16 december 2017

Astronomen ontdekken hoe een klein dwergstelsel veel sterrenclusters kan produceren

IDL TIFF file

Opname van WLM met de Blanco 4-meter telescoop, met linksboven een opname van waterstofgas (rood) gemaakt door de VLA en compacte CO-pakketten (geel) gemaakt door ALMA.

Een nabij dwergsterrenstelsel bevat een interessant mysterie. Waarom kan dit stelsel heldere sterrenclusters vormen, terwijl het een groot gebrek heeft aan stoffige en gasrijke gebieden die normaal gesproken noodzakelijk zijn voor het ontstaan van sterrenclusters?

Waarnemingen van het sterrenstelsel Wolf-Lundmark-Melotte (WLM) hebben uitgewezen dat dit stelsel nauwelijks koolmonoxidegas (CO) bevat. Koolmonoxide is erg belangrijk voor stervorming: als gaswolken gaan instorten tot sterren, zal de temperatuur van het gas gaan toenemen. Immers: als je gas samendrukt dan wordt het warmer. Uiteindelijk zal het gas hierdoor dusdanig verhit worden, dat het vormen van sterren verhinderd wordt.

Gelukkig wordt de boel “gered” door “stoffige” moleculen zoals koolmonoxide, die een deel van de hitte absorberen en weer uitstoten in infrarode – en submillimeter-golflengtes. Door die verkoelende werking kan de zwaartekracht z’n werk blijven doen, zodat de gaswolk kan blijven instorten totdat er sterren ontstaan.

Maar goed, WLM bevat nauwelijks koolmonoxide en zou dus helemaal niet veel sterren moeten maken. Komt nog eens bij dat CO z’n werk alleen goed kan doen als veel materiaal erop drukt. Oftewel: een regio met veel CO moet ingebed liggen in een omvangrijke gas-envelop, anders wordt het

Laat wat van je horen

*