
Zwaartekrachtslens B1938+666 in het infrarood, waargenomen met de 10 meter Keck-II Telescoop op Mauna Kea in Hawaii. Copyright: D. Lagattuta / W. M. Keck Observatory
Bron: Nova.
Astronomisch nieuws, wetenswaardigheden én persoonlijke opinies

Zwaartekrachtslens B1938+666 in het infrarood, waargenomen met de 10 meter Keck-II Telescoop op Mauna Kea in Hawaii. Copyright: D. Lagattuta / W. M. Keck Observatory
Bron: Nova.
Bron: Science Daily.
Bron: Science Daily.
Noot:
Bron: CfA.
Is dit prachtige spiraalpatroon het resultaat van een galactisch verkeersongeluk?
Een recent onderzoek heeft uitgewezen dat spiraalstelsels hun vorm te danken hebben aan botsingen met dwergstelsels. Wetenschappers van de Universiteit van Pittsburgh hebben een computersimulatie ontwikkeld om het effect van dit soort botsingen op de Melkweg te onderzoeken. Het blijkt dat het spiraalpatroon van onze Melkweg te danken kan zijn aan een botsing met het Sagittarius Dwergstelsel, een satelliet van ons thuissterrenstelsel.
Het is een bekend feit dat Sagittarius ongeveer 1.9 miljard jaar geleden in botsing is gekomen met de Melkweg. Vervolgens is het dwergstelsel over de “noordpool” van ons sterrenstelsel gevlogen, om 900 miljoen jaar geleden opnieuw in botsing te komen. Op dit moment is Sagittarius op de terugweg en zal over 10 miljoen jaar (voor sterrenkundigen is dat “morgen”) voor de derde keer in botsing komen.
Deze botsingen moeten een behoorlijke invloed hebben gehad op de Melkweg. Hoe groot die invloed is geweest, was totnogtoe onduidelijk. Dat heeft vooral te maken met het feit dat de hoeveelheid donkere materie in Sagittarius (en derhalve diens volledige massa) moeilijk te berekenen is. Wetenschappers van de Universiteit van Pittsburgh hebben gebruik gemaakt van de laatste schattingen van de massa van Sagittarius om een simulatie te creëren, die de effecten van de botsingen accuraat in beeld moet brengen.
De simulatie begint met de Melkweg als een platte schijf van gas en sterren, met een centrale balk in het midden. Alle sterren draaien keurig cirkelvormige banen rondom het centrum van de Melkweg. Na de eerste botsing met Sagittarius gaan de omloopbanen van sommige sterren veranderen. Er ontstaat een verscheidenheid aan ellipsvormige omloopbanen, die op bepaalde plaatsen samenkomen tot dichte klonters van sterren en gas in de vorm van een spiraal.
Na de tweede botsing ontstaat er een spiraalpatroon dat opmerkelijke overeenkomsten vertoont met het patroon dat daadwerkelijk is waargenomen. Tegelijkertijd blijft de centrale balk in de simulatie behouden, eveneens precies zoals daadwerkelijk is waargenomen. De botsingen genereren ook ringachtige structuren rondom de Melkweg. Je raadt het al: ook deze zijn daadwerkelijk waargenomen (de zogenaamde Monoceros-ring is een goed voorbeeld).
Het is een bekend feit dat botsingen tussen sterrenstelsels aan de orde van de dag zijn. Verder vermoed men al langer dat spiraalstelsels ontstaan door het samenkomen van vele kleinere stelsels én dat spiraalstelsels blijven doorgaan met het opslokken van dwergstelsels. Dat betekent dat de resultaten van het onderzoek niet alleen gevolgen hebben voor onze kennis omtrent het ontstaan van de Melkweg, maar voor het ontstaan van spiraalstelsels in het algemeen.

