8 februari 2012

Kleine IJstijd begon met reeks vulkaanuitbarstingen

IJspret in Holland, van Hendrick Avercamp (ca. 1608)

Nederland is bedekt met een dikke laag sneeuw, dus een goed moment om even over de ijstijd te beginnen: wetenschappers van de Universiteit van Colorado Boulder denken dat de zogenaamde Kleine IJstijd begon met een serie grote vulkaanuitbarstingen in de 13e eeuw. De onderzoekers onder leiding van de paleoklimatoloog Gifford Miller hebben op het Canadese Baffin eiland en bij de Langjökull gletsjer op IJsland aanwijzingen hiervoor gevonden. Volgens hen moet de Kleine IJstijd niet geleidelijk begonnen zijn, maar was sprake van een plotselinge start, veroorzaakt door één grote vulkaanuitbarsting in 1258 en drie kleinere in 1268, 1275 en 1284. Het gevolg was een plotselinge verlaging van de globale temperatuur tussen 1275 en 1300, gevolgd door een ernstige koude van 1430 tot 1455. De Kleine IJstijd duurde uiteindelijk tot in de 19e eeuw, met als ‘hoogtepunt’ de 17e eeuw, toen de gemiddelde temperatuur op het noordelijk halfrond drie graden lager was dan in de warme periode in de Middeleeuwen, welke voorafging aan de vulkaanuitbarstingen. De uitbarstingen brachten een geweldige hoeveelheid stofdeeltjes in de atmosfeer, die jarenlang het zonlicht bedekten. Dat leidde tot een temperatuursverlaging, waardoor het poolijs enorm kon toenemen. Normaal gesproken is zo’n ijsaangroei maar tijdelijk, maar de serie vulkaanuitbarstingen was kennelijk zodanig dat zich een stabiele groei van het poolijs kon voordoen, waarmee de eeuwenlange Kleine IJstijd mogelijk werd. Die kennen we zo goed van de Hollandse schilderijen uit de 17e eeuw, zoals het tafereel hierboven. Hieronder een afbeelding met het temperatuursverloop de afgelopen eeuwen.

:bron: Bron: Science News.

Vandaag precies 45 jaar geleden: de brand in de Apollo 1

Het is vandaag precies vijfenveertig jaar geleden dat in de cabine van de Apollo 1 brand uitbrak. Daarbij kwamen de drie astronauten, hoofdpiloot Virgil Grissom, senior-piloot Ed White en piloot Roger Chaffee om het leven. In de volgende infografiek wordt alles uit de doeken gedaan over die verschrikkelijke brand op 27 januari 1967 en over de lessen die er uit getrokken werden voor het vervolg van het Apolloprogramma.

Find out why the three Apollo 1 astronauts died in an accident on the ground, in this SPACE.com infographic.
Source: SPACE.com: All about our solar system, outer space and exploration

:bron: Bron: Space.com.

