2 december 2016

Afstand tot planetaire nevels veel beter bepaald

Een vergelijking tussen de afstandmaat van twee planetaire nevels, PuWe 1 en Abell 21. Links zie je de fysieke grootte van beide nevels volgens de nieuwe methode. Rechts zie je de fysieke grootte die is berekend via oudere methodes.

Een vergelijking tussen de afstandmaat van twee planetaire nevels, PuWe 1 en Abell 21. Links zie je de fysieke grootte van beide nevels volgens de nieuwe methode. Rechts zie je de fysieke grootte die is berekend via oudere methodes.

Astronomen hebben een manier gevonden om de afstand tot zogenaamde planetaire nevels veel beter te bepalen dan voorheen mogelijk was. Ondanks de naam, hebben planetaire nevels helemaal niets met planeten van doen. Vroege astronomen vonden ze, gezien door de telescopen van die tijd, lijken op de schijfjes van planeten in het zonnestelsel.

Nu weten we dat planetaire nevels het eindstadium vormen voor sterren zoals de zon. Als dit soort sterren het einde van hun leven naderen, worden de buitenlagen afgestoten, waarbij de naakte kern wordt achtergelaten. Het licht van die kern doet de afgestoten buitenlagen dan oplichten in allerlei kleuren. Binnen de Melkweg zijn enkele duizenden planetaire nevels bekend, die (vanwege hun kleur en vorm) een dankbaar doelwit vormen voor zowel professionele als amateur-astronomen.

Planetaire nevels komen in allerlei vormen en maten. Op deze collage zijn 22 planetaire nevels op grootte gesorteerd. De grootste bekende planetaire nevel meet ruim 20 lichtjaar in doorsnede en zou op deze schaal de hele afbeelding bedekken.

Planetaire nevels komen in allerlei vormen en maten. Op deze collage zijn 22 planetaire nevels op grootte gesorteerd. De grootste bekende planetaire nevel meet ruim 20 lichtjaar in doorsnede en zou op deze schaal de hele afbeelding bedekken.

Het probleem is echter dat astronomen moeite hebben om hun afstand te bepalen. Nu zijn astronomen van de universiteit van Hong Kong met een simpele en elegante oplossing gekomen. Bij de nieuwe methode zijn er slechts drie dingen die je moet bepalen of meten: een schatting van hoeveel licht van de nevel wordt tegengehouden door interstellair stof (“extinctie”); de geprojecteerde omvang van de nevel aan de nachthemel; en een schatting van de helderheid van het object.

Het resultaat is dan een zogenaamde “oppervlakte-helderheid-relatie” en de robuustheid hiervan is getest door de afstanden die via de methode verkregen zijn, te vergelijken met de afstand tot planetaire nevels waarvan deze w

Reacties

  1. Paul BakkerPaul Bakker zegt:

    Interessant. Maar een “oppervlakte-helderheid-relatie” met wat?
    Even nagelezen bij samenvatting van het wetenschappelijk artikel”
    Er is een relatie gevonden tussen de oppervlaktehelderheid van de H-alpha-straling van een planetaire-nevel en de werkelijke diameter van de planetaire nevel.
    Dus met een foto’tje met een H-alpha-filter en de schijnbare diameter kunnen we als amateurs een afstand uitrekenen. Alleen die interstellaire extinctie is wat lastig.

Geef een reactie