24 mei 2012

Donkere materie in verre clusters ‘blootgelegd’

röntgenstraling in het COSMOS-veld

Dat zo’n 23% van het gehele heelal uit de zogenaamde donkere materie bestaat is inmiddels wel bekend. Dat die mysterieuze materie gravitationele invloed uitoefend op de gewone materie (sterren, planeten, jij en ik, etc…) is ook bekend: bij nabije clusters van sterrenstelsels kan die invloed gezien worden door het gravitationele lenseffect, waarbij de verborgen donkere materie zorgt voor verbuiging van licht van verderweg staande sterrenstelsels. Met de Europese XMM-Newton röntgentelescoop is nu voor het eerst dat gravitationele lenseffect dat veroorzaakt wordt door donkere materie ook waargenomen bij ver weg staande clusters van sterrenstelsels. En daarmee kan voor het eerst ook de evolutie van (clusters van) sterrenstelsels gevolgd worden, welke sterk beïnvloed wordt door die donkere materie. Wat men in het zogenaamde COSMOS onderzoek gedaan heeft is kijken naar de effecten van de ‘zwakke gravitationele lenseffecten’, waarbij de vorm van een sterrenstelsel door de aanwezigheid van veel materie een tikkeltje verbuigd. Die verbuiging noemt men shear en die is voor één afzonderlijk sterrenstelsel niet te meten. Voor een groep sterrenstelsels in een cluster is dat statistisch wel mogelijk, maar dan moet exact bekend zijn waar het centrum van de (donkere) massa van een cluster zich bevindt.

Yep, COSMOS-XCL095951+014049

Met de XMM- Newton kan men op basis van waarnemingen aan de röntgenstraling van de clusters dat centrum precies lokaliseren (zie afbeelding hiernaast) en zodoende kan men de shear meten. De satelliet keek specifiek naar één gebiedje aan de hemel van twee vierkante graad grootte en dat werd geheel uitgeplozen. Naast de XMM-Newton keken ook andere telescopen naar dat gebied, o.a. de Hubble ruimtetelescoop. Resultaat van al het onderzoek is nu dat voor de verre cluster genaamd COSMOS-XCL095951+014049 precies bekend is welk sterrenstelsel daarvan het midden vormt. Voor wie ‘t in z’n eigen telescoop nog eens na wil zoeken: dat centrum ligt op RA: 149,96413, Dec: 1,68033. :-D Tot zover de donkere materie in verre clusters. Nu even een wijntje opentrekken en dan kijken naar de Olympische Spelen: 1500 meter voor vrouwen. Dames zet ‘m op! :-D Bron: ESA.

Share

Zucht, K2 doet moeilijk…

Zucht, het zou eens niet het geval zijn. Gisteren was ik aan ‘t experimenteren met Buddypress, maar dat ging niet zo gemakkelijk. Toen K2 (WordPress thema) teruggeplaatst, maar die begon ook te hikken. Gevolg is o.a. dat diverse menu’s niet meer werken, zoals de dossiers en het archief. Zucht… wordt vervolgd.

Share

Meeste ‘allochtone’ manen van reuzenplaneten vergaan

Bezorgden 'allochtone manen' Japetus z'n uiterlijk?

De Aarde heeft één maan, de gasreuzen Jupiter, Saturnus, Uranus en Neptunus hebben er tientallen. Maar vermoedelijk hadden ze niet lang na hun ontstaan, 4,6 miljard jaar geleden, nog véél meer manen. Naast de manen met reguliere, regelmatige banen om de reuzenplaneten, waren er ook talloze manen met onregelmatige banen, die elliptisch waren, grote hoeken met het evenaarsvlak van de planeet maakten en soms zelfs in een richting draaiden die tegengesteld was aan de aswenteling van de planeet. De eerste categorie manen, met de regelmatige banen dus, was ontstaan uit het restmateriaal rondom de planeten, de tweede, onregelmatige, categorie waren ingevangen manen, ‘allochtone manen’ genoemd, die afkomstig waren uit de schijf van oermaterie rondom de Zon. In die wolk van allochtone manen om de planeten heen was de kans op botsingen erg groot en computersimulaties laten zien dat door die botsingen zo’n 99% van die manen door botsingen tot puin en stof is uiteengevallen. Dat puin en stof spiraliseerde vervolgens naar de planeet toe, waarbij een deel viel op de regelmatige manen. Dat zou verklaren waarom manen zoals Callisto (bij Jupiter), Titan en Japetus (bij Saturnus) en Oberon en Titania (bij Uranus) zoveel donker materiaal én grote kraters op hun oppervlak hebben. Bron: NRC-Handelsblad, 20 februari 2010.

