3 december 2016

Hoe verrassend vaak een asteroïde-inslag plaatsvindt (nieuwe gegevens)

Het gebeurt continu, dat kleine asteroïden de dampkring inkomen. Volgens nieuwe gegevens gebeurt dit om de andere week. Dat is verrassend vaak. Kleine asteroïden van ongeveer een meter groot vergaan, zodra ze in aanraking met de aardse atmosfeer komen. Gegevens, verzameld door de Amerikaanse regering werden door wetenschappers van NASA onderzocht en in kaart gebracht. Daaruit blijkt, dat deze kleine inslagen vaak voorkomen en op willekeurige plaatsen.

NASA heeft een wereldkaart uitgebracht, waarin alle kleine en grotere asteroïde inslagen van 1994 tot 2013 te zien zijn. In de afbeelding zie je 255 inslagen die overdag plaatsvonden (oranje stippen) en 301 inslagen ’s nachts (blauw) Aan de grootte van de stippen zie je de uitgestraalde hoeveelheid energie die zo’n impact had en de locatie. Het gaat over objecten van 1 meter tot bijna 20 meter qua grootte.

De grootste impact binnen deze 20 jaar was de recente meteorietinslag in de buurt bij de stad Tsjeljabinsk, in Rusland op 15 februari 2013 (440.000 – 500.000 ton TNT) Deze asteroïde was 20 meter groot en explodeerde in de dampkring voordat hij de aarde raakte.

NASA’s Near Earth Object (NEO) observatie programma houdt zich bezig met het opsporen, waarnemen en karakteriseren van asteroïden. Het is bekend dat de aarde met kleine asteroïde inslagen te maken heeft. Risico’s in de toekomst worden zeer serieus genomen. Het is een grote uitdaging om een goed plan te bedenken, waarin potentiële gevaarlijke asteroïden eerder gevonden worden dan dat zij ons vinden.

Elke dag wordt de aarde gebombardeerd met meer dan 100 ton zand- en stofdeeltjes uit de ruimte. Ongeveer een keer per jaar veroorzaakt een asteroïde ter grootte van een auto een spectaculaire vuurbal in de lucht. Studies van de aardse geschiedenis geven aan dat ongeveer elke 5000 jaar een object ter grootte van een voetbalveld voor aanzienlijke schade op aarde zorgt. Gemiddeld eens in de paar miljoen jaar is het echt bingo. Dan hebben we te maken met een object dat groot genoeg is om een regionale of mondiale ramp te veroorzaken. Inslagkraters op aarde, de maan en andere planetaire lichamen zijn het bewijs van deze gebeurtenissen.

NASA Earth Object Program

Reacties

  1. EnceladusEnceladus zegt:

    Is het toeval dat er in de meest noordelijke en zuidelijke gebieden minder inslagen plaatsvinden?
    Of heeft dat (ook) iets te maken met de projectiemethode van deze kaart?

    groet,
    Gert (Enceladus)

  2. Misschien omdat de aarde rond is?

    • EnceladusEnceladus zegt:

      Afgezien van een zeer lichte afplatting aan de polen, is de Aarde inderdaad rond. Maar dat is onze planeet overal en dus niet meer op de ene plek dan op de andere. Asteroïden kunnen onmogelijk een voorkeur hebben.

      Inslagen op Antartica zullen inderdaad minder gauw opgemerkt worden, maar kijk eens naar al die inslagen op zee. Die zijn vast niet allemaal vanaf schepen geregistreerd, dus vindt de detectie vermoedelijk (ook) anders dan op basis van visuele waarnemingen plaats.

      groet,
      Gert (Enceladus)

      • Het was maar een idee. Ik vind die ecliptica uitleg van Olaf wel wat hebben. In combinatie met de ronde aarde is de kans misschien kleiner voor een rake treffer op de noordelijke en zuidelijke gebieden 😛

        http://i.imgur.com/wxaVscC.gif

        Ik neem aan dat satellieten naast de visuele waarnemingen ook wel het een en ander registreren.

        • Het kaartje betreft automatische detecties.
          Een voorkeur voor het eclipticavlak is aannemelijk, maar de projectiemethode speelt wel degelijk een rol en daarmee rekening houdend zie ik (met de natte vinger) geen bijzondere trant.

          • EnceladusEnceladus zegt:

            Als je bedenkt dat Groenland qua oppervlak ongeveer vergelijkbaar is met het Arabisch schiereiland, dan weet je dat deze projectiemethode de boel aan met name de polen flink vertekend. Eigenlijk onbegrijpelijk dat men voor zo’n kaart deze projectiemethode gebruikt.

            groet,
            Gert (Enceladus)

          • Wat slecht om dat op die manier te presenteren. Lekker nauwkeurig pff.

