9 februari 2012

Wat veroorzaakte de Kerst-gammaflitser van 2010?

Impressie van de 'Kerst-gammaflitser' GRB 101225A

Op 25 december 2010 zag de Swift satelliet van de NASA met z’n Burst Alert Telescope (BAT) een felle uitbarsting in gammastraling vanuit het sterrenbeeld Andromeda. De gamma-uitbarsting duurde maar liefst 28 minuten en dat is voor een gammaflitser erg lang1. Met andere telescopen, zoals de Hubble ruimtetelescoop, probeerde men de ‘afterglow’ van de uitbarsting te detecteren, maar dat leverde weinig informatie op en men was niet in staat om de afstand tot de bron te bepalen. Vandaar het probleem waarvoor de sterrenkundigen zich bij de Christmas burst, officieel GRB 101225A geheten, gesteld zien: wat is de precieze aard van het object dat deze gammaflitser met z’n lange duur veroorzaakte? Afhankelijk van de vraag hoe ver dat object precies van de aarde verwijderd is zijn er nu twee modellen opgesteld en in beide modellen is een neutronenster betrokken. In het ene model is er sprake van een neutronenster, die een komeet ter grootte van de helft van de dwergplaneet Ceres aantrekt en oppeuzelt. Zo’n neutronenster is het restant van een zware ster, dat na een supernova overblijft en dat de massa van een half miljoen keer de aarde herbergt in een bolletje van zo’n 10 km groot. Als zo’n forse komeet – of planetoïde – tegen de neutronenster knalt kan zo’n langdurige gammaflits ontstaan. Dit scenario zou zich binnen de Melkweg moeten hebben afgespeeld, op een afstand tot ongeveer 10.000 lichtjaar. Het andere model zegt dat het gebeuren véél verder weg plaatsvond, op zo’n 5,5 miljard lichtjaar. Ook hier gaat het om een neutronenster, maar dit keer eentje die om een gewone ster draait en die op een gegeven moment IN die ster terechtkomt en dan naar binnen spiraliseert. Ook dat leidt tot een enorme uitbarsting in gammalicht, als de neutronenster na 18 maanden van spiraliseren en vijf rotaties uiteindelijk versmelt met de sterkern en er een zwart gat wordt gevormd. Meer over beide modellen in de volgende video:

:bron: Bron: NASA.

Noot:
  1. Normaal worden twee klassen van gammaflitsers onderscheiden: de korte (<2s) en de lange (>2s), waarbij die laatste meestal niet meer dan enkele minuten duurt. []

Korte en lange gamma bursts

Loonen tijdens z'n lezing bij Huygens

Ik spreek zelf al jaren van gammaflitsers, maar Jos Loonen hanteerde gisteravond tijdens z’n lezing bij sterrenkundevereniging Chr. Huygens telkens de term gamma bursts of gamma ray bursts. Ach, het beestje moet een naam hebben, nietwaar? Met uw goedkeuring blijf ik zelf spreken over gammaflitsers – vaderlandschlievendt als ick ben. In z’n lezing ging Loonen in op de geschiedenis van de waarnemingen aan de gammaflitsers, die per toeval in 1967 startte door de Amerikaanse Vela-satellieten, die bedoeld waren om eventuele Russische kernproeven in de atmosfeer in de gaten te houden, maar die onverwachts kortstondige gammapulsen uit de ruimte zagen. Toen duidelijk werd dat de GRB’s – gamma ray bursts – een kosmische en geen menselijke oorsprong hebben ging men satellieten bouwen die speciaal voor de waarneming ervan bedoeld waren. Gammastraling is zeer energetisch en dringt – gelukkig maar – niet door in de dampkring van de aarde, vandaar de noodzaak van satellieten. Het navolgende onderzoek van een hele vloot aan satellieten, zoals Compton, BeppoSax, Swift en recent Fermi, laat zien dat er twee soorten gammaflitsers zijn, de korte  (< 2s) en lange (> 2s). Uit de waarnemingen van de zogenaamde afterglow van gammaflitsers in andere delen van het electromagnetische spectrum, optisch, ultraviolet en röntgen, komt naar voren dat ze verbonden zijn aan sterrenstelsels. Loonen schetste de twee modellen die er zijn voor de twee varianten van de gammaflitsers: de korte ontstaan vermoedelijk door de botsing van twee neutronensterren, de lange door zogenaamde hypernovae of collapsars, waarbij de kern van een zeer zware ster ineenstort tot een zwart gat en dan vervolgens in twee bundels of straalstromen gammastraling uitzend. Staat de aarde in de richting van zo’n bundel dan zien we de gammaflitser, anders niet. In ieder sterrenstelsel schijnt eens per 100.000 jaar een gammaflitser te kunnen opdoemen en de vraag van de geïnteresseerde luisteraars gisteravond wat er dan gebeurt met ons op aarde. Een ster als Eta Carina is zo’n doem-kandidaat van een zware ster die mogelijk in de recente toekomst kan ontploffen en er zijn vermoedens dat de massa-extinctie die tijdens het Ordovicium > Siluur (444 miljoen jaar geleden) plaatsvond ontstaan is door een nabije gammaflitser. Afijn, om een lang verhaal kort te maken: het was een leuk en boeiend avondje bij Huygens.

