18 augustus 2017

Bolhopen Omega Centauri en G1, eigenlijk twee gestripte dwergstelsels

omega_G1

links de bolhoop Omega Centauri, rechts bolhoop G1 (foto: Hubble).

Zoals gezegd was gisteravond Tjibaria Pijloo te gast bij sterrenkundevereniging Huygens om daar te vertellen over haar onderzoek aan de evolutie van sterclusters. Na afloop stelde ik een vraag aan haar over de invloed van donkere materie op bolvormige sterrenhopen. Ik stelde die vraag omdat bij dwergsterrenstelsels een relatief grote hoeveelheid donkere materie is waargenomen (op indirecte wijze weliswaar, donkere materie is niet zichtbaar) en dwergstelsels qua aantal sterren enigszins lijken op bolhopen. Die invloed blijkt er niet te zijn, maar wel vertelde Pijloo dat de bolhoop Omega Centauri (? Cen, NGC 5139) een uitzondering is. Dat komt omdat deze bolhoop met zijn tien miljoen sterren veel groter is dan de andere bolhopen van de Melkweg en dat het vermoedelijk de overgebleven kern van een dwergstelsel is, dat door gravitationele interactie met de Melkweg van veel sterren is ‘gestript’. Datzelfde lot blijkt ook G1 (alias Mayall II) te hebben ondergaan, een gigantisch grote bolhoop bij het naburige Andromedastelsel (M31), dat ongeveer twee keer zo groot als Omega Centauri is en dat op foto’s van (amateur-) astrofotografen als een klein stipje te zien is.

Location of Globular Cluster G1 in Galaxy M31

Omega Centauri is met een helderheid van +3,7m een geliefd object voor astrofotografen en met die helderheid is ‘ie zelfs met het blote oog zichtbaar. G1 is slechts +13,8m, maar dat komt omdat ‘ie veel verder weg staat dan Omega Centauri – 2,52 miljoen lichtjaar voor G1 om 15.800 lichtjaar voor Omega Centauri.

Reacties

  1. Olaf van KootenOlaf van Kooten zegt:

    Heeft ze nog uitgelegd waarom bolhopen weinig donkere materie hebben? Daar ben ik nou benieuwd naar 😉

Laat wat van je horen

*