18 augustus 2017

Kosmologen: “inflatie helemaal nog niet bewezen”

bicep2 question

Okee, tenzij je een maand hebt doorgebracht onder het ijs van Antarctica zal het je niet ontgaan zijn: wetenschappers hebben bewijs gevonden voor primordiale zwaartekrachtgolven in de kosmische microgolf-achtergrondstraling. Dat blijkt uit waargenomen B-modes die ontdekt zijn door de BICEP2-detector. Dit nieuws werd onthaald als “het bewijs voor inflatie” – maar is dat wel zo?

Enkele natuurkundigen hebben zo hun twijfels. Volgens hen zouden ook andere bronnen verantwoordelijk kunnen zijn voor de waargenomen B-mode polarisaties. Ze zeggen letterlijk het volgende:

Hoewel het duidelijk is dat inflatie de meest waarschijnlijke bron vormt voor de primordiale golven, is het belangrijk om te beseffen dat andere bronnen niet geheel uitgesloten kunnen worden. Dat betekent dat het voorbarig is om te beweren dat inflatie bewezen is.

Okee, laat de champagne voorlopig nog maar in de kast staan! Dit laat goed zien hoe wetenschap werkt: als een claim gepresenteerd wordt, hoe aantrekkelijk ook, dan moet eerst honderd procent bewezen worden dat deze ook klopt, waarbij alle andere mogelijke verklaringen (hoe onwaarschijnlijk ook) eerst ontkracht dienen te worden.

Bron: arXiv

Reacties

  1. Rob Heusdens zegt:

    De gevonden waarden corresponderen met die van de inflatie theorie, en als die waarden duidelijk anders waren, dan zou de inflatie theorie gefalsifiseerd zijn. We weten dus enkel dat deze waarneming de inflatie theorie niet als onjuist aanmerkt of uitsluit, maar net als elke andere wetenschappelijke theorie, weten we dan nog niet of de inflatie theorie juist is.

    • MoniqueMonique zegt:

      Dus het is eigenlijk een waargenomen constatering van de inflatietheorie, die nog niet op ‘de cent nauwkeurig’ is doorberekend?

      • Rob Heusdens zegt:

        De waarde komt inderdaad overeen met wat de inflatie theorie voorspeld, en het vinden van een mogelijk andere waarde had de inflatie theorie kunnen falsificeren. Maar meer in het algemeen: geen enkele wetenschappelijke theorie is ooit bewezen; ze is juist zolang niet het tegendeel kan worden bewezen.

  2. Stel dat de gevonden primordiale zwaartekrachtgolven afkomstig zijn van melkwegen die nog verder weg staan, waarvan wij alleen nog deze sporen van zwaartekrachtgolven waarnemen en niet meer het het licht, omdat het niet meer tot ons komt omdat het eens uitgezonden licht te veel vertraagd word door vele verzamelingen van zwaartekrachten, naarmate de afstand groter word, dit steeds meer invloed heeft.

    waardoor het lijkt dat het heelal veel meer uitdijt en alles veel verder weg lijkt te staan.

    Zou iemand hier een rekenformule op kunnen bedenken? om deze theorie een optie te kunnen geven als ook mogelijk?

    • Rob Heusdens zegt:

      Dat lijkt met te kunnen worden uitgesloten omdat we de CMBR fotonen waarnemen die ontstaan zijn vlak na de big bang, dus zo’n 14,3 miljard jaar geleden, en toen waren er nog geen sterrenstelsels. Die rimpels die we zien vormen juist de oorsprong van de klontering van de materie die later uitgroeiden tot sterrenstelsels.

      • Als je “out of the box” denkt, dan zie je dat hier principieel een cirkel-redenering is ontstaan. Je “ziet” geen fotonen van 14,3 miljard jaar geleden. Je ziet fotonen waarvan je aanneemt dat ze op grond van de roodverschuiving 14,3 miljard geleden ontstaan zouden zijn.

