30 april 2017

Radiostraling is voldoende om stervormingstempo van sterrenstelsels te bepalen

Het meeste licht in het heelal is afkomstig van sterren, die geboren worden binnen dichte gaswolken. De snelheid waarbij nieuwe sterren worden aangemaakt is afhankelijk van de hoeveelheid beschikbare gas en de eigenschappen van dit gas, zoals dichtheid, temperatuur en magnetische veldsterkte. Om te begrijpen hoe stervorming precies plaatsvindt, is het belangrijk om de mate van stervorming binnen een sterrenstelsel te meten. Maar hoe kun je dat het beste doen?

Voorheen werd gebruik gemaakt van een combinatie van waarnemingen in allerlei golflengten, zoals zichtbaar licht, infrarood en ultraviolet, om een “totaalplaatje” van de stervorming te verkrijgen. Dat is natuurlijk een tijdrovend en omslachtig klusje, vandaar dat astronomen van het Max Planck Instituut onderzocht hebben of dit niet gemakkelijk kan. Hiertoe heeft men een groot aantal sterrenstelsels in radiogolven bestudeerd, in een poging om een direct verband te ontdekken tussen de afgegeven radiostraling en de mate van stervorming binnen een sterrenstelsel. De resultaten van dit zogenaamde KINGFISHER project zijn zeer bemoedigend.

Er blijkt namelijk een sterk verband te bestaan tussen de hoeveelheid radiostraling die op een bepaalde golfengte (1 tot 10 Ghz) door een sterrenstelsel wordt uitgezonden én de mate van stervorming in ditzelfde stelsel. Dat betekent dat waarnemingen die uitsluitend in radiogolven verricht worden je prima kunnen vertellen hoeveel sterren er ongeveer geboren worden. De betrokken wetenschappers willen hun nieuwe techniek nu bij veel meer sterrenstelsels gaan toepassen.

Het volledige vak-artikel kan hier ingezien worden.

Bron: Max-Planck-Institut für Radioastronomien

Geef een reactie