Lezing: gammaflitsers bij Huygens

Impressie van een gammaflitser

Gammaflitsers – op z’n Engels Gamma ray bursts – zijn korte, maar heftige uitbarstingen van gammastraling in het heelal. Over dat boeiende onderwerp gaat morgenavond drs. J.P. Loonen een lezing geven bij sterrenkundevereniging Chr. Huygens in Papendrecht. Sinds de 60-er jaren van de vorige eeuw waren de aard en oorsprong van die gammaflitsen raadselachtig. pas in de laatste 10 jaar hebben we inzicht verworven in wat ze zijn. We weten nu dat het de heftigste uitbarstingen in het heelal zijn, ze stoten honderden malen meer energie uit dan supernova’s. In de lezing wordt ingegaan op de historie en de aard van de gammaflitsen, een stukje ultramoderne, maar voor iedereen begrijpelijke sterrenkunde. De lezing begint om 20:30 uur. Vanaf 20:00 uur is de zaal open en ben je van harte welkom voor een kop koffie of thee. :bron: Bron: Chr. Huygens.

VLT-waarnemingen van gammaflits onthullen verrassende ingrediënten in vroege sterrenstelsels

Het licht van gammaflitser GRB 090323 schijnt dwars door twee jonge sterrenstelsels

Een internationaal team van astronomen heeft het kortstondige, maar heldere licht van een verre gammaflits gebruikt om de samenstelling van zeer verre sterrenstelsels te onderzoeken. Verrassend genoeg zijn bij de nieuwe waarnemingen, die zijn gedaan met ESO’s Very Large Telescope (VLT), twee sterrenstelsels in het jonge heelal ontdekt die meer zware elementen bevatten dan de zon. De twee stelsels zijn mogelijk bezig om samen te smelten. Zo’n gebeurtenis leidt tot de vorming van veel nieuwe sterren en zou ook gammaflitsen tot gevolg kunnen hebben. Gammaflitsen zijn de helderste explosies in het heelal. Ze worden in eerste instantie opgemerkt door satellieten die de korte uitbarsting van gammastraling detecteren waarmee de flits begint. Nadat zijn positie is vastgesteld, worden onmiddellijk grote telescopen op aarde op de gammaflits gericht. Daarmee wordt in de loop van de daaropvolgende uren en dagen het zichtbare licht en de infraroodstraling van de nagloeiende gammaflits waargenomen. Een van die uitbarstingen, GRB 090323 geheten, werd ontdekt door de gammasatelliet Fermi van NASA. Kort daarna werd hij opgepikt door de röntgendetector van de NASA-satelliet Swift en door het GROND-systeem van de 2,2-meter MPG/ESO-telescoop in Chili (eso1049), en slechts een dag na de explosie gedetailleerd onderzocht met de VLT. Uit deze waarnemingen blijkt dat het heldere licht van de gammaflits dwars door zijn eigen moederstelsel en een naburig sterrenstelsel is gegaan. Deze sterrenstelsels worden gezien zoals ze ongeveer twaalf miljard jaar geleden waren. Zulke verre sterrenstelsels worden maar heel zelden aangelicht door de gloed van een gammaflits. ‘Toen we het licht van deze gammaflits onderzochten, wisten we niet wat we zouden vinden. Het was een verrassing dat het koele gas in deze twee stelsels in het jonge heelal zo’n bijzondere chemische samenstelling heeft,’ aldus Sandra Savaglio (Max-Planck-Institut für extraterrestrische Physik, Garching, Duitsland), hoofdauteur van het artikel waarin de nieuwe resultaten zijn opgenomen. ‘Deze sterrenstelsels bevatten meer zware elementen dan ooit eerder is waargenomen bij stelsels in zo’n vroeg evolutiestadium van het heelal. We hadden niet verwacht dat het heelal al zo snel zo chemisch volwassen was.’ Terwijl het licht van de gammaflits de beide sterrenstelsels doorkruiste, fungeerde het daarin aanwezige gas als een filter dat dit licht op bepaalde golflengten absorbeerde. Zonder de gammaflits zouden deze zwakke stelsels niet waarneembaar zijn geweest.

