7 februari 2012

Van de Hollandsche kijker tot de E-ELT

Edwin Mathlener spreekt bij Huygens over de grote optische telescopen

Gisteravond hield Edwin Mathlener – directeur van Stichting de Koepel – voor de echte die-hards van sterrenkundevereniging Chr. Huygens, die ondanks de barre Siberische omstandigheden toch naar het clubhonk in de Alblasserwaard waren gereden, een lezing over de grote optische telescopen. Een boeiende lezing, die ons meevoerde van de allereerste telescoop, de Hollandsche kijker van – vermoedelijk – de Middelburgse brillenslijper Hans Lippershey uit 1608, tot de reusachtige European Extreme Large Telescope (E-ELT), die ergens rond 2022 z’n eerste licht zal zien. Mathlener wist z’n verhaal te doorspekken met leuke anekdotes, zoals dat van de reusachtige telescoop van Lord Rosse in Birr Castle, die zo groot was dat je door de telescoopbuis kon lopen. Toen die buis op de grond lag kwam koning George III tesamen met de bisschop langs voor een bezoek en toen beiden door de buis liepen schijnt de koning te hebben hebben gezegd “Come my Lord Bishop, let me show you the way to heaven.” Na de pauze ging het historische gedeelte over in het hedendaagse verhaal, waarin we de grote telescopen op Hawaï en in Chili tegenkomen, zoals de twee 10 meter Keck-telescopen en de vier 8,4 meter Very Large Telescopes. De observatoria worden tegenwoordig overdag net zo koel gehouden als de buitentemperatuur, om temperatuursschommelingen en daarmee ongewenste luchtturbulentie te voorkomen, en op de één of andere manier was Mathlener er in geslaagd om die situatie ook in het clubhuis van Huygens voor elkaar te krijgen, want het was er stervenskoud. Nog nooit een lezing meegemaakt waarin iedereen met z’n jas aan zat. :-) Afijn, om een idee te krijgen van de telescopen waar Mathlener het zoal over gehad heeft hieronder een lijstje van de hedendaagse reuzen, geplukt van Wikipedia, daaronder de grootste lenzenkijkers die gebouwd zijn en daaronder de drie toekomstige superreuzen, waarvan de Giant Maggelan Telescope al in 2018 gereed moet zijn.

's werelds grootste spiegeltelescopen

's werelds grootste lenzenkijkers

Die 1,25 meter refractor in Parijs is overigens nooit in gebruik genomen. Zoals Mathlener al zei is het risico van grotere lenzen dat ze onder hun eigen gewicht doorbuigen en dat is bij die kijker ook echt gebeurd.

's werelds grootste telescopen in de komende jaren

Lezing: grote optische telescopen bij Christiaan Huygens

Lezing: grote optische telescopen bij Huygens

Komende vrijdag 3 februari a.s houdt Edwin Mathlener bij sterrenkundevereniging Christiaan Huygens een lezing over de grote optische telescopen. Mathlener is directeur van Stichting ‘De Koepel’, een informatiecentrum over sterrenkunde, weerkunde en ruimte-onderzoek, en hij is tevens redacteur van het tijdschrift Zenit. Hier een korte vooruitblik op de lezing die Mathlener vrijdag houdt: De Hubble ruimtetelescoop is maar klein met een spiegel van 2,5 meter. Maar de foto’s zijn mooi en veel scherper omdat er geen storende atmosfeer is. Zijn lichtverzamelend vermogen is wel klein vergeleken met grote telescopen op aarde, en die aardse telescopen worden alsmaar groter. Nieuwe technieken maakten diameters van 8 en 10 meter mogelijk. Meestal voor spectroscopisch onderzoek, maar met ESO’s Very Large Telescope (VLT) worden ook prachtige foto’s gemaakt. Maar de ontwikkeling gaat verder: NASA maakt een nieuwe, grotere ruimtetelescoop. Andere groepen maken plannen voor telescopen met diameters van tientallen meters tot wel 100 meter. In deze deze lezing kijken we niet alleen naar heden en toekomst van de grote telescopen, maar ook terug op het verleden, waarin ieder tijdvak zijn eigen grote telescopen kende. De zaal bij Huygens gaat 20.00 uur open en de lezing start een half uurtje later. :bron: Bron: Huygens.