        Als er nog een andere verklaring voor die roodverschuiving ontstaat, dan stort het hele inflatiemodel als een kaartenhuis in elkaar. Dan ben je de “meetlat”, voor de afstand kwijt. Verre stelsels kunnen opeens dichtbij blijken te staan. Ook polarisatie van licht zou aangetast kunnen zijn door eigenschappen van de ruimte, zoals polarisatie filters. Dan hebben we het niet over de “onaangetaste” antieke fotonen, maar over fotonen die iets zeggen over de ons omringende ruimte.

        Ik meen dat men daar liever niet aan denkt, vanwege de gehechtheid aan het bestaande model en zijn verregaande speculatie’s. Ik ga er vanuit dat er verschillende soorten materie zijn. Om het met andere woorden te zeggen: de roodheid van het achterlicht zegt niet alles over de snelheid van de wegrijdende fietser, maar ook iets over de kleur van het achterlicht.

        • Rob Heusdens zegt:

          In de loop van de ontwikkeling van het big bang model zijn alle mogelijke alternatieve verklaringen voor rood-verschuiving in overweging genomen, maar bleken onhoudbaar.

          • citaat: “In de loop van de ontwikkeling van het big bang model zijn alle mogelijke alternatieve verklaringen voor rood-verschuiving in overweging genomen, maar bleken onhoudbaar.”

            Het zou beter zijn, hier geen waarde oordeel te geven. Het laatste deel van de zin zou “maar zijn niet algemeen geaccepteerd” in plaats van “maar bleken onhoudbaar.”

            Ik google even snel op redshift en Alfvén (nobelprijswinnaar -dus toch niet dom- die met het idee van ander soort materie is gekomen die uit zichzelf een uitgerekt (roodverschoven) spectrum heeft) en kom meteen op http://dreamheron.wordpress.com/tag/cosmological-redshift/ ik heb het nog niet gelezen, maar zo al snuffelend zie ik toch dat er leuke ideeën bij staan en het is actueel. Wel een fanatieke zo te zien 😉

          • gert1904gert1904 zegt:

            “…maar bleken onhoudbaar.”.

            Dat betekent dat ze niet door metingen werden gestaafd, respectievelijk
            gefalsificeerd zijn.

            Daar komt geen (subjectief) waarde-oordeel aan te pas, zoals je suggereert.

            Je noemt Hannes Alfvén, de Nobelprijswinnaar. Hij, en de naar hem genoemde
            Alfvén-golven, zijn mij natuurlijk bekend.

            Dat Alfvén met “het idee van een ander soort materie is gekomen die uit zichzelf een uitgerekt (roodverschoven) spectrum heeft”, daar zie ik graag een goede referentie van.

            De site waar je naar verwijst is, naar mijn mening, waardeloos. Ik kan het niet anders zeggen. Verder vind ik het raar dat je die site niet gelezen hebt, maar na het “snuffelen” wél vindt dat die site “leuke ideeën” bevat.

            Het -lezen- van die site met “leuke ideeën” laat je blijkbaar liever over aan de lezers van Astroblogs? Ík heb althans geen tijd om alle sites met “leuke ideeën” die mij worden aangedragen, te lezen.

            Ik krijg hier een vreemde smaak van in mijn mond.

          • gert1904gert1904 zegt:

            En vervolgens zweeg “Jan” als het spreekwoordelijke graf.

            In een ander bericht onder deze posting heeft “Jan” het over “een dubbele lus in de tijddimensie”. Zonder énige theoretische onderbouwing.

            Tsja.

            Ik wil “Jan” bij dezen *met stip* voordragen als aspirant in de categorie HTK-kosmologen.

          • Ik houd niet zo van persoonlijke gevoelens als “smaak in mijn mond” en ik heb ook geen zin om mijn gelijk te krijgen. Ik dank voor de eer als huis tuin en keuken astronoom (dat meen ik).
            Mocht je meer willen weten over de kleur van het rode achterlicht, dan verwijs ik je naar Halton Arp die dat verder heeft uitgewerkt. Maar ik begreep al meteen, dat je dan weer met allerlei autoriteiten aankomt, die zijn ideeën weer onderuit halen. Daarom reageerde ik niet. Maar je hebt nu beet, ik reageer dit maal toch: hierbij verklaar ik dat ik geen zin om de strijd aan te gaan om gelijk te halen: ieder zijn mening met respect.

