24 mei 2012

Herschel en XMM-Newton belichten kern van Centaurus A


Dat kan toch eigenlijk geen toeval zijn. De dag dat een foto van het gigantische elliptische sterrenstelsel Centaurus A Astronomy Picture of the Day (APOD) is komt het nieuws naar buiten dan men met de infrarood-ruimtetelescoop Herschel en de röntgen-ruimtesatelliet XMM-Newton de actieve kern van dat stelsel heeft bestudeerd. We kennen Centaurus A allemaal vanwege z’n opvallende gegolfde donkere stofband, die de kern van het elliptische stelsel aan het zicht onttrekt. Het stelsel ligt maar 12 miljoen lichtjaar ver weg – da’s astronomisch gesproken om de hoek – en daardoor leent het zich voor gedetailleerde waarnemingen. In radiolicht heeft men al lang geleden gezien dat er vanuit de kern van CenA, zoals het kortweg wordt genoemd, naar twee tegenovergestelde kanten enorm lange straalstromen worden uitgespuwd. Verantwoordelijk daarvoor is het superzware zwarte gat in de kern van CenA. Zoals gezegd hebben de Europese satellieten Herschel en XMM-Newton ook gekeken naar CenA en zij hebben bevestigd dat er zeer veel activiteit in die kern is, verborgen voor optische telescopen. De foto hierboven is een combi van die waarnemingen, in rood de infrarood-waarnemingen, in blauw de röntgen-waarnemingen. Hier een versie met de labels van interessante objecten daarin en hieronder een mix van CenA in allerlei delen van het electromagnetische spectrum.


Zijn d’r nog bijzonderheden te melden over deze waarnemingen aan CenA van Herschel en XMM-Newton? Yep, dat het stelsel nu wel zeker een botsing blijkt te hebben gehad met een ander sterrenstelsel, waarvan de restanten als de stofband nog zichtbaar zijn. En dat er in het verlengde van de twee straalstromen grote stofwolken blijken voor te komen – op de geannoteerde versie de ‘dust clouds’ – die géén verband houden met die straalstromen, maar die in infrarood oplichten door oude sterren, van één van de gebotste sterrenstelsels. :bron: Bron: Herschel.

Share

Nieuwste röntgensatelliet NuSTAR gereed om gelanceerd te worden

Impressie van de NuSTAR

De meest geavanceerde röntgensatelliet staat klaar om binnenkort gelanceerd te worden en dan vanuit de ruimte extreme bronnen van röntgenstraling waar te nemen, zoals afkomstig van Sgr A*, het superzware zwarte gat in de kern van het Melkwegstelsel: de Nuclear Spectroscopic Telescope Array (NuSTAR). De satelliet is beter dan al z’n voorgangers en dat zijn deels instrumenten die vandaag de dag nog steeds fantastische röntgenwaarnemingen doen, zoals NASA’s Chandra en de Europese XMM-Newton. NuSTAR is de 11e missie van de NASA in haar Small Explorer satelliet programma (SMEX-11) en voor een bedrag van minder dan 120 miljoen dollar – voor Amerikaanse begrippen is dat zakgeld – is de satelliet gefabriceerd. Erg knap, vooral als je bedenkt dat ‘ie meer kan zien dan bijvoorbeeld Chandra. Kan de laatste geen röntgenstraling zien die meer energie van 10 KeV (kilo electronvolt) heeft, door nieuwe technieken kan NuSTAR tot maar liefst 79 KeV ‘zien’. Het is met name door het gebruik van de zogenaamde Wolter Telescoop dat men daartoe in staat is, genoemd naar de Duitse natuurkundige die de techniek erachter bedacht heeft. De telescoop heeft wel een erg lange brandpuntsafstand van tien meter nodig, maar dat heeft men opgelost door in de ruimte gebruik te maken van een uitvouwbare mast, die je op de afbeelding ziet. Tijdens de lancering is alles opgevouwen en is de satelliet 2 meter lang en 1 meter in diameter. NuSTAR zal volgens de planning op woensdag 14 maart 2012 worden gelanceerd vanaf het Kwajalein Atol in de Stille Oceaan. Huh, Kwajalein atol, nooit van gehoord. Klopt, het is geen gewone lanceerbasis die ze daar hebben. Wat ze gaan doen is als volgt: er zal daar een vliegtuig opstijgen – Orbital Science Corporation’s Stargazer genaamd - en onder dat toestel hangt een Pegasus XL raket. Als het vliegtuig op 12 km hoogte is zal de raket loskoppelen van het toestel en dan vervolgens na een paar seconde van vrije val z’n raketmotoren ontbranden, waarna de NuSTAR tot een hoogte van 550 km zal worden gebracht. Een dergelijke lancering is niet nieuw, hij is eerder ook met de IBEX en de AIM zo gedaan. Hieronder zie je bijvoorbeeld de lancering van de AIM, Aeronomy of Ice in the Mesosphere, ook zo’n Small Explorer missie.

