9 februari 2012

De evolutie van het heelal als beste infografiek van het jaar

Al negen jaren schrijven het wetenschappelijke blad Science en de Amerikaanse National Science Foundation (NSF) een jaarlijkse wedstrijd uit voor de foto, tekening of infografiek die ingewikkelde wetenschap het helderst en mooist weergeeft. De winnaar in de laatste categorie is dit jaar de poster hierboven die gemaakt is door Miguel Angel Aragon-Calvo (Johns Hopkins Universiteit), die ‘m samen met Julieta Aguilera en Mark SubbaRao (Adler Planetarium) maakte. De poster stelt de evolutie van het heelal voor, waarin de verticale as overeenkomt met 240 miljoen lichtjaar, 10.000 keer de afstand tussen aarde en de kern van de Melkweg. Op de horizontale as zie je de ontwikkeling in het heelal waarin de materie in het heelal zich verbond in grootschalige structuren, gedreven door de gravitationele inwerking van de donkere materie. Je moet het onderschrift in de interactieve poster lezen om precies te zien wat bedoeld wordt met deze infografiek. De volledige poster is megagroot: 10200 x 2775 (28 megapixels). Via enkele knoppen rechtsonder kan je in- en uitzoomen, dus ik zou zeggen duik even in de kosmos van deze terechte winnaar.

© Miguel Angel Aragon-Calvo, Julieta Aguilera en Mark SubbaRao. :bron: Bron: NRC-Handelsblad, 4 februari 2012.

Waarom is er iets en niet niets?

Lawrence Krauss, auteur van A Universe from Nothing

Lawrence Krauss is iemand die van gepeperde uitspraken houdt. Wat dacht je van “Vergeet Jezus. Stérren stierven zodat jij kon leven”, handelend over de creatie van vrijwel alle chemische elementen binnenin sterren. Of deze: “Edward Hubble geeft me altijd vertrouwen in de mensheid. Hij begon als advocaat en werd sterrenkundige.” Krauss (57) is een beroemd natuurkundige, die vele populaire werken op z’n naam heeft staan. Onlangs verscheen een nieuw boek van hem, genaamd ‘A Universe from Nothing’, waarin hij betoogd dat het heelal uit het niets is ontstaan, dat datzelfde niets een onwaarschijnlijke hoeveelheid energie bevat en dat álle zichtbare materie (jij en ik, planeten, sterren, sterrenstelsels, etc..) “één procent vervuiling is in een heelal vol donkere materie en donkere energie.” Bij het boek is ook een trailer verschenen en die is hieronder te bekijken.

Krauss finds something in nothing from ASU News on Vimeo.

Eh… nou we het toch over een geheel universum hebben dat uit het niets kan verrijzen: in een onlangs verschenen wetenschappelijk artikel betogen twee natuurkundigen, het duo Adam Brown en Alex Dahlen (o.a. Physics Department, Princeton University), dat niets hetzelfde is als:

anti De Sitter space as the curvature length approaches zero

Die zogenaamde anti De Sitter metriek is genoemd naar onze landgenoot de natuurkundige Willem de Sitter. Het is een vacuüm oplossing van de veldvergelijkingen van Einstein met een negatieve Kosmologische Constante Λ. De oplossing leidt tot een krimp van de ruimte, ondanks het feit dat we met een leeg vacuüm te maken hebben. Zodra de kromming van de ruimte nul wordt krijg je niets, aldus Brown en Dahlen. Vervolgens proberen ze te construeren hoe je uit zo’n niets toch iets kan krijgen, d.w.z. een compleet universum, inclusief jij en ik, planeten, sterren, sterrenstelsels, etc.. Dat laatste levert niet meer dan enkele vage suggesties op, maar de kern daarvan is wel opmerkelijk:

One thing seems clear… to truly understand everything, we must first understand nothing.

:bron: Bron: NRC-Handelsblad, 1 februari 2012 + Universe Today.

