11 februari 2012

Hubble zoomt in op een sterk verbogen sterrenstelsel


Wat je hierboven ziet is een unieke blik op een helder en zéér ver verwijderd sterrenstelsel. Die gele vlekjes in het midden zijn de sterrenstelsels die behoren tot de cluster genaamd RCS2 032727-132623. Waar het om gaat zijn die vele gekromde en blauwgekleurde boogjes, met name die links van de cluster. Die boogjes zijn ‘lenzen’ van één sterrenstelsel, welke zich vanaf de aarde gezien áchter de cluster bevindt en dat met behulp van de Hubble ruimtetelescoop in beeld is gebracht door een team sterrenkundigen onder leiding van Jane Rigby (NASA’s Goddard Space Flight Center in Greenbelt, VS). Dat ene sterrenstelsel – het heet zelf heel poëtisch RCSGA 032727-132609, ahum… -  ligt wel tien miljard lichtjaar van de aarde, terwijl de cluster halverwege ligt. Het licht van dat ver verwijderde sterrenstelsel passeert onderweg naar de aarde de cluster en door de gravitatie van de massa van de cluster wordt het licht verbogen en gekromd in allerlei boogjes, een verschijnsel dat al door Albert Einstein werd voorspeld. Dergelijke gravitatielenzen zorgen er niet alleen voor dat het licht van het er achter liggende stelsel sterk verbogen wordt tot boogjes – soms worden zelfs complete cirkels gevormd, de zogenaamde Einsteinringen – maar ook dat het licht versterkt wordt. Daardoor kon Hubble het sterrenstelsel achter RCS2 032727-132623 zien, iets wat zonder de versterking niet zou hebben gekund. Rigby’s team is er tevens in geslaagd om enigzins het echte uiterlijk van het sterrenstelsel achter de cluster te reconstrueren. Dat zie je hieronder, waarin middels de kleine rechthoek in het midden wordt aangegeven wáár dat sterrenstelsel zich ergens moet bevinden.

Meer info over deze opmerkelijke gravitatielens in dit wetenschappelijke artikel, dat binnenkort zal verschijnen in The Astrophysical Journal. :bron: Bron: Hubble.

El Gordo, de grootste cluster die ooit in het verre heelal is waargenomen


Een internationaal team heeft, met behulp van ESO’s Very Large Telescope (VLT) in de Atacama-woestijn in Chili en NASA’s röntgensatelliet Chandra, een extreem hete, zware, jonge cluster van sterrenstelsels onderzocht – de grootste die ooit in het verre heelal is waargenomen. De nieuwe resultaten worden op 10 januari 2012 gepresenteerd bij de 219de bijeenkomst van de American Astronomical Society in Austin, Texas. De pas ontdekte cluster heeft de bijnaam El Gordo gekregen – Spaans voor ‘groot’ of ‘dik’ – z’n catalogusnaam is ACT-CL J0102−4915. Hij bestaat uit twee afzonderlijke subclusters die met snelheden van miljoenen kilometers per uur met elkaar in botsing zijn. De cluster is zo ver weg, dat zijn licht er zeven miljard jaar over heeft gedaan om de aarde te bereiken. ‘Deze cluster is de zwaarste en heetste die tot nu toe op deze afstand of daar voorbij ontdekt is,’ zegt Felipe Menanteau van Rutgers University, die het onderzoek heeft geleid. ‘We hebben een groot deel van onze waarnemingstijd aan El Gordo gewijd, en ik ben blij dat deze gok de moeite waard was en we deze verbazingwekkende clusterbotsing hebben mogen ontdekken.’ Clusters zijn de grootste objecten in het heelal die door de zwaartekracht bijeengehouden worden. Hun ontstaansproces, waarbij kleinere groepen van sterrenstelsels zich verenigen, hangt sterk af van de hoeveelheid donkere materie en donkere energie die op dat moment in het heelal aanwezig was – het onderzoek van clusters kan dus licht werpen op deze duistere componenten van de kosmos. ”Reusachtige clusters zoals deze zijn precies wat we wilden vinden”, zegt teamlid Jack Hughes, ook van Rutgers. “We willen zien of het ontstaan van deze extreme objecten zich aan de hand van de beste kosmologische modellen van dit moment laat begrijpen.” Het team, onder leiding van astronomen uit Chili en van Rutgers University, ontdekte El Gordo door de detectie van een afwijking in de kosmische achtergrondstraling. Deze zwakke gloed is het restant van het eerste licht van de oerknal, de extreem hete en compacte oorsprong van het heelal, die ongeveer 13,7 miljard jaar geleden plaatsvond. De straling die na de oerknal achterbleef treedt in wisselwerking met de elektronen in het hete gas in clusters van sterrenstelsels, waardoor de achtergrondgloed zoals die vanaf de aarde wordt waargenomen wordt verstoord. Hoe dichter en groter de cluster, des te groter dit effect. Hieronder een video, waarin wordt ingezoomd op de cluster.

