9 februari 2012

Superzware zwarte gat Melkweg verslindt wellicht planetoïden en kometen

Kometen en planetoïden rondom het centrale zwarte gat van de Melkweg

Op grond van kortstondige uitbarstingen in röntgenlicht van het superzware zwarte gat in de kern van ons Melkwegstelsel – genaamd Sagittarius A* (kortweg Sgr A*) – denken sterrenkundigen dat het zwarte gat omgeven is door een grote wolk met kometen en planetoïden en dat af en toe zo’n object wordt opgevreten door het zwarte gat. Dat zwarte gat in het sterrenbeeld Boogschutter (Sagittarius) wordt met regelmaat geobserveerd door NASA’s röntgensatelliet Chandra en die heeft ontdekt dat bijna dagelijks kleine röntgenuitbarstingen plaatsvinden vanuit het gebied vlakbij Sgr A*, uitbarstingen die ook in infraroodlicht met ESO’s Very Large Telescopes (VLT) in Chili zijn waargenomen. Op de foto hiernaast zie je links een röntgenopname van Sgr A*, het resultaat van maar liefst één miljoen seconde van waarnemingen, zo’n 11 dagen. Het zwarte gat, welke ruim 4 miljoen keer zo zwaar als de zon is, zou omgeven zijn door een wolk met miljarden kometen en planetoïden, onttrokken van een nabije ster. Als een komeet of planetoïde binnen een afstand van ongeveer 150 milljoen km van het zwarte gat komt, de afstand tussen aarde en zon, dan wordt het door de sterke getijdekrachten uit elkaar getrokken. Als de fragmenten naar het zwarte gat vallen passeren ze het hete gas dat het zwarte gat omgeeft en daardoor geven ze als een laatste stuiptrekking röntgenstraling af, vergelijkbaar met meteoren die de dampkring van de aarde binnenvliegen en dan door de verhitting ook gaan gloeien (geen röntgenstraling, maar visueel licht opleverend!). In de afbeelding zie je rechts een voorstelling van zo’n invallende planetoïde. Verder onderzoek aan de röntgenuitbarstingen moet een bevestiging opleveren van het vermoeden over de oorzaak ervan, zo hopen de sterrenkundigen. Meer informatie in dit wetenschappelijke artikel. :bron: Bron: Chandra.

Help mee de afstand tot planetoïde Eros te bepalen

Zoekkaartje van de planetoïde Eros in het sterrenbeeld Sextant

(433) Eros is een kleine, ongebruikelijk langwerpige planetoïde, die op 13 augustus 1898 onafhankelijk van elkaar werd ontdekt door twee astronomen, Gustav Witt in Berlijn en Auguste Charlois in Nice. Eros bleek de eerste planetoïde te zijn die zich binnen de baan van de planeet Mars kan bevinden – alle tot dan bekende planetoïden bevinden zich tussen de banen van Mars en Jupiter. Komende dinsdag staat Eros in z’n zogenaamde perigeum, d.w.z. het punt dat ‘ie zich het dichtste bij de aarde bevindt: 0,1786756 AE (26.729.500 km). Hij staat dan in het sterrenbeeld Sextant (zie het zoekkaartje hiernaast. Zie ook de Sterrengids 2012, blz. 23) en heeft een helderheid van +8,56m, gemakkelijk zichtbaar in kleine telescopen. Komende dagen wordt het perigeum aangegrepen om wereldwijd met de inzet van amateur-sterrenkundigen metingen te doen aan Eros en daarmee z’n exacte afstand tot de aarde te bepalen: het Eros Parallax Project. Dat project – opgezet door Steven van Roode en Michael Richmond – is bedoeld om van deze planetoïde de parallax te bepalen en daarmee diens afstand, een techniek die ook kan worden toegepast op nabije sterren. Zoals je hieronder ziet kunnen verschillende waarnemers op aarde Eros op verschillende plekken aan de hemel zien.