Planck’s HFI-instrument te warm geworden voor verder onderzoek aan heelal

Het HFI-instrument aan boord van Planck, dat te warm is geworden voor verder onderzoek

Afgelopen zaterdag is een einde gekomen aan het wetenschappelijk onderzoek dat werd gedaan met het High Frequency Instrument (HFI) aan boord van de Europese sonde Planck. De in mei 2009 gelanceerde sonde doet onderzoek aan de kosmische microgolf-achtergrondstraling, het 2,7K warme restant dat het gehele heelal vult en dat een overblijfsel is van de hete oerknal, waarmee 13,7 miljard jaar geleden het heelal ontstond. Door met de HFI én met de LFI – yep, da’s het Low Frequency Instrument – onderzoek te doen aan minieme temperatuursvariaties in die straling kan men meer te weten komen over de vroegste geschiedenis van het heelal en over de wijze waarop materie samenklonterde tot sterren en sterrenstelsels. De instrumenten aan boord van Planck moeten daarvoor tot net boven het absolute nulpunt (-273 °C) gekoeld worden en daarom heeft Planck koelvloeistof aan boord. Voor het HFI-instrument is dat zaterdag opgeraakt en daarom kan die niet verder. De LFI kan met iets hogere temperaturen onderzoek doen, dus die kan nog wel een poosje doorgaan. Aan het begin van de missie rekende men op een waarneemperiode van 15 maanden, maar dat zijn er 30 geworden, dus reden tot klagen heeft men niet. In die 30 maanden heeft Planck de straling aan de hemel in totaal vijf keer waargenomen. Begin volgend jaar hoopt men de eerste resultaten te kunnen melden van de eerste 15,5 waarneemmaanden. Een jaar later zijn álle resultaten bekend en weten we (hopelijk) wat zich allemaal in het allervroegste heelal heeft afgespeeld. Nog even geduld mensen! :bron: Bron: ESA.

SDSS III levert de grootste 3D-kaart van het heelal op

3D-kaart van het heelal, gemaakt met SDSS III

Sinds 2000 is met de Sloan Digital Sky Surveys (SDSS I, II, III) een kwart van de hemel – da’s 14.555 vierkante graad om precies te zijn - onderzocht, waarbij de gegevens van miljoenen sterrenbeelden letterlijk in kaart zijn gebracht en dat biljoenen pixels aan data heeft opgeleverd, vergaard met de 2,5 meter telescoop van het Apache Point Observatorium in Sunspot, New Mexico in de VS. Sterrenkundigen van Lawrence Berkeley National Laboratory (LBNL) hebben die gegevens gebruikt om de grootste 3D-kaart van het heelal te maken, waarin duidelijk wordt op welke manier materie samenklompt tot sterrenstelsels. De sterrenkundigen onder leiding van Shirley Ho concentreerden zich daarbij op de zogenaamde Luminous Galaxies, extreem heldere sterrenstelsels, waar de SDSS III er al anderhalf miljoen van telt, gelegen op afstanden tussen 7 en 11 miljard lichtjaar afstand. Van die anderhalf miljoen gebruikte het Berkeleyteam er 900.000, op de afbeelding hiernaast al die groene stipjes, tel ze maar na. :-) Ze ogen op foto’s rood, vanwege hun relatief oude sterpopulatie. Jonge, massieve en blauwgekleurde sterren hebben ze niet meer, die zijn geëxplodeerd tot supernovae. Uit de gegevens heeft men al af kunnen leiden dat donkere energie 73% van de dichtheid van het heelal vormt, met een onzekerheid van 2%. Ook blijkt dat 50.000 jaar na de oerknal straling (fotonen en neutrino’s) en materie (voornamelijk waterstof) precies in evenwicht met elkaar waren qua dichtheid. De periode daarvoor overheerste de straling in het heelal, daarna brak geleidelijk de hegemonie van de materie door. Die hegemonie werd definitief 300.000 jaar na de oerknal, toen door het dalen van de temperatuur in het heelal de straling en materie letterlijk los werden gekoppeld van elkaar, het moment van “het oppervlak van de laatste verstrooiing“. In de materie komen zogenaamde baryon acoustische oscillaties (BAO’s) voor, overblijfselen van geluidsgolven die in de eerste momenten na de oerknal voorkwamen en die blijken iedere 450 miljoen jaar een piek te hebben, resulterend in een piek in de clustering van materie in sterrenstelsels, clusters van sterrenstelsels en superclusters van clusters van sterrenstelsels. Middels de Baryon Oscillation Spectroscopic Survey (BOSS), dat deel uitmaakt van SDSS III, probeert men die BAO’s verder in kaart te brengen en begin dit jaar hoopt men daar de resultaten van te kunnen laten zien. De details over SDSS III en de daaruit geproduceerde 3D-kaart van het heelal kan je lezen in dit wetenschappelijke artikel. :bron: Bron: Science Daily.