El Gordo viel op bij een survey van de kosmische achtergrondstraling met de Atacama Cosmology Telescope. Met ESO’s Very Large Telescope zijn de snelheden van de sterrenstelsels in deze enorme botsing van clusters gemeten, evenals hun afstand tot de aarde. NASA’s röntgensatelliet Chandra is gebruikt om het hete gas in de cluster te onderzoeken. Hoewel clusters van de afmetingen en afstand van El Gordo zeer schaars zijn, zeggen de auteurs dat de nieuwe resultaten nog steeds in overeenstemming zijn met de huidige astronomische inzichten: een heelal dat met een oerknal is begonnen en grotendeels uit donkere materie en donkere energie bestaat. El Gordo is waarschijnlijk op dezelfde manier ontstaan als de zogeheten Kogelcluster, een spectaculaire interactie tussen twee clusters die zich bijna vier miljard lichtjaar dichter bij de aarde bevindt. In beide gevallen zijn er aanwijzingen dat de normale materie, die grotendeels uit heet, röntgenstraling uitzendend gas bestaat, is gescheiden van de donkere materie. Het hete gas is afgeremd door de botsing, maar de donkere materie niet. ”Het is voor het eerst dat we op zo’n grote afstand een Kogelcluster-achtig systeem ontdekt hebben,’ zegt Cristóbal Sifón, student aan de Pontificia Universidad Católica de Chile (PUC) in de Chileense hoofdstad Santiago. ‘Het is als bij het oude gezegde: als je wilt begrijpen waar je heen gaat, moet je weten waar je vandaan komt.” :bron: Bron: Nova.

Chandra vindt klotsend gas in sterrenstelsel-cluster Abell 2052

klotsend gas in de cluster Abell 2052

De feestdagen komen er aan en menig wijn- of champagneglas zal dan gevuld worden met een heerlijk drankje, dat klotsend in het glas zal rondzingen. Net zo klotsend is het hete gas dat NASA’s röntgen-ruimtelescoop Chandra in de ver verwijderde cluster van sterrenstelsels genaamd Abell 2052 heeft gevonden. Die cluster ligt 480 miljoen lichtjaar van de aarde vandaan, ergens in het sterrenbeeld Slang. Het gas is gloeiend heet, gemiddeld zo’n 30 miljoen graden. Dat gas klotst heen en weer nadat de kern van de cluster lang geleden een botsing onderging met een kleine cluster. Door de gravitatiewerking werd het gas in beide clusters heen en weer geslingerd en dat leverde de voortdurende klotsende beweging op – in het Engels ‘sloshing’ genoemd. In de foto hiernaast zie je het gas in blauw, waarvan Chandra de röntgenstraling heeft gedetecteerd. Geel-goudkleurig zijn de sterrenstelsels van de cluster in optisch licht, gefotografeerd met de Very Large Telescopes van de ESO in Chili.  Men vermoedt dat het heen en weer bewegende gas van invloed is op het reusachtige elliptische stelsel dat zich in de kern van Abell 2052 bevindt en op het massieve zwarte gat dat zich weer in diens kern bevindt. Het wetenschappelijke artikel over deze vrolijk klotsende cluster van sterrenstelsels is hier te vinden/lezen. :bron: Bron: Chandra.

