24 mei 2012

Hoe houdt je zo’n killer-planetoïde tegen?

hoe breng je een planetoïde uit koers?

Gemiddeld eens per duizend jaar wordt de Aarde geraakt door een planetoïde van ≈70 meter doorsnede, vergelijkbaar met de planetoïde die de Tunguska-explosie in 1908 veroorzaakte. En mini-planetoïden van ≈7 meter doorsnede komen regelmatig vlak in de buurt van de Aarde, zoals op 6 november 2009 het geval was met planetoïde 2009 VA, of knallen er zelfs tegenaan, zoals op 7 oktober 2008 in Soedan gebeurde met planetoïde 2008 TC3. Kortom, het is goed als de grote ruimtevaartnaties eens gaan nadenken over de risico’s die we lopen met al die rondvliegende uit de kluiten gewassen kiezelstenen daarboven en hoe we die risico’s kunnen beperken. Rusland heeft onlangs laten weten na te willen denken over het gravitationeel afleiden van Apophis (Ø 270 meter), waarvan er een zeer kleine kans is dat ‘ie op vrijdag 13 april 2029 tegen de Aarde knalt. Dat afleiden brengt mij op een internet-pagina waar ik zojuist op stuitte – boem – en die ik zeer interessant vind, namelijk een artikel van Boston.com “How to stop a killer asteroid“.  Zeer boeiende pagina waarop precies aangegeven staat welke methoden er zijn om potentiële killer-planetoïden te veranderen in liefelijke, onschuldige stukjes ruimtesteen. Moet je echt even zien. Tip voor deze astroblog kwam via Twitter van Samuel Hawkins.

Share

Magnetisch veld Melkwegcentrum nauwkeurig gemeten

Het magnetisch veld van M51, een ander sterrenstelsel

Het magnetisch veld van het centrum van de Melkweg blijkt ongeveer tien keer sterker ze zijn dan dat van de rest van het Melkwegstelsel en is daarmee voor het eerst nauwkeurig gemeten. Zo’n 10% van de magnetische energie zit in een gebiedje 0,05% van de gehele Melkweg, aldus een onderzoeksgroep van diverse instituten, dat onder leiding stond van Roland Crocker. Het is een lastig klusje om het magnetisch veld te meten van iets dat zich 27.000 lichtjaar van je vandaan bevindt, maar Crocker en z’n team hebben die klus kennelijk geklaard. Op grond van waarnemingen van radio- en gammastraling afkomstig van het centrum van de Melkweg denken ze dat het magnetisch veld daar een sterkte van minstens 50 microgauss heeft. Vorige week hebben ze er een artikel aan gewijd in het Britse vakblad Nature. Vijftig microgauss, mmmm klinkt niet echt gigantisch groot, toch? Bron: Science Daily.

Share

In kosmisch speurwerk staan vrouwen hun mannetje

Henrietta Leavitt

Even wat huis-tuin-en-keuken-psychologie op de vroege zondagmorgen. Het is opvallend hoe vaak ontdekkingen worden gedaan door vrouwen, die gebaseerd zijn op minutieus speurwerk, onder andere op foto’s van de sterrenhemel. Ik heb het dan over foto’s die op twee verschillende momenten zijn gemaakt en die ergens een minuscuul verschil laten zien, een lichtpuntje dat op de ene foto wel en op de andere niet te zien is of dat licht verplaatst is. Ik heb es even zitten puzzelen en heb zo on the fly al zeven vrouwen op een rijtje gezet die door dat speurwerk ontdekkingen hebben verricht:

  • Caroline Herschel (1750-1848): yep, de zus van William Herschel. Zij heeft natuurlijk geen gebruik gemaakt van foto’s, maar door speurwerk met een telescoop heeft zij talloze kometen en nevels ontdekt.
  • Henrietta Leavitt (1868-1921): middels bestudering van talloze fotografische platen heeft zij de de relatie gevonden tussen helderheid en variatieperiode van de veranderlijke sterren Cepheïden. Op basis van die relatie kan men de afstand tot de Cepheïden bepalen, hetgeen voor sterrenkundigen een goede afstandsmaat oplevert.
  • Jocelyn Bell Burnell: zij ontdekte in juli 1967 aan de hand van ellenlange uitdraaien van radiowaarnemingen PSR B1919+21, de allereerst ontdekte pulsar in het sterrenbeeld Vosje, met een periode van 1,3373 seconden.
  • Ingrid van Houten-Groeneveld: samen met haar man Cornelis Johannes van Houten heeft zij vele planetoïden ontdekt. Tom Gehrels nam de foto’s ergens in de VS en stuurde ze vervolgens naar Leiden waar het astronomenechtpaar de platen bestudeerde. In totaal hebben zij 4365 planetoïden ontdekt. 8-O
  • Linda Morabito: ontdekker van de allereerste vulkaan op de maan Io van Jupiter. Op 8 maart 1979 ontdekte zij op een foto (zie hieronder) genomen met de Voyager 1 van Io een klein pluimpje, welke van de vulkaan Pele afkomstig bleek te zijn. 
  • Hanny van Arkel: ontdekker van Hanny’s Voorwerp, behoeft geen verdere introductie, lijkt mij. 
  • Els Baeten: net als Hanny van Arkel deelneemster aan de Galaxy Zoo. Daarbij worden geen fotografische ‘platen’ meer bestudeerd, maar foto’s die online te zien zijn. Els heeft talloze ‘groene erwten’ ontdekt, compacte sterrenstelsels die een extreem hoge stervorming kennen. Hun kleur hebben ze te danken aan een sterke optische emissielijn veroorzaakt door geïoniseerd zuurstof (O III).

Io met de pluim van de vulkaan Pele

Afijn, de grote vraag is natuurlijk waarom vrouwen zo goed zijn in dat speurwerk. Mannelijke collega’s vinden het maken van de foto’s kennelijk belangrijker en besteden dat speurwerk liever uit aan vrouwen. Er zal vast één of andere evolutionaire verklaring voor dit verschijnsel zijn, die misschien valt terug te voeren op de oertijd van den menschheidt. Mannen die op jacht gaan, vrouwen die thuis meer aandacht vragende werkzaamheden hebben. Zoiets, zucht… Hebben jullie er enige verklaring voor?

Share
canakkale canakkale canakkale balik tutma search canakkale vergi mevzuati bagimsiz denetim vergi mevzuati ozurlu engelliler