Lezing: Het dynamische Hertzsprung-Russell diagram

Het Herzsprung-Russell diagram

Komende vrijdag – 16 december 2011 – is er bij sterrenkundevereniging Christiaan Huygens weer een lezing. Dit keer eentje van drs. Robert de Jong, die zal vertellen over het Herzsprung-Russell diagram of kort gezegd het HDR. Als je niet weet wat het is of hoe het werkt dan deel je alles eerst in hokjes in. Dat noemen ze classificeren. Je krijgt dan inzicht in de diverse verschijningsvormen. Daarna bedrijf je hierop statistieken om er verder van te leren. Dat is nu precies wat gebeurd is voor de sterren. In eerste instantie lijken alle sterren op elkaar, alleen is de ene ster helderder dan de andere en soms verschillen ze ook ietwat van kleur. Als je echter de (kleuren)spektra van sterren met elkaar vergelijkt dan blijken er tientallen soorten sterren te bestaan. Als je de eigenschappen van die sterren op een bepaalde wijze in een diagram plaats krijg je zo het Hertzsprung-Russell diagram. Dit HRD wordt gebruikt om inzicht te krijgen in de opbouw en werking van de sterren. Het samenstellen van een HRD voor de sterren is niet eenvoudig als dat nauwkeurig plaats moet vinden, maar als dit werk gedaan is kunnen er vele conclusies uit getrokken worden, waaronder de levensgeschiedenis van sterren en de leeftijdsbepaling van sterren. Het is niet de eerste keer dat Robert de Jong bij Huygens te gast is. Zo is hij al eens komen vertellen over o.a. de kwantummechanica in de sterrenkunde en na zijn lezing over de oerknal bleek uit een stemming dat heel wat leden niet meer zo overtuigd waren van deze theorie. De laatste keer dat hij bij Huygens was gaf hij een boeiende lezing over fractalkosmologie. Ze hebben er het volste vertrouwen in dat hij de aanwezigen ook deze keer weer weet te boeien. De lezing begint om 20:30. Vanaf 20:00 uur is de zaal open en ben je van harte welkom voor een lekkere kop koffie of thee. :bron: Bron: Huygens.

Aha, NSV 11749 blijkt ook een VLTP te zijn geweest

De lichtcurves van de drie bekende VLTP's

Ja ja mensen, we zijn weer bij de afdeling cryptotitels. “NSV 11749 blijkt ook een VLTP te zijn geweest“, tsja, daar valt natuurlijk geen touw aan vast te knopen. En dan te bedenken dat we het hebben over iets dat zich meer dan honderd jaar geleden heeft afgespeeld, ergens tussen 1899 en 1914. Is dat interessant, nu anno 2011? Yep, dat is het zeker. Laat mij het even uitleggen. NSV 11749 is een ster die in 1899 plotseling op fotografische platen opdook, op een plek aan de hemel waar voor die tijd niets te zien was. In die tijd was er niemand die deze ‘nieuwe’ ster opviel, maar dat gebeurde wel in 2005 toen David Williams, lid van de American Association of Variable Star Observers (AAVSO) foto’s bestudeerde uit de Harvard College Astronomical Plate collectie, welke gemaakt waren in de periode 1885 – 1993. NSV 11749 leek op een nova, maar z’n verloop in lichtkracht was nogal grillig (zie de afbeelding, bovenste grafiek). Nu pas blijkt waar dat grillige verloop door werd veroorzaakt: er is geen sprake van een nova, maar van een zogenaamde Very Late Thermal Pulse (VLTP), vrij vertaald een zeer late thermische puls. Het gaat om een witte dwerg, een ster met een massa ongeveer gelijk aan die van de zon, gepropt in een volume ter grootte van de aarde. Bij zo’n VLTP komt waterstof uit de buitenlagen van de witte dwerg door convectie terecht in het binnenste van de ster en komt er nog een laatste stuiptrekking van waterstofverbranding. Berekeningen laten zien dat gemiddeld één keer per jaar in de Melkweg een witte dwerg z’n buitenlagen uitstoot en een planetaire nevel vormt. Slechts 10% zou daarbij een VLTP ondergaan, dus dat zou in principe iedere 10 jaar te zien moeten zijn. Er zijn op dit moment drie VLTP’s bekend: V605 Aql die in 1919 werd ontdekt, V4334 Sgr, die in 1996 werd ontdekt en naar nu dus blijkt ook NSV 11749, die in 1899 voor het eerst te zien was. Om het ingewikkeld te maken heeft men ook verschillen ontdekt in de eigenschappen van de drie VLTP’s, maar die zijn waarschijnlijk terug te voeren naar de verschillen in massa van de witte dwergen.