ESO viert vijftigjarig bestaan

De ESO bestaat in 2012 50 jaar

In 2012 bestaat de Europese Zuidelijke Sterrenwacht (ESO), de belangrijkste intergouvernementele astronomische organisatie ter wereld, vijftig jaar. Dit lustrumjaar biedt de gelegenheid om terug te blikken op ESO’s geschiedenis, haar wetenschappelijke en technologische prestaties te vieren en vooruit te kijken naar haar volgende ambitieuze programma’s. In de loop van het jaar zal ESO diverse spannende activiteiten organiseren. Op 5 oktober 1962 ondertekenden vertegenwoordigers van vijf Europese landen – België, Duitsland, Frankrijk, Nederland en Zweden – het ESO-verdrag in Parijs. Met deze handtekeningen werd de formele toezegging gedaan voor de oprichting van de Europese Organisatie voor Astronomisch Onderzoek op het Zuidelijk Halfrond, die tegenwoordig doorgaans de Europese Zuidelijke Sterrenwacht wordt genoemd. ‘Het vijftigjarige bestaan van ESO valt middenin de meest opwindende periode voor de Europese en internationale astronomie vanaf de grond. ESO heeft sinds haar oprichting in 1962 grote vooruitgang geboekt. Vijftig jaar na dato speelt ESO een leidende rol in de astronomische onderzoeksgemeenschap als de meest productieve sterrenwacht ter wereld,’ zegt Tim de Zeeuw, algemeen directeur van ESO. ESO’s eerste sterrenwacht werd gebouwd op La Silla, een 2400 meter hoge berg zeshonderd kilometer ten noorden van de Chileense hoofdstad Santiago. De La Silla-sterrenwacht is uitgerust met verscheidene optische telescopen met spiegeldiameters tot 3,6 meter. Hiertoe behoort onder meer de New Technology Telescope, die een voortrekkersrol heeft vervuld bij het ontwerpen en bouwen van telescopen: de NTT was de eerste telescoop ter wereld waarvan de hoofdspiegel gebruikmaakte van computergestuurde, actieve optiek – een technologie die door ESO is ontwikkeld en nu bij de meeste grote telescopen op aarde wordt toegepast. De ESO 3,6-meter telescoop is nu de thuisbasis van de belangrijkste exoplanetenjager ter wereld: HARPS. De tweede locatie waar ESO zich vestigde was de Paranal-sterrenwacht, de thuisbasis van de Very Large Telescope-array (VLT). De wetenschappelijke activiteiten begonnen in 1999 en inmiddels vormt de VLT samen met de VLT Interferometer (VLTI), de enige op regelmatige basis operationele, grote interferometrische telescoop ter wereld, het vlaggenschip van de Europese astronomie. Ook op Paranal staan de VISTA-infraroodtelescoop, de grootste surveytelescoop ter wereld, en de VLT Survey Telescope (VST), de grootste telescoop die ontworpen is om de hemel uitsluitend in zichtbaar licht in kaart te brengen.
Op de Chajnantor-hoogvlakte in het noorden van Chili bouw ESO, samen met Noord-Amerikaanse en Oost-Aziatische partners, een revolutionaire telescoop: ALMA, de Atacama Large Millimeter/submillimeter Array – het grootste astronomische project van dit moment (zie afbeelding rechts). ALMA bestaat uit 66 schotelantennes van hoge precisie die als één instrument de bouwstenen van sterren, planetenstelsels, sterrenstelsels en het leven zullen onderzoeken. De bouw van ALMA zal in 2013 voltooid zijn, maar met een deel van de array zijn in 2011 al de eerste wetenschappelijke waarnemingen gedaan. ESO is op dit moment bezig met een optisch/nabij-infrarode telescoop van de 40-meterklasse: de European Extremely Large Telescope of E-ELT, die ‘het grootste oog op de hemel’ ter wereld zal worden. Vanaf het begin van de waarnemingen, die voor het begin van het volgende decennium gepland staan, zal de E-ELT worden ingezet om de grootste wetenschappelijke vraagstukken van onze tijd aan te pakken.

Voor 2012 staan verscheidene evenementen en publieksactiviteiten op het programma. ESO nodigt iedereen uit om aan de feestelijkheden deel te nemen, door met de reeds geplande activiteiten mee te doen of door het initiatief te nemen voor andere activiteiten.