          • gert1904gert1904 zegt:

            Speciaal voor “Jan”:

            Met “Ik krijg hier een vreemde smaak van in mijn mond” suggereer ik een connectie tussen “Jan” en die website. Niets meer, niets minder.

  3. Zeg dat alsjeblieft ook tegen Peter Druiven hier, die telkens loopt te beweren dat de roodverschuiving een gevolg is van een rotatie van de tijddimensie. Niemand snapt een hout van zijn redenatie, maar volgens hem is het heelal statisch en rond en is de roodverschuiving als gevolg van de expansie van het heelal niet juist.

    • Laat ik nu voordat ik dit las ook gedacht hebben dat het mogelijk een dubbele lus in de tijddimensie zou kunnen zijn. Ik weet niet hoe Peter dat bedoelt, maar ik dacht dat je dan een soort vertraging van de straling zou kunnen krijgen.

      Neem eenvoudig voorgesteld, de informatie van de tijdruimte als een dataset. Neem aan dat die dataset circulair is (een buffer met kop-staart verbinding: een “lus” in de dimensie tijd) Neem aan een pointervector die de data in die dataset met een lagere snelheid aftast. (de dubbele lus) Je krijgt dan een datastroom, die een “uitrekking” (roodverschuiviing) veroorzaakt.

      Maar dit lijkt me toch weer anders dan wat Alfvén bedoelt: die bedoelt een materie in een ruimte waar de kosmologische constanten anders zijn dan hier ter plaatse. (dus andere mu-nul en epsilon-nul en eventueel andere C)

  4. Oh ja het was trouwens Henk Druiven, geen Peter druiven. Sorry. Eh.. een “een dubbele lus in de tijddimensie ” klinkt erg huis-tuin-en-keuken-kosmologisch. 😀

    • Ja “huis-tuin-en-keuken-kosmologisch”, leuk hè? Maar bedenk dat een heleboel zaken in de Science Fiction zoals wormholes en dat soort fantasieën in werkelijkheid niet onmogelijk zijn. En in onze gewone ruimte kennen we toch ook massa-draaikolken die miljoenen jaren dezelfde richting houden? En er zijn al heel wat uitvindingen in het tuinhuisje of de keuken tot stand gekomen door hobby-isten. 🙂

      Het mooiste vind ik dat je tegenwoordig wiskundig niet eens verschil kunt maken tussen het standaard deeltjes model en het holografisch model. Dat gaat toch de huis-tuin-en-keuken-kosmologische-fantasie ver voorbij wat voorstellingsvermogen betreft !! Leven in een hologram, dan ga je toch bijna van een materialistisch filosofisch uitgangspunt naar een idealistisch filosofisch uitgangspunt ?

  5. gert1904gert1904 zegt:

    @ Jan, 30 maart 2014, 10:19

    De term was niet huis-tuin-en-keuken astronoom, maar huis-tuin-en-keuken KOSMOLOOG.

    Lees het maar na. Op Astroblogs is de term HTK-kosmoloog bepaald geen positieve kwalificatie. Dat je er toch trots op bent moet je zelf weten. Je bevindt je in berucht gezelschap.

    Ik ben nog steeds in afwachting van een link over Alfvén en “een ander soort materie”.

    Jouw “dubbele lussen in de tijddimensie” (?) zijn het reageren niet waard.

    Bij gebrek aan goede antwoorden jouwerzijds mag je dan wel weer nieuwe vragen (Halton Arp) opwerpen, daar ga ik niet op in. Tijdverspilling.

    • Anoniem zegt:

      Misschien moet gert1904 met zijn misplaatse arrogantie en ego, op de maan gaan zitten, daar zal hij niemand tegen komen die anders denkt dan de grote onbekende gert1904…….