Over de AAVSO en novae gesproken

Gisteravond was er niet alleen een mini-ALV bij sterrenkundevereniging Chr. Huygens – een mini-algemene ledenvergadering, eentje die letterlijk en figuurlijk mini was, want hij duurde slechts tien minuten – maar er was ook een zeer enerverende presentatie door André van der Hoeven over het waarnemen van veranderlijke sterren en exoplaneten vanuit je achtertuin. In die presentatie ging het onder andere over de AAVSO, die kaarten publiceert van veranderlijke sterren, waartoe ook de novae en VLTP’s behoren. André heeft over zowel het waarnemen van veranderlijke sterren als van exoplaneten op de Astroblogs geschreven, dus voor de details verwijs ik je naar die blogs.

:bron: Bron: Universe Today.

Korte en lange gamma bursts

Loonen tijdens z'n lezing bij Huygens

Ik spreek zelf al jaren van gammaflitsers, maar Jos Loonen hanteerde gisteravond tijdens z’n lezing bij sterrenkundevereniging Chr. Huygens telkens de term gamma bursts of gamma ray bursts. Ach, het beestje moet een naam hebben, nietwaar? Met uw goedkeuring blijf ik zelf spreken over gammaflitsers – vaderlandschlievendt als ick ben. In z’n lezing ging Loonen in op de geschiedenis van de waarnemingen aan de gammaflitsers, die per toeval in 1967 startte door de Amerikaanse Vela-satellieten, die bedoeld waren om eventuele Russische kernproeven in de atmosfeer in de gaten te houden, maar die onverwachts kortstondige gammapulsen uit de ruimte zagen. Toen duidelijk werd dat de GRB’s – gamma ray bursts – een kosmische en geen menselijke oorsprong hebben ging men satellieten bouwen die speciaal voor de waarneming ervan bedoeld waren. Gammastraling is zeer energetisch en dringt – gelukkig maar – niet door in de dampkring van de aarde, vandaar de noodzaak van satellieten. Het navolgende onderzoek van een hele vloot aan satellieten, zoals Compton, BeppoSax, Swift en recent Fermi, laat zien dat er twee soorten gammaflitsers zijn, de korte  (< 2s) en lange (> 2s). Uit de waarnemingen van de zogenaamde afterglow van gammaflitsers in andere delen van het electromagnetische spectrum, optisch, ultraviolet en röntgen, komt naar voren dat ze verbonden zijn aan sterrenstelsels. Loonen schetste de twee modellen die er zijn voor de twee varianten van de gammaflitsers: de korte ontstaan vermoedelijk door de botsing van twee neutronensterren, de lange door zogenaamde hypernovae of collapsars, waarbij de kern van een zeer zware ster ineenstort tot een zwart gat en dan vervolgens in twee bundels of straalstromen gammastraling uitzend. Staat de aarde in de richting van zo’n bundel dan zien we de gammaflitser, anders niet. In ieder sterrenstelsel schijnt eens per 100.000 jaar een gammaflitser te kunnen opdoemen en de vraag van de geïnteresseerde luisteraars gisteravond wat er dan gebeurt met ons op aarde. Een ster als Eta Carina is zo’n doem-kandidaat van een zware ster die mogelijk in de recente toekomst kan ontploffen en er zijn vermoedens dat de massa-extinctie die tijdens het Ordovicium > Siluur (444 miljoen jaar geleden) plaatsvond ontstaan is door een nabije gammaflitser. Afijn, om een lang verhaal kort te maken: het was een leuk en boeiend avondje bij Huygens.