  • Van 3 tot 7 september 2012 wordt in het hoofdkantoor van ESO een wetenschappelijk symposium gehouden over onderwerpen als exoplaneten, het zonnestelsel, ontstaan en levensloop van sterren, kosmologie en meer.
  • Op haar verjaardag, 5 oktober 2012, wil ESO in alle vijftien lidstaten gecoördineerde publieksevenementen organiseren. Met ondersteuning van ESO’s Science Outreach Network en Outreach Partner Organisations zullen deze evenementen een uitstekend middel zijn om het publiek op nationale trefpunten direct kennis te laten maken met ESO’s astronomische gemeenschap en haar adembenemende astronomische locaties in Chili.
  • Op 11 oktober 2012 zijn ESO’s algemeen directeur, prof. Tim de Zeeuw, en ESO-raadsvoorzitter, prof. Xavier Barcons, gastheren van een verjaardagsgala voor ministers uit de lidstaten en het gastland Chili, de ESO-raad, vertegenwoordigers van ESO-commissies, voormalige algemeen directeuren van ESO, vermaarde astronomen en anderen die voor ESO een belangrijke rol hebben gespeeld.
  • In de loop van het jaar zal op een aantal plaatsen in de lidstaten een verjaardagstentoonstelling te zien zijn. Geschikte locaties kunnen zich via onderstaande contacten aanmelden om onderdak te bieden aan de tentoonstelling.
  • Op de verjaardag worden een documentaire en een rijk geïllustreerd boek (geschreven door Govert Schilling en Lars Lindberg Christensen) uitgegeven. De film zal ook worden uitgebracht als afleveringen in ESO’s populaire video-podcast, ESOcast. Het boek ESO’s Early History van Adriaan Blaauw krijgt dit jaar een vervolg in de vorm van een tweede boek over de ESO-geschiedenis, geschreven door Claus Madsen, dat de vijftig jaar compleet maakt.
  • De eerste Picture of the Week van elke maand in 2012 zal een Toen en nu special zijn, die laat zien hoe de ESO-locaties er in het verleden uitzagen en nu uitzien.
  • Voor wie de historische reis van ESO van binnenuit heeft meegemaakt – als staflid of als gewone bezoeker – hebben we de Flickr-groep Your ESO Pictures uitgebreid met historische foto’s. Deel alstublieft uw fotoherinneringen aan ESO met ons en alle andere geïnteresseerden door deze ‘ansichtkaarten uit het verleden’ in de groep (ann12002) te posten.
  • Ter gelegenheid van het vijftigjarige bestaan zijn in de ESOshop enkele herdenkingsartikelen te vinden – ook met kwantumkortingen.
  • Stuur een verjaardagsbericht naar ESO via ESO’s Facebook-pagina of Twitter @ESO_Observatory met de hashtag #ESO50years.

:bron: Bron: Nova.

Website ‘canon 50 jaar Nederlands ruimteonderzoek’ gelanceerd

Het logo van 50 jaar SRON

In oktober 2011 was het 50 jaar geleden dat de Utrechtse sterrenkundige Kees de Jager met een werkgroep een aanzet gaf tot het ‘wetenschappelijk ruimteonderzoek’ in Nederland. SRON Netherlands Institute for Space Research – voortgekomen uit onder andere deze werkgroep – viert dit met de lancering van de website www.sron.nl/50 jaar. Aan de hand van vijf toptienlijstjes schetst de nieuwe site een kernachtig beeld van de beeldbepalende Nederlandse pioniers, de wetenschappelijke doorbraken, de invloedrijkste experimenten, de sleuteltechnologieën en de grote nog openstaande wetenschappelijke vragen. Hoe is het heelal ontstaan? Hoe ontstaan sterren en planeten als de aarde? Hoe is het leven op aarde ontstaan? Is er leven buiten de aarde? Fundamentele vragen als deze hebben de mensheid van oudsher geïnspireerd om de kosmos te onderzoeken. Halverwege de jaren vijftig van de 20ste eeuw zien astronomen in dat de ruimtevaart kan helpen die grote vragen te beantwoorden. Na de lancering van de Russische Sputnik-satelliet in 1957 begint een periode waarin de grenzen van onderzoek van het heelal en onze eigen aarde bijna letterlijk worden verlegd. De atmosfeer van de aarde houdt namelijk grote delen van de straling uit het heelal tegen. Eigenlijk bereiken alleen het zichtbaar licht en een deel van de radiostraling ongehinderd de telescopen op de grond. Door satellieten met meetinstrumenten in de ruimte te brengen zijn we verlost van die storende invloed van de dampkring. Dankzij ruimtetechnologie kunnen we tegenwoordig gamma-, röntgen-, ultraviolet- en infraroodstraling, afkomstig van vele exotische objecten in het heelal, opvangen en bestuderen. Daarnaast is het alleen vanuit de ruimte mogelijk om grootschalige verschijnselen op aarde te volgen en te bestuderen. Nederland behoort tot de Europese landen die zich vanaf het begin sterk maken voor internationaal ruimteonderzoek. Henk van de Hulst richt in 1960 de Commissie voor Geofysica en Ruimteonderzoek van de KNAW op. Kees de Jager volgt zijn voorbeeld op 1 oktober 1961 met de Werkgroep Ruimteonderzoek van Zon en Sterren. Het is het begin van een ontwikkeling waarin Nederlandse sterrenkundigen wereldwijd een grote reputatie opbouwen. De werkgroep van Kees de Jager is één van de vier werkgroepen waaruit later het NWO-instituut SRON ontstaan. De nieuwe publiekswebsite www.sron.nl/50jaar belicht via vijf toptienlijstjes respectievelijk de Nederlandse pioniers, de wetenschappelijke doorbraken, de invloedrijkste experimenten en de belangrijkste technologieën van de afgelopen vijftig jaar. Anekdotes en citaten gaan hand in hand met hard feitenmateriaal en aandacht voor de geheimen van de technologie. Daarnaast is er veel aandacht voor de toekomst. Zullen we ooit volledig begrijpen waaruit donkere materie en donkere energie bestaat? Wat het uiteindelijke lot is van het heelal? Is de aarde, met haar rijkdom aan leven, uniek in het heelal? Wat zijn de oorzaken van klimaatverandering op aarde? Op deze en vele andere vragen zijn de huidige én toekomstige missies van het ruimteonderzoek gericht. :bron: Bron: Nova.