      • Hij kan alleen maar zuigen, teksten uit artikelen met copy&paste hier neerkwakken, en vaag lullen met 50-euro woordjes. Ik schenk er na 1 ontmoeting al geen aandacht meer aan.

        gert1904 = WZGI bezoeker
        Wel Zaniken, Geen Inbreng

  6. Ton Kruisbergen zegt:

    Een late reactie omdat ik dit artikel niet eerder heb opgemerkt.

    Op 18 februari 2014 schreef ik Robbert Dijkgraaf:
    We gaan ervan uit dat het heelal uitdijt. Het kan m.i. met hetzelfde recht van spreken imploderen. De verschijnselen in het lichtspectrum (roodverkleuring) zijn dezelfde. Vanuit de aarde uit bezien zullen alle hemellichamen, zowel verderaf als dichterbij het centrum gelegen, (steeds sneller) van ons af bewegen. Er kwam geen reactie. Ik legde mijn idee aan professor Hellings (Leuven), professor Valentijn (Groningen), professor ’t Hooft en andere gezaghebbende wetenschappers voor. Ook wetenschappelijk journalisten zoals Govert Schilling en Diederik Jekel vroeg ik om een reactie. Hierbij de belangrijkste punten uit de briefwisseling:

    Men gaat ervan uit dat het heelal uitdijt. Als argument wordt met name de roodkleuring in het lichtspectrum genoemd. Zou dit verschijnsel ook kunnen duiden op een implosie van het heelal? vroeg ik allereerst professor Paul Hellings, hoogleraar toegepaste wiskunde, GROEP T – Internationale Hogeschool Leuven.

    26/03/2014. Ik:

    Als het universum niet uitdijt maar juist samenbalt, zien we dezelfde verschijnselen: hemellichamen die, vanuit de aarde bezien, dichterbij het centrum staan bewegen van ons vandaan (doordat ze sneller naar het centrum worden getrokken); de hemellichamen die verderaf staan bewegen trager dan de aarde naar het centrum toe en lijken zich dus evenzo van ons vandaan te bewegen.

    Antwoord professor Hellings:

    Met dat idee zijn er twee problemem.
    Ten eerste, het heelal heeft geen centrum. Alle waarnemingen duiden er op dat alle plaatsen in het heelal gelijkwaardig zijn. Het centrum is overal en nergens. Stel dat je wezens hebt die op het oppervlak van een ballon wonen, en jij blaast die ballon op. Dus, die wezens hebben alleen besef van het oppervlak op zich. Als jij dan de ballon opblaast zal elk wezen de anderen zien weg glijden, ook al blijven ze op hun plaats zitten. Het is immers de ruimte zelf (hier het oopervlak) die uitrekt. En een vriend die 2x verder zit, zal ook 2x sneller weg bewegen. Ieder wezen zou dus kunnen denken dat hij in het centrrum zit, maar een ballonoppervlak heeft eigenlijk geen centrum.
    Ten tweede, stel dat er een centrum zou zijn waarnaar alles toe beweegt: objecten die zich dichter en dichter bij het centrum bevinden zou je dan misschien sneller en sneller van u af zien bewegen, maar… stel dat je vanuit je standpunt voorbij het centrum zou kijken, dus naar wat er achter dat centrum ligt : dan zou je de objecten daar naar u zien toe bewegen, en meer nog de snelheid (naar u toe) zou dan weer afnemen! Dat nemen we in het heelal niet waar. We zien in alle richtingen exact hetzelfde: de vluchtsnelheid is evenredig met de afstand. Alles beweegt van ons weg.

    Ik:

    Mijn gedachte dat het heelal een centrum kent, kwam voort uit de BigBang-theorie waarbij met uitgaat van één punt van waaruit het heelal is ontstaan.

    Aangenomen dat er een centrum zou zijn dat het heelal doet imploderen. Dan zal dit een superzwaar zwart gat zijn dat al het passerende licht naar zich toe trekt. Het licht dat wel passeert wordt afgebogen, wat tot een rood-verkleuring zal leiden.