          • In de meeste atlassen staat de Aarde op deze UTM manier. Het is nu eenmaal heel moeilijk om een bolvormig oppervlak ( zoals de aarde of een sinaasappel ) op een platvlak weer te geven. 🙂

            Groet, Paul

          • EnceladusEnceladus zegt:

            Ik moest het even opzoeken, want het is lang geleden dat ik Aardrijkskunde lessen volgde, maar de hier gebruikte kaart is gemaakt volgens de equidistante cilinderprojectie.
            Zie: http://nl.wikipedia.org/wiki/Afstandsgetrouwe_cilinderprojectie

            Naar mijn mening is de projectie van Aitoff-Hammer in dit geval stukken beter geschikt.
            Zie: http://nl.wikipedia.org/wiki/Projectie_van_Aitoff-Hammer

            groet,
            Gert (Enceladus)

          • Ja toch, de eclipticabaan van Olaf heeft ook mijn voorkeur. Even dacht ik aan magnetisme van de aarde, maar die heb ik meteen geskipt. Paul, wat bedoel je precies met automatische detectie? Dat het kaartje een globale indicatie is?

          • Ik denk dat mijn naamgenoot daarmee aan wil geven dat de waarneming door apparaten is gedaan en niet door mensen die (dag en nacht) naar de hemel staren m.b.v. telescopen.
            Indien men van dergelijke data zou uitgaan, zou je een heel ander beeld krijgen: alleen detectie in bewoonde gebieden, veel minder op zee, woestijnen of poolgebieden… 🙂

            ==>> Het kaartje betreft dus geen visuele waarnemingen !

            Groet, Paul

  3. Olaf van KootenOlaf van Kooten zegt:

    Ik denk omdat meteorieten en planetoiden toch min of meer de ecliptica volgen, waarbij de kans op een inslag nabij de polen plots veel kleiner is. Daarnaast zullen inslagen op bv. Antarctica een veel grotere kans hebben om onopgemerkt te blijven.

  4. Martin SchoenmakerMartin Schoenmaker zegt:

    Wanneer je het inslaan van een meteoriet ziet als een object dat op de aarde afvliegt is de verdeling, zoals op het kaartje, niet direct logisch.

    Wanneer je echter het inslaan van een meteoriet ziet als een object dat door de aarde geraakt wordt (de aarde knalt dus tegen de meteoriet aan) is de verdeling wel te verklaren, aangezien de bewegingsrichting van de aarde om de zon dan de grootst bepalende factor van de plaats van inslag wordt.

    Ik denk overigens dat dit de Jip en Janneke versie is van wat Olaf zegt… 😉

  5. @ Andere Paul – Ah, dus het is juist wel een heel nauwkeurige meting, maar
    de weergave/verwerking op het kaartje is een ander verhaal.

    @ Gert – Die kaarten zien er veel beter uit.

    Het lijkt mij idd onbegonnen werk om alle asteroïden (1994-2013) op een andere manier dan de automatische detectie te registreren.
    Hoe zou zoiets in werking gaan? Er komt een asteroïde aan en… ergens gaan de alarmbellen af?

    • Martin Schoenmaker zegt:

      De automatische detectie werkt met radar en geluidsignalen. Zie http://www.meteorscan.com/meteor-live.html

      • De knoeperd die vorig jaar februari in Rusland terecht kwam zag het systeem dan even niet aankomen.
        Smiley

        • Martin SchoenmakerMartin Schoenmaker zegt:

          Het is automatische detectie van de inslag. Niet een voorspelling.

          Het voorspellen van meteorieten is enorm lastig. Soms wordt enkele uren voor de inslag voor het eerst iets gezien van het object.

          Ze hebben meestal een heel laag albedo en het formaat dat de meeste hebben helpt ook niet mee. Gelukkig maar, want de grote jongens wil je liever niet hebben. De Chelyabinsk meteoriet was naar verluidt 20 meter in doorsnede. (ah… lees nu dat je dat in je originele artikel ook schrijft :P)

          • Ik kreeg de indruk dat afdeling NEO van NASA inmiddels al een aardig eind op de goede weg is. Opsporen is wat anders dan voorspellen Martin. Anders maar gauw een ander soort systeem bedenken 😉

            Quote: NASA’s Near Earth Object (NEO) Observations Program finds, tracks, and characterizes asteroids whose orbits bring them within approximately 50 million kilometers (31 million miles) of Earth’s orbit about the sun.

Geef een reactie