7 februari 2012

GJ 667Cc: beste kandidaat tot nu toe als bewoonbare exoplaneet


Sterrenkundigen hebben in het sterrenbeeld Schorpioen een exoplaneet ontdekt die van alle tot nu toe bekende exoplaneten het beste als bewoonbare planeet kan worden beschouwd: GJ 667Cc. De planeet is 4,5 keer zo zwaar als de aarde – categorie Super-Aarde zoals dat wordt genoemd – en hij draait in 28 dagen om GJ 667C1 een rode dwergster van de spectraalklasse M, drie keer zo licht als de zon. Afstand tot de aarde: slechts 22 lichtjaar, da’s voor sterrenkundigen zéér dichtbij. Graadmeter voor het wel of niet bewoonbaar zijn is de afstand tot de ster en de temperatuur die daar heerst. Als de temperatuur ter plekke geschikt is om vloeibaar water aanwezig te laten zijn is sprake van een bewoonbare zone. GJ 667Cc blijkt midden in de zogenaamde bewoonbare zone te liggen, zoals je ziet in de afbeelding hieronder. Andere ‘bewoonbare’ planeten zoals Kepler-22b liggen net aan de rand van de zone.

De meeste bekende planeten zijn ontdekt met de zogenaamde transitiemethode, waarbij de lichtkracht van sterren in de gaten wordt gehouden en een passerende exoplaneet vanaf de aarde gezien dat licht eventjes dimt, hetgeen gemeten kan worden. De Kepler ruimtetelescoop heeft op die manier honderden planeten ontdekt. GJ667Cc is met een andere methode gevonden waarbij de exoplaneet door z’n gravitatiekracht iets aan de ster trekt en deze daardoor een beetje schommelt. Die schommeling is op haar beurt weer te zien aan een Doppler-verschuiving van de spectraallijnen van de ster. Door te spitten in de spectrografische gegevens die van GJ667C waren verkregen met het W.M. Keck Observatorium in Hawaï en de nieuwe Carnegie Planet Finder Spectrograph op de Magellan II Telescoop kon men de exoplaneet vinden. Er is nog een exoplaneet in het systeem, GJ667Cb, die dichterbij de ster staat en daar in 7,2 dagen omheen draait. Daar is het te heet voor vloeibaar water. Ook is er wellicht een derde planeet, GJ667Cd, maar die is nog niet bevestigd. :bron: Bron: Space.com.

Noot:
  1. Je hebt ook GJ667A en -B, feitelijk een systeem met drie sterren. []

Kepler ontdekt 11 planeetsystemen met 26 bevestigde exoplaneten


Kepler strikes again!
Met deze ruimtetelescoop van de NASA heeft men maar liefst 11 nieuwe planeetsystemen bij sterren in de Melkweg ontdekt, waar welgeteld 26 planeten omheen cirkelen. Men deze ontdekking is het aantal bevestigde planeten dat met Kepler is gevonden in één klap verdubbeld en het verdrievoudigd de hoeveelheid bekende sterren waar meer dan één planeet omheen draait. De 26 exoplaneten – welke je hierboven schematisch ziet weergegeven, samen met de andere meervoudige systemen die door Kepler zijn ontdekt – variëren in grootte van 1,5 keer de aarde tot groter dan Jupiter. De omlooptijden om hun ster liggen tussen 6 en 143 dagen en allemaal staan ze dichterbij de ster dan Venus staat tot de zon. Kepler heeft alle planeten ontdekt door de transitiemethode: hij houdt in de sterrenbeelden Lier en Zwaan continue ruim 150.000 sterren in de gaten en zodra vanaf de aarde gezien een planeet voor de ster langs schuift wordt het licht een klein tikkeltje verduisterd, hetgeen leidt tot een dipje in de lichtkracht. Drie keer zo’n periodiek dipje is voldoende voor Kepler om massa, omvang en omloopperiode te weten. In dicht opeengepakte planeetsystemen – soms wel met vijf planeten ‘op een kluitje’, zoals Kepler-33 – kunnen de planeten elkaar gravitationeel beïnvloeden en dat kan leiden tot wisselende omlooptijden, waarbij ze soms sneller en soms langzamer bewegen. Kepler kan dergelijke variaties in de omlooptijden meten en ze worden Transit Timing Variations (TTV’s) genoemd. Kepler heeft in totaal zo’n 2300 exoplaneten ontdekt, maar op 60 na zijn die allemaal nog onbevestigd door andere telescopen. De 26 planeten die met de TTV’s zijn gevonden zijn relatief gemakkelijk te bevestigen en dat maakt het aannemelijk dat het aantal bevestigde exoplaneten de komende tijd flink zal toenemen. :bron: Bron: NASA.