    Hellings:

    Het punt is dat de Big Bang geen eplosie was in een reeds bestaande lege ruimte, maar dat die ruimte juist uit die Big Bang ontstond. Om weer de analogie van de ballon te gebruiken: je kan je inbeelden dat die eerst puntvormig is, en dan polts expandeert. Vanaf dan heb je een “ruimte”, namelijk het ballonoppervlak, een ruimte die er eerst niet was.
    Maar de idee van een centrum blijft toch problemen geven. Stel dat je in de richting van dat centrum kijkt, en je draait je hoofd 90°, dan moet je daar sterrenstelsels en clusters zien, die natuurlijk ook naar dat centrum bewegen. Die zouden dus een snelheidscomponent in onze richting hebben, wat wij zouden waarnemen als een blauwverschuiving. Dit is totaal tegen de waarnemingen in. Geen enkele richting is preferentieel als we naar de waarnemingen kijken. Er is immers geen centrum dat zich op die manier zou kunnen manifesteren.
    31/03/2014

    Ik:

    Nou ja, wat ik wil zeggen is dat áls er een centraal superzwaar zwart gat is, een zwart gat dat in staat is het hele (voor ons zichtbare) heelal naar ‘binnen’ te zuigen, dan zal dit ook al het voor ons zichtbare licht afbuigen. Wat buiten de invloedssfeer van dit centrale zwarte gat ligt, valt (met andere woorden) automatisch buiten ons gezichtsveld. Alles wat we waarnemen zal dus een roodverschuiving vertonen. Een ‘hermetische’ constructie.

    Op dit punt aangekomen eindigde het ‘gesprek’ met prof. Hellings.
    Ik vroeg professor ’t Hooft om een reactie. Tot mijn verbazing kreeg ik antwoord:

    Nee hoor, Prof. Hellings heeft gelijk.
    De Big Bang heeft zich niet rond een centrum afgespeeld. Kijk weer naar de ballon. De wezens erop kunnen niets zien dat zich niet op de oppervlakte van de ballon bevindt, dus zien ze het centrum vd ballon ook niet. U moet ook goed bedenken dat de sterren die je in alle richtingen ziet alle dezelfde Hubble regel volgen: roodverschuiving = hubbleconstante maal afstand. Net zoals bij alle stippels op de oppervlakte vd ballon. Die implosietheorie van u zou niet kloppen.

    Ik:

    Áls we uit zouden gaan van een superzwaar zwart gat dat in staat is het complete heelal naar zich toe te trekken, dan zou dat evenzó een verklaring voor de hubbleconstante kunnen geven. Daarbij zou mijn opgeworpen balletje van zo een superzwaar zwart gat ook het steeds sneller ‘uitdijen’ van het heelal kunnen verklaren; we bewegen ons immers naar dit zwart gat toe en dat gaat met een toenemende snelheid.

    De bewijsvoering voor een uitdijend heelal is mager. Toch wordt er een compleet theoretisch model omheen gebouwd. Het ruimtetijd-beeld van een groter wordende ballon vind ik niet sterk. Het heelal zou ik eerder, met alle respect, als een spiegeltent willen omschrijven.

    Tot zo ver.

    • Ik vind het nou niet echt verbazend dat Prof. Heilings niet meer reageert op je. Hij zou net zo goed tegen een muur kunnen debatteren. Hij ontkracht je argumenten tot twee keer toe en in plaats van dat je eens even stilstaat en nadenkt over wat hij je verteld heeft, blijf je gewoon doordrammen op datzelfde punt wat hij tot twee keer toe heeft ontkracht.

      Ik stel voor dat je je kennis over de eigenschappen van licht eens verdiept en dat je eens wat artikelen leest over de vorm van het universum. Als je dan de antwoorden van Prof. Heilings en Prof. het Hooft nog eens naleest zou je tot de conclusie komen dat je hypothese onjuist is. Dat hoop ik tenminste.

    • Excuus ik bedoel natuurlijk Prof. Hellings niet Heilings.

Laat wat van je horen

*