El Gordo, de grootste cluster die ooit in het verre heelal is waargenomen


Een internationaal team heeft, met behulp van ESO’s Very Large Telescope (VLT) in de Atacama-woestijn in Chili en NASA’s röntgensatelliet Chandra, een extreem hete, zware, jonge cluster van sterrenstelsels onderzocht – de grootste die ooit in het verre heelal is waargenomen. De nieuwe resultaten worden op 10 januari 2012 gepresenteerd bij de 219de bijeenkomst van de American Astronomical Society in Austin, Texas. De pas ontdekte cluster heeft de bijnaam El Gordo gekregen – Spaans voor ‘groot’ of ‘dik’ – z’n catalogusnaam is ACT-CL J0102−4915. Hij bestaat uit twee afzonderlijke subclusters die met snelheden van miljoenen kilometers per uur met elkaar in botsing zijn. De cluster is zo ver weg, dat zijn licht er zeven miljard jaar over heeft gedaan om de aarde te bereiken. ‘Deze cluster is de zwaarste en heetste die tot nu toe op deze afstand of daar voorbij ontdekt is,’ zegt Felipe Menanteau van Rutgers University, die het onderzoek heeft geleid. ‘We hebben een groot deel van onze waarnemingstijd aan El Gordo gewijd, en ik ben blij dat deze gok de moeite waard was en we deze verbazingwekkende clusterbotsing hebben mogen ontdekken.’ Clusters zijn de grootste objecten in het heelal die door de zwaartekracht bijeengehouden worden. Hun ontstaansproces, waarbij kleinere groepen van sterrenstelsels zich verenigen, hangt sterk af van de hoeveelheid donkere materie en donkere energie die op dat moment in het heelal aanwezig was – het onderzoek van clusters kan dus licht werpen op deze duistere componenten van de kosmos. ”Reusachtige clusters zoals deze zijn precies wat we wilden vinden”, zegt teamlid Jack Hughes, ook van Rutgers. “We willen zien of het ontstaan van deze extreme objecten zich aan de hand van de beste kosmologische modellen van dit moment laat begrijpen.” Het team, onder leiding van astronomen uit Chili en van Rutgers University, ontdekte El Gordo door de detectie van een afwijking in de kosmische achtergrondstraling. Deze zwakke gloed is het restant van het eerste licht van de oerknal, de extreem hete en compacte oorsprong van het heelal, die ongeveer 13,7 miljard jaar geleden plaatsvond. De straling die na de oerknal achterbleef treedt in wisselwerking met de elektronen in het hete gas in clusters van sterrenstelsels, waardoor de achtergrondgloed zoals die vanaf de aarde wordt waargenomen wordt verstoord. Hoe dichter en groter de cluster, des te groter dit effect. Hieronder een video, waarin wordt ingezoomd op de cluster.

El Gordo viel op bij een survey van de kosmische achtergrondstraling met de Atacama Cosmology Telescope. Met ESO’s Very Large Telescope zijn de snelheden van de sterrenstelsels in deze enorme botsing van clusters gemeten, evenals hun afstand tot de aarde. NASA’s röntgensatelliet Chandra is gebruikt om het hete gas in de cluster te onderzoeken. Hoewel clusters van de afmetingen en afstand van El Gordo zeer schaars zijn, zeggen de auteurs dat de nieuwe resultaten nog steeds in overeenstemming zijn met de huidige astronomische inzichten: een heelal dat met een oerknal is begonnen en grotendeels uit donkere materie en donkere energie bestaat. El Gordo is waarschijnlijk op dezelfde manier ontstaan als de zogeheten Kogelcluster, een spectaculaire interactie tussen twee clusters die zich bijna vier miljard lichtjaar dichter bij de aarde bevindt. In beide gevallen zijn er aanwijzingen dat de normale materie, die grotendeels uit heet, röntgenstraling uitzendend gas bestaat, is gescheiden van de donkere materie. Het hete gas is afgeremd door de botsing, maar de donkere materie niet. ”Het is voor het eerst dat we op zo’n grote afstand een Kogelcluster-achtig systeem ontdekt hebben,’ zegt Cristóbal Sifón, student aan de Pontificia Universidad Católica de Chile (PUC) in de Chileense hoofdstad Santiago. ‘Het is als bij het oude gezegde: als je wilt begrijpen waar je heen gaat, moet je weten waar je vandaan komt.” :bron: Bron: Nova.

