23 augustus 2017

Reusachtige sterrenstelsels eten van twee walletjes

Voorbeeld van een lichtring. Het licht is afkomstig van vergelegen object, waarvan het licht is vervormd door een “lens” op de voorgrond (niet zichtbaar). De grootte en vorm van de lichtring kan ons meer vertellen over de eigenschappen van de lens. Klik voor een veel grotere versie.

Astronomen hebben ontdekt dat de centra van grote sterrenstelsels in de loop van de tijd steeds compacter worden. Dat betekent dat de grootste sterrenstelsels in het heelal, de zogenaamde elliptische reuzenstelsels, regelmatig met elkaar in botsing moeten zijn gekomen. Dit staat haaks op eerdere onderzoeken, die hebben uitgewezen dat elliptische reuzenstelsels juist groeien door het opslokken van kleinere sterrenstelsels. De nieuwe studie is uitgevoerd door gegevens uit de Sloan Digital Sky Survey (de grootste ‘kaart’ van het heelal ooit gemaakt) te combineren met waarnemingen van de Hubble Space Telescope. Men heeft vooral gekeken naar zogenaamde gravitatielenzen.

Een gravitatielens werkt als volgt: stel dat tussen de aarde en een vergelegen sterrenstelsel zich een grote concentratie massa bevindt (bijvoorbeeld een ander sterrenstelsel). Dan werkt het tussengelegen stelsel als een lens, waardoor het licht van het verder gelegen stelsel wordt versterkt

Laat wat van je horen

*