aan de op 10 mei 2009 ontdekte gammaflitser GRB090510 laten zien dat Einstein’s Speciale Relativiteitstheorie (SRT) gelijk had en dat de lichtsnelheid constant is. Alternatieve theorieën zoals de Loop Quantum Gravitatie (LQG) voorspellen dat de lichtsnelheid afhankelijk is van de energie van een deeltje. Zeer energierijke deeltjes zoals de fotonen van een gammaflitser, welke veroorzaakt wordt door bijvoorbeeld een supernova waarbij een zwart gat ontstaat, zouden dat dan volgens die theorieën merken aan hun snelheid. Om de testen of de SRT of de alternatieve quantum-zwaartekrachtstheorieën gelijk hebben onderzocht men alle 321 fotonen die waargenomen werden door de Fermi gammasatelliet van gammaflitser GRB090510. Eén van die fotonen had een energie van 31 miljard electronvolt, een andere één-tiende daarvan. Theorieën zoals de LQG zeggen dat dankzij de korrelachtige ruimtetijdstructuur de effecten van quantum-zwaartekracht zichtbaar zijn bij de extreem kleine Planckschaal, rond 10-35 meter. Energierijke fotonen zouden bij de grotere korrels die de LQG voorspelt meer af moeten wijken van de huidige gemeten lichtsnelheid en dat zou moeten resulteren in een iets langzamere snelheid. Ze zouden dus iets later moeten aankomen op de aardse detectoren dan hun minder energierijke partners. De uitkomst van het onderzoek was dat er inderdaad verschillen zijn in aankomsttijd, maar minder dan de meeste quantum-zwaartekrachtstheorieën voorspellen. Het team onderzoekers dat onder leiding stond van Sylvain Guiriec (NASA’s Marshall Space Flight Center) durft zelfs de uitspraak aan dat quantum-zwaartekracht op afstanden net iets groter dan de Planckschaal geen enkele rol speelt. Voor een uiteindelijke afrekening van de alternatieve quantum-zwaartekrachtstheorieën zijn echter nog meer waarnemingen nodig. Eén ding is duidelijk: Einstein’s SRT staat fier overeind. Bron: ScienceNews + NRC-Handelsblad, 31 oktober 2009.





Social profiles Adrianus V