:bron: Bron: Planetary Society + Wikipedia.

Share

ESA brengt Adelaarsnevel (‘Pillars of Creation’) opnieuw in beeld


In 1995 bracht de Hubble ruimtetelescoop ze al in beeld: de beroemde ‘Pillars of Creation”, de langgerekte waterstofwolken in de Adelaarsnevel (M16), een grote emissienevel in het sterrenbeeld Slang, gelegen rondom de jonge, open sterrenhoop NGC 6611. De foto die Hubble van die kosmische Pilaren der Schepping wist te maken wordt beschouwd als één van de mooiste astrofoto’s uit de 20e eeuw. De ESA heeft het gedurfd de Adelaarsnevel opnieuw te fotograferen en wel door twee van z’n satellieten in de ruimte, de infraroodsatelliet Herschel en de röntgensatelliet XMM-Newton. Verborgen in die pilaren zitten zogenaamde evaporating gaseous globules of op z’n Engels afgekort EGG’s. donkere stofwolken waarin zich piepjonge, massieve sterren bevinden. Hubble kon die EGG’s niet zien, maar Herschel is met z’n infrarood-ogen in staat door dat stof heen te kijken. En XMM-Newton is vervolgens weer in staat om het röntgenlicht te zien dat afkomstig is van de sterren die de pilaren geschapen hebben. Op basis van vele waarnemingen hebben sterrenkundigen het vermoeden dat 6000 jaar geleden één van de sterren van de 75 lichtjaar grote Adelaarsnevel als een supernova moet zijn ontploft. De afstand van de nevel tot de aarde is zo’n 7000 lichtjaar en licht van die supernova heeft ons nog niet bereikt. Al dat wel het geval is zal dat direct het einde betekenen van de Pillars of Creation, want die gaswolken zullen door de schokgolf van die supernova weggevaagd worden. Hieronder een compilatie van de vele waarnemingen met diverse instrumenten, die aan de Adelaarsnevel zijn gedaan.

:bron: Bron: ESA.

Share

Röntgensterrenkunde met de XMM-Newton

Jelle de Plaa bij Chr. Huygens

Gisteravond was Jelle de Plaa – sterrenkundige werkzaam bij Stichting Ruimteonderzoek Nederland (SRON) – bij sterrenkundevereniging Chr. Huygens om te vertellen over “het heelal in röntgenstraling”. De Plaa doet promotie-onderzoek naar de samenstelling van het hete gas in clusters van melkwegstelsels en wat daaruit op te maken valt over de grote supernova-explosies die de elementen vormden waar wij uit bestaan. Dat gebeurt onder andere met de Europese satelliet XMM-Newton, welke in röntgenlicht kan kijken en die samen met z’n Amerikaanse collega-satelliet Chandra het merendeel van het röntgenonderzoek voor z’n rekening neemt. OK, er is nog een Japanse satelliet – Suzaki geheten – maar daar horen we afgezien van een enkele Astroblog weinig van en vanaf de aarde kunnen we röntgenstraling helemaal niet waarnemen, omdat die straling (gelukkig) niet door de atmosfeer doordringt. Voor die XMM-Newton (voluit de “X-ray Multi-Mirror Mission – Newton“; yep, dat laatste is genoemd naar Isaac Newton) heeft het SRON een instrument ontwikkeld, de RGS reflectietraliespectrometer, die in twee röntgentelescopen ingebouwd zit en die je hieronder afgebeeld ziet:

Met de spectrometer kan men heel precies de spectra meten van heet gas in ver verwijderde clusters, die de sterrenkundigen – zoals Jelle de Plaa – heel nauwkeurig vertellen welke chemische samenstelling dat gas heeft. Zo komen er allerlei zware elementen voor, zoals calcium, zuurstof, ijzer en nikkel, die er in terecht zijn gekomen door ‘vervuiling’ door supernovae. De Plaa liet zien welke resultaten daarbij allemaal behaald zijn en hoe steeds meer duidelijk is geworden dat in de evolutie van die clusters donkere materie een zeer belangrijke rol speelt. Die donkere materie is zelf niet zichtbaar, maar de effecten ervan zijn wel meetbaar, onder andere door naar de snelheid van sterrenstelsels in zo’n cluster te kijken en door de zogenaamde lenseffecten te meten, de verbuiging van erachter liggende stelsels door voorgrondstelsels. Al met al een boeiende lezing van De Plaa, al kwamen er naar mijn bescheiden mening iets te vaak dezelfde plaatjes in de herhaling naar voren.

Share

Botsende sterrenstelsels maken een superzwaar zwart gat niet actief

Het COSMOS veld. Ieder rood kruisje is een onderzocht sterrenstelsels, met een superzwaar zwart gat in z'n kern