Door het licht van de gammflitser te analyseren op de verschillende absorptielijnen krijgt men een indruk van de chemische samenstelling van de sterrenstelsels.

Door de karakteristieke vingerafdrukken die de verschillende chemische elementen in het licht van de gammaflits achterlieten nauwkeurig te analyseren, waren de astronomen in staat om de samenstelling van het koele gas in deze zeer verre sterrenstelsels vast te stellen (zie ook de afbeelding hiernaast). Naar verwachting zouden sterrenstelsels in het jonge heelal minder zware elementen moeten bevatten dan de huidige sterrenstelsels, zoals ons Melkwegstelsel. Deze elementen worden geproduceerd tijdens het leven en de laatste levensfase van sterren, die al doende het gas in hun sterrenstelsel geleidelijk verrijken. Astronomen gebruiken die chemische verrijking als indicatie voor het ontwikkelingsstadium van een sterrenstelsel. Maar de nieuwe waarnemingen laten zien dat sommige sterrenstelsels minder dan twee miljard jaar na de oerknal al heel rijk waren aan zware elementen – iets wat tot voor kort ondenkbaar leek. Het ontdekte tweetal sterrenstelsels moet in een ongekend tempo nieuwe sterren produceren om de snelle chemische verrijking van hun koele gas te kunnen verklaren. Gezien hun kleine onderlinge afstand staan de twee stelsels mogelijk op het punt om samen te smelten. De daarbij optredende botsingen tussen gaswolken zouden kunnen verklaren waarom de beide stelsels zoveel sterren produceren. Ook bevestigen de nieuwe resultaten het idee dat er een verband bestaat tussen gammaflitsen en de grootschalige vorming van zware sterren. De hevige stervorming in sterrenstelsels als deze zou al vroeg in de geschiedenis van het heelal gestopt kunnen zijn. Twaalf miljard jaar later, nu dus, zouden de overblijfselen van deze stelsels grote aantallen stellaire overblijfselen, zoals zwarte gaten en koele dwergsterren, bevatten en mogelijk een moeilijk waarneembare populatie vormen van ‘dode’ sterrenstelsels die nog maar een schim zijn van wat ze vroeger waren. Het opsporen van zulke ‘galactische lijken’ zal niet gemakkelijk zijn. :bron: Bron: ESO.

Naast supernovae ook gammaflitsers als indicator voor donkere energie?