Bekijk hier de volledige simulatie.
Bron: New Scientist

NGC 4214 is een dwergsterrenstelsel in het sterrenbeeld Jachthonden (Canis Venatici). Ondanks z’n kleine afmetingen is het voor sterrenkundigen een ideaal object om de vorming van sterren te bekijken, niet alleen omdat het stelsel bubbelt en bruist van gigantische waterstofwolken, temidden waarvan zware, jonge, hete sterren ontstaan, maar ook omdat het met een afstand van tien miljoen lichtjaar relatief dichtbij staat en er geen tussenliggende stofwolken zijn. Met de Wide Field Camera 3 (WFC3) aan boord van de Hubble ruimtetelescoop is bovenstaande foto van NGC 4214 gemaakt. Als je klikt op de foto krijg je de totale afbeelding te zien. Wat vooral opvalt zijn twee dingen in dit stelsel: ten eerste dat ‘gat’ in het midden, die van binnen blauw-wit gekleurd is. Op de grote foto zie je dat die kleur van de sterren afkomstig is die zich daar bevinden: een grote cluster van jonge, massieve en loeihete sterren – met temperaturen tussen 10.000 en 50.000 °C. De ultraviolette straling van die sterren blaast de waterstof weg en dat zorgt ervoor dat dat gat in de waterstofwolken is ontstaan. Gevolg is wel dat er in die omgeving geen nieuwe sterren zullen ontstaan, want waterstof is daar de essentiële voeding voor. Bovenin NGC 4214 zie je een tweede markant object, dat meer rozewit gekleurd is. Dat gebied zit nog tsjokvol met waterstofwolken en ook daar zit een jonge groep sterren – met een ouderdom van twee miljoen jaar een zéér jonge groep zelfs. Hun ultraviolette straling ioniseert de waterstofwolken en daardoor gaan ze roze gloeien. Naast de jonge sterren komen er in NGC 4214 ook clusters van oude, roodgekleurde superreuzen voor. Hieronder een video waarin wordt ingezoomd op dit markante dwergstelsel.
Bron: Hubble.

Volgens de Hubble classificatie van sterrenstelsels onderscheiden we spiraalstelsels, balkspiraalstelsels en elliptische stelsels. Oh ja en dan is er ook zo’n vaag groepje van onregelmatige sterrenstelsels. Dwergstelsels worden daar meestal ook toe geschaard, tot die laatste categorie welteverstaan, omdat er geen tekenen zijn van duidelijke structuur. Een voorbeeld van zo’n onregelmatig dwergstelsel is UGC 9128, hierboven te zien op een foto die ‘geschoten’ is met de Advanced Camera for Surveys (ACS) van de Hubble ruimtetelescoop. Hier is de kosmische dwerg in vol formaat te bewonderen, 35 Mb op de digitale weegschaal. UGC 9128 ligt slechts 8 miljoen lichtjaar van ons vandaan, da’s voor sterrenkundigen letterlijk om de hoek, in het sterrenbeeld Ossenhoeder (Boötes). Op de achtergrond zie je talloze grote spiraalstelsels, die vééél verder weg staan dan het vormeloze dwergstelsel. Maar wat laat uitgebreid onderzoek aan UGC 9128 ons nou zien? Dat deze dwerg onder de sterrenstelsels wel degelijk dezelfde kenmerken heeft als (balk-)spiraalstelsels, namelijk een omringende halo van oudere sterren en een schijf van jongere sterren. OK toegegeven, als je die foto ziet dan is het een vage, blauwe pluizenbol, een katoenbol zoals Phil Plait ‘m omschrijft, maar in die schijnbare ordeloosheid van losse sterren – welke door het gebruik van filters blauw ogen, maar die in werkelijkheid oranje zijn – zit wel degelijk een structuur. Sterrenkundigen denken dat door het botsen en samensmelten van dwergstelsels zoals UGC 9128 grotere sterrenstelsels ontstaan en daarom zijn ze er zo geïnteresseerd in, vooral degenen die dichtbij de Melkweg staan.
Bron: Hubble.
Bron: Science News.
Copyright © 2012 · Genesis Framework · WordPress · Log in
Social profiles Adrianus V