Hubble brengt met CLASH donkere materie in clusters in beeld

De cluster van sterrenstelsels hierboven heet MACS J1206.2-0847, voor intimi MACS 1206 genoemd. Een gigantische verzameling van sterrenstelsels, vier miljard lichtjaar van ons verwijderd in het sterrenbeeld Raaf (Corvus). Het is één van de 25 clusters, die met de Hubble ruimtetelescoop in de gaten worden gehouden in het kader van de zogenaamde Cluster Lensing And Supernova survey with Hubble (CLASH). Dit onderzoek is bedoeld om middels die clusters een beeld te krijgen van de verspreiding en hoeveelheid donkere materie in de clusters. Donkere materie zelf – 83% van alle materie in het heelal vormend, de overige 17% zit in gewone materie, zoals sterren, planeten, nevels, jij & ik – is onzichtbaar en dus niet te zien op de Hubblefoto’s. Maar de gevolgen zijn wel zichtbaar: op de foto hierboven (hier in vol ornaat, 11,5 Mb groot) zie je allerlei kromme, uitgerekte vlekjes. Dat zijn de ‘gravitatielenzen’ – begin 20e eeuw al door Albert Einstein voorspeld – die veroorzaakt worden doordat het licht van sterrenstelsels die vanaf de aarde gezien achter MACS 1206 liggen door de materie van de cluster wordt verbogen tot die kromme vlekjes. De hoeveelheid zichtbare materie is te weinig om de kromming volledig te verklaren, dus er is een geweldige hoeveelheid verborgen, donkere materie in MACS 1206. Door het CLASH onderzoek kon men in MACS 1206 12 nieuwe sterrenstelsels identificeren, miljarden lichtjaren ‘achter’ de cluster liggend, die bij elkaar 47 lenzen vormen. Door de precieze analyse van de lenzen krijgt men een goed beeld van de distributie van de donkere materie en van de hoeveelheid ervan. Hieronder zie je nog een video, waarin wordt ingezoomd op de cluster.

:bron: Bron: Hubble.

Sterrenkundigen vinden jong sterrenstelsel met oude sterren


Met hulp van drie grote instrumenten – de Hubble en Spitzer ruimtetelescopen en op Hawaï de Keck telescoop – zijn sterrenkundigen er in geslaagd om een sterrenstelsel te ontdekken dat al vroeg in het heelal voorkwam, maar dat sterren bevat die oud zijn en die daarmee uit een nòg vroeger tijdperk dateren.  Het sterrenstelsel zelf heeft een roodverschuiving van z=6,027 en dat betekent dat het 950 miljoen jaar na de oerknal voorkwam. Geen spectaculaire ouderdom, want er zijn oudere sterrenstelsels ontdekt, eentje zelfs met een roodverschuiving van meer dan 10, duidend op een afstand van ruim 13,2 miljard lichtjaar, UDFj-39546284. Die laatste was er al 480 miljoen jaar na de oerknal. Maar het bijzondere aan het nu gevonden sterrenstelsel is dat op grond van spectrografische waarnemingen blijkt dat de sterren daarin al dateren van 200 miljoen jaar na de oerknal. En da’s echt een record, want nooit eerder zijn signalen ontvangen van sterren die zo vroeg na de oerknal ontstaan zijn.

De cluster Abell 383

Het ontdekte sterrenstelsel met de ‘oude’ sterren is niet direct waargenomen door Hubble, Spitzer en Keck. Wat men heeft gedaan is kijken naar de cluster van sterrenstelsels, genaamd Abell 383. Die ligt niet heel ver weg in het heelal, maar wat het doet is iets wat Albert Einstein bijna honderd jaar geleden al voorspelde: dat de massa van de sterrenstelsels van dat cluster door hun zwaartekrachtswerking in staat is het licht van de erachter liggende sterrenstelsels te verbuigen. Je ziet dat in de volgende figuur afgebeeld:


Het gevolg is dat één sterrenstelsel dat zich achter de cluster bevindt – gezien vanaf de aarde tenminste – als meerdere vlekjes rondom de cluster te zien is. Op de bovenste foto zie je twee “lenses galaxy images”. Dàt is het bewuste sterrenstelsel dat men ontdekt heeft en dat de oude sterren bevat. Een ander gevolg van de zwaartekrachtswerking is dat het licht van sterrenstelsels verbogen wordt en dat er lichtbogen ontstaan, welke je ook op de bovenste foto ziet. Afijn, met de waarnemingen aan dit bijzondere sterrenstelsel hoopt men meer te weten te komen over de zogenaamde reïonisatiefase van het heelal. Het licht van die allereerste sterren zorgde er namelijk voor dat door hun sterke ultraviolette straling de electronen zich gingen scheiden van de atoomkernen. :bron: Bron: NASA.