Astronomen vinden kleine exoplaneet die aan het verdampen is

Impressie van de verdampende planeet bij KIC 12557548

Astronomen hebben bewijs gevonden voor een exoplaneet ter grootte van Mercurius die voor ons ogen aan het verdampen is, zo blijkt uit waarnemingen die zijn verricht met de Kepler ruimtetelescoop. Als dit bevestigd kan worden, is dit de eerste keer dat men een rotsachtige exoplaneet gevonden heeft die aan het verdampen is. Men heeft eerder al een gasplaneet gevonden die iets soortgelijks doormaakt.

Het bestaan van de planeet is afgeleidt uit waarnemingen die zijn verricht bij de ster KIC12557548, die iets kleiner is dan de zon. Iedere 15,685 uur dimt het licht van de ster een beetje. Dat betekent dat een begeleider voor de ster langs trekt. In tegenstelling dat alle andere “transits” (overgangen) die Kepler heeft waargenomen, varieert deze van omloopbaan tot omloopbaan. Computerberekeningen laten zien dat de beste oplossing voor deze bizarre veranderlijke “transits” bestaat uit een rotsachtige planeet, ter grootte van Mercurius, die rechtstreeks in gas verandert. Hierbij wordt de planeet (die normaal gesproken te klein is om door Kepler te worden waargenomen) omhuld door een grote wolk van minerale dampen.

De afstand tussen de planeet en de ster bedraagt slechts 1% de afstand tussen de aarde en de zon, waardoor de temperatuur aan het oppervlak van de planeet zo’n 2000 graden Celsius bedraagt. Dit is voldoende om mineralen als pyroxeen en olivijn te laten verdampen. Dit zijn algemene bouwstenen van rotsachtige planeten. Het gevolg is een gigantische dampwolk rondom de planeet, die op een soortgelijke manier ontstaat als de staart van een komeet. Het is mogelijk dat de planeet zelf behalve een wolk ook een komeetachtige staart heeft, hoewel deze niet is waargenomen. Berekeningen laten zien dat de planeet binnen 200 miljoen jaar (een oogwenk op kosmische tijdschaal) compleet verdwenen zal zijn.

Bovendien laat het lot van de planeet zien wat in de toekomst met ‘onze’ Mercurius zal gebeuren. Als de zon over een paar miljard jaar opzwelt tot een rode reus, zal Mercurius op een soortgelijke manier gaan borrelen en verdampen als de planeet die door Kepler is ontdekt, en een soortgelijke wolk en/of staart gaan vormen. Er bestaan ook alternatieve verklaringen voor de waarnemingen van Kepler. Vandaar dat het verantwoordelijke wetenschapsteam graag de Hubble ruimtelescoop zou willen gebruiken om een spectrale analyse te maken van de wolk. Als hieruit blijkt dat deze bestaat uit elementen als silicium en magnesium (waaruit je rotsen kunt maken), is dat een bevestiging van de “verdampende planeet”-theorie.

:bron: Bron: New Scientist.