Nieuw onderzoek, gebaseerd op gegevens van ESO’s Very Large Telescope (VLT) en ESA’s XMM-Newton röntgensatelliet, heeft een grote verrassing opgeleverd. De meeste kolossale zwarte gaten in de kernen van sterrenstelsels zijn de afgelopen 11 miljard jaar niet geactiveerd door het samengaan van sterrenstelsels, zoals tot nu toe werd gedacht. In het hart van de meeste, zo niet alle, grote sterrenstelsels schuilt een superzwaar zwart gat met een massa die miljoenen, soms zelfs miljarden keren zo groot is als de massa van de zon. In veel stelsels, waaronder ook ons eigen Melkwegstelsel, houdt het centrale zwarte gat zich rustig. Maar in sommige stelsels, met name vroeg in de geschiedenis van ons heelal, doet het centrale monster zich te goed aan materiaal dat intense straling afgeeft terwijl het in het zwarte gat valt. Een van de onopgeloste raadsels is waar het materiaal dat een slapend zwart gat activeert, en hevige uitbarstingen in de kern van zijn sterrenstelsel veroorzaakt, vandaan komt. Tot nu toe dachten veel astronomen dat de meeste van deze zogeheten actieve kernen op gang zijn gekomen door het samengaan van sterrenstelsels die elkaar dicht waren genaderd. Door zo’n fusie zou de aanwezige materie zodanig in beroering komen, dat er een toevoer van verse brandstof naar het centrale zwarte gat ontstaat. Nieuwe resultaten wijzen er echter op dat dit scenario voor veel actieve stelsels niet klopt. Viola Allevato (o.a. Max-Planck-Institut für Plasmaphysi, Duitsland) en een internationaal team van wetenschappers die samenwerken in het COSMOS-initiatief, hebben meer dan zeshonderd van deze actieve stelsels, die zich in een hemelgebied bevinden dat bekendstaat als het COSMOS-veld, heel nauwkeurig bekeken. Zoals verwacht bleek daaruit dat extreem heldere actieve kernen schaars waren – het leeuwendeel van de actieve stelsels in de afgelopen 11 miljard jaar was slechts matig helder. Maar er was een grote verrassing: de nieuwe gegevens lieten zien dat de grote meerderheid van deze normalere, minder heldere actieve stelsels niet is geactiveerd door het samengaan van sterrenstelsels. Deze resultaten zullen verschijnen in The Astrophysical Journal. De actieve kernen werden opgespoord aan de hand van de röntgenstraling uit de omgeving van het zwarte gat, zoals die werd opgevangen door de XMM-Newton. De betreffende stelsels werden vervolgens waargenomen met de VLT, die in staat was om de afstanden tot de stelsels te meten. In combinatie stelden deze waarnemingen het onderzoeksteam in staat om een kaart te maken van de ruimtelijke posities van de actieve stelsels. De astronomen konden deze nieuwe driedimensionale kaart gebruiken om vast te stellen hoe de actieve stelsels verdeeld waren en dit resultaat te vergelijken met theoretische voorspellingen. Ook konden zij zien hoe hun verdeling in de loop van de geschiedenis van het heelal – van 11 miljard geleden tot zo ongeveer nu – is veranderd. Het team ontdekte dat actieve kernen meestal te vinden zijn in grote, zware sterrenstelsels die veel donkere materie bevatten. Dat was verrassend en in strijd met wat theoretisch werd verwacht – als de meeste actieve kernen het gevolg zouden zijn van botsingen en samensmeltingen van sterrenstelsels, werd verwacht dat ze vooral te vinden zouden zijn in sterrenstelsels van gemiddelde massa (ongeveer een biljoen zonsmassa’s). Het team stelde echter vast dat de meeste actieve kernen deel uitmaken van stelsels die ongeveer twintig keer zo zwaar zijn als de waarde die door de samensmeltingstheorie wordt voorspeld. ‘Deze nieuwe resultaten geven ons nieuw inzicht in de wijze waarop superzware zwarte gaten aan hun maaltijden beginnen,’ zegt Viola Allevato, die de hoofdauteur van het nieuwe artikel is. ‘Ze wijzen erop dat zwarte gaten doorgaans worden gevoed door processen binnen het stelsel zelf, zoals schijfinstabiliteiten en stellaire geboortegolven, en niet door galactische botsingen.’ Alexis Finoguenov, die de supervisie over het onderzoek had, concludeert: ‘Zelfs in het verre verleden, tot bijna 11 miljard jaar geleden, kunnen galactische botsingen slechts een klein percentage van de matig heldere actieve stelsels verklaren. Dat in die tijd de onderlinge afstanden tussen sterrenstelsels kleiner waren, waardoor meer botsingen optraden dan nu, maakt de nieuwe resultaten des te verrassender.’ :bron: Bron: ESO.

Share

Ook een neutronenster kan zich wel eens verslikken

Impressie van de materiewolk, die op neutronenster IGR J18410-0535 afkomt.

Met behulp van de Europese XMM-Newton röntgensatelliet hebben sterrenkundigen een neutronenster gezien die plotseling wel 10.000 keer zo helder werd als normaal, een uitbarsting die wel vier uren duurde. Oorzaak van dit alles: een grote hoeveelheid materie, die van de blauwe superreus in de nabijheid van de neutronenster, werd uitgebraakt en richting de 10 km grote neutronenster ging. Normaal kan zo’n supercompacte neutronenster de door z’n gravitatiekracht aangetrokken materie van z’n compagnon wel aan, maar de hoeveelheid die nu op ‘m afkwam was zelfs voor IGR J18410-0535 – zoals z’n codenaam luidt – teveel. Een deel van de materie kwam in de accretieschijf rondom de neutronenster en werd tot miljoenen graden verhit, waardoor röntgenstraling werd geproduceerd. Een ander deel vloog voorbij J18410-0535 en trok vervolgens ongemerkt de wijde wereld van de interstellaire ruimte in. Sterrenkundigen schatten in dat de uitgebraakte materiewolk wel 16 miljoen km groter was, da’s groter dan de ster zelf die ‘m uitbraakte. De maan zou wel 100 miljard keer in het volume van die wolk passen. De hoeveelheid materie was een stuk minder groot: 1/1000e van de maanmassa. En toch was dat voldoende om J18410-0535 te laten verslikken. :bron: Bron: ESA.

