13 december 2017

Is het Kosmologische Standaard Model een Rube Goldberg Machine?

rube-goldberg_StandardModelDe vraag werd onlangs gesteld of het ‘Standaard Model’1 dat het ontstaan en de verdere ontwikkeling van het heelal omschrijft – het zogenaamde

Noten
  1. niet te verwarren met het Standaard Model van de deeltjesfysica, waarin de krachten en deeltjes die alle materie vormen, worden beschreven. []

Reacties

  1. Wybren de Jong zegt:

    Een vraagje
    hoe kan men uit de WMAP waarnemingen afleiden wat de samenstelling van het heelal is, de “Element Abundance”?
    In de grafiek staat namelijk bij de rode lijn “WMAP Observation”. Mijn vraag is dus hoe je uit die waarneming van de achtergrondstraling zou kunnen afleiden wat de elementaire samenstelling van het heelal is.

  2. Goede vraag Wybren. Op deze pagina wordt precies uitgelegd wat die essentiële rode lijn in de grafiek is en die gemeten is met de WMAP satelliet. Komt er op neer dat WMAP geen abundanties van afzonderlijke elementen heeft kunnen vaststellen, maar wel de dichtheid van gewone materie in het heelal, 4,6% (+/- 0,2%) en die dichtheid geeft een voorspelling van de abundanties van de lichte elementen, die in goede overeenstemming zijn met de waargenomen abundanties.

  3. Wybren de Jong zegt:

    Oke, bedankt.

  4. Wybren de Jong zegt:
  5. Henk Druiven zegt:

    Dag Arie,

    Doordat ik een maand op vakantie ben geweest en deze publicatie nog niet eerder heb gezien, heb ik een wat verlate reactie.

    Je noemt drie stevige peilers waarop de Oerknaltheorie gebaseerd is. Bovendien geef je aan dat het model niet gebaseerd is op het fine-tunen en tweaken van variabelen is.

    Neem me niet kwalijk, maar het hele verhaal komt bij mij over als het omdraaien van de feiten.

    In de eerste plaats is de relatie roodverschuiving en afstand aan twijfels onderhevig, denk aan quasars. In de tweede plaats is de hypothese dat de roodverschuiving het gevolg is van het Doppler-effect en dus het gevolg van uitdijing een hypothese en geen bewijs. Als blijkt dat de roodverschuiving door een ander effect wordt veroorzaakt dan is gelijk de Oerknaltheorie aan diggelen.
    Ik ben niet iemand die veronderstelt dat de Oerknaltheorie onmogelijk is maar acht de kans daarop wel aanwezig. Ik schat die kans ontegenzeggelijk hoger in dan jij maar ook bij jou zal ze desondanks aanwezig zijn.

    Juist met onze kennis van de geschiedenis van de kosmologie moeten we leren van de in het verleden gemaakte fouten. Telkens werd in het verleden getracht het bestaan van het heelal te relateren aan de stand van wetenschap van die tijd. Maar telkens bleek dat dit door nieuwe theorieën en kennis onderuit werd gehaald.
    Zo is (en kon) het heliocentrische model van ons planetenstelsel pas aanvaard (worden) toen Newton de Gravitatiewetten ontdekte.
    Zoals Einstein al aangaf moet een wetenschapper zich elke dag afvragen of de waarheden van de dag ook echte waarheden zijn. Ik ben er dus voor dat er naar alternatieven voor de roodverschuiving wordt gezocht. De kans daarop acht ik groter dan de kans op de hoofdprijs in de staatsloterij.

    Als stevige pijler in punt twee noem je de kosmische microgolf-achtergrondstraling. Vreemd, want vanuit de hypothese van de Oerknaltheorie werd een temperatuur van tussen de 5 en 50 K voorspeld. In het beste geval bijna een factor twee fout. Een goede hypothese hoort nieuwe ontdekkingen min of meer te voorspellen.
    De uitdrukking “the temperature of space” is een titel in hoofdtuk 13 van Sir Arthur Eddington’s beroemde werk van 1926. (Sir Arthur Eddington (1926), “Internal constitution of the stars, Cambridge University Press, reprinted 1988, chapter 13.) Eddington berekende de minimum temperatuur waartoe ieder object in de ruimte afkoelt. Zonder variabele parameters kwam hij uit op 3 K (later verbeterd tot 2,8 K), in feite de temperatuur die wordt waargenomen.

    Wat betreft de hoeveelheid Lithium, wat je als stevige pijler nummer drie noemt, lijkt de Oerknaltheorie een klein succes te hebben. Maar ook daar zijn de nodige twijfels. Bovendien zijn er alternatieve theorieën die deze hoeveelheden kunnen verklaren.

    Dan zijn er nog vele mysteries die niet door de Oerknaltheorie kunnen worden verklaard. De belangrijkste vind ik het ontbreken van enig bewijs voor het bestaan van donkere materie en donkere energie. Bovendien wordt de Oerknaltheorie gekenmerkt door veel parameters, die in de loop van de tijd variëren, waarvoor niemand een echte verklaring heeft. Als dat geen tuning en tweaken is dan weet ik het niet meer.

    Laten we liever kijken wat we wel weten! Zo kunnen we met donkere materie de omloopsnelheid van sterren in sterrenstelsels verklaren. Dit wil echter niet zeggen dat dit de juiste verklaring is. Zeker gezien het feit dat het absoluut niet aanwezig is in ons zonnestelsel.
    De snelheid van Pioneer 10, die op 3 maart 1977 werd gelanceerd, wordt vertraagd door een geheimzinnige kracht ((8.74 ± 1.33) × 10-10 m/s2) in de richting van de zon. Dit kan worden afgeleid uit een klein maar meetbaar Doppler-effect van de radiofrequentie.
    Moeten we niet eens kijken of dit het zelfde effect is dat de roodverschuiving van ver gelegen sterrenstelsels kenmerkt?

    Groet, Henk.
    P.s. Trek uit mijn reacties niet de conclusie dat ik geen waardering heb voor het vele werk van jullie voor Astroblogs. Die waardering heb ik juist heel erg. Het is voor mij de meest gelezen site.

Laat wat van je horen

*