Lezing: gammaflitsers bij Huygens

Impressie van een gammaflitser

Gammaflitsers – op z’n Engels Gamma ray bursts – zijn korte, maar heftige uitbarstingen van gammastraling in het heelal. Over dat boeiende onderwerp gaat morgenavond drs. J.P. Loonen een lezing geven bij sterrenkundevereniging Chr. Huygens in Papendrecht. Sinds de 60-er jaren van de vorige eeuw waren de aard en oorsprong van die gammaflitsen raadselachtig. pas in de laatste 10 jaar hebben we inzicht verworven in wat ze zijn. We weten nu dat het de heftigste uitbarstingen in het heelal zijn, ze stoten honderden malen meer energie uit dan supernova’s. In de lezing wordt ingegaan op de historie en de aard van de gammaflitsen, een stukje ultramoderne, maar voor iedereen begrijpelijke sterrenkunde. De lezing begint om 20:30 uur. Vanaf 20:00 uur is de zaal open en ben je van harte welkom voor een kop koffie of thee. :bron: Bron: Chr. Huygens.

Jupiter en de Maan door de ED80 telescoop


Amateur-astrofotograaf Jan Heuser – lid van sterrenkundevereniging Chr. Huygens – heeft op 12 november j.l. Jupiter en de Maan gefotografeerd. Tot nu toe meed hij die objecten enigszins en legde hij zich voornamelijk toe op sterrenstelsels – zoals deze van M101, waarop ook de supernova SN 2011fe te zien is – en gasnevels en planetaire nevels – zoals op dit filmpje te zien is. Manen en planeten vragen kennelijk een andere aanpak dan die objecten ver buiten het zonnestelsel en eindelijk heeft hij zich er aan gewaagd en met een goed resultaat. Hierboven zie je het duo, waarbij Jupiter gemaakt is met ED80 f=600 telescoop, 4x barlow, camera: ALccd5 (= zelfde als QHY5) monochrome en LRGB-filters en de Maan met dezelfde telescoop en dan zonder barlow, camera: ALccd5 monochrome met een IR-filter. Jan, ga zo door!

Zijn er nog vragen?

Paul Bakker bij Chr. Huygens

Paul Bakker – net terug van een weekje Astrovaçance in het zuiden van Frankrijk – begon gisteren z’n presentatie over Astrofotografie bij sterrenkundevereniging Christiaan Huygens met de vraag aan de vele aanwezige leden ‘zijn er nog vragen?‘ Hij heeft vaker het onderwerp besproken, maar dit keer was z’n insteek erg interactief á la ‘u vraagt, wij draaien’. Als leden vragen hadden over astrofotografie zou hij er op in gaan. Hij was – uiteraard – voorbereid op de mogelijke vragen en had in een powerpoint al de nodige onderwerpen opgesomd. In z’n boeiende presentatie ging Paul in op onderwerpen als ‘wat kan er allemaal fout gaan bij het maken van astrofoto’s en wat kan je er allemaal aan doen om het te voorkomen?’, ‘wat is het verschil tussen fotografie met de CCD en met de DSLR’s?’, ‘wat zijn precies dark frames en flat fields?’ en ‘welke apparatuur heb je nodig om astrofoto’s te kunnen maken?’. Na de pauze ging Paul door op de vele vragen en hij eindigde de avond met een opsomming van mislukte én geslaagde opnames van sterren, planeten, nevels en sterrenstelsels. Een leuke avond, die menig lid enthousiast zal hebben gemaakt om zelf eens een poging te wagen om hemelobjecten te fotograferen.