Share

Het Andromedastelsel doorgelicht in IR- en röntgenlicht

Even vooraf: ik ben de hele dag aan ‘t worstelen met m’n internetverbinding. Vanmorgen is m’n glasvezel geactiveerd en alles werkt (televisie, telefoon), behalve internet. Nu zit ik tijdelijk even op een gedeelde internetverbinding van m’n mobiele telefoon. Handig die dingen. Ik hoop dat ‘t probleem morgen verholpen is.

Het Andromedastelsel (M31)

Het Andromedasterrenstelsel (M31), de naaste grote buur van ons eigen Melkwegstelsel, is rond de afgelopen Kerstdagen uitvoerig onderzocht in infrarood- (IR) en röntgenlicht. Voor het waarnemen van de eerste vorm van straling was de satelliet Herschel verantwoordelijk, voor de tweede z’n collega XMM-Newton, beiden van Europese makelij. Het resultaat van de Kerst-waarneemactie is hiernaast te zien, een afbeelding die de losse resultaten in optisch-, IR- en röntgenlicht laat zien en combinaties ervan. De optische beelden waren al eerder genomen. Uit de IR-waarnemingen blijkt dat zich in het Andromedastelsel een gigantische ring van warm stof bevindt van zo’n 75.000 lichtjaar in diameter. Pas gevormde sterren zorgen er voor dat het hun omringende stof wordt opgewarmd en Herschel heeft daar de IR-straling van gedetecteerd. Sommige sterrenkundigen denken dat de ring het resultaat is van een vroegere botsing die het Andromedastelsel lang geleden heeft gehad met een ander sterrenstelsel. Naast de grote ring zijn op de Herschelfoto nog vijf kleinere concentrische ringen zichtbaar. De röntgenwaarnemingen van de satelliet XMM-Newton tonen het gehele andere eind van de sterevolutie, namelijk niet het ontstaan, maar het einde ervan. Vooral in het centrum van het Andromedastelsel zijn talloze puntvormige röntgenbronnen zichtbaar, sommigen ervan de restanten van vroeger supernovae, anderen dubbelsterren waarbij de partners in een dodelijke gravitationele verstrengeling met elkaar zijn. Als je hoge resolutiefoto’s van M31 wilt zien in alle genoemde golflengten dan moet je in de bron zijn: :bron: ESA.

Share

Supernovae spugen fonteinen uit in de Melkweg


Ze worden ‘galactische fonteinen’ genoemd, hete gaswolken die door de schokgolven van supernovae worden weggeblazen en die vanuit de platte schijf van de Melkweg terechtkomen in de omringende halo. In die halo koelt het gas af en vervolgens valt het aangetrokken door de zwaartekracht van de Melkweg weer terug in de schijf. Aldus in een notendop de cyclus van het gas van de galactische fonteinen, gas dat deel uitmaakt van het zogenaamde interstellaire medium (ISM). Met de Europese röntgensatelliet XMM-Newton is men momenteel bezig die galactische fonteinen te bestuderen en dat heeft inmiddels geleid tot de publicatie van een wetenschappelijk artikel in het vakblad The Astrophysical Journal. Massieve sterren die aan het einde van hun leven als supernova exploderen kunnen met de door hun veroorzaakte schokgolven het omringende ISM wegblazen. Het gas heeft een lage dichtheid, maar een verschrikkelijk hoge temperatuur van wel miljoenen Kelvin. De ROSAT röntgensatelliet was de eerste die in de jaren negentig de röntgenstraling afkomstig van zo’n fontein van heet gas in de halo van de Melkweg ontdekte. De fonteinen kunnen een ‘hoogte’ van een paar kiloparsec (kpc) bereiken, zeg zo’n 10.000 lichtjaar. De diameter van de gehele Melkweg is 30 kpc en de dikte van de schijf is slechts 0,3 kpc. In de afbeelding hierboven zie je een voorstelling van hoe dergelijke fonteinen er ongeveer uit zouden zien. Verder onderzoek aan het gas in de halo moet uitwijzen of de cyclus van die fonteinen inderdaad juist is. Wordt vervolgd. :bron: Bron: ESA.

