Er waren gisteren veel nieuwe bezoekers op de Astroblogs. Komen er normaal zo’n 1500 tot 2000 bezoekers per dag (af en toe met uitschieters naar boven en naar beneden), gisteren was er echt topdrukte. Ik had die dag in totaal 6864 bezoekers. Allemaal te danken aan twee gebeurtenissen die plaats vonden, namelijk de vuurbol die dinsdagmorgen overal in Nederland te zien was en de zonnestorm, die wellicht voor Noorderlicht in Nederland zou zorgen. Betekent een nieuw record, want m’n vorige stamde uit augustus 2009, toen zo’n 6500 mensen wilden weten hoe het met de Perseïden ging.
Druk dagje gisteren
De super-zonnestorm van 1859

Richard Carrington en de door hem geschetste zonnevlek waaruit de super-zonnestorm van 1859 tevoorschijn kwam
Naar aanleiding van de zonnestorm die maandagochtend door de zon werd uitgebraakt en die gisteren in Noord-Europa voor prachtige taferelen van Noorderlicht zorgde is er veel discussie gaande over de vraag welke schadelijke gevolgen zo’n storm voor de aarde heeft. Ik zag gisteravond de bekende wetenschapsjournalist Govert Schilling bij Paauw en Witteman en daar legde hij op kundige en begrijpelijke wijze uit wat zo’n storm precies is en welke effecten het kan hebben. Hij noemde daarbij de zonnestorm van 1859, die de boeken in is gegaan als de grootste zonnestorm die we hebben waargenomen. Goed om even bij die superstorm – die ook wel bekend staat als de Carrington Super Flare – stil te staan. In 1859 was de tiende cyclus van zonneactiviteit gaande1 en van 28 augustus tot 2 september waren diverse grote zonnevlekken zichtbaar, die waargenomen werden door Richard Christopher Carrington, een Engelse amateur-sterrenkundige. Op 1 september zag hij een reusachtige zonnevlam, die een grote wolk gasdeeltjes de ruimte in blies, iets wat we tegenwoordig een Coronal Mass Ejection (CME) noemen. 18 uur later kwam de storm al bij de aarde aan, hetgeen zeer snel is. Een eerdere CME had de weg min of meer vrijgebaand voor deze CME.
Op 1, 2 en 3 september was wereldwijd aurora2 te zien en dat moet daverend zijn geweest om te zien. Normaal is aurora beperkt tot de hogere breedtegraden, maar die dagen was het zelfs in het Carïbisch gebied te zien. Mijnwerkers in de VS die ‘s nachts buiten waren konden door het licht van de aurora de krant lezen. Naast mooie taferelen waren er ook schadelijke effecten van de superstorm. De electromagnetische straling zorgde er bijvoorbeeld voor dat het communicatieverkeer – dat toen nog via de telegraaf verliep, het internet van die tijd – ernstig werd verstoord. Medewerkers van de telegraaf kregen soms schokken, sommige telegraafpalen gaven vonken af of vlogen in brand en sommige telegrafen bleven maar signalen doorgeven, terwijl de stroom was afgesloten. Grote vraag is natuurlijk wat er zou gebeuren als een dergelijke zonnestorm vandaag de dag zou gebeuren en de aarde zou treffen. Vorig jaar wijdde National Geographic er een artikel aan en samengevat komt het er op neer dat zo’n storm catastrofaal voor ons communicatieverkeer kan zijn. Satellieten die voor communicatie zorgen zouden ernstig verstoord raken, inclusief de GPS-satellieten die voor de navigatie zorgen. Ook zouden energiecentrales kunnen uitvallen, zoals in 2003 in Quebec gebeurde, en er kan daarin een soort van kettingreactie ontstaan, waarbij de een na de andere centrale uitvalt. De centrales kunnen daardoor geen electriciteit leveren en wat dat voor allesomvattend effect heeft kan je zelf wel raden. Afijn, de zonnestorm van afgelopen maandag moeten we maar als een goede waarschuwing zien. In 2013 zal de zon in de 24e cyclus zijn maximum meemaken en dan zóu zo’n grote zonnestorm á la de Carrington Super Flare mogelijk zijn. Het wordt dringend tijd dat verantwoordelijken maatregelen nemen om zo´n storm te kunnen weerstaan. Werk aan de winkel!