Share

Een voorproefje van de scheervluchten van JEO langs Io

JEO vliegt langs Io

De bedoeling is dat ergens rond februari 2020 een Amerikaans/Europese missie genaamd Europa Jupiter System Mission (EJSM) naar Jupiter vliegt en daar december 2025 aankomt1. Eén van de onderdelen van EJSM is de Jupiter Europa Orbiter (JEO), die zoals de naam al doet vermoeden gericht is op de studie van de maan Europa. Maar die maan is niet het enige doel, want de vulkanisch actieve maan Io zal ook diverse malen middels een scheervlucht bezocht worden. Jason Perry van de Gish Bar Times heeft met het programma Celestia vier van die scheervluchten - te weten Io-0, Io-1, Io-2 en Io-4; geen idee waarom Io-3 niet – gesimuleerd en dat in een mooie video gepropt:

Met name de tweede (Io-1) en vierde scheervlucht (Io-4) zijn zeer boeiend om te bekijken, want ze gaan vlak langs het oppervlak van Io. In de video krijg je echt de indruk dat de JEO tegen Io zal kwakken. Io-1 zal vermoedelijk op 9 juli 2026 plaatsvinden (schrijf ‘t vast op in je agenda) en JEO zal dan over de vulkaan Amirani vliegen, op een hoogte van 300 km. Op 27 december 2026 vindt Io-4 plaats en JEO zal dan tot 75 km (!) van Io vliegen, waarbij het gebeurgte Tohil Mons wordt gepasseerd.  Kortom, dat worden nog leuke tijden in 2026. Ik kan bijna niet wachten. :-) Bron: Gish Bar Times.

Noot:
  1. NASA en ESA hebben voor deze missie februari 2009 toestemming gegeven, al moeten enkele onderdelen nog goedkeuring krijgen. []
Share

Video: Superpartners bij de LHC

Ik stuitte vandaag op deze grappige video over de wereld van supersymmetrische deeltjes, waar men wellicht op gaat stuiten in de Large Hadron Collider. Wat ze zingen is amper te verstaan, maar gelukkig is er ondertiteling bij:

De video is gemaakt door het duo Don Garbutt en Leif Baker en ze hebben gebruik gemaakt van een Arturia Moog Model V met een Roland synthesizer. ‘t Is maar dat je het weet. De LHC gaat overigens vanaf komende donderdag – 25 februari 2010 – weer in gebruik en de botsingsenergie die ze daarbij willen bereiken bedraagt 7 TeV. Da’s de helft van de 14 TeV die theoretisch mogelijk is en die ze ergens in 2013 hopen te bereiken. Bron: Motl’s Blogspot.

Share

De keuze is donkere energie, exoplaneten of de zon

Euclid

De Europese ruimtevaartorganisatie heeft laten weten dat in de ‘wedstrijd’ genaamd Cosmic Vision, bedoeld om voorstellen voor twee wetenschappelijke missies te honoreren er nog drie voorstellen zijn overgebleven. Op 18 februari j.l. maakte de ESA de voorstellen die de finale – officiëel de definition phase – hebben gehaald bekend: Euclid, PLAnetary Transits and Oscillations of stars (PLATO) en de Solar Orbiter. Euclid beoogt om de donkere energie te bestuderen, door te kijken naar de verdeling van sterrenstelsels. PLATO gaat op zoek naar exoplaneten, met name de aardachtige exoplaneten én hij kan ook ìn het binnenste van sterren turen door ‘seismische rimpels’ aan het oppervlak van die sterren te bekijken. De Solar Orbiter gaat de Maan eh… de Zon bestuderen en dat dat ‘ie door zeer dichtbij de Zon te gaan vliegen. Z’n afstand tot de centrale verwarming van het zonnestelsel wordt slechts 62 zonnestralen (ca. 43 miljoen km). Da’s bìnnen de baan van Mercurius, die 57 miljoen km verwijderd is van de Zon. Meer over de Solar Orbiter – die vast en zeker in een soort vrieskist wordt ingebouwd – zie je in ‘t volgende filmpje:

Halverwege volgend jaar zal de ESA de knoop doorhakken en tussen de drie finalisten twee missies aanwijzen die doorgaan. We wachten het rustig af. Bron: ESA en Universe Today.

Share
canakkale canakkale canakkale balik tutma search canakkale vergi mevzuati bagimsiz denetim vergi mevzuati ozurlu engelliler