Lezing: afstandsmeting in het heelal door de eeuwen heen

afstanden meten in het heelal

Komende vrijdag de 14e oktober is er een lezing door Carlo Jenniskens, voorzitter van de afdeling Breda van de KNVWS, bij sterrenkundevereniging Chr. Huygens in Papendrecht. De lezing, handelend over de historie van afstandsmeting in het heelal, is een keer ontstaan tijdens een rekenles voor groep 8 van de basisschool. Je kunt met eenvoudige berekeningen en gebruikmaken van basiskennis van de hemellichamen al een behoorlijk beeld krijgen van de afstanden binnen ons zonnestelsel. Met eenvoudige geometrie kan men ook afstanden bepalen van sterren. In deze voordracht gaat Jenniskens meer in op de historie en de personen die ultieme bewijzen hebben aangedragen om te komen tot een goed beeld van de astronomische afstanden. Onze historische reis begint bij Plato die aan de hand van de omloopstijden van de 5 planeten de planeet volgorde en ook de relatieve afstand kon bepalen. Vele Griekse geleerden deden pogingen om afstanden van Maan en Zon te bepalen. Eratosthenes van Syrene berekende de aardomtrek en kwam het nauwkeurigst uit. Hipparchus gebruikte de driehoek methode met de Aarddiameter als basis. Vele West Europese geleerden zoals Copernicus, Kepler en vele anderen hebben bijgedragen aan de afstandmeting binnen ons zonnestelsel. De Engelse astronoom Horrocks bepaalde als eerste via een Venus overgang de zonneparallax en daarmee was de afstand tot de zon en de afstanden van de toen gekende planeten bekend. De lezing begint om 20:30 uur. Vanaf 20:00 uur is de zaal open en ben je van harte welkom. :bron: Bron: Vereniging Christiaan Huygens.

De kloof tussen professionele- en amateur-astrofotografie wordt steeds kleiner

M27, de Halternevel met z'n buitenste ringen

Vroeger kon je verlekkerd kijken naar die prachtige astrofoto’s die gemaakt waren met de vijf-meter telescoop van Mount Palomar en later met de Hubble ruimtetelescoop. Tegenwoordig kan je nog steeds likkebaardend naar foto’s van hemelobjecten kijken, die er net zo prachtig uitzien als die gemaakt zijn met de grote professionele instrumenten. Eén verschil: ze worden nu ook gemaakt door amateur-astrofotografen! Eén van die ‘ama-profs’ – zoals ik ze maar even noem – is André van der Hoeven, die gisteravond bij sterrenkundevereniging Chr. Huygens een presentatie hield over zijn grote, tijdrovende hobby astrofotografie. Hij liet overtuigend zien dat de kloof tussen de professionele wereld van de astrofotografie en die van de amateur-astrofotografie slinkende is. Zo liet hij een foto zien – hiernaast te bewonderen – van de welbekende Halternevel (M27) in het sterrenbeeld Vosje (Vulpecula). Geen foto die gemaakt is vanaf de Chajnantor-hoogvlakte in de Atacama-woestijn in noord-Chili, nee de foto is gewoon gemaakt in Hendrik-Ido-Ambacht, onder de ‘verlichtte’ rook van de laagvlakte van Rotterdam, alwaar je ‘s avonds geen Melkweg meer kunt zien, maar wel een melkwit-verlichtte hemel. Met een mix van foto’s gemaakt met z’n C11 en Skywatcher ED80 – allen voorzien van de nodige filters, die het storende licht uiterst efficiënt tegenhouden – en bewerkt met een aantal programma’s op de PC wist André de buitenste ringen van de planetaire nevel M27 te fotograferen, ringen die pas in 1992 zijn ontdekt door de professionals! 8-O


In z’n boeiende presentatie schetste André de ingrediënten voor een succesvolle astrofoto, variërend van de zon, de maan, de planeten, gasnevels en bolhopen tot aan sterrenstelsels: niet alleen goede apparatuur, een goede voorbereiding, een goed gekozen doel (‘beter één goede astrofoto per nacht, dan tien mislukte foto’s') en veel tijd die er in gestoken moet worden, maar ook een goede nabewerking op de PC. Dat laatste is met de digitalisering van de astrofotografie steeds belangrijker geworden en André heeft inmiddels een bataljon aan programma’s vergaard – van Registax en Astrostack tot en met de met extensies uitgebreide Photoshop – die allen als motto lijken te hebben Alles eruit halen wat erin zit. De gehele presentatie van André staat binnenkort op z’n website, dus onnodig om dat hier verder allemaal te laten zien. Ik sluit af met de constatering dat Nederland met André – wiens werk hier regelmatig op de Astroblogs te bewonderen is – een echte ama-prof in huis heeft, die op kundige wijze astroplaatjes weet af te leveren die net zo likkebaardend zijn als wat professionele instrumenten produceren. [Update]: André heeft zojuist de presentatie op z’n website gezet:

Presentatie André v.d. Hoeven over astrofotografie (20 Mb)

Switch to our mobile site