Kepler ziet exoplaneet verdampen door verzengende hitte nabije ster


Je zou er een goede voorstelling van Dante’s inferno van kunnen maken: de afbeelding hierboven van de verzengend hete planeet die om de ster KIC 12557548 draait, 1500 lichtjaren van de aarde gelegen. De ster wordt samen met ruim 150.000 andere sterren al meer dan een jaar in de gaten gehouden door de Kepler ruimtetelescoop, die via de detectie van dipjes in de lichtkracht op zoek is naar mogelijke exoplaneten bij die sterren. KIC staat voor Kepler Input Catalog, dat zijn al die sterren op een rijtje. In de lichtkracht van KIC 12557548 – een ster van spectraaltype K met een massa van 0,7 keer die van de zon – blijkt iedere 15,685 uur een dipje voor te komen. Vanaf de aarde gezien duikt er dus iedere 15,685 uur iets tussen de ster en ons in. Andere verklaringen dan een kleine, rotsachtige exoplaneet, de helft ongeveer van de aarde qua middellijn, zijn er niet. Maar er is iets vreemd met deze planeet aan de hand. De overgang (ook wel transitie genoemd) die iedere 15,685 uur plaatsvindt is telkens anders. De grootte van de dip wisselt keer op keer en dat is nooit eerder bij andere exoplaneten opgemerkt. Verder onderzoek heeft nu uitgewezen dat de planeet bij KIC 12557548 zó dichtbij z’n moederster staat dat het er bloedje heet is: maar liefst 2000 °C. De afstand tussen deze twee is 1,5 miljoen km, da’s nog geen vier keer de afstand tussen aarde en maan. Door die hitte en de nabije afstand – met een enorme getijdewerking als resultaat - is de planeet bezig om beetje bij beetje te verdampen. En omdat die verdamping in een verschillend tempo gaat is ook de verduistering van het sterlicht die de planeet en z’n omringende wolk van verdampt materiaal bij iedere transitie veroorzaken verschillend. Schattingen wijzen uit dat de planeet iedere seconde 100.000 ton aan materiaal verliest door de verdamping. Ding dong, honderduizend ton per seconde! 8-O Klinkt veel, is ook veel. En toch kan in dat tempo de planeet nog vele miljoenen jaren bestaan en kunnen wij er prachtig waarnemingen aan verrichten. Denk trouwens niet dat de planeet bij KIC 12557548 de heetste exoplaneet is die we kennen. Die eer is weggelegd voor WASP-33b, waar het maar liefst 3200 °C aan het oppervlak is. Da’s pas heet! :bron: Bron: Bad Astronomy.

Exoplaneet 55 Cancri e blijkt toch anders dan gedacht

Een vergelijking tussen 55 Cancri e en de Aarde

Op een afstand van 40 lichtjaar van de aarde draait de rotsachtige wereld 55 Cancri e gevaarlijk dicht rondom het hellevuur van zijn moederster. De planeet voltooit iedere 18 uur een omloopbaan en staat daarmee 26 keer dichter bij zijn moederster dan de afstand tussen Mercurius en de zon. Als de aarde op die positie zou staan zou de grond onder onze voeten opwarmen tot 1700 graden Celsius. Dat betekent dat 55 Cancri e niets meer is dan een woestenij van geblakerde rotsen….toch?

Nieuwe waarnemingen die verricht zijn met de Spitzer Space Telescope lijken dit beeld op zijn kop te zetten. 55 Cancri e zou wel eens veel natter en vreemder kunnen zijn dan gedacht. Aangezien 55 Cancri e periodiek voor zijn moederster langstrekt (een zogenaamde transit planet) kunnen wetenschappers relatief veel te weten komen over de planeet. Zo weet men niet alleen de massa en omloopbaan van de planeet, maar ook het volume en de dichtheid.

Volgens de nieuwe waarnemingen bedraagt de massa van 55 Cancri e ongeveer 7,8 keer die van de aarde en bedraagt de diameter het dubble van onze moederplaneet. Hiermee valt 55 Cancri e binnen de categorie van “super-aardes”. Slechts een handvol hiervan trekken periodiek voor hun moederster langs, waardoor 55 Cancri e beter begrepen wordt dan de meeste super-aardes. Toen de planeet in 2004 ontdekt werd, suggereerden vroege schattingen van diens massa en grootte dat 55 Cancri e een dichte, vaste rotsbal moest zijn. Gegevens van Spitzer laten een ander beeld zien: maar liefst 1/5 van de massa van de planeet blijkt te bestaan uit lichte materialen, waaronder water.