Nieuwe LOFAR-radiotelescoop levert eerste resultaten en start all-sky survey

LOFAR wordt gebruikt voor het bestuderen van superzare zwarte gaten. Een klassiek voorbeeld is het actieve sterrenstelsel Cygnus A, op 700 miljoen lichtjaar afstand. Uit deze eerste LOFAR-opname blijkt dat de jets van plasma van het zware xwarte gat in het centrum tot 2000 lichtjaar van het centrum van het sterrenstelsel reiken (c) J. McKean and M. Wise, ASTRON.

Wetenschappers van de Internationale LOFAR Telescope hebben de eerste all-sky survey op lage radiofrequenties aangekondigd. Binnenkort volgt de eerste oproep aan de astronomische gemeenschap om waarneemvoorstellen in te dienen. LOFAR (Low Frequency Array) is een innovatieve radiotelescoop die is gebouwd in Nederland en uitwaaiert over Noord-Europa. Het observatorium gaat de nog goeddeels onbekende sterrenhemel op lage radiofrequenties in kaart brengen. LOFAR gaat op jacht naar de eerste sterren en zwarte gaten in het heelal, radiobronnen, pulsars, kosmische deeltjes en onderzoek doen aan de zon, de planeten en kosmische magnetische velden. De hardware-constructiefase wordt dit jaar afgerond, waarna onderzoekers van over de hele wereld de mogelijkheid krijgen om te gaan waarnemen met LOFAR. Op de 219de bijeenkomst van de American Astronomical Society in Austin, Texas (VS) zijn vandaag de eerste resultaten gepresenteerd. Het eerste grote waarneemproject van LOFAR wordt de Multi-frequency Snapshot Sky Survey (MSSS). Deze survey gaat de meest nauwkeurige catalogus ooit produceren van radiobronnen op lage frequenties. LOFAR is ontworpen om waar te nemen op golfengten van 2 tot 20 meter en kan grote gebieden van de hemel tegelijkertijd observeren. “Met LOFAR kunnen we de laagfrequente radiohemel als nooit tevoren systematisch in kaart brengen, en bijvoorbeeld superzware zwarte gaten zien, door het hele universum heen”, zegt MSSS-projectleider dr. George Heald. Deze eerste survey zal een aantal maanden in beslag nemen, evenals de daaropvolgende dataverwerking. Gevoeliger follow-up surveys zullen volgen. Radioastronomen krijgen in de loop van dit jaar de gelegenheid gebruik te maken van de unieke mogelijkheden van LOFAR. De radiotelescoop is grotendeels digitaal en gebruikt een glasvezelnetwerk om de meer dan 20.000 antennes via internet samen te voegen tot één grote telescoop. De LOFAR-antennes staan gegroepeerd op 48 stations in het noordoosten van Nederland, en in Duitsland, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en Zweden. Een IBM BlueGene/P supercomputer combineert de signalen van deze stations tot een telescoop met de grootte van 10 tot 25 voetbalvelden en de resolutie van een telescoop met een diameter van 1.000 kilometer. De combinatie van een groot aantal antennes en de enorme effectieve omvang, geven LOFAR een ongekende gevoeligheid en oplossend vermogen op lange radiogolven. Een van de wetenschappelijke teams binnen LOFAR dat gebruik gaat maken van de hoge gevoeligheid is dat van prof. Ger de Bruyn, die het Epoch of Reionization (EOR) project leidt. De Bruyn hoopt de extreem zwakke signalen te ontdekken van het neutraal waterstofsignaal uit de vroegste fase van de kosmos. Deze 21 cm waterstoflijn werd geproduceerd op het moment dat de eerste sterren en sterrenstelsels ontstonden. “Het detecteren van dit signaal, uitgezonden in de kinderjaren van het heelal, zou een mijlpaal betekenen in de kosmologie”, aldus De Bruyn. Een aantal waarnemingen dat het EoR-team al heeft gedaan, leverde de diepste en meest gevoelige opnamen op die ooit op deze golflengten zijn gemaakt. Later dit jaar hoopt het team het EoR-signaal zelf te benaderen.