 

De verste volgroeide cluster van sterrenstelsels


Astronomen hebben een armada aan telescopen op de grond en in de ruimte, waaronder de Very Large Telescope (VLT) van de ESO-sterrenwacht op de Paranal in Chili, gebruikt om de afstand van de verst bekende volwassen cluster van sterrenstelsels te meten. Hoewel deze cluster gezien wordt op een moment dat het heelal minder dan een kwart van zijn huidige leeftijd had, lijkt de verre cluster verrassend veel op zijn huidige soortgenoten. “We hebben de afstand gemeten tot de verste volwassen cluster van sterrenstelsels die ooit gevonden is”, zegt Raphael Gobat (CEA, Parijs) – eerste auteur van het onderzoek waarbij waarnemingen met ESO’s VLT zijn gebruikt. “Het verrassende is dat als we beter naar deze cluster kijken, hij er helemaal niet jong uitziet: veel van de sterrenstelsels zijn tot rust gekomen en lijken niet op de stervormende sterrenstelsels die gebruikelijk zijn in het jonge heelal.” Clusters van sterrenstelsels zijn de grootste structuren in het heelal die door de zwaartekracht bijeengehouden worden. Astronomen gaan ervan uit dat clusters in de loop van de tijd groter worden, en dat zware clusters dus schaars moeten zijn in het vroege heelal. Hoewel nog verder weg gelegen clusters zijn waargenomen, lijken dat jonge clusters te zijn waarvan het ontstaansproces nog niet voltooid is. Het internationale team van astronomen gebruikte de krachtige instrumenten VIMOS en FORS2 van ESO’s VLT om de afstanden te meten van enkele vlekjes die deel uitmaken van een merkwaardige groepering in het sterrenbeeld Boötes van zeer zwakke, rode objecten die met de Spitzer-ruimtetelescoop zijn ontdekt. Deze groep, die CL J1449+0856 heet, heeft alle kenmerken van een zeer verre cluster van sterrenstelsels. Hieronder een video, waarin wordt ingezoomd op de cluster.

Loading player…

 Uit de resultaten blijkt dat we hier inderdaad te maken hebben met een cluster zoals die was toen het heelal ongeveer drie miljard jaar oud was – minder dan een kwart van zijn huidige leeftijd. Toen het team eenmaal de afstand tot dit zeer zeldzame object kende, richtten de astronomen de Hubble-ruimtelescoop van NASA/ESA en telescopen op de grond, waaronder de VLT, op de afzonderlijke sterrenstelsels. Dat nauwkeurige vervolgonderzoek leverde aanwijzingen op dat deze stelsels geen nieuwe sterren vormen, maar zijn opgebouwd uit sterren die al bijna een miljard jaar oud zijn. Dit maakt de cluster tot een volgroeid object dat qua massa vergelijkbaar is met de Virgo-cluster – de meest nabije rijke cluster van sterrenstelsels in onze omgeving. Dat CL J1449+0856 volwassen is, blijkt ook uit waarnemingen (met de ESA-satelliet XMM-Newton) van de röntgenstraling die de cluster uitzendt. Deze röntgenstraling moet afkomstig zijn van een zeer hete wolk van ijl gas dat de ruimte tussen de sterrenstelsels vult, en het meest geconcentreerd is in het centrum van de cluster. Ook dat wijst erop dat het gaat om een volwassen cluster van sterrenstelsels die stevig bijeengehouden wordt door zijn eigen zwaartekracht. Erg jonge clusters hebben namelijk nog niet de tijd gehad om heet gas op deze manier vast te houden. Gobat concludeert dan ook: “Deze nieuwe resultaten bevestigen het idee dat er al volwassen clusters bestonden toen het heelal minder dan een kwart van zijn huidige leeftijd had. Volgens de huidige inzichten moeten zulke clusters heel schaars zijn, en heb je dus veel geluk nodig om er eentje te vinden. Maar als uit verdere waarnemingen blijkt dat er veel meer van deze clusters zijn, zullen we onze ideeën over het vroege heelal moeten bijstellen.” :bron: Bron: ESO.

