24 oktober 2017

TRAPPIST-1 lijkt ideaal voor de uitwisseling van leven tussen planeten

Voorstelling van het TRAPPIST-1 systeem. Credits: NASA/JPL-Caltech

In februari dit jaar werd de ontdekking bekendgemaakt van het TRAPPIST-1 systeem, waar zeven rotsachtige planeten blijken te draaien om een ultrakoele rode dwergster, waarvan drie planeten – TRAPPIST-1e, 1f en 1g – zich in de leefbare zone van die ster bevinden. Onderzoek van een team van wetenschappers van de Universiteit van Chicago laat zien dat als op één van de drie planeten in die zone inderdaad leven is ontstaan de kans groot is dat het leven zich ook naar de andere leefbare planeten heeft verplaatst, dat er sprake is van uitwisseling van leven, van ‘snelle litho-panspermia’, zoals de onderzoekers het in deze studie noemen. Door inslagen van bijvoorbeeld planetoïden of kometen op de eerste planeet, waar leven in het TRAPPIST-1 systeem zou ontstaan, zou uitgeworpen materiaal, met daarop meereizende bacteriën en ééncellige organismen, na korte tijd (tussen 10 en 100 jaar!) op de andere planeten terecht kunnen komen en zo zou het leven zich relatief snel kunnen uitbreiden naar de andere planeten. Het team van de Universiteit van Chicago, dat onder leiding stond van Sebastiaan Krijt, voerde op de computer simulaties uit van de uitwisseling van leven en daaruit blijkt dat de uitwisseling wel 4 tot 5 keer sneller kan gaan dan in ons zonnestelsel het geval is.

Artist’s impression van het planetenstelsel van TRAPPIST-1

Voortbordurend op dit onderzoek van uitwisseling van leven tussen de planeten van het TRAPPIST-1 systeem: als dat leven zich al lang geleden ontwikkeld en verspreid heeft, dan zou het inmiddels geëvolueerd kunnen zijn tot een intelligente buitenaardse beschaving, eentje die zich op meerdere planeten in het systeem bevindt. Tussen de planeten zou dan interplanetair radioverkeer mogelijk zijn en dat zou met krachtige signalen gepaard gaan, die hier op aarde wellicht ook ‘hoorbaar’ zijn. Met name op de momenten dat de leefbare planeten in lijn zijn met de aarde en de signalen ook onze kant uit komen, zouden we iets kunnen horen. Met die gedachte zijn ze bij het SETI-instituut al aan de gang gegaan, want op dat soort momenten, zoals op 6 april j.l. het geval was, wordt extra geluisterd met de Allen Telescope Array (ATA) of er signalen uit die richting hoorbaar zijn, in het bereik tussen 2,84 en 8,2 GHz. Tot nu toe heeft dat nog geen signaal opgeleverd, maar men is bezig algoritmes te maken, die uit de ruis iets van een signaal kunnen oppikken. Bron: Universe Today + Centauri Dreams.

Laat wat van je horen

*