Gezien de intense hitte en hoge dichtheid die geacht worden te heersen op de planeet, zouden deze materialen in een “superkritieke” vloeibare staat moeten verkeren. Een superkritieke vloeitstof is een fase van materie die het beste omschreven kan worden als een vloeistofachtig gas met een gigantisch oplossend vermogen. Water wordt superkritiek in bepaalde stoomturbines – waardoor de metalen bladen van de stoomturbines soms deels oplossen! Dit hete en zeer dichte materiaal zou op 55 Cancri e dus letterlijk uit de rotsen kunnen stromen (of is het stomen?).

Met superkritieke superoplosmiddelen die vanuit het oppervlak omhoog wellen, een ster van angstaanjagende proporties die de hemel vult, en jaren die in slechts enkele uren voorbijgaan, leert 55 Cancri e ons een belangrijke les: het feit dat een planeet van vergelijkbare grootte als de aarde is, wil niet zeggen dat de planeet ook op de aarde lijkt! Hieronder een video over 55 Cancri e.

YouTube voorvertoningsafbeelding

:bron: Bron: Physics Org.

Opnieuw twee exoplaneten ontdekt die om dubbelsterren draaien

Voorstelling van het systeem Kepler-35

Van de ruim 700 bevestigde exoplaneten die we momenteel kennen draait het overgrote merendeel rond enkelvoudige sterren, net zoals het geval van ons eigen planetenstelsel dat om de zon draait. Pas in 2011 werd de eerste planeet ontdekt die om een dubbelster draait, Kepler-16b, die direct na z’n vondst werd vergeleken met de planeet Tatooine uit de Star Wars filmserie. Deze week werd bekendgemaakt dat in het sterrenbeeld Zwaan opnieuw twee exoplaneten zijn ontdekt, die rondom een dubbelster draaien: Kepler-34b en Kepler-35b. Men spreekt inmiddels van circumbinaire planeten – tsja het beestje moet per slot van rekening een naam krijgen. Beide planeten zijn gasreuzen, die de grootte van Saturnus hebben. Kepler-34b draait in 289 dagen om beide sterren, terwijl de sterren 0 beiden op de zon lijkend – zelf in 28 dagen om een gemeenschappelijk zwaartepunt draaien. Kepler-35b draait in 131 dagen om z’n twee sterren en die draaien weer in 21 dagen om elkaar heen. In het geval van Kepler-35b hebben de sterren 80 en 89% van de massa van de zon. Kepler-34b bevindt zich 4900 lichtjaar van ons, Kepler-35b 5400 lichtjaar. Da’s veel verder dan Kepler-16b, die slechts 200 lichtjaren van ons verwijderd is. De planeten zijn gevonden met de Kepler-ruimtetelescoop, die in de sterrenbeelden Zwaan en Lier ruim 150.000 sterren continue in de gaten houdt, loerend op dipjes in hun lichtkracht, die ontstaan als vanaf de aarde gezien een exoplaneet voor de ster langs trekt en een deel van het sterlicht tegenhoudt. De recente ontdekking wijst er op dat planeten om dubbelsterren minder zeldzaam zijn dan gedacht. :bron: Bron: NASA.