Bron: Wikipedia.
Tatataratáááá, de allereerste supernova van 2012: SN 2012A
Bron: Bad Astronomy + Recente supernovae.
Astronomen vinden kleine exoplaneet die aan het verdampen is
Astronomen hebben bewijs gevonden voor een exoplaneet ter grootte van Mercurius die voor ons ogen aan het verdampen is, zo blijkt uit waarnemingen die zijn verricht met de Kepler ruimtetelescoop. Als dit bevestigd kan worden, is dit de eerste keer dat men een rotsachtige exoplaneet gevonden heeft die aan het verdampen is. Men heeft eerder al een gasplaneet gevonden die iets soortgelijks doormaakt.
Het bestaan van de planeet is afgeleidt uit waarnemingen die zijn verricht bij de ster KIC12557548, die iets kleiner is dan de zon. Iedere 15,685 uur dimt het licht van de ster een beetje. Dat betekent dat een begeleider voor de ster langs trekt. In tegenstelling dat alle andere “transits” (overgangen) die Kepler heeft waargenomen, varieert deze van omloopbaan tot omloopbaan. Computerberekeningen laten zien dat de beste oplossing voor deze bizarre veranderlijke “transits” bestaat uit een rotsachtige planeet, ter grootte van Mercurius, die rechtstreeks in gas verandert. Hierbij wordt de planeet (die normaal gesproken te klein is om door Kepler te worden waargenomen) omhuld door een grote wolk van minerale dampen.
De afstand tussen de planeet en de ster bedraagt slechts 1% de afstand tussen de aarde en de zon, waardoor de temperatuur aan het oppervlak van de planeet zo’n 2000 graden Celsius bedraagt. Dit is voldoende om mineralen als pyroxeen en olivijn te laten verdampen. Dit zijn algemene bouwstenen van rotsachtige planeten. Het gevolg is een gigantische dampwolk rondom de planeet, die op een soortgelijke manier ontstaat als de staart van een komeet. Het is mogelijk dat de planeet zelf behalve een wolk ook een komeetachtige staart heeft, hoewel deze niet is waargenomen. Berekeningen laten zien dat de planeet binnen 200 miljoen jaar (een oogwenk op kosmische tijdschaal) compleet verdwenen zal zijn.
Bovendien laat het lot van de planeet zien wat in de toekomst met ‘onze’ Mercurius zal gebeuren. Als de zon over een paar miljard jaar opzwelt tot een rode reus, zal Mercurius op een soortgelijke manier gaan borrelen en verdampen als de planeet die door Kepler is ontdekt, en een soortgelijke wolk en/of staart gaan vormen. Er bestaan ook alternatieve verklaringen voor de waarnemingen van Kepler. Vandaar dat het verantwoordelijke wetenschapsteam graag de Hubble ruimtelescoop zou willen gebruiken om een spectrale analyse te maken van de wolk. Als hieruit blijkt dat deze bestaat uit elementen als silicium en magnesium (waaruit je rotsen kunt maken), is dat een bevestiging van de “verdampende planeet”-theorie.
Bron: New Scientist.