LOFAR EoR deep field. Dit is de diepste opname ooit gemaakt op een golflengte van 2 meter. De opname laat een glimp zien van een zeer ver en jong universum. Vervolgwaarnemingen met LOFAR zullen de radiogolven ontdekken van het moment dat de eerste sterrenstelsels in het heelal 'aangingen' (c) S. Yatawatta, ASTRON

De bestuursvoorzitter van de LOFAR-telescoop, prof. Heino Falcke, is enthousiast over de capaciteiten van LOFAR: “Na tien jaar hard werken aan het project, is het fantastisch om te zien dat de telescoop echt werkt”. Ook het onderzoek aan pulsars, de snel roterende neutronensterren die ontstaan nadat een zware ster na een supernovaexplosie is ingestort, zal een nieuwe impuls krijgen. Pulsars zenden radiostraling uit, gedurende soms slechts een paar miljoenste van een seconde. De gevoeligheid van LOFAR maakt het mogelijk om in één keer over de laagste octaven van het waarneembare radiospectrum te observeren. Gecombineerd met data van radiotelescopen die op kortere golflengten opereren, kan de radio-emissie van een pulsar worden gelokaliseerd tot op 100 km boven de magnetische polen van de ster. Het grote blikveld van LOFAR zal worden gebruikt voor surveys om bestaande pulsars te bestuderen en nieuwe te ontdekken. In mei 2012 komt de eerste oproep aan de astronomische gemeenschap om waarneemvoorstellen in te dienen. Het grootste deel van de beschikbare waarneemtijd wordt in het eerste jaar toegekend aan de ‘Key Science Projects’. De rest van de tijd is beschikbaar voor open-sky waarneemprojecten. “Onze bedoeling is om de meest veelzijdige telescoop ter wereld voor de hele gemeenschap ter beschikking te stellen”, zegt LOFAR-projectwetenschapper dr. Michael Wise. :bron: Bron: Nova.

Stephen Hawking wordt zondag 70 en dat zullen we weten ook


Zondag 8 januari is een prachtige dag om jarig te zijn, dat kan ik uit eigen ervaring vertellen. Naast uw nederig scribent is komende zondag ook ‘s werelds meeste beroemde natuurkundige en kosmoloog jarig, de Brit Stephen William Hawking. Dat hij die leeftijd haalt mag een wonder heten, want door z’n ziekte - amyotrofische laterale sclerose (ALS), die de zenuwcellen aantast totdat het lichaam helemaal verlamd is - werd al meer dan 30 jaar geleden gedacht dat hij niet lang meer te leven had. Door zijn ziekte is Hawking gekluisterd aan een rolstoel en moet hij 24 uur per dag verzorgd worden, maar gelukkig is z’n denkvermogen niet aangetast. De 70e verjaardag van Hawking, die het grote publiek het beste kent als de auteur van de bestseller A Brief History of Time (in het Nederlands verschenen als Het heelal, 1988), wordt komende zondag gevierd met een symposium op de Universiteit van Cambridge en dat zal live worden uitgezonden via internet. In de video hieronder vertelt Hawking op zijn karakteristieke manier – met z’n computerstem dus - over de simulatie van het heelal, die hij in 2011 ondernomen heeft met behulp van de COSMOS supercomputer.

:bron: Bron: viXra.

Infografiek: het hele universum in één jaar gepropt

Het gehele universum is 13,73 ± 0,12 miljard jaar oud, zo blijkt uit metingen met de WMAP-satelliet aan de kosmische microgolf-achtergrondstraling. Stel nou dat je die periode van 13,73 miljard jaar – tussen de oerknal waarmee het allemaal zo lang geleden begon en nu in 2012 – in één kalenderjaar propt en dat je de evolutie van het heelal probeert weer te geven op een dergelijke schaal: dan krijg je de prachtige infografiek die Ethan Siegel, astrofysicus in Portland en blogger van Starts with a Bang, gemaakt heeft. Daarin start het heelal bovenin bij t=0 seconde, 13,73 miljard jaar geleden, 00.00 uur op 1 januari en eindigt het onderin bij t=13,73 miljard jaar, 24.00 uur op 31 december. Op deze schaal stelt iedere seconde van het jaar in werkelijkheid 435 jaar voor.

 

:bron: Bron: Starts with a Bang.

 

Tandpasta hebben we te danken aan neutrino’s en supernovae

Waar komt de tandpasta vandaan?