Saturnus-achtig ringensysteem ontdekt dat ster bijna 2 maanden verduistert


Sterrenkundigen van de Universiteit van Rochester hebben bij een op onze zon lijkende ster in het zuidelijke sterrenbeeld Centaurus een ringensysteem ontdekt, dat er voor gezorgd heeft dat het licht van de ster vanaf de aarde gezien bijna twee maanden lang werd verduisterd. Het systeem werd ontdekt in het kader van het internationale SuperWASP (Wide Angle Search for Planets) en All Sky Automated Survey (ASAS) project, waarbij sterren van de nabije Scorpius-Centaurus associatie in de gaten worden gehouden. Het draait allemaal om de ster 1SWASP J140747.93-394542.6, alias ASAS J140748-3945.7 –  leuk om te onthouden – die zich 420 lichtjaren van ons bevindt en die qua massa vergelijkbaar is met de zon. In één opzicht is er een duidelijk verschil met de zon: 1SWASP J140… etc is slechts 16 miljoen jaar oud, da’s 1/300e van de leeftijd van de zon. Scheelt een poepie. In 2007 werd al opgemerkt dat de ster gedurende 54 dagen achteruit ging in lichtkracht, waarbij maximaal 95% van het sterlicht werd geblokkeerd (zie afbeelding hieronder). Meestal duurt het dipje van een passerende exoplaneet enkele uren, maar die 54 dagen is extreem lang. Ook kwam er vier keer een korte onderbreking van de lange dip.

Nadat het Rochester-team andere verklaringen kon uitsluiten – een sferische ster bijvoorbeeld en een stofschijf om de ster – kwam er maar één logische verklaring uit de bus: de verduistering moet veroorzaakt zijn door een gigantisch ringensysteem, bestaande uit vier ringen, met tussenruimtes. Het systeem is enkele tientallen miljoenen kilometers groot, gigantisch als je het vergelijkt met de ringen van Saturnus, die zo’n 300.000 km groot zijn. De vraag is: wat bevindt zich in het midden van het ringensysteem? Een planeet of een bruine dwerg? Die vraag kan op dit moment nog niet beantwoord worden, omdat de massa door het ontbreken van gegevens over de Doppler-verschuiving niet bekend is. Als de massa tussen 16 en 75 Jupitermassa ligt, dan is het een bruine dwerg, een soort van mislukte ster. Is de massa onder de 16 Jupitermassa, dan is het een super-Jupiter, eh… nee meer een super-Saturnus. :bron: Bron: Univ. van Rochester.

Planeten in overvloed in onze Melkweg


Een internationaal team, onder wie drie astronomen van de Europese Zuidelijke Sterrenwacht (ESO), heeft de techniek van gravitationele microlensing gebruikt om te meten hoe algemeen planeten in de Melkweg zijn. Na zes jaar onderzoek, waarbij miljoenen sterren zijn gevolgd, komt het team tot de conclusie dat planeten bij sterren eerder regel dan uitzondering zijn. De resultaten zullen op 12 januari in Nature verschijnen. De afgelopen zestien jaar hebben astronomen meer dan zevenhonderd exoplaneten ontdekt. Ook is een begin gemaakt met het onderzoek van de spectra en atmosferen van deze werelden. Hoewel het onderzoek van de eigenschappen van afzonderlijke exoplaneten ontegenzeggelijk waardevol is, wacht de fundamentele vraag hoe algemeen planeten in de Melkweg zijn nog op een antwoord. De meeste exoplaneten die tot nu toe zijn opgespoord, zijn gevonden door het effect van de zwaartekrachtsinvloed van de planeet op zijn moederster te detecteren of door de planeet te betrappen op het moment dat hij voor zijn ster langs beweegt en deze gedeeltelijk verduistert. Met deze beide technieken worden vooral planeten opgespoord die ofwel zwaar zijn ofwel op kleine afstand om hun ster cirkelen (of allebei). Veel planeten worden dus over het hoofd gezien. Een international team van astronomen heeft met een compleet andere methode naar exoplaneten gezocht. Met deze techniek, die gravitationele microlensing wordt genoemd, kunnen planeten van sterk uiteenlopende massa’s en ook op grotere afstanden van hun ster worden opgespoord. Arnaud Cassan (Institut dʼAstrophysique de Paris), hoofdauteur van het Nature-artikel, legt uit: ‘We hebben zes jaar vanmicrolensing-waarnemingen onderzocht op aanwijzingen voor exoplaneten. Opmerkelijk is dat deze gegevens aantonen dat er in ons Melkwegstelsel meer planeten zijn dan sterren. Ook hebben we ontdekt dat lichtere planeten, zoals de superaardes of de koele Neptunussen, talrijker zijn dan zwaardere. In de korte video hieronder een impressie van de Melkweg, afgeladen met sterren en daaromheen draaiende planeten.