Op de dag van het perigeum, 31 januari 2012, kan het verschil voor waarnemers aan beide kanten van de aarde maximaal 98″ bedragen, dat is de hoek P in de afbeelding. Als de afstand tussen die waarnemers bekend is – de ‘baseline’ in de afbeelding – kan met simpele trigonometrie de afstand tot Eros worden berekend. Daarom willen van Roode en Richmond dat amateur-sterrenkundigen van over de gehele wereld in de periode tussen 28 januari en 3 februari Eros fotograferen en dat ze hun gegevens vervolgens opsturen. Details van het project zijn te vinden in de bron van deze blog. Succes er mee! :bron: Bron: Transit of Venus.

Zoef, daar ging weer een mini-planetoïde vlak langs de aarde: 2012 BX34

Zoef, vanmiddag passeerde 2012 BX34 de aarde op 59.044 km

Ik noem het maar even mini-planetoïden, maar ik heb geen idee of dat de werkelijke naam is die er aan wordt gegeven: planetoïden die enkele meters tot tientallen meters in doorsnede zijn. Ze willen nog wel eens gevaarlijk dicht in de buurt van de aarde komen – of er zelfs tegenaan knallen. Vandaag zijn we opnieuw door zo’n brokstuk benaderd: om 16.25 uur Nederlandse tijd kwam de planetoïde genaamd 2012 BX34 tot 59.044 km (da’s ~0,2 keer de afstand aarde-maan) boven het aardoppervlak. De mini-planetoïde werd op 25 januari j.l. ontdekt met de 0,68 meter Schmidt telescoop van de Catalina Sky Survey en z’n helderheid bedroeg toen ~20. Op de foto hiernaast zie je ‘m als dat vage streepje, het resultaat van 120 seconden belichten, gedurende welke hij maar liefst 11 boogminuten aan de hemel opschoof. Op basis van de absolute helderheid van 2012 BX34 (27,6m) komt men uit op de diameter van dit brok ruimtesteen tussen 8 en 18 meter. Mmmmm, dat wil je toch niet op je dak krijgen, nietwaar? :bron: Bron: Remanzacco.

Dawn’s eerste foto’s vanuit z’n lage baan om de planetoïde Vesta

De NASA heeft van de sonde Dawn de eerste foto’s ontvangen, die gemaakt zijn van de planetoïde Vesta, vanuit Dawn’s lage baan. De sonde kwam enkele weken geleden in die baan terecht, de low altitude mapping orbit (LAMO) en die ligt 210 km boven het oppervlak van Vesta. Op de foto hierboven zie je een mix van foto’s, gemaakt vanuit de drie verschillende banen die Dawn afgelopen maanden gevolgd heeft, sinds z’n aankomst bij Vesta op 15 juli dit jaar. Links vanuit z’n Survey Orbit, 2700 km boven het oppervlak van Vesta, in het midden vanuit z’n High Altitude Mapping Orbit (HAMO), 660 km hoog, rechts vanuit de genoemde LAMO, 210 km hoog en droog boven Vesta. De bedoeling is dat de sonde tien weken vanuit die laagste baan onderzoek aan het oppervlak van Vesta gaat doen. Het gaat daarbij niet alleen om het fotograferen van het oppervlak, hetgeen ook al vanuit de hoger gelegen banen gebeurde, maar met name om onderzoek met de gamma ray and neutron detector (GRaND) en met een zwaartekrachtsexperiment. Met GRaND gaan ze kijken naar kosmische deeltjes die vanuit de ruimte in slaan op het oppervlak van Vesta, hetgeen wetenschappers meer kan vertellen over de samenstelling van die oppervlakte. De zwaartekrachtsmetingen moet meer informatie opleveren over het binnenste van Vesta. Na de onderzoeksperiode in de lage baan zal Vesta z’n motoren starten en weer naar de HAMO gaan, als de zon de noordelijke gebieden van de planetoïde verlicht. In juli 2012 zal Dawn Vesta geheel verlaten en afreizen richting het einddoel, de dwergplaneet Ceres, waar ‘ie februari 2015 zal aankomen. Meer close-up-foto’s van Vesta, gemaakt door Dawn vanuit z’n lage baan, zijn in de bron te vinden. :bron: Bron: NASA.