Heerlijk om zo op de zondagmorgen bij een kopje koffie te lezen: de blog van Elisabeth Lovegrove over nucleosynthese, het ontstaan van de elementen. Die elementen vinden we keurig gerangschikt in de Periodieke Tabel en wij, de aarde, de andere planeten, de sterren, de gas- en stofnevels en noem maar op bestaan er uit. Nucleosynthese bestaat in feite uit twee gedeelten: het ontstaan van de lichtste elementen tijdens de oerknal en van de zwaardere elementen in sterren. Die eerste wordt de Oerknal Nucleosynthese genoemd, waarbij in de eerste minuten na de oerknal – waarmee 13,7 miljard jaar geleden het heelal ontstond – waterstof, helium, deuterium, tritium en lithium ontstonden. De vorming van de zwaardere elementen, door sterrenkundigen ‘metalen’ genoemd, wordt nucleosynthese genoemd en die vond pas plaats vanaf 200 miljoen jaar na de oerknal, toen de eerste sterren verschenen. En die vindt vandaag de dag nog steeds plaats, want in de kernen van sterren worden nog steeds nieuwe elementen gevormd, zoals in onze zon met de waterstofverbranding tot helium ook het geval is. Bij de nucleosynthese moet je feitelijk weer twee varianten onderscheiden: de vorming van elementen in ‘gewone’ sterren, waarbij elementen tot en met ijzer kunnen ontstaan, en de vorming van de elementen zwaarder dan ijzer in supernovae1. De eerste variant werd in 1957 voor het eerst beschreven door het viertal Margaret en Geoffrey Burbidge, William Fowler en Fred Hoyle, kortweg aangeduid als B²FH, in dit beroemd geworden artikel: Synthesis of the Elements in Stars. De details zal ik jullie besparen, maar interessant is wel om het ontstaan van enkele isotopen uit de Periodieke Tabel te noemen. Het gaat om enkele bijzondere elementen zoals anthanum, tantalum en fluorine, die ontstaan door een speciaal proces dat neutrino afsplitsing of het neutrino proces wordt genoemd. In de extreme omstandigheden van een supernova kan een neutrino een atoomkern raken, waarbij een ‘splinter’ van de kern wordt afgestoten. Zo kan een neutrino een neon-20 kern raken en dan vliegt er een proton als splinter weg. En wat hou je dan over: fluorine-19. En wat maken ze van fluorine, vermengd met wat silicaten en water (H2O)? Yep, tandpasta! Grappig is trouwens dat een ander klassiek artikel – in dit geval The Hydrodynamic Behavior of Supernovae Explosions uit 1966 geschreven is door Richard White en… Stirling Colgate! What’s in a name. :-D :bron: Bron: Astrobites.

Noot:
  1. Al zijn er de laatste tijd ook sterrenkundigen die suggereren dat elementen in neutronensterren kunnen ontstaan. []

De eerste ‘vroege’ resultaten van Planck officieel gepubliceerd

Artistieke impressie van de op 14 mei 2009 gelanceerde sonde Planck en op de achtergrond de bestudeerde straling

Ze werden feitelijk al in januari dit jaar publiekelijk bekend gemaakt, maar pas nu zijn ze officieel verschenen in het wetenschappelijke vakblad Astronomy & Astrophysics: De eerste ‘vroege’ resultaten van Planck, de sonde die sinds augustus 2009 vanaf Lagrangepunt L2 – 1.420.800 km van de Aarde verwijderd – de kosmische microgolf-achtergrondstraling bestudeert. Zesentwintig (!) artikelen met alle resultaten, waarin het draait om twee thema’s: de verschillende manieren waarop sterrenstelsels om ons heen evolueren en het ontstaan van de grootschalige structuren van clusters en superclusters ìn dat heelal. Men spreekt over de ‘vroege’ resultaten, omdat het derde en belangrijkste thema – het ontstaan van het heelal zelf – nog niet aan de orde is. Dat laatste komt pas in januari 2013 naar voren. Dus daarvoor moeten we nog een tikkeltje geduld hebben. Normaal gesproken zijn edities van vakbladen als A&A peper- en peperduur, alleen op te brengen door Universiteiten en onderzoeksinstituten. Maar het is Sinterklaastijd, dus was de redactie van A&A zo aardig om al die artikelen gratis ter beschikking te stellen! :-D Zie: Planck Early Results. :bron: Bron: Planck op Twitter.

Switch to our mobile site