24 april 2018

“De kwantumwereld kan onmogelijk een computersimulatie zijn”

Bestaan we wel echt? Deze filosofische vraag wordt al gesteld sinds de oudheid. Ook binnen de popcultuur van de twintigste eeuw vormt dit vraagstuk een dankbaar onderwerp. De films Videodrome (1983) en Brazil (1985) draaien rondom het idee dat iemand gevangen kan zijn in een “mentaal universum”, dat gecreëerd wordt door de menselijke geest. De film The Matrix (1999) gaat nog verder. In deze film(reeks) bestaat de dagelijkse realiteit uit een computersimulatie die wordt uitgevoerd door een hypercomplexe kunstmatige intelligentie.

Het idee dat ons bestaan niets meer is dan een computersimulatie, die wordt uitgevoerd door een hogere entiteit, heeft de laatste jaren flink aan populariteit gewonnen. Zelfs bekende figuren als Elon Musk en Ray Kurzweil (expert op het gebied van kunstmatige intelligentie) hebben geopperd dat dit idee realiteit zou kunnen zijn.

Nu hebben onderzoekers eens gekeken hoeveel rekenkracht noodzakelijk zou zijn om een compleet universum te simuleren. Wat blijkt nou? De noodzakelijke rekenkracht om een universum op kwantumniveau te simuleren is groter dan wat theoretisch gezien mogelijk is!

De onderzoekers hebben uitgerekend dat bij een kwantumsimulatie van slechts een paar honderd deeltjes de noodzakelijke geheugenmodule uit meer atomen zou moeten bestaan dan het totale aantal atomen in het heelal. Dat komt doordat de wetten en regels van de kwantumwereld dusdanig vreemd en complex zijn, dat bij het toevoegen van één gesimuleerd deeltje de noodzakelijke rekenkracht, geheugencapaciteit en elektriciteitsgebruik zal verdubbelen!

Goed, maar het onderzoek houdt zich alleen bezig met apparaten die wij mensen zouden herkennen als computers. Het is goed mogelijk dat een hypergeavanceerde beschaving de beschikking heeft over computerachtige machines die het menselijk voorstellingsvermogen te boven gaan. Dat betekent dat de vraag “leven we in een simulatie” vooralsnog niet honderd procent zeker beantwoord kan worden.

Bron: TechSpot

Reacties

  1. Angele van Oosterom zegt:

    Een boek dat hypothetiseert en eigenlijk een opmaat naar zo een hypergeavanceerde beschaving is (en nog wel uitgaat van een stoffelijke cosmos) en het ook meent te kunnen bewijzen dat wat hijzelf beweert in het boek theoretisch mogelijk is, is Frank J. Tiplers, ‘De fysica van de onsterfelijkheid’, uitgeverij Anthos, 1994/1996. Hierin probeert hij uit te leggen hoe de toename van entropie, haar massieve energie, gebruikt zou kunnen worden door de mens en de door haar vervaardigde machines, om de evolutie van de kosmos tot een van een uiterst beperkt aantal mogelijke toekomsten te dwingen. Deze manipulatie zal dermate heftig van aard zijn dat de uitkomst hiervan zal leiden tot wederopstanding van alles en iedereen die geleefd heeft of had kunnen leven. Voorwaarde is dat de mens als een, uiteraard zeer bijzondere, machine wordt gezien, het determinisme wordt in het boek tot in het extreme doorgetrokken, die samen met alle aanwezige materie in de kosmos, onderworpen is aan dezelfde natuurkundige wetten als een atoom of electron.

    Enkele citaten uit het voorwoord:

    ‘De entropie van de kosmos, bezien in zijn totale omvang van ruimte en tijd, zal in de verre toekomst chaotisch van aard zijn, de evolutie van de kosmos naar kosmologische maatstaven gemeten, zal binnen een korte tijd onvoorspelbaar worden. Chaotische evolutie op iedere astronomische schaal is een veel voorkomend verschijnsel, zowel van het zonnestelsel, als van de gehele kosmos zelf.