Helemaal groovy-psychedelisch, dat restant van Tycho’s supernova

Het restant van Tycho's supernova

Nee, wat je hiernaast ziet is geen lichteffect uit een psychedelische show van Pink Floyd, in de tijd dat ze nog in de UFO club in Londen speelden. Het is het restant van een supernova, een exploderende ster die in november 1572 aan de hemel verscheen en die uitvoerig door de Deen Tycho Brahe werd beschreven, de laatste grote sterrenkundige uit het pre-telescooptijdperk -die in 1610 werd ingeluid door Galileo Galileï. De supernovae – nova stella door Brahe genoemd – bleef 15 maanden zichtbaar. De foto is een mix van allerlei soorten straling en het meest opvallende is die paarse waaier, links van het uitdijende restant. Dat is de gammastraling, die in beeld is gebracht door NASA’s Fermi satelliet en dan met name diens Large Area Telescope (LAT). Het onderzoek aan dat restant, welke zich ongeveer 10.000 lichtjaar van ons vandaan bevindt, is van belang voor sterrenkundigen omdat het helderheid geeft over het ontstaan van kosmische straling. Dat zijn voornamelijk protonen die barstensvol energie zitten en die – zo vermoed men – door zo’n supernova met bijna de lichtsnelheid worden uitgestoten. Die protonen zijn net biljartballen, die overal tegenaan ketsen en zo vaak van richting veranderen, ook mede onder invloed van de sterke magnetische velden, dat als ze bij de aarde aangekomen de exacte locatie van hun oorspronkelijke bron niet meer te reconstrueren valt. Maar wat wel te reconstrueren valt is dat als zo’n proton vlakbij het restant tegen een ‘gewoon’ traag bewegend proton botst, bijvoorbeeld eentje uit een nabije gas- of stofwolk, dat er dan iets interessants gebeurt: de twee protonen gaan na de botsing ieder een bepaalde richting uit, daarbij een pion producerend, een instabiel deeltje dat 14% van de massa van het proton heeft. In ongeveer 10 miljoenste van een miljardste van een seconde – héél snel knipperen met je ogen – valt zo’n pion uit in twee gammafotonen, fotonen met zeer veel energie. En die fotonen hebben veel minder last van dat ketsen en botsen, die gaan over het algemeen linea recta vooruit, in dit geval bij de LAT van Fermi uitkomend. En zodoende biedt dat onderzoek een inkijkje in het ontstaan van die kosmische straling. Meer info over het onderzoek vind je in dit wetenschappelijke artikel. :bron: Bron: NASA.