Dawn in z’n laagste baan om Vesta terechtgekomen

Dawn is in z'n laagste baan om Vesta terechtgekomen

De sonde Dawn van de NASA is in z’n laagste baan om de grote planetoïde Vesta terechtgekomen. Die baan wordt de low altitude mapping orbit genoemd en ligt 210 km boven het oppervlak van Vesta. Dawn kwam 15 juli dit jaar in een baan om Vesta, nadat ‘ie een lange reis had afgelegd, sinds de lancering in 2007. De bedoeling is dat de sonde tien weken vanuit die laagste baan onderzoek aan het oppervlak van Vesta gaat doen. Het gaat daarbij niet alleen om het fotograferen van het oppervlak, hetgeen ook al vanuit de hoger gelegen banen gebeurde, maar met name om onderzoek met de gamma ray and neutron detector (GRaND) en met een zwaartekrachtsexperiment. Met GRaND gaan ze kijken naar kosmische deeltjes die vanuit de ruimte in slaan op het oppervlak van Vesta, hetgeen wetenschappers meer kan vertellen over de samenstelling van die oppervlakte. De zwaartekrachtsmetingen moet meer informatie opleveren over het binnenste van Vesta. Na de onderzoeksperiode in de lage baan zal Vesta z’n motoren starten en weer naar een hogere baan gaan, de high altitude mapping orbit (680 km), als de zon de noordelijke gebieden van de planetoïde verlicht. In juli 2012 zal Dawn Vesta geheel verlaten en afreizen richting het einddoel, de dwergplaneet Ceres, waar ‘ie februari 2015 zal aankomen. :bron: Bron: NASA/JPL.

De passage van planetoïde 2005 YU55: was ‘t echt kantje boord?

Afgelopen woensdagnacht – 9 november om 00.28 uur om precies te zijn – scheerde de 400 meter grote planetoïde 2005 YU55 op zo’n 325.000 km langs de aarde. Lezeres Claudia Verhoeven was stellig van mening dat ik niet zo laconiek had moeten zeggen dat we allemaal rustig kunnen slapen en dat we volgens haar aan een ramp zijn ontsnapt. Is dat zo? Zijn we inderdaad ontsnapt aan een ramp, was het kantje boord? Nee, ik blijf er bij dat er geen enkele dreiging was en dat ik met een gerust hart iedereen naar bed kon sturen om een heerlijk uiltje te knappen. In dit ene specifieke geval! Die laatste toevoeging doe ik niet voor niets, want het is de crux van het verhaal. In dit ene specifieke geval van planetoïde 2005 YU55 – ontdekt op 28 december 2005 door Robert S. McMillan van het Steward Observatorium op Kitt Peak, VS – wisten de sterrenkundigen exact wat diens baan in de ruimte was en welke minimale afstand tot aarde en maan er zouden zijn. Dat is geen kwestie van gokken geweest, maar louter van het berekenen van de baan van 2005 YU55 met toepassing van de wetten van Kepler en Newton. Visueel zag de passage langs het Aarde-Maansysteem er afgelopen woensdag zo uit:

Niks kantje boord dus. De vergelijking die lezer Cockie maakte was duidelijk: als de aarde een dartbord is van 25 cm, dan had je er met die planetoïde zo’n 6,37 meter naast gegooid. Daar zou Barney nooit wereldkampioen mee zijn geworden. :-) Om die baan van een planetoïde precies te kunnen berekenen heeft men de zogenaamde baanelementen nodig. Waarnemingen van een aan de hemel voorbijtrekkende planetoïde met professionele telescopen gedurende enkele nachten volstaan om die baanelementen precies te kunnen vaststellen. In het geval van 2005 YU55 zijn dit de baanelementen. Bij het berekenen van de baan wordt ook rekening gehouden met gravitationele effecten van zon, aarde, maan en zelfs van andere – ver weg staande – planeten, zoals Jupiter. Ook van andere ‘grote’ planetoïden weet men precies hoe de baan er uit ziet en welke minimale afstand tot de aarde er zal zijn. De volgende zal  planetoïde (153814) 2001 WN5 zijn, die op 26 juni 2028 op 0,6 maanafstand (250.000 km) langs de aarde zal vliegen. Diens middellijn is iets tussen de 700 meter en 1,5 km. Een jaar later volgt Aphopis, 270 meter in diameter, die op vrijdag de 13 april – woehahaha – langs vliegt. De kans dat die tegen de aarde knalt is klein, 1 op 250.000. Tsja, is dat kantje boord? Dacht het niet. Maar dit betekent allemaal niet – beste Claudia – dat ik hier beweer dat we nooit wakker hoeven te liggen van voorbijrazende planetoïden. De aarde is de afgelopen 4,5 miljard jaar regelmatig bestookt met grote en kleine planetoïden en kometen, zoals het giga-grote exemplaar dat 65 miljoen jaar geleden de dinosauriërs uitroeide. En korter geleden, de planetoïde (of komeet?) die in 1908 boven Siberië explodeerde. We kunnen wel degelijk in de toekomst te maken krijgen met potentiëel gevaarlijke planetoïden. Maar als het zo ver is geef ik wel een seintje om wakker te blijven. Afgesproken?

Zoef, daar ging ‘ie: planetoïde 2005 YU55

2005 YU55 dor Marco Langbroek

Nee, we hoefden afgelopen nacht gelukkig niet te bukken. De 400 meter grote planetoïde 2005 YU55 scheerde om 00.28 uur Nederlandse tijd op een veilige afstand van 319.000 km – da’s 0,85 keer de afstand aarde-maan en 0,00217 keer de afstand aarde-zon – langs de aarde en leverde geen enkel probleem op. Integendeel, menig amateur en professional sterrenkundige heeft de passage gevolgd en eventueel gefotografeerd. Zoals Marco Langbroek uit Leiden. Meestal neemt ‘ie overvliegende satellieten waar met z’n eigen apparatuur, maar vannacht ‘leende’ hij een 61-cm F/10 Cassegrain telescoop van het Sierra Stars Observatory. Om 04:21:41 Nederlandse tijd maakte Langbroek een opname van 30 seconden en gedurende die korte periode legde YU55 een behoorlijk stukje aan de hemel af. Met de Goldstone 70 meter radiotelescoop van NASA’s Deep Space Network hebben ze enkele radarbeelden van 2005 YU55 gemaakt en daar hebben ze een kort filmpje van gefabriceerd, waarin de rotatie van de planetoïde goed zichtbaar is en waarin een formidabele resolutie van 3,75 meter wordt bereikt. Het fragment wordt 5x herhaald. Afgelopen nacht is 2005 YU55 ook met de gigantische 300 meter radiotelescoop van Arecibo op Puerto Rico gefotografeerd en gefilmd. Zodra dát filmpje bekend is zal ik die hier uiteraard plaatsen.

Talloze amateur-foto’s en video’s van 2005 YU55 vind je in de bronnen Universe Today en Space Weather. :bron: Bron: SatTrackCam Leiden + Universe Today + Space Weather.

Phobos-Grunt succesvol gelanceerd met Zenit-2 draagraket

De lancering van de Phobos-Grunt sonde

Vanavond om 21.16 uur Nederlandse tijd is vanaf lanceerplatform 45/1 op Kosmodroom Bajkonoer in Kazachstan de Russische sonde Phobos-Grunt gelanceerd, op z’n Russiaans Фобос-Грунт, oftewel ‘Phobos Bodem’. Geen onterechte naam, want deze sonde gaat volgens plan landen op de kleine Marsmaan Phobos en daar wat monsters te verzamelen, die in 2014 weer terug moeten keren op aarde. Ik heb jullie daar gisteren die video over laten zien, weten jullie ‘t nog? ;-) Aan boord van de sonde is ook nog een kleine Chinese sonde, de Yinghuo-1, die vlakbij Mars los zal koppelen van de rest en die een baan om Mars zal krijgen. Yep, de allereerste Chinese sonde die om een andere planeet dan de aarde zal draaien. Herfst 2012 komt de sonde bij Mars aan en enkele maanden later zal Phobos-Grunt – die 118 miljoen euro heeft gekost, maar dit even terzijde – op de 27 km grote en aardappelvormige maan Phobos landen en daar zoals gezegd wat monsters afschrapen. Dat materiaal is naar verwachting zo’n 4,6 miljard jaar oud, stammend uit de allervroegste geschiedenis van het zonnestelsel. Zodra ik een video heb van de lancering van Phobos-Grunt zal ik die hier plaatsen. :bron: Bron: Space.com.