Share

Precies 115 jaar geleden werd röntgenstraling ontdekt

Als je vandaag op Google iets zocht zal je wel gemerkt hebben dat de Doodle, het Google logo, anders was:

De reden ligt voor de hand: precies 115 jaar geleden ontdekte de Duitse natuurkundige Wilhelm Röntgen de naar hem genoemde röntgenstraling. Zijn vrouw werd gebruikt als proefpersoon om een van de eerste foto’s te maken. Hij maakte een foto van haar hand en toen zij haar eigen handbotjes zag, riep zij “Ik heb mijn overlijden gezien!”. In 1901 ontving hij de allereerste Nobelprijs voor de Natuurkunde, de geldprijs schonk hij aan zijn universiteit. De straling die Röntgen ontdekte is voor de sterrenkunde van groot belang. Veel objecten in het heelal, zoals supernovae en actieve kernen van sterrenstelsels – allemaal zeer hete objecten – zenden röntgenstraling uit. Omdat de aardse dampkring die straling tegenhoudt, hetgeen voor ons mensen maar goed is, gebruikt men satellieten met röntgenapparatuur om die objecten waar te nemen. Voorbeelden daarvan zijn Chandra, XMM-Newton en Suzaku, welke in de Astroblogs regelmatig ten tonele komen met diverse ontdekkingen. Kortom, we herdenken vandaag een voor de sterrenkunde belangrijke vorm van straling en da’s niet voor niks. :bron: Bron: Websonic.

Share

Een omgekeerde schokgolf in Winkelhaak

Supernovarestant en pulsar G327.1-1.1

Hiernaast zie je G327.1-1.1. Daar heb je vast nog nooit van gehoord en ik tot vandaag ook niet, dus niks om je over te schamen. Het is het restant van een supernova die ooit plaatsvond in het zuidelijke onopvallende sterrenbeeld Winkelhaak (Norma), 29.000 lichtjaar verderop. Dat heldere puntje in het midden is het overblijfsel van die ontplofte ster, een snel rondtollende neutronenster, die we ook wel een pulsar noemen. De foto toont allerlei kleuren en dat vertelt ook precies hoe de foto tot stand is gekomen: als mix van diverse foto’s in verschillende delen van het electromagnetisch spectrum. In blauw zie je röntgenstraling, zoals waargenomen door de satellieten Chandra en XMM-Newton, in rood de radiostraling, door een bataljon radioschotels gezien en de rest van het sterveld is in infrarood, zoals gezien door ’2MASS’ – hetgeen staat voor de Two Micron All-Sky Survey. Wat opvalt is dat die radiostraling rechtsboven van de pulsar grotendeels ontbreekt. Hoe dat komt is niet helemaal duidelijk, maar denkt wel dat er sprake is van een zogenaamde omgekeerde schokgolf. De supernova blies z’n buitenlagen op en een daaropvolgende schokgolf moet op een gegeven moment ‘gestuit’ zijn tegen die buitenlagen en vervolgens van richting zijn veranderd. Daardoor is de uitdijing vooral één kant uitgegaan en dat zie je op de foto van G327.1-1.1. De pulsar zelf – die een ‘ verse’ bel van heet materiaal heeft uitgespuwd, de blauwe wolk op de foto – beweegt naar het noorden, da’s boven op de foto. Zie deze gelabelde foto waarin ‘t allemaal wat duidelijker is. :bron: Bron: Chandra.

Share
canakkale canakkale canakkale balik tutma search canakkale vergi mevzuati bagimsiz denetim vergi mevzuati ozurlu engelliler