Jonno in The Sky at Night

Jonathan Hall in The Sky at Night

Ja…ja….en daar was “ie” dan, op prime-time (althans voor iemand met een wel zeer flexibele maandagochtend-agenda!!) onze eigenste Jonathan from the Bath, op de BBC, in the famous Sky at Night,   helder en duidelijk vertellend over ”zijn” William Herschel al staande precies op de plek in de achtertuin waar William Herschel de planeet Uranus heeft ontdekt!! OK….zoals gebruikelijk met het vluchtige medium TV duurde het gesprekje met “vriendje Jonno” natuurlijk geen uren….maar….voor diegene die het nog niet gezien hebben….Hij is echt heel veel langer aan het woord dan hij mijzelve nog kort voor de uitzending sms’te……dus echt geen “flits en weer pleite”…..enne……het kwam allemaal ook nog eens “lekker uit zijn strot rollen”…ik was onder de indruk!! Good show,…wah..wah wah…ladida, me olde chap and all that!! Overigens toch nog iets wat ook in het verhaal van  Jonathan naar voren kwam…Hoewel alle eer en zo steeds maar weer naar William Herschel gaat moeten we toch vooral niet de crusiale rol van zijn zus Caroline Herschel vergeten, want al het weinig glorieuze maar essentiele papierwerk (het noteren van de waarnemingen terwijl hij aan de kijker zat) komt op het conto van “zuslief”………..en zonder al dat gigantische hoeveelheid papierwerk voor o.a. het samenstellen van zijn New General catalogue kon Big Brother Willie echt naar die NGC catalogus plus alle bijbehorende eerbetoon fluiten. En….Caroline Herschel was zelf ook een hele goede waarnemer met o.a. geloof ik een stuk of acht kometen op haar naam. Het zeer onterecht onderbelicht blijven van de bepaaldelijk niet te onderschatten prestaties  van vrouwen in de sterrenkunde is toch best wel een smetje op het anders zo helder met sterrenlicht beschenen astronomisch blazoen! Over twee weken krijgen we op ons sterrenkluppie bijvoorbeeld een lezing over het Hertzsprung Russelldiagram………eh…weer twee heren die met de eer er  vandoor gaan maarre….was het niet ene Henrietta Swan Leavitt die al het onderbelichte vuile werk heeft opgeknapt en daarmee de basis heeft gelegd voor een ware supernova-achtige explosie als het gaat om de kennis over het ontstaan en levensloop van sterren!! Emancipatie was (en is??) niet echt de ster-kste kanten van de edele wetenschap der Astronomie. Overigens is er sinds een jaartje of wat een uitgebreide biografie op de markt over het leven en werk van Caroline Herschel………leuk leesvoer te krijgen uiteraard bij Vriendje Jonathan in de museumwinkel, maar volgens mij ook “gewoon” in de Hollandse boekhandel!

Allemaal vannacht naar Sky at Night kijken

Sky at Night met Jonathan Hall!

Zoals collega-astroblogger Jan Brandt al in z’n reactie meldde: komende nacht om 00.40 uur is Sir Patrick Moore’s maandelijkse astronomie-programma Sky at Night op de BBC 1. En wat is er zo bijzonder aan deze aflevering, dat ik er speciale aandacht voor vraag? Dat is dat onze vriend Jonathan Hall – die Jan en ik al kennen sinds onze deelname aan het International Astronomical Youth Camp in Havelte in 1980, goh da’s al weer 31 jaar geleden - optreedt in dat programma. In de aflevering van komende nacht gaat het o.a. over “Outer Limits”, waarin de gasreuzen Uranus en Neptunus worden besproken. Van die twee is Uranus ontdekt door William Herschel, over wiens leven en ontdekkingen in het Engelse Bath weer een museum te vinden is. En de heer Hall is op zijn beurt medewerker van dat museum en komt als zodanig aan het woord in Sky at Night. Snappie? Kortom allemaal kijken óf de recorder aanzetten. Of allebei, nog beter. :-) :bron: Bron: BBC.

Wandelen op de maan valt niet mee

Er hebben twaalf mannen op de maan rondgewandeld. Allen in het kader van de Apollo missies tussen 1969 en 1972. Dat wandelen op de maan valt niet mee, want behalve een groot log pak dat de astronauten beschermde tegen de mensonvriendelijke omstandigheden op de maan had men ook te maken met de verminderde zwaartekracht. Rondhobbelen wilde daarom nog al eens leidden tot valpartijen en daarvan heeft Joe Ivy een korte, maar vermakelijke compilatie gemaakt.

:bron: Bron: Universe Today.

Astronauten Apollo 11 en John Glenn krijgen Golden Medal

Van links naar rechts Michael Collins, Neil Armstrong, Buzz Aldrin en Charles Bolden. John Glenn ontbreekt op de foto.