Impressie van een zware ster die ontploft als gammaflitser

In 1998 werd ontdekt dat het heelal versnelt uitdijt en dat iets dat men de naam donkere energie gaf met z’n afstotende werking verantwoordelijk voor de versnelling is. De versnelde uitdijing werd ontdekt aan de hand van waarnemingen aan ver verwijderde supernovae van het type Ia, die vermoedelijk worden veroorzaakt door een witte dwerg, die te zwaar is geworden door massatoevoer van een nabije ster. Type Ia supernovae zijn betrouwbare afstandsindicatoren en daarom worden ze voor dit soort werk gebruikt. Over de precieze aard van donkere energie bestaan twee theorieën: óf het is een eigenschap van de ruimtetijd zelf – zoals Albert Einstein met z’n Kosmologische Constante λ vermoedde – óf het is een onbekend soort veld, die maar één eigenschap heeft: afstoten. Zo’n veld wordt een scalarveld genoemd. Indien de donkere energie een constante eigenschap van de ruimtetijd is zal de versnelling in de uitdijing constant zijn, maar als sprake is van een scalarveld kan er een verandering in de loop van de tijd optreden. Om te kunnen staven welk model de juiste is moeten sterrenkundigen heel precies de uitdijing van het heelal waarnemen, vanaf het vroege heelal tot nu. Probleem met type Ia supernovae is dat sterrenkundigen er wel ver mee in het heelal kunnen kijken, maar niet tot in de verste gedeelten van het vroege heelal. Vandaar dat er behoefte is aan afstandsindicatoren die nog verder reiken dan type Ia supernovae. Een team Poolse en Italiaanse sterrenkundigen onder leiding van prof. Demiański denkt die indicator gevonden te hebben: gammaflitsers. Dat zijn uitbarstingen in gammalicht, die al sinds het einde van de jaren zestig verspreid over de hemel met regelmaat worden ontdekt. Er zijn twee soorten gammaflitsers, de korte en de lange – bij de eerste duurt de gammaflits minder dan twee seconden, bij de tweede tussen de twee seconden en enkele minuten. Demiański’s team denkt dat met name de gammaflitsers met lange duur gebruikt kunnen worden als kosmische ‘standaardkaars’. Dit soort gammaflitsers zijn vermoedelijk een gevolg van een extreem type supernova, de zogenaamde core collapse supernova, een zeer zware ster die aan het einde van z’n heftige en kortstondige leven z’n buitenlagen wegblaast en wiens kern ineenkrimpt tot een zwart gat. Lange duur-gammaflitsers zijn niet altijd op hun maximum even helder, maar Demiański denkt dat ze door studie van de verschillende eigenschappen ervan toch een idee kunnen krijgen van de totale hoeveelheid uitgestoten energie. Zijn team bekeek een aantal gammaflitsers in sterrenstelsels waar óók een type Ia supernova was waargenomen en zodoende kon hij de gammaflitsers als afstandsindicator calibreren, ijken. Tot nu toe hebben ze met de gegevens van 95 ver verwijderde gammaflitsers nog geen uitsluitsel kunnen geven over de aard van de donkere energie en daarmee van hun afstand tot de aarde. Daar hebben ze nog meer data voor nodig. Meer info over gammaflitsers als afstandsindicator voor donkere energie vindt je in dit wetenschappelijke artikel. :bron: Bron: Science Daily.

Integral stelt grenzen aan korreligheid van de ruimte

Voorbeeld van een gammaflitser, welke met IBIS aan boord van Integral is waargenomen

Met behulp van waarnemingen met het IBIS instrument aan boord van de Europese gammasatelliet Integral aan de gammaflitser GRB 041219A, die op 19 december 2004 gedurende zeer korte tijd zichtbaar was, heeft een groep sterrenkundigen onder leiding van Philippe Laurent (CEA Saclay) een limiet kunnen stellen aan de mate van korreligheid van de ruimte. Volgens bepaalde modellen van de quantum-mechanica is ruimte niet continue, maar kent het op zeer kleine schaal (≈10-35 m) een soort korreligheid. Gammaflitsers worden veroorzaakt door zeer extreme gebeurtenissen, zoals twee zwarte gaten die tegen elkaar knallen. De kortstondige stoot gammastraling, welke door satellieten als Integral en Swift kan worden gedetecteerd, komt in twee varianten voor: hoge en lage gammastraling. De straling van de zeer heldere GRB 041219A, welke 300 miljoen lichtjaar van de aarde verwijderd was, zou in theorie iets van die korreligheid moeten merken: gedurende het lange traject tussen gammaflitser en Integral zouden de gammafotonen door de korrelige structuur van de ruimte polariseren, d.w.z. een bepaalde kant uit oscilleren, hoge energiefotonen ietsje meer dan lage energiefotonen. Integral heeft wel de polarisatie gezien in de straling van GRB 041219A, maar géén verschil tussen de twee varianten. Op basis daarvan heeft men berekend dat de korreligheid niet groter kan zijn dan ≈10-48 m, veel kleiner dus dan die eerdere schattingen van de schaal. Oeps, dat zijn wel héél kleine korreltjes.  Da’s kleiner zelfs dan de zogenaamde Planckschaal. Werk aan de winkel voor de studeerkamergeleerden. :-) :bron: bron: ESA.

Gammaflitser op recordafstand ontdekt: 13,14 miljard lichtjaar!