    Een berekening toont, dat aangezien chaos zich in alle orden van grootte voordoet, intelligente wezens deze onevenwichtigheden zouden kunnen gebruiken om de verplaatsing van materie op de allergrootste schaal te manipuleren. Aan de chaos die al besloten ligt in de vergelijkingen van Einstein zou die van de samenleving van intelligente levende wezens dus nog moeten worden toegevoegd. Het interessante is dat dit onjuist is. Wat er gebeurt is dat intelligent leven, wil het blijven voortbestaan, de aan de natuurkundige wetten inherente chaos zal moeten gebruiken om de evolutie van de kosmos tot 1 van een uiterst beperkt aantal mogelijke toekomsten te dwingen. Het voortbestaan zelf zal het leven noodzaken de kosmos orde op te leggen. Door de biologie erbij te betrekken , wordt het ons mogelijk gemaakt de fysica van de verre toekomst te kennen.

    Om berekeningen te kunnen maken is het noodzakelijk fundamentele biologische denkbeelden in de taal van de natuurkunde te vertalen. Het is nodig alle vormen van leven, ook de mens, te beschouwen als onderworpen aan dezelfde natuurkundige wetten waaraan elektronen en atomen voldoen. Ik beschouw een mens dan ook als niets anders dan een bepaald soort machine, het menselijk brein als niets anders dan een apparaat voor het verwerken van informatie, en de menselijke ziel als niets anders dan een programma dat draait op een computer die we de hersenen noemen. ook zijn alle mogelijke vormen van levende wezens, of ze nu intelligent zijn of niet, van gelijke aard en onderworpen aan dezelfde natuurkundige wetten als die waaraan alle informatie verwerkende apparaten onderhevig zijn.

    Velen vinden deze extreem reductionistische kijk op het leven niet alleen verkeerd maar ook weerzinwekkend. Ik geloof echter dat hun vijandige houding niet het reductionisme geldt, maar datgene wat ze ten onrechte als gevolgen van dat reductionisme beschouwen. Ze zijn ervan overtuigd dat mensen als machines te beschouwen zou betekenen dat de mens geen vrije wil heeft, dat er geen hoop op individueel leven na de dood is, en dat het leven zelf een volkomen onbeduidend onderdeel van een overweldigend vijandige kosmos is.

    In feite is het tegendeel waar. Juist het feit dat mensen machines van zeer speciale aard zijn, maakt het ons mogelijk te bewijzen dat wij mensen waarschijnlijk over een vrije wil beschikken, dat we een leven na de dood zullen kennen in een oord dat veel overeenkomst vertoont met de hemel van de grote wereldgodsdiensten en dat het leven, verre van onbeduidend te zijn eerder als de uiteindelijke oorzaak van het bestaan van de kosmos zelf kan worden beschouwd. Hoe dit in natuurkundig opzicht in zijn werk gaat, vormt het onderwerp van dit boek.’ (blz.16/17)

    ———————–

    De inhoud bevat naast een voorwoord, dankbetuiging en gehanteerde wiskundige begrippen de volgende hoofdstukken; I Inleiding, II. De uiterste grenzen van de ruimtevaart, III. Vooruitgang versus eindeloze herhaling en warmtedood, IV. De natuurkunde nadert haar eindstadium; de klassieke theorie van de Omega-Punt, , V. Determinisme in de klassieke algemene relativiteitsleer en in de quantummechanica, VI. De quantumversie van de Omega-Punttheorie, VII. Hoe de vrije wil uit quantumkosmologische mechanismen kan voortkomen, VIII. De Omega-punt en de stoffelijke kosmos moeten wel bestaan, IX. De fysica van de wederopstandigng van de doden tot eeuwig leven, X. Wat er na de wederopstanding gebeurt: hemel, hel en vagevuur, XI. Een vergelijking van de door de moderne fysica voorspelde hemel met het leven in het hiernamaals waarop de grote wereldgodsdiensten hopen, XII. De theorie van de Omega-punt en het christendom, XIII. Conclusie; theologie als tak van de natuurkunde.