Het Amerikaanse Congres heeft vandaag de hoogste burgerlijke onderscheiding – de Golden Medal – uitgereikt aan vier astronauten. Het gaat om de drie bemanningsleden van de Apollo 11, Neil Armstrong, Buzz Aldrin en Michael Collins (alle drie 81 jaar) en om John Glenn (90), die op 20 februari 1962 als eerste Amerikaan in z’n Mercury capsule Friendship 7 om de aarde cirkelde. Bij de uitreiking op Capitol Hill roemde NASA Administrator Charles Bolden de vier astronauten. De Golden Medals werden aan de astronauten uitgereikt door de senatoren John Boehner, Harry Reid, Nancy Pelosi en Mitch McConnell. De medailles worden meer dan twee jaar uitgereikt nadat het Congres de zogenaamde New Frontier Congressional Gold Medal Act goedkeurde, waarmee de Amerikaanse Volksvertegenwoordiging het veertigjarige jubileum van de Apollo 11 missie herdacht. Dat was in juli 2009. :bron: Bron: Space.com

Raadsel van Lemaître’s verdwenen teksten over expansie heelal opgelost

Laten we maar gewoon zeggen dat Hubble (r.) én Lemaître (l.) de expansie van het heelal hebben ontdekt.

In april 1927 schreef de Belgische jezuïetenabt en sterrenkundige George Lemaître het artikel Un Univers homogène de masse constante et de rayon croissant rendant compte de la vitesse radiale des nébuleuses extra-galactiques 1, welke verscheen in het obscure Belgische blad ‘Annales de la Société Scientifique de Bruxelles’. In dat artikel beschreef Lemaître nauwkeurig de mate waarin het heelal expandeerde en hij baseerde zich daarbij op waarnemingen die waren gedaan door de Amerikaanse sterrenkundigen Vesto Slipher en Edwin Hubble. Twee jaar later kwam Hubble zelf met z’n wereldberoemde artikel, waarin hij de expansie van het heelal beschreef en waaruit naar voren kwam dat hoe verder ver een sterrenstelsel zich van ons bevindt des te groter is z’n snelheid van ons af. Vanaf dat moment ging alle eer voor het idee van het expanderende heelal naar Hubble, terwijl Lemaître feitelijk hetzelfde had beschreven, maar dan twee jaar eerder. In 1931 werd Lemaître’s artikel in het Engels vertaald voor het helemaal niet zo obscure vakblad Monthly Notices of the Royal Astronomical Society, maar in die vertaling ontbraken enkele cruciale passages over de expansie. Sommigen zagen daar de kwade hand van Hubble achter, die een kwalijke rol zou hebben gespeeld bij de selectieve vertaling van Lemaître’s teksten. Maar onlangs heeft de sterrenkundige Mario Livio (Space Telescope Science Institute) uitvoerig bronnenonderzoek gedaan naar de artikelen van Lemaître en daaruit blijkt dat niet Hubble de schuldige is van de gedeeltelijke vertaling, maar Lemaître zelf! Temidden van vele correspondentie vond Livio twee ‘smoking gun’ brieven, waarin Lemaître aan de redactie van de MNRAS schrijft dat hij bewust enkele passages van het oorspronkelijke artikel uit 1927 wil weglaten. In één van die brieven schrijft hij:

I did not find advisable to reprint the provisional discussion of radial velocities which is clearly of no actual interest, and also the geometrical note, which could be replaced by a small bibliography of ancient and new papers on the subject.

Blijft natuurlijk de vraag waarom Lemaître in 1931 – op een moment dat Hubble z’n expansie-artikel al gepubliceerd had – er voor koos om de bewuste passages achterwege te laten, passages die hem de eer om de eerste te zijn die de expansie van het heelal beschreef zouden hebben doen toekomen. Volgens Livio heeft dat meer te maken met de psyche van Lemaître, die kennelijk van mening was dat hij na het verschijnen van Hubble’s artikel in 1931 niet meer per sé op de voorgrond hoefde te treden met z’n eigen berekeningen uit 1927. Of zoals Livio het zegt:

Lemaître was not at all obsessed with establishing priority for his original discovery. Given that Hubble’s results had already been published in 1929, he saw no point in repeating his more tentative earlier findings again in 1931.

:bron: Bron: Hubble.

 

Noot:
  1. Als het goed is kan je dat artikel hier lezen, via NASA’s ADS. []

Switch to our mobile site