Dit vliegt vannacht langs de aarde: planetoïde 2005 YU55

Planetoïde 2005 YU55

Hij is 400 meter groot – maatje woonwijk – en komende nacht ergens rond 00.28 uur Nederlandse tijd zal dit rotsblok voorbij de aarde vliegen: planetoïde 2005 YU55. Geen paniek, want YU55 zal ons op een veilige afstand van 0,85 ‘maanafstand’- da’s ongeveer 325.000 km – passeren. Gisteren hebben ze met de 70 meter radiotelescoop in Goldstone, Californië radarbeelden van de planetoïde gemaakt, toen deze nog op 1,38 miljoen km van de aarde verwijderd was. Die telescoop maakt deel uit van NASA’s Deep Space Network (DSN) en wat ze doen is radiosignalen naar dat stuk steen in de ruimte zenden en dan heel precies meten hoe lang de signalen er over doen om terug te kaatsen. Een signaal uit een dal op YU55 zal er een fractie langer over doen dan een berg en dat levert een beeld van diens oppervlakte op. Komende nacht gaan ze ‘m nauwkeurig waarnemen met de 300 meter grote Arecibo Planetary Radar Facility in Puerto Rico, die dan het beste ‘uitzicht’ op de planetoïde heeft. OK mensen, ga maar rustig slapen hoor. :bron: Bron: NASA.

Lutetia blijkt geen gewone planetoïde, maar embryonale planeet

De 'planetesimaal' Lutetia

Op 10 juli van het vorige jaar vloog de sonde Rosetta op een afstand van 3170 km langs de planetoïde (21) Lutetia,  die met z’n 120 km lengte de grootste planetoïde was die tot dan toe door een ruimtesonde van dichtbij werd bestudeerd. Inmiddels wordt een nóg grotere planetoïde bestudeerd, de 560 km grote planetoïde Vesta, waar de sonde Dawn sinds 16 juli omheen draait. Wat blijkt nou uit de waarnemingen aan Lutetia die vorig jaar gedaan zijn: dat z’n gemiddelde dichtheid met 3,4 gram per kubieke cm veel groter is dan die van gewone planetoïden. Zijn planetoïden normaal gesproken een verzameling stenen, lichtjes bijeen gehouden door de zwaartekracht, Lutetia heeft een dichtheid die hoger is dan van graniet en dat betekent volgens de onderzoekers dat het waarschijnlijk geen planetoïde is, maar een planetesimaal, een bouwsteen van een planeet. De planetoïden, die zich grotendeels ophouden tussen de banen van de planeten Mars en Jupiter, zijn in het algemeen fragmenten van grotere objecten of zoals gezegd losse opeenhopingen van puin en gruis, dus overblijfselen van nog oudere objecten. Lutetia heeft, zo denkt men, gezien z’n dichtheid een compact en stevig inwendige en dit zou ooit gesmolten kunnen zijn geweest. Lutetia zou stammen uit de oudste tijd van het zonnestelsel, ontstaan door samenklontering van oermaterie in een schijf rond de proto-zon. De ‘embryonale planeet’ was op weg om aan te groeien tot een volwaardige planeet, maar door één of andere oorzaak stokte dit proces en bleef Lutetia zo groot als ‘ie nu ruim 4,5 miljard jaar later nog is. :bron: Bron: NRC-Handelsblad 29 oktober 2011 + New Scientist.

Switch to our mobile site