21 oktober 2017

Verborgen supernova had een “uitgestelde detonatie”

G1.9+0.3

Astronomen schatten dat gemiddeld twee keer per eeuw een supernova ontploft in onze Melkweg. In 2008 hebben wetenschappers de ontdekking bekend gemaakt van de restanten van de meest recente supernova, die zo’n 100 jaar geleden is “afgegaan”. De explosie zou vanaf de aarde gemakkelijk zichtbaar geweest moeten zijn, ware het niet dat ons blik op de supernova ernstig belemmerd wordt door gas- en stofwolken. Het supernovarestant bevindt zich op een afstand van 28.000 lichtjaar, vlakbij het centrum van de Melkweg.

Het supernovarestant staat bekend als G1.9+0.3 en is vermoedelijk het resultaat van de botsing tussen twee witte dwergsterren, waardoor een verwoestende thermonucleaire explosie is ontstaan. Deze klasse van supernovae staan bekend als Typa Ia, en worden gebruikt als kosmische afstandsbepaling, aangezien ze allemaal een vergelijkbare helderheid hebben.

Nu heeft de Chandra-ruimtetelescoop het supernovarestant uitgebreid bestudeerd en dit heeft tot opmerkelijke resultaten geleidt. De meeste supernovarestanten hebben een symmetrische vorm. G1.9+0.3 heeft echter een hoogst asymmetrische vorm – zo blijkt dat vrijwel alle silicium, zwavel en ijzer zich aan de noordkant van het restant bevindt.

Dat is niet het enige vreemde aan dit supernovarestant. Normaal gesproken bevindt ijzer zich in het centrum van een supernovarestant, waar het langzaam naar buiten beweegt. In het geval van G1.9+0.3 bevindt het ijzer zich echter ver van het centrum – bovendien beweegt het met een extreem hoge snelheid van 6 miljoen kilometer per uur. Wat is de oorzaak van deze merkwaardigheden?

Wetenschappers vermoeden dit hier een sprake is van een “uitgestelde explosie”. Hierbij vindt de supernova plaats in twee fases. Ten eerste vinden kernreacties plaats in een langzaam uitdijend schokfront, waarbij ijzer en soortgelijke elementen gevormd worden. De energie die bij deze reacties vrijkomt zorgt er vervolgens voor dat de ster opzwelt, waardoor zijn dichtheid afneemt en een veel sneller bewegend explosiefront tot ontwikkeling komt.

Bron: Chandra

Laat wat van je horen

*