Herschel meet hoeveel donkere materie nodig is voor vorming sterrenstelsel

Zo zo, wat lees ik zojuist op Twitter:

Herschel Measures Dark Matter Required for Star-Forming Galaxies: The Herschel Space Observatory has revea... http://bit.ly/gXXuUZ #nasa
@Spacevidcast
Spacevidcast

Dàt donkere materie – het mysterieuze goedje dat zo’n 23% van het gehele heelal schijnt uit te maken, naast 4% gewone materie en 73% donkere energie – een belangrijke rol speelt bij de formatie van sterrenstelsels, waar een verhoogde stervorming aan de gang is, wisten de sterrenkundigen al. Vraag was alleen hoeveel donkere materie benodigd is om te komen tot dit (g-)astronomische culinaire kunstje. Is er te weinig donkere materie, dan zal een sterrenstelsel in wording uiteenvallen tot er niets overblijft, is er te veel dan ontstaat niet één groot sterrenstelsel, maar vele kleintjes. Met de infraroodsatelliet Herschel hebben ze het juiste ‘recept’ gevonden voor een star-formation galaxy: 300 miljard zonmassa aan donkere materie. De mei 2009 gelanceerde satelliet Herschel kwam hieraan door het bestuderen van infraroodstraling, afkomstig van sterrenstelsels 10 à 11 miljard lichtjaar ver weg. Onder andere deze sterrenstelsels – àl die puntjes op de foto – in het gebied genaamd Lockman Hole in het sterrenbeeld Grote Beer:

Herschel keek feitelijk niet naar de afzonderlijke sterrenstelsels, maar naar de kosmische infraroodachtergrond, die door de sterrenstelsels in gezamelijkheid wordt geproduceerd. De uitkomst was dat de sterrenstelsels meer geclusterd zijn in groepen dan men aanvankelijk dacht. De mate van clustering hangt weer af van de hoeveelheid donkere materie en na ingewikkelde berekeningen kwam men op de benodigde hoeveelheid donkere materie voor één afzonderlijk sterrenstelsel. Die exotische materie, waarvan wetenschappers nog nooit één gram direct hebben waargenomen, moet als een soort van gravitationele bron werken voor gewone materie en zodoende de aanzet geven tot de vorming van een sterrenstelsel en de daarbij behorende stervorming. :bron: Bron: NASA.

Eh… even iets verklappen: dat ik deze Astroblog met die Tweet over Herschel’s ontdekking begon kwam doordat ik een nieuwe plugin wilde uittesten, Blackbird Pie. Het grappige ervan is dat je ìn die ‘afbeelding’ kunt klikken op de diverse links. Het werkt! :-)

Superzware zwarte gaten zijn 99% van de tijd inactief

Twee door Chandra en SDSS waargenomen sterrenstelsels

Middels een onderzoek aan maar liefst 100.000 sterrenstelsels hebben sterrenkundigen ontdekt dat de superzware zwarte gaten in de centra van sterrenstelsels 99% van de tijd inactief zijn, zeg maar liggen te pitten. In het onderzoek, genaamd het Chandra Multiwavelength Project, oftewel ChaMP, keek men zowel in röntgenlicht (blauw in de foto) als optisch licht (rood, geel en wit) naar die sterrenstelsels. De röntgenwaarnemingen werden met de satelliet Chandra van de NASA gedaan, de optische gegevens kwamen uit de Sloan Digital Sky survey (SDSS). Bij het onderzoek werd onderscheid gemaakt tussen sterrenstelsels die deel uitmaken van een cluster, zoals Abell 644 links op de foto, en sterrenstelsels die compleet ‘alleen’ zijn, ook wel veldsterrenstelsels genoemd, zoals SDSS J1021+1312 rechts. De eerste ligt 920 miljoen lichtjaar van ons vandaan, de tweede een ‘onsje’ verder, 1,1 miljard lichtjaar. In beiden bevindt zich een superzwaar zwart gat, dat miljoenen of zelfs miljarden zonmassa’s zwaar kan zijn. Als zo’n zwart gat gevoed wordt met gas van bijvoorbeeld een nabije gaswolk of van een ster, kan dat gas verhitten en röntgenstraling uitzenden. De kern van het sterrenstelsel wordt dan een AGN, een ‘active galactic nucleus’. Wat blijkt uit ChaMP: dat slechts in 1% van de gevallen zo’n zwart gat uit z’n slaap wordt gewekt en actief wordt. Daarbij is er geen onderscheid tussen sterrenstelsels in clusters en veldsterrenstelsels. Wel blijken AGN’s vaker voor te komen in zware sterrenstelsels. Ook blijkt het aantal AGN’s met het verstrijken van de tijd steeds minder vaak voor te komen. Kennelijk neemt geleidelijk de beschikbare hoeveelheid gas af en kunnen de kosmische Gargantua’s minder gevoed worden. :bron: Bron: Chandra.

