14 december 2017

Explosieve Saturnusstorm bracht materiaal uit grote diepte omhoog

Saturnus superstorm 2011

De monsterstorm die in 2011 het noordelijk halfrond van Saturnus teisterde, is krachtig genoeg geweest om ijskristallen uit diepere atmosfeerlagen omhoog te “woelen”. Deze ijskristallen zijn gedetecteerd door de Cassini-ruimtesonde en het is voor het eerst dat waterijs is waargenomen op de ringplaneet.

Monsterstormen komen iedere 30 jaar voor op het noordelijk halfrond van Saturnus. De eerste hint van de meest recente storm werd verzameld door Cassini, die eind 2010 opmerkelijke radio- en plasmagolven had waargenomen. Niet lang daarna barste de storm in alle hevigheid los, en kon het zelfs door amateur-astronomen waargenomen. De storm bleef groeien, totdat het een lengte van bijna 300.000 kilometer had bereikt – even lang als de afstand tussen de aarde en de maan!

De spectrometer van Cassini heeft toen bewijs verzameld dat de wolkentoppen van de superstorm uit drie componenten bestaan hebben: waterijs, ammoniakijs en een onbekende derde substantie (vermoedelijk ammonium-hydrosulfide). Dit is opmerkelijk: ijskristallen ontstaan op Saturnus op veel grotere diepte, minstens 150 kilometer onder het wolkendek. De superstorm was krachtig genoeg om deze kristallen omhoog te brengen.

Het blijkt dat de dynamiek van deze storm vergelijkbaar is met dat van de veel kleinere convectieve stormen op aarde, waarbij lucht en waterdamp hoog in de atmosfeer wordt geblazen, hetgeen resulteert in de omvangrijke torenwolken van onweersbuien. De wolken in de Saturnusstorm zijn van dit type, maar dan 10 tot 20 keer hoger en veel breder. Ze zijn ook veel gewelddadiger dan aardse stormen, waarbij verticale winden van meer dan 500 kilometer per uur kunnen plaatsvinden.

Bron: NASA

Laat wat van je horen

*