24 mei 2012

Morgen keert de Atlantis terug op Aarde

23 mei verliet Atlantis voor het laatst het ISS

Morgen – woensdag 26 mei op mijn kalender – om 14.48 uur Nederlandse tijd zal de Space Shuttle Atlantis landen op Kennedy Space Center (KSC) in Florida, tenminste als het weer meewerkt. Volgens weerkundigen is er een kans van 50% dat ‘t op dat moment doorgaat, want er nadert wel een buiencomplex. De mogelijkheid bestaat dus dat het later wordt óf dat uitgeweken wordt naar Californië, waar het altijd mooi weer schijnt te zijn. Aan boord van de Atlantis zijn commandant Ken Ham, piloot Dominic “Tony” Antonelli en missiespecialisten Garrett Reisman, Piers Sellers, Stephen Bowen en Michael Good. Tesamen het team vormend van missie STS-132. Ná deze missie gaat de Atlantis met pensioen, al zou ‘ie in theorie nog één keer op kunnen stijgen als hij in de startblokken staat als reddingsmissie STS-335 voor de allerlaatste STS-134 missie van de Endeavour, maar in de praktijk is het nog nooit voorgekomen dat zo’n Launch on Need (LON)-missie ook echt nodig was. Gelukkig maar en laten we hopen dat het ook die allerlaatste keer niet nodig is. Kortom, morgenmiddag allemaal aan de NASA-tv-buis gekluisterd om de allerlaatste landing van de Atlantis te volgen.  Bron: Space.com.

Share

Wat veroorzaakte de uitbarsting van M31* in 2006?

De uitbarsting van M31*

Net als ons eigen Melkwegstelsel heeft het Andromedasterrenstelsel (M31) in haar kern een superzwaar zwart gat. Massa van ‘ons’ zwart gat: 4,31 miljoen zonmassa’s, massa van ‘hun’ zwarte gat:  30 tot 50 miljoen zonmassa’s. Oeps, altijd baas boven baas! Ondanks hun gigantische massa zijn beide zwarte gaten relatief rustig, in tegenstelling tot hun soortgenoten in de kernen van quasars, actieve sterrenstelsels. Niet voor niets dat ze allebei anti-quasars worden genoemd. Maar in 2006 was ook M31*, zoals het centrale zwart gat van het Andromedastelsel wordt genoemd, een poosje actief. Op 6 januari van dat jaar werd met behulp van NASA’s röntgensatelliet een uitbarsting waargenomen in röntgenlicht van M31*, waarbij diens lichtkracht wel honderd keer zo sterk werd. De dagen erna nam de lichtkracht af, maar bleef gedurende het grootste deel van 2006 nog wel tien keer sterker dan vóór 2006. Sterrenkundige Zhiyuan Li (Harvard-Smithsonian Center for Astrophysics in Cambridge, Massachussets/VS) denkt dat er in 2006 sprake moet zijn geweest van invallende materie in 2006,  bijvoorbeeld gas van een nabije ster, waardoor de accretieschijf rondom M31* geactiveerd werd. De specifieke uitbarsting van 6 januari 2006 zou wellicht te wijten zijn geweest aan verschillende delen van het magnetische veld rondom M31*, die ‘kontakt’ kregen en elkaar plots versterkten. Li kwam met z’n verhaal op de 216e bijeenkomst van de American Astronomical Society (AAS), die momenteel in Miami in Florida wordt gehouden. Bron: Eurekalert.

Share

Niet alle planetenstelsels zijn keurig geordend

Het Upsilon Andromedae stelsel

In ons zonnestelsel draaien alle acht planeten keurig netjes in dezelfde richting om de Zon en dat doen ze ook nog eens in hetzelfde baanvlak. Aangezien het zonnestelsel over het algemeen gezien wordt als ontstaan uit een langzaam roterende, inkrimpende en steeds platter wordende gas- en stofwolk zou je kunnen denken dat àlle planetenstelsels bij andere sterren ook zo keurig netjes geordend zijn. Maar als je naar het planetensysteem rondom de ster Upsilon Andromedae A kijkt dan is dat maar de vraag. Het is een wit-gele ster 44 lichtjaar ver weg in het sterrenbeeld Andromeda – hóe verrassend – en hij is ietsje massiever en lichtsterker dan onze Zon. Om Upsilon Andromedae A cirkelen drie exoplaneten, Upsilon Andromedae b, c en d genaamd, en wellicht is er zelfs nog een vierde exoplaneet, puntje puntje puntje ‘e’ dus, maar die is nog onbevestigd. Recent onderzoek van een groep sterrenkundigen onder leiding van Barbara McArthur (Universiteit van Texas) met behulp van de Hubble ruimtetelescoop plus een bataljon aan aardse instrumenten heeft laten zien dat Upsilon Andromedae c en d baanvlakken hebben die 30º ten opzichte van elkaar verschillen (zie afbeelding). Niks keurig netjes in één en hetzelfde baanvlak, grote verschillen. Van c en d hebben ze ook de massa kunnen meten, 14 resp. 10 keer de massa van Jupiter. Grote vraag is natuurlijk of het U And-stelsel de bekende uitzondering op de regel (=wij dus) is of dat wij (=zonnestelsel dus) de uitzondering zijn? [Lees meer...]

Share

Een prachtige ‘hole in one’ op de Maan

Een mooie 'hole in one' op de Maan

Op de afbeelding een stukje van de krater Henry Frères (Ø 42 km) op de Maan, gefotografeerd op 7 maart 2010 door NASA’s Lunar Reconnaissance Orbiter (LRO). Schitterende foto met een verbluffende resolutie – de kleinste rotsblokken zijn nog geen meter in doorsnede – en waar het om gaat is natuurlijk dat spoor dat van links naar rechts loopt en dat midden op de foto net boven een krater eindigt. In deze krater, die een diameter van zo’n 60 meter heeft, ligt een groot rotsblok, tien meter in doorsnede, zeg één huis van drie verdiepingen groot. Het is niet te zien, maar de helling loopt zo dat links hoger is dan rechts. Vermoedelijk lag dat rotsblok ooit hoog op de kraterwand en tuimelde hij naar beneden door de nabije inslag van een meteoriet òf door een maanbeving. Vervolgens maakte hij dat spoor, waarbij je kunt zien dat het niet aaneengesloten is en dat het dus af en toe stuiterde en door de ‘lucht’ zweefde. Tenslotte kwam ‘ie tot stilstand in de krater. Há, probeer je daar maar eens een voorstelling van te maken. Phil Plait, de Bad Astronomer, heeft op z’n blog een uitvoerige beschrijving gemaakt van deze ‘hole in one’ en ook van overige details op de foto. Echt de moeite waard om die te lezen! Trouwens, dàt er rollende stenen op de maan voorkomen had ik eerder al beschreven, voorzien van een mooie foto van twee van die ’rolling stones’. Bron: Bad Astronomy.

Share
canakkale canakkale canakkale balik tutma search canakkale vergi mevzuati bagimsiz denetim vergi mevzuati ozurlu engelliler