Hubble brengt donkere materie Abell 1689 in kaart

De verdeling van donkere materie in Abell 1689

 Abell 1689 is een gigantische cluster van sterrenstelsels, gelegen op een afstand van 2,2 miljard lichtjaar in het sterrenbeeld Maagd (Virgo). Een team sterrenkundigen onder leiding van Dan Coe (NASA’s Jet Propulsion Laboratory in Pasadena) keek met de Advanced Camera for Surveys (ACS) van de Hubble ruimtetelescoop naar de pakweg duizend (!) sterrenstelsels in Abell 1689 en slaagde erin de donkere materie in de cluster letterlijk in kaart te brengen, de blauwgekleurde ‘wolken’ op de foto. Da’s een knap staaltje wat Coe en consorten gepresteerd hebben, want donkere materie is – zoals de naam al doet vermoeden – niet te zien. Het reageert ook niet op gewone materie, dus is het niet op normale manier te fotograferen. Hoe hebben ze die donkere materie dan gefotografeerd? Door te kijken naar de enige manier waarop donkere materie invloed heeft op materie, namelijk door z’n zwaartekracht. Ver achter Abell 1689 liggen 42 sterrenstelsels. Het licht van die stelsels wordt door het door Albert Einstein voorspelde effect van de gravitatielenzen verbogen, hetgeen leidt tot maar liefst 142 lichtboogjes in Abell 1689. Van de zichtbare materie in de cluster heeft Coe’s team een een schatting gemaakt hoeveel massa deze heeft. Die massa is niet genoeg om die 142 boogjes te veroorzaken. De verborgen donkere materie levert wel de benodigde massa. Uit de stand van de lichtboogjes kon men tenslotte de preciese verdeling van de donkere materie afleiden. Het is overigens niet voor het eerst dat men een kaart van de donkere materie heeft gemaakt. In 2007 slaagde men er al in om met behulp van de COSMOS-survey een driedimensionale kaart van dit mysterieuze spul te maken. En dezelfde cluster Abell 1689 heeft sterrenkundigen eerder ook al de weg gewezen naar meer duidelijkheid over de net zo mysterieuze donkere energie. Kortom, een interessante cluster. :bron: Bron: Hubble.

Clusters van sterrenstelsels ontdekt door schaduwen

Clusters en schaduwen in de CMB

Sterrenkundigen van de Rutgers Universiteit hebben samen met Chileense collega’s van de Pontificale Katholieke Universiteit van Chili tien clusters van sterrenstelsels ontdekt. Zij deden dat op een ongebruikelijke wijze, namelijk door met behulp van de Atacama Cosmology Telescope (ACT) in Chili op zoek te gaan naar ‘schaduwen’ in de Kosmische Microgolf-achtergrondstraling (in het Engels afgekort als CMB). Bij dat onderzoek werden radiogolven in het millimetergebied van het electromagnetisch spectrum afkomstig van die straling bekeken, op zoek naar signalen van het zogenaamde Sunyaev-Zel’dovich effect (SZE). Door dat effect, voor het eerst door de Russen Rashid Sunyaev en Yakov Zel’dovich geopperd in 1969, reageren fotonen van de CMB met electronen in het hete gas in die clusters. Door de interactie tussen fotonen en electronen wordt de CMB in de richting van de sterrenstelsels met het hete gas verstoort en dat zou in de vorm van ’schaduwen’ van de CMB te zien moeten zijn. Geen echte schaduwen, maar een lichte verhoging van de energie van fotonen, door het ‘duwtje’ wat ze van het hete gas krijgen. Bij eerder onderzoek gebruikte men clusters van sterrenstelsels om schaduwen in de CMB te vinden, maar de sterrenkundigen onder leiding van Lyman Page – prachtige voornaam heeft die man, astronomisch verantwoord – deden het dit keer andersom: zoek SZE-schaduwen en probeer vervolgens de clusters te vinden die daar verantwoordelijk voor zijn. En aldus geschiedde, zoals beschreven in dit wetenschappelijke artikel. In tien gevallen vond men schaduwen en de daaraan gekoppelde clusters. Vier daarvan zie je in de afbeelding, bovenaan de schaduwen (de donderblauwe vlekken), daaronder de massieve clusters, waarbij de witte lijnen countouren van de door ACT waargenomen millimeterstraling zijn. :bron: Bron: Rutgers.

Switch to our mobile site