De astronomen hebben gebruik gemaakt van waarnemingen van de onderzoeksteams PLANET en OGLE. Bij deze waarnemingen wordt gebruik gemaakt van het feit dat het zwaartekrachtsveld van een ster als een soort lens fungeert die het licht van een achtergrondster kan versterken. Als er om de ster die als lens fungeert een planeet draait, kan deze een waarneembare bijdrage leveren aan het verhelderende effect op de achtergrondster. Jean-Philippe Beaulieu (Institut d’Astrophysique de Paris), leider van het PLANET-team, vult aan: ‘De PLANET-samenwerking is in het leven geroepen om veelbelovende microlensing-waarnemingen nader te onderzoeken met een wereldwijd netwerk van telescopen op het zuidelijk halfrond – van Australië en Zuid-Afrika tot Chili. ESO-telescopen hebben een grote bijdrage aan deze survey geleverd.’ Microlensing is een krachtig hulpmiddel om exoplaneten te detecteren die op geen enkele andere manier opgespoord zouden kunnen worden. De techniek is wel afhankelijk van het toevallig op één lijn staan van een achtergrondster en een lens-ster. En om op dat moment een planeet te kunnen ontdekken, moet de planeetbaan bovendien de juiste oriëntatie hebben. Hoewel deze beperkingen tot gevolg hebben dat het opsporen van een planeet via microlensing verre van eenvoudig is, zijn in de PLANET- en OGLE-gegevens die voor deze analyse zijn gebruikt zowaar drie exoplaneten ontdekt: een superaarde en planeten met massa’s die vergelijkbaar zijn met die van Neptunus en Jupiter. Naar microlensing-maatstaven is dat een indrukwekkende oogst. Dat er drie planeten zijn opgespoord, kan twee dingen betekenen: ofwel dat de astronomen ongelooflijk veel geluk hebben gehad, ofwel dat planeten in de Melkweg dermate talrijk zijn dat de ontdekkingen bijna onvermijdelijk waren. De astronomen hebben de gegevens van de drie detecties van exoplaneten gecombineerd met zeven andere detecties uit eerder onderzoek plus het enorme aantal non-detecties in de gegevens van de afgelopen zes jaar – voor de statistische analyse zijn non-detecties net zo belangrijk als de eigenlijke detecties. De conclusie is dat om één op de zes onderzochte sterren een planeet cirkelt die qua massa vergelijkbaar is met Jupiter, de helft heeft een planeet van het kaliber Neptunus en twee op de drie hebben superaardes. Het onderzoek was gevoelig voor planeten die op afstanden van 75 miljoen tot anderhalf miljard kilometer om hun ster cirkelen (in ons zonnestelsel omvat dit bereik alle planeten van Venus tot en met Saturnus) en met massa’s van vijf aardmassa’s tot tien Jupitermassa’s. De gecombineerde resultaten wijzen er sterk op dat sterren gemiddeld meer dan één planeet hebben. Planeten zijn dus eerder regel dan uitzondering. ‘Vroeger dacht men dat de aarde wel eens uniek zou kunnen zijn in ons melkwegstelsel. Maar nu lijkt het erop dat er in de Melkweg letterlijk miljarden planeten met massa’s vergelijkbaar met die van de aarde bestaan,’ concludeert Daniel Kubas, mede-hoofdauteur van het artikel. :bron: Bron: ESO.

