Superzware zwarte gat Melkweg verslindt wellicht planetoïden en kometen
Help mee de afstand tot planetoïde Eros te bepalen
Op de dag van het perigeum, 31 januari 2012, kan het verschil voor waarnemers aan beide kanten van de aarde maximaal 98″ bedragen, dat is de hoek P in de afbeelding. Als de afstand tussen die waarnemers bekend is – de ‘baseline’ in de afbeelding – kan met simpele trigonometrie de afstand tot Eros worden berekend. Daarom willen van Roode en Richmond dat amateur-sterrenkundigen van over de gehele wereld in de periode tussen 28 januari en 3 februari Eros fotograferen en dat ze hun gegevens vervolgens opsturen. Details van het project zijn te vinden in de bron van deze blog. Succes er mee!
Bron: Transit of Venus.
Zoef, daar ging weer een mini-planetoïde vlak langs de aarde: 2012 BX34
Bron: Remanzacco.
Dawn’s eerste foto’s vanuit z’n lage baan om de planetoïde Vesta
De NASA heeft van de sonde Dawn de eerste foto’s ontvangen, die gemaakt zijn van de planetoïde Vesta, vanuit Dawn’s lage baan. De sonde kwam enkele weken geleden in die baan terecht, de low altitude mapping orbit (LAMO) en die ligt 210 km boven het oppervlak van Vesta. Op de foto hierboven zie je een mix van foto’s, gemaakt vanuit de drie verschillende banen die Dawn afgelopen maanden gevolgd heeft, sinds z’n aankomst bij Vesta op 15 juli dit jaar. Links vanuit z’n Survey Orbit, 2700 km boven het oppervlak van Vesta, in het midden vanuit z’n High Altitude Mapping Orbit (HAMO), 660 km hoog, rechts vanuit de genoemde LAMO, 210 km hoog en droog boven Vesta. De bedoeling is dat de sonde tien weken vanuit die laagste baan onderzoek aan het oppervlak van Vesta gaat doen. Het gaat daarbij niet alleen om het fotograferen van het oppervlak, hetgeen ook al vanuit de hoger gelegen banen gebeurde, maar met name om onderzoek met de gamma ray and neutron detector (GRaND) en met een zwaartekrachtsexperiment. Met GRaND gaan ze kijken naar kosmische deeltjes die vanuit de ruimte in slaan op het oppervlak van Vesta, hetgeen wetenschappers meer kan vertellen over de samenstelling van die oppervlakte. De zwaartekrachtsmetingen moet meer informatie opleveren over het binnenste van Vesta. Na de onderzoeksperiode in de lage baan zal Vesta z’n motoren starten en weer naar de HAMO gaan, als de zon de noordelijke gebieden van de planetoïde verlicht. In juli 2012 zal Dawn Vesta geheel verlaten en afreizen richting het einddoel, de dwergplaneet Ceres, waar ‘ie februari 2015 zal aankomen. Meer close-up-foto’s van Vesta, gemaakt door Dawn vanuit z’n lage baan, zijn in de bron te vinden.
Bron: NASA.
Dawn in z’n laagste baan om Vesta terechtgekomen
Bron: NASA/JPL.
De passage van planetoïde 2005 YU55: was ‘t echt kantje boord?
Afgelopen woensdagnacht – 9 november om 00.28 uur om precies te zijn – scheerde de 400 meter grote planetoïde 2005 YU55 op zo’n 325.000 km langs de aarde. Lezeres Claudia Verhoeven was stellig van mening dat ik niet zo laconiek had moeten zeggen dat we allemaal rustig kunnen slapen en dat we volgens haar aan een ramp zijn ontsnapt. Is dat zo? Zijn we inderdaad ontsnapt aan een ramp, was het kantje boord? Nee, ik blijf er bij dat er geen enkele dreiging was en dat ik met een gerust hart iedereen naar bed kon sturen om een heerlijk uiltje te knappen. In dit ene specifieke geval! Die laatste toevoeging doe ik niet voor niets, want het is de crux van het verhaal. In dit ene specifieke geval van planetoïde 2005 YU55 – ontdekt op 28 december 2005 door Robert S. McMillan van het Steward Observatorium op Kitt Peak, VS – wisten de sterrenkundigen exact wat diens baan in de ruimte was en welke minimale afstand tot aarde en maan er zouden zijn. Dat is geen kwestie van gokken geweest, maar louter van het berekenen van de baan van 2005 YU55 met toepassing van de wetten van Kepler en Newton. Visueel zag de passage langs het Aarde-Maansysteem er afgelopen woensdag zo uit:
Niks kantje boord dus. De vergelijking die lezer Cockie maakte was duidelijk: als de aarde een dartbord is van 25 cm, dan had je er met die planetoïde zo’n 6,37 meter naast gegooid. Daar zou Barney nooit wereldkampioen mee zijn geworden.
Om die baan van een planetoïde precies te kunnen berekenen heeft men de zogenaamde baanelementen nodig. Waarnemingen van een aan de hemel voorbijtrekkende planetoïde met professionele telescopen gedurende enkele nachten volstaan om die baanelementen precies te kunnen vaststellen. In het geval van 2005 YU55 zijn dit de baanelementen. Bij het berekenen van de baan wordt ook rekening gehouden met gravitationele effecten van zon, aarde, maan en zelfs van andere – ver weg staande – planeten, zoals Jupiter. Ook van andere ‘grote’ planetoïden weet men precies hoe de baan er uit ziet en welke minimale afstand tot de aarde er zal zijn. De volgende zal planetoïde (153814) 2001 WN5 zijn, die op 26 juni 2028 op 0,6 maanafstand (250.000 km) langs de aarde zal vliegen. Diens middellijn is iets tussen de 700 meter en 1,5 km. Een jaar later volgt Aphopis, 270 meter in diameter, die op vrijdag de 13 april – woehahaha – langs vliegt. De kans dat die tegen de aarde knalt is klein, 1 op 250.000. Tsja, is dat kantje boord? Dacht het niet. Maar dit betekent allemaal niet – beste Claudia – dat ik hier beweer dat we nooit wakker hoeven te liggen van voorbijrazende planetoïden. De aarde is de afgelopen 4,5 miljard jaar regelmatig bestookt met grote en kleine planetoïden en kometen, zoals het giga-grote exemplaar dat 65 miljoen jaar geleden de dinosauriërs uitroeide. En korter geleden, de planetoïde (of komeet?) die in 1908 boven Siberië explodeerde. We kunnen wel degelijk in de toekomst te maken krijgen met potentiëel gevaarlijke planetoïden. Maar als het zo ver is geef ik wel een seintje om wakker te blijven. Afgesproken?
Zoef, daar ging ‘ie: planetoïde 2005 YU55
Talloze amateur-foto’s en video’s van 2005 YU55 vind je in de bronnen Universe Today en Space Weather. :bron: Bron: SatTrackCam Leiden + Universe Today + Space Weather.
Dit vliegt vannacht langs de aarde: planetoïde 2005 YU55
Bron: NASA.
Lutetia blijkt geen gewone planetoïde, maar embryonale planeet
Bron: NRC-Handelsblad 29 oktober 2011 + New Scientist.










Social profiles Adrianus V