15 december 2017

Sneeuw in een jong planetenstelsel waargenomen

Sneeuwgrens TW Hydrae

Deze artistieke impressie van de sneeuwgrenzen rond TW Hydrae toont met bevroren water bedekte stofdeeltjes in de binnenschijf (4,5-30 astronomische eenheden; blauw) en met koolstofmonoxide-ijs bedekte deeltjes in de buitenschijf; groen). De overgang van blauw naar groen geeft de ligging van de sneeuwgrens van koolstofmonoxide aan. Door de uiteenlopende vriespunten van de verschillende chemische verbindingen worden op allerlei afstanden rond een ster sneeuwgrenzen aangetroffen.

Voor het eerst is de sneeuwgrens in een ver, jong planetenstelsel in beeld gebracht. Deze sneeuwgrens, die in de schijf rond de zonachtige ster TW Hydrae is gelokaliseerd, belooft meer duidelijkheid te geven over het ontstaan van planeten en kometen en de factoren die hun samenstelling bepalen, en over de geschiedenis van ons zonnestelsel.

Astronomen die de Atacama Large Millimeter/submillimeter Array (ALMA) gebruiken hebben voor het eerst een opname gemaakt van de sneeuwgrens in een jong planetenstelsel. Op aarde ligt de sneeuwgrens op grote hoogte, waar de temperatuur zo laag is dat het vocht in de lucht in sneeuw verandert. Deze grens is het duidelijkst te zien bij een berg: hij ligt op de plek waar de besneeuwde top overgaat in kaal gesteente.

Voor de sneeuwgrenzen rond jonge sterren geldt iets vergelijkbaars: ze liggen in de verder naar buiten gelegen, koudere delen van de schijven waaruit planetenstelsels ontstaan. Van de ster uit gezien ligt de eerste sneeuwgrens op de plek waar water (H2O) bevriest. Verder naar buiten, waar de temperaturen nog lager zijn, beginnen ook andere moleculen in sneeuw te veranderen, zoals kooldioxide (CO2), methaan (CH4) en koolmonoxide (CO).

Deze opname, gemaakt door de ALMA-sterrenwacht in Chili, toont het (groen ingekleurde) gebied rond de ster TW Hydrae (aangeduid met een stip) waar zich koolstofmonoxide-sneeuw heeft gevormd. De blauwe cirkel geeft aan waar de baan van Neptunus ligt als we dit stelsel afbeelden op de schaal van ons eigen zonnestelsel. De overgang naar koolmonoxide-sneeuw kan ook de binnenste begrenzing aangeven van het gebied waar zich kleinere, ijsachtige objecten vormen, zoals kometen en dwergplaneten als Pluto en Eris.

Deze opname, gemaakt door de ALMA-sterrenwacht in Chili, toont het (groen ingekleurde) gebied rond de ster TW Hydrae (aangeduid met een stip) waar zich koolstofmonoxide-sneeuw heeft gevormd. De blauwe cirkel geeft aan waar de baan van Neptunus ligt als we dit stelsel afbeelden op de schaal van ons eigen zonnestelsel. De overgang naar koolmonoxide-sneeuw kan ook de binnenste begrenzing aangeven van het gebied waar zich kleinere, ijsachtige objecten vormen, zoals kometen en dwergplaneten als Pluto en Eris.

Deze verschillende soorten sneeuw geven de aanwezige stofdeeltjes een plakkerige coating en spelen een essenti

Laat wat van je horen

*