4 december 2016

Bestaat er een tweede soort “leefbare zone” voor planeten?

Planet Temperature

Bij de zoektocht naar bewoonbare planeten zouden we ruimte moeten maken voor een tweede soort “goudlokjes-zone”, dat is althans de mening van een onderzoeker van Yale University. Decennialang luidde de algemene gedachte dat de bewoonbaarheid van een planeet vooral bepaald werd door de afstand tot de moederster. In het zonnestelsel bevindt Venus zich te dicht bij de zon en Mars juist te veraf, om een voorbeeld te noemen. De positie van de aarde is juist precies goed, in het gebied dat wetenschappers de “leefbare zone” noemen en ook wel de “goudlokjes-zone”. Het werd ook gedacht dat planeten hun inwendige temperatuur reguleren via een proces dat mantelconvectie wordt genoemd – hierbij worden vloeibare gesteentelagen op drift geslagen door inwendige verhitting en afkoeling. Een planeet zou in beginsel juist te warm of te koud kunnen zijn, maar door mantelconventie wordt uiteindelijk een “correcte temperatuur” bewerkstelligt. Nu blijkt uit een recent onderzoek dat niet alleen de afstand tot de moederster bepalend is bij de leefbaarheid van de planeet. Daarnaast moet ook de inwendige temperatuur van begin af aan binnen een bepaald bereik liggen, anders gaat het mis. “Als je alle wetenschappelijke gegevens over het ontstaan van de aarde zou combineren, dan zal je realiseren dat mantelconvectie weinig afhankelijk is van de inwendige temperatuur”, aldus de auteur van het onderzoek. Hij presenteert een theoretisch raamwerk waarin de mate van zelfregulering via mantelconventie wordt verklaart en hieruit blijkt dat zelfregulatie weinig waarschijnlijk is voor aardse planeten. De afwezigheid van een zelfregulerend mechanisme heeft enorme implicaties voor de bewoonbaarheid van planeten. Zo hebben studies gesuggereerd dat planeten zoals de aarde ontstaan door middel van massale inslagen en samensmeltingen. De uitkomst van zo’n proces is heel onvoorspelbaar en de mogelijke uitkomsten kunnen zeer divers zijn. In lang niet alle gevallen zal dit resulteren in een zelfregulerend mechanisme. Het blijkt dat oceanen en continenten nooit zouden zijn ontstaan als de inwendige temperatuur van de aarde vlak na haar ontstaan te warm of te koud zou zijn geweest. Dit alles maakt de kans dat een planeet in de “leefbare zone” werkelijk leefbaar zal zijn, ineens een stuk kleiner.

Reacties

  1. Ik begrijp niet goed hoe de tekst van het artikel een tweede goudlokje zone verklaart..

    Ik begrijp eigenlijk voornamelijk uit het artikel dat de kans dat een planeet leefbaar is zelfs in de goudlokje zone nog minder groot is dan gedacht doordat de begintemparatuur ook een bepalende factor is.

    Of begrijp ik het verkeerd?

    • Dit zijn enkel aannames, Erik…
      De wetenschappers der mensheid zijn nog niet op het level dat ze zoiets met zekerheid kunnen zeggen.
      Mocht er morgen een Buitenaards ruimteschip landen, dan kunnen we alles vragen wat we willen weten, tot die tijd moeten we met een luciferje kijken in een hele grote ruimte waar we nog niet zoveel van snappen en ons keer op keer laten verbazen.

    • Het gaat er om dat er een tweede variabele is waarbinnen een planeet zich in een bepaald “goudlokje” gebied moet bevinden; kern niet te heet en kern niet te koud, Het is dus niet zozeer een extra zone, maar eerder een extra beperking.

      • Ja zo had ik het inderdaad ook begrepen. De titel deed alleen anders vermoeden.
        .
        En natuurlijk heeft Yochem ook gelijk.
        Het is natuurlijk erg moeilijk om er iets over te zeggen met een referentiekader van 1 planeet waar het wemelt van het leven.

        Als zich ergens anders geheel onafhankelijk ook “leven” ontwikkeld heeft (wat je dan misschien wel eerst opnieuw moet definieren), Dan is het wellicht niet eens op basis van koolstof.

Geef een reactie