7 februari 2012

ESA brengt Adelaarsnevel (‘Pillars of Creation’) opnieuw in beeld


In 1995 bracht de Hubble ruimtetelescoop ze al in beeld: de beroemde ‘Pillars of Creation”, de langgerekte waterstofwolken in de Adelaarsnevel (M16), een grote emissienevel in het sterrenbeeld Slang, gelegen rondom de jonge, open sterrenhoop NGC 6611. De foto die Hubble van die kosmische Pilaren der Schepping wist te maken wordt beschouwd als één van de mooiste astrofoto’s uit de 20e eeuw. De ESA heeft het gedurfd de Adelaarsnevel opnieuw te fotograferen en wel door twee van z’n satellieten in de ruimte, de infraroodsatelliet Herschel en de röntgensatelliet XMM-Newton. Verborgen in die pilaren zitten zogenaamde evaporating gaseous globules of op z’n Engels afgekort EGG’s. donkere stofwolken waarin zich piepjonge, massieve sterren bevinden. Hubble kon die EGG’s niet zien, maar Herschel is met z’n infrarood-ogen in staat door dat stof heen te kijken. En XMM-Newton is vervolgens weer in staat om het röntgenlicht te zien dat afkomstig is van de sterren die de pilaren geschapen hebben. Op basis van vele waarnemingen hebben sterrenkundigen het vermoeden dat 6000 jaar geleden één van de sterren van de 75 lichtjaar grote Adelaarsnevel als een supernova moet zijn ontploft. De afstand van de nevel tot de aarde is zo’n 7000 lichtjaar en licht van die supernova heeft ons nog niet bereikt. Al dat wel het geval is zal dat direct het einde betekenen van de Pillars of Creation, want die gaswolken zullen door de schokgolf van die supernova weggevaagd worden. Hieronder een compilatie van de vele waarnemingen met diverse instrumenten, die aan de Adelaarsnevel zijn gedaan.

:bron: Bron: ESA.

Jonno in The Sky at Night

Jonathan Hall in The Sky at Night

Ja…ja….en daar was “ie” dan, op prime-time (althans voor iemand met een wel zeer flexibele maandagochtend-agenda!!) onze eigenste Jonathan from the Bath, op de BBC, in the famous Sky at Night,   helder en duidelijk vertellend over ”zijn” William Herschel al staande precies op de plek in de achtertuin waar William Herschel de planeet Uranus heeft ontdekt!! OK….zoals gebruikelijk met het vluchtige medium TV duurde het gesprekje met “vriendje Jonno” natuurlijk geen uren….maar….voor diegene die het nog niet gezien hebben….Hij is echt heel veel langer aan het woord dan hij mijzelve nog kort voor de uitzending sms’te……dus echt geen “flits en weer pleite”…..enne……het kwam allemaal ook nog eens “lekker uit zijn strot rollen”…ik was onder de indruk!! Good show,…wah..wah wah…ladida, me olde chap and all that!! Overigens toch nog iets wat ook in het verhaal van  Jonathan naar voren kwam…Hoewel alle eer en zo steeds maar weer naar William Herschel gaat moeten we toch vooral niet de crusiale rol van zijn zus Caroline Herschel vergeten, want al het weinig glorieuze maar essentiele papierwerk (het noteren van de waarnemingen terwijl hij aan de kijker zat) komt op het conto van “zuslief”………..en zonder al dat gigantische hoeveelheid papierwerk voor o.a. het samenstellen van zijn New General catalogue kon Big Brother Willie echt naar die NGC catalogus plus alle bijbehorende eerbetoon fluiten. En….Caroline Herschel was zelf ook een hele goede waarnemer met o.a. geloof ik een stuk of acht kometen op haar naam. Het zeer onterecht onderbelicht blijven van de bepaaldelijk niet te onderschatten prestaties  van vrouwen in de sterrenkunde is toch best wel een smetje op het anders zo helder met sterrenlicht beschenen astronomisch blazoen! Over twee weken krijgen we op ons sterrenkluppie bijvoorbeeld een lezing over het Hertzsprung Russelldiagram………eh…weer twee heren die met de eer er  vandoor gaan maarre….was het niet ene Henrietta Swan Leavitt die al het onderbelichte vuile werk heeft opgeknapt en daarmee de basis heeft gelegd voor een ware supernova-achtige explosie als het gaat om de kennis over het ontstaan en levensloop van sterren!! Emancipatie was (en is??) niet echt de ster-kste kanten van de edele wetenschap der Astronomie. Overigens is er sinds een jaartje of wat een uitgebreide biografie op de markt over het leven en werk van Caroline Herschel………leuk leesvoer te krijgen uiteraard bij Vriendje Jonathan in de museumwinkel, maar volgens mij ook “gewoon” in de Hollandse boekhandel!

Herschel vindt overvloed aan water rond jonge ster TW Hydrae


Sterrenkundigen hebben met de Herschel-ruimtetelescoop voor het eerst koude waterdamp gevonden in een planeetvormende schijf rond een jonge ster. Deze ontdekking duidt erop dat deze schijf, die bezig is zich tot een planetenstelsel te ontwikkelen, grote hoeveelheden water bevat en dat planeten met oceanen, zoals de aarde, wel eens op veel meer plaatsen in het heelal zouden