    Met de noten, Appendix voor wetenschappers, Bibliografie en Register telt het boek 577 bladzijden. Vaak verwijzen boeken die over interstellaire ruimtereizen gaan expliciet naar het boek van Tipler als het gaat om ‘blauwdrukken” van menselijk DNA in de kosmos door zelfreplicerende nano-robotsondes te verspreiden.

    Dit bijzondere idee in een wat ander licht bezien en hopelijk misschien een soort van aanvulling op dit fraaie artikel van U, met als toevoeging dat mogelijk het niet een of/of situatie is maar de toekomst een uitkomst brengt waarin deze twee uiteenlopende vooralsnog filosofische stromingen in elkaar zullen samenvloeien (of juist niet en elkaar uitsluiten), (Tiplers boek vormde ook een inspiratiebron van Julian Browns boek, Minds, machines and the Universe’ en is complementair aan bv. Seth Lloyds, ‘Programming the Universe ‘uit 2007).

    mvrgr,, Angele van Oosterom

  2. Ill Matilled zegt:

    “De films Videodrome (1983) en Brazil (1985)..”

    Beide klassiekers met een verrassend goede rol voor Debbie van Blondie in Videodrome en een wat zwaardere, alternatieve DeNiro rol in Brazil. VHS tapes, on-screen paffen en dikke interferentie banden op kathodestraalbuis tv’s.

  3. hapeeski zegt:

    Het lijkt me eigenlijk dat een kwantumwereld juist weinig rekenkracht nodig heeft omdat materie daar zijn eigenschappen verliest. Pas door te kijken krijgt het die ze weer en zelfs dan blijft er onzekerheid bestaan (Heisenberg). De rekenpower blijft dus eigenlijk beperkt tot de mogelijkheden waarvan wij nu al gebruik maken.

    • hapeeski zegt:

      Haha, ik bedenk nu dat wat ik net schreef best goed overeen komt met de tekst die Angele van Oosterom aanhaalde in een eerdere reactie: ‘Wat er gebeurt is dat intelligent leven, wil het blijven voortbestaan, de aan de natuurkundige wetten inherente chaos zal moeten gebruiken om de evolutie van de kosmos tot 1 van een uiterst beperkt aantal mogelijke toekomsten te dwingen.’

  4. Voortbouwende op mijn idee omtrent de zwarte gaten waar waar donkere materie en donkere energie worden gemaakt en op deze manier het heelal tot uitzetten dwingen heb ik een punt buiten beschouwing gelaten: een nog hogere dimensie. Een nog hogere energielaag. Bij de inrichting van ons heelal en de energielagen is er nog een hogere energielaag ontstaan. Een energielaag zonder massa. Alleen maar puur energie. Echter deze energielaag heeft massa nodig om bij het heelal te blijven. Daardoor is er een, voor ons mensen onzichtbare maar constant aanwezige, wisselwerking aanwezig tussen “onze wereld” en die van de energielaag een trapje hoger. Zoals er ook wisselwerkingen bestaan tussen alle andere energielagen. Maar deze is wel van een heel bijzondere aard. Deze hogere energielaag is de basis van de leven brengende energie. Door deze koppeling kunnen wij mensen en alle andere levende wezens bestaan. Betekent dit dan dat deze hogere energielaag dan het heelal bestuurt. Nee, dus. Want anders zou alle chaos allang verdwenen zijn uit onze wereld. Wel kan deze energielaag voor verdergaande evolutie van het leven zorgen.

  5. Enceladus Enceladus zegt:

    “De onderzoekers hebben uitgerekend dat bij een kwantumsimulatie van slechts een paar honderd deeltjes de noodzakelijke geheugenmodule uit meer atomen zou moeten bestaan dan het totale aantal atomen in het heelal.”

    Ja en? Dat bewijst dus helemaal niets, want de supercomputer die ons heelal zou simuleren bevindt zich uiteraard niet in ons heelal, maar daar buiten. Het enige dat je dus kunt stellen is dat bewezen is dan er zich geen supercomputer binnen ons heelal bevindt die het heelal simuleert.

    Groet,
    Gert (Enceladus)

Laat wat van je horen

*