Kepler vindt ster met trio exoplaneten kleiner dan de aarde: KOI-961


Deze week is bekend gemaakt dat sterrenkundigen in de gegevens die met de Kepler ruimtetelescoop is vergaard een ster hebben gevonden, waar drie exoplaneten om draaien, die allen kleiner zijn dan de aarde: KOI-961. De planeten hebben een straal die 0,78, 0,73 en 0,57 keer die van de aarde is en hun naam is KOI-961.01, KOI-961.02 respectievelijk KOI-961.03. De kleinste is vergelijkbaar met Mars. Ze zijn vermoedelijk alle drie rotsachtig – net zoals de Aarde – en niet gasachtig – zoals Jupiter – en ze draaien in minder dan twee dagen om de ster. Ze staan zo dicht bij hun centrale ster, dat ze te heet zijn om leven op mogelijk te maken. KOI-961 is een rode dwergster, met een diameter die 1/6e van die van de zon is, hetgeen ‘m 70% groter maakt dan Jupiter. In de grafiek hieronder zie je het systeem van KOI-961, vergeleken met Jupiter en z’n vier grootste maantjes.

Het drietal werd gevonden in bestaande Kepler-gegevens door sterrenkundigen onder leiding van Phil Muirhead van het California Institute of Technology in Pasadena, VS. Door nader onderzoek met behulp van andere telescopen (Palomar Observatorium, vlakbij San Diego en het W.M. Keck Observatory in Hawaï) kon men het trio van kleine planeten bevestigen. De planeten werden gevonden door kleine dipjes in de lichtkracht van de ster, veroorzaakt doordat de planeten vanaf de aarde gezien af en toe voor de ster langs trekken. De dipjes werden in eerste instantie niet herkend als zijnde kleine exoplaneten, maar door het betrekken van een vergelijkbare ster als KOI-961 – de bekende ster van Barnard – kon men het signaal herkennen. Het ontdekken van planeten die de grootte van de aarde hebben of die zelfs kleiner zijn gaat de laatste tijd in een sneltreinvaart. In december hadden we de aankondiging van de ontdekking van Kepler-20e en Kepler-20f, een paar weken later gevolgd door de ontdekking van KOI 55.01 en KOI 55.02. Nou nog wachten op de eerste aardachtige exoplaneet in een bewoonbare zone. :bron: Bron: NASA.

Subaru bevestigt ongeziene exoplaneten in stofring rond HR 4796 A

De door Subaru gefotografeerde stofring rondom HR 4796 A. Het gebied rondom de ster is afgedekt.

Met behulp van de Japanse 8,2 meter Subaru telescoop op Hawaï hebben sterrenkundigen de stofring rondom de ster HR 4796 A nauwkeurig kunnen opmeten en daaruit blijkt dat om de ster exoplaneten draaien, die op geen andere manier nog gedetecteerd zijn. Het vermoeden dat er planeten in de buurt van deze jonge ster staan, welke zich zo’n 240 lichtjaar van de aarde bevindt in het sterrenbeeld Centaurus, was er al op basis van waarnemingen met de Hubble ruimtetelescoop, en Suburu heeft met z’n planetencamera HiCIAO (High Contrast Instrument for the Subaru Next Generation Adaptive Optics) het vermoeden bevestigt. Die bevestiging werd als volgt gedaan: de ring is ongeveer twee keer zo groot als de baan van de dwergplaneet Pluto om de zon en HR 4796 A – de witte stip middenin de foto – staat niet precies in het midden van de stofring. Die ring bestaat uit stof, dat overgebleven is van de gas- en stofwolk waaruit de ster zo’n 8 tot 10 miljoen jaar geleden is ontstaan. Door de aanwezigheid van enkele zware planeten binnen die ring wordt HR 4796 A gravitationeel aangetrokken en dat heeft er voor gezorgd dat de ster zich niet meer in het midden van de ring bevindt. Iets dergelijks heeft men ook waargenomen bij de ster Fomalhaut. Meer info over de waarnemingen aan HR 4796 A, welke gedaan werden in het kader van het vijfjarige SEEDS (Strategic Exploration of Exoplanets and Disks with Subaru Telescope/HiCIAO) project, zijn in dit wetenschappelijke artikel te vinden. :bron: Bron: NAOJ.

Switch to our mobile site