Zwarte gaten breken stervorming in zwaarste sterrenstelsels af

Met behulp van de APEX-telescoop hebben astronomen een sterk verband gevonden tussen de krachtigste uitbarstingen van stervorming in het vroege heelal en de zwaarste sterrenstelsels van nu. De hevige stervorming in de sterrenstelsels werd abrupt afgebroken, waardoor ze eindigden als de huidige zware – maar passieve – stelsels van ouder wordende sterren. De astronomen hebben ook de waarschijnlijke oorzaak voor het plotselinge einde van de ‘starbursts’ ontdekt: de opkomst van superzware zwarte gaten. Astronomen hebben waarnemingen van de LABOCA-camera van de door ESO beheerde 12-meter Atacama Pathfinder Experiment-telescoop (APEX) gecombineerd met metingen die verricht zijn met onder meer ESO’s Very Large Telescope en NASA’s Spitzer Space Telescope. Het doel was om te onderzoeken in hoeverre heldere, verre sterrenstelsels zich in groepen of clusters hebben verzameld. Hoe sterker sterrenstelsels geclusterd zijn, des te omvangrijker zijn hun halo’s van donkere materie – de onzichtbare materie die het overgrote deel van de massa van een sterrenstelsel vormt. De nieuwe resultaten zijn de meest nauwkeurige clustermetingen die ooit bij dit soort stelsels zijn gedaan. De sterrenstelsels zijn dermate ver weg dat hun licht er ongeveer tien miljard jaar over heeft gedaan om ons te bereiken. We zien hen dus zoals ze ongeveer tien miljard jaar geleden waren. De stelsels liggen allemaal in een gebied aan de hemel dat Extended Chandra Deep Field South heet, gelegen in het zuidelijke sterrenbeeld Oven (Fornax). Hieronder een video, waarin wordt ingezoomd op dat stukje aan de hemel.
In deze momentopnamen van het vroege heelal ondergaan de stelsels de meest intensieve vorm van stervorming die we kennen: een starburst. Door de massa’s van de halo’s van donkere materie rond de sterrenstelsels te meten, en computersimulaties te gebruiken die laten zien hoe zulke halo’s in de loop van de tijd groeien, hebben de astronomen ontdekt dat deze verre starburststelsels uit de begintijd van het heelal uiteindelijk zijn veranderd in elliptische reuzenstelsels – de zwaarste sterrenstelsels in het huidige heelal. “Het is voor het eerst dat we zo’n duidelijk verband hebben gevonden tussen de meest energierijke starburststelsels in het vroege heelal, en de zwaarste sterrenstelsels van nu”, aldus Ryan Hickox (Dartmouth College, VS, en Durham University, VK). Verder wijzen de nieuwe waarnemingen erop dat de heldere starbursts in deze verre sterrenstelsels slechts honderd miljoen jaar duren – erg kort naar kosmologische begrippen. Toch slagen de stelsels erin om in die korte tijd hun aantallen sterren te verdubbelen. Het plotselinge einde aan deze snelle groei is een van de dingen in de geschiedenis van sterrenstelsels die astronomen nog niet helemaal begrijpen. “We weten dat zware elliptische sterrenstelsels lang geleden nogal plotseling stopten met het produceren van sterren, en nu passief zijn. En wetenschappers vragen zich af wat krachtig genoeg kan zijn om de starburst van een compleet sterrenstelsel af te breken”, zegt teamlid Julie Wardlow (o.a. University of California at Irvine, VS). De resultaten van het team hebben een mogelijke verklaring opgeleverd: in dat stadium van de kosmische geschiedenis vertonen starburststelsels ongeveer dezelfde clustering als quasars, wat erop wijst dat ze zich in dezelfde halo’s van donkere materie bevinden. Quasars behoren tot de meest energierijke objecten in het heelal: het zijn galactische bakens van intense straling die worden aangedreven door een superzwaar zwart gat in hun kern. Er zijn steeds meer aanwijzingen dat de intense starbursts enorme hoeveelheden materie naar het zwarte gat toevoeren. Hierdoor zendt de quasar op zijn beurt krachtige uitbarstingen van energie uit, waarvan wordt aangenomen dat zij het nog in het sterrenstelsel aanwezige gas – het bouwmateriaal voor nieuwe sterren – wegblazen. Hierdoor valt het stervormingsproces stil.
Bron: ESO.



Social profiles Adrianus V