21 augustus 2017

Galileo werkt, en werkt goed

Het transpondersignaal van het opsporings- en reddingssysteem van Galileo.

Het transpondersignaal van het opsporings- en reddingssysteem van Galileo.

Het opsporings- en reddingssysteem van het Galileo-navigatiesysteem is voor het eerst ingeschakeld en het werkt goed. De activering betekent een belangrijke uitbreiding van het netwerk Kospas-Sarsat dat hulp biedt bij noodsituaties op zee en in de lucht. Het ESA-centrum in het Belgische Redu speelde hierbij een rol.

Het tweede paar Galileo-satellieten zijn de eerste van de constellatie die zogenaamde SAR-transponders (Search and Rescue) aan boord hebben. Die kunnen UHF-signalen opvangen van noodbakens die zich aan boord van schepen en vliegtuigen bevinden of door individuele personen worden meegenomen. De signalen worden dan doorgestuurd naar plaatselijke autoriteiten die dan een reddingsoperatie kunnen organiseren. De Galileo-satellieten werden op 12 oktober vorig jaar samen in een baan om de aarde gebracht.

Cospas-Sarsat

Toen de satellieten aangekomen waren in hun baan om een hoogte van 23.222 kilometer boven het aardoppervlak begonnen grondige tests. De SAR-transponder van de derde Galileo-kunstmaan werd op 17 januari ingeschakeld. “Momenteel stellen we ons vooral tot doel na te gaan of de transponder niet beschadigd werd tijdens de lancering”, aldus SAR-ingenieur Igor Stojkovic.

“De eerste dag kwam het erop aan de transponder aan te schakelen en te kijken of zijn temperatuur en energieprofielen aan de verwachtingen voldeden. De volgende dag stuurden we een signaal naar de satelliet met de UHF-antenne van het ESA-centrum in Redu in Belgi

Laat wat van je horen

*