Op 29 april 2009 ontdekte de Amerikaanse Swift satelliet met z’n gammadetectoren aan boord een gammaflitser, een kortstondige stoot van hoogenergetische straling afkomstig van een extreme gebeurtenis, een zeer zware ster die als super-supernova explodeert. Codenaam voor deze gammaflitser: GRB 090429B – hierboven zie je ‘m tussen de streepjes. Het was de tweede gammaflitser die Swift die dag ontdekte, vandaar de ‘B’. Zo’n gammaflits is een kwestie van seconden of minuten en de nagloed kan enkele uren duren. Gewoonlijk wordt de dubbele 8 meter Gemini-telescoop op Hawaï gebruikt om een spectrum te maken en daarmee direct de afstand te bepalen, maar dat lukte bij GRB 090429B niet door slecht weer. Vandaar dat de sterrenkundigen er twee jaar over deden om op andere manieren de afstand te meten en dat is uiteindelijk gelukt. En het resultaat mag er wezen want met een geschatte afstand van 13,14 miljard lichtjaar (roodverschuiving z ≈ 9,4) is GRB 090429B de verst verwijderde gammaflitser die ooit is waargenomen. Er is één sterrenstelsel dat nóg verder weg staat, dat is UDFj-39546284 op 13,2 miljard lichtjaar (z ≈ 10,3), maar vergis je niet: GRB 090429B is één object dat explodeerde, terwijl UDFj-39546284 een compleet sterrenstelsel is. Het heelal is naar schatting 13,7 miljard jaar oud, dus dat betekent dat de gammaflitser zo’n luttele –  ahum – 600 miljoen jaar na de oerknal plaatsvond. Eén van de methodes waarop men toch de afstand tot GRB 090429B kon bepalen waren enkele fotografische waarnemingen ervan met de Gemini North telescoop. Daarmee had men zoals gezegd geen spectrum kunnen maken, maar wel kon men er met de zogenaamde Gemini Near-Infrared Imager (NIRI) in infrarood de nagloed van zien:

Je ziet hier de gammaflitser op één en hetzelfde moment in vier verschillende filters. In optisch licht was niets ervan te zien, zelfs toen ze de krachtige Hubble ruimtetelescoop erop richten. Dat de nagloed wel in IR te zien was, maar niet in optisch licht komt door de expansie van het heelal: alle straling van GRB 090429B is daardoor naar langere golflengten in het spectrum verschoven: UV schuift op naar het optische deel, het optische deel naar IR. De UV-straling is alleen niet als optische straling te zien, omdat het door absorptie onderweg tussen gammaflitser en aarde is geabsorbeerd door tussenliggende gaswolken. Het optische licht kon die wolken wel passeren en uitgerekt tot IR-straling op aarde aankomen. Pffff, lang verhaal… :bron: Bron: Bad Astronomy.

Supercomputer ontrafelt anatomie van snelle gammaflitsers


Al sinds de jaren zestig worden door gammasatellieten af en toe kortstondige, puntvormige uitbarstingen van hoogenergetische gammastraling gezien. Er zijn twee types gammaflitsers, zoals deze uitbarstingen worden genoemd: de ‘langzame’ gammaflitsers, die langer dan twee seconden duren en de ‘snelle’ gammaflitsers, die zoals je wel kunt raden minder dan twee seconden duren. De langzame variant ontstaat als een zware ster explodeert als supernova en wiens kern tot zwart gat ineenklapt. Van de snelle variant had men het vermoeden dat deze het gevolg is als twee neutronensterren tegen elkaar knallen en versmelten tot een zwart gat. Dat vermoeden is deze week een stuk sterker geworden, want na zeven weken van simuleren met de Damiana computer cluster van het Albert Einstein Instituut in Potsdam (Duitsland) heeft men de anatomie van een snelle gammaflitser tot in de haarvezels kunnen volgen. De uiteindelijke simulatie laat zien dat die versmelting in maar liefst 35 milliseconden (!) plaatsvindt, 35 duizendste van een seconde. In de eerste 15 milliseconden smelten de neutronensterren tot één zwart gat. De volgende 11 milliseconden wordt het magnetische veld van de twee afzonderlijke neutronensterren versterkt door de roterende materie rondom het zwarte gat. Daarna worden twee straalstromen gevormd bij de polen van de rotatieas, waarlangs tenslotte de hoogenergetische gammastraling wordt uitgezonden. In de volgende video wordt dit allemaal getoond en uitgelegd:

:bron: Bron: New Scientist.

Superzwaar zwart gat dat ster verorbert veroorzaakt gammaflits

GRB 110328A, een bijzondere gammaflitser in Draak

Hiernaast zie je een sterrenstelsel dat zich 3,8 miljard lichtjaar van de aarde bevindt, gelegen in het noordelijke sterrenbeeld Draak. Het rode kruisje wijst op de positie van een gammaflitser, een kortstondige stoot van hoge energie die op 4 juli j.l. door de röntgen-ruimtetelescoop Chandra is waargenomen. Het blauwe licht op de afbeelding is de röntgenstraling van de gammaflits. De catalogusnaam van de flitser is GRB 110328A, wijzend op de datum van ontdekking op 28 maart 2011. Het was de gammasatelliet Swift die ‘m ontdekt.  Het sterrenstelsel waarin de gammaflits optrad is ook waargenomen door de Hubble  ruimtetelescoop en de Gemini-Noord telescoop op Hawaï. De bron van de gammaflits blijkt exact in het midden van het sterrenstelsel te liggen en dat duidt erop dat er iets bijzonders aan de hand is: sterrenkundigen hebben het vermoeden dat de gammaflits ontstaan is toen het centrale superzware zwart gat een complete ster in één keer moet hebben verzwolgen. Normaal treedt zo’n gammaflits op als twee neutronensterren of zwarte gaten versmelten, maar daar is bij GRB 110328A vermoedelijk geen sprake van. Men denkt dat de ongelukkige ster te dichtbij het zwarte gat is gekomen en dat ‘ie door de enorme getijdekrachten uiteen werd gerukt en dat de massa van de ster in de superhete accretieschijf rondom het zwarte gat terechtkwam. :bron: Bron: Chandra.

Fermi-satelliet ziet antimaterie van onweersbuien

Fermi zag op 14 december 2009 antimaterie van een onweersbui

Gebruikmakend van de gammasatelliet Fermi van de NASA hebben wetenschappers voor het eerst antimaterie waargenomen dat afkomstig is van aardse onweersbuien. Normaal gesproken neemt Fermi gammaflitsen waar die vanuit de verre ruimte afkomstig zijn en die veroorzaakt worden door heftige gebeurtenissen, zoals supernova-explosies of botsende zwarte gaten. Maar af en toe ziet Fermi ook heel korte gammaflitsen in de aardse atmosfeer, slechts een fractie van een seconde durend. Van dergelijke terrestrial gamma-ray flashes (TGF) heeft Fermi er al ruim 130 waargenomen. Schattingen zeggen dat dagelijks 500 van die TGF’s plaatsvinden, maar de meesten worden niet opgemerkt. Op de een of andere – nog onbekende – manier worden ze gemaakt door de onweerswolk, wellicht bij grote bliksemontladingen. In sommige gevallen detecteert Fermi niet de gammaflits zelf, maar de deeltjes die tijdens zo’n flits worden gecreëerd en dáárin blijken soms deeltjes antimaterie voor te komen. Zo’n gammaflits is niets anders dan een hoogenergetisch foton en die kan af en toe botsen met een atoomkern in de aardse dampkring. Als het foton een energie van minstens 511.000 eV bezit verandert het bij zo’n botsing spontaan in een electron en een positron, d.w.z. een electrisch geladen deeltje en z’n antideeltje. Dergelijke paren schieten vervolgens de ruimte in en omdat ze electrisch geladen zijn volgen ze de krachtlijnen van het aardmagnetisch veld. Fermi stuit vervolgens af en toe op deze deeltjesparen, waarvan volgens onderzoekers zo’n 10 tot 30% positronen zijn en de rest gewone electronen. Het komt soms voor dat Fermi twee keer een positron detecteert na éé’n TGF, zoals op 14 december 2009 gebeurde (zie afbeelding). TGF091214 werd toen geproduceerd door een onweersbui ergens boven centraal Afrika. Fermi zag het positron, welke een magnetische lijn volgde. Vervolgens werd het antimateriedeeltje ergens boven Egypte teruggekaatst en zag Fermi ‘m enkele milliseconden later voor de tweede keer. Er is een video gemaakt door de NASA, waarin je mooi uitgebeeld ziet hoe zo’n onweersbui tot een gammaflits leidt en hoe die op haar beurt weer kan leiden tot een paar van deeltje en antideeltje. Echt leuk om te zien.

:bron: Bron: NRC-Handelsblad, 13 januari 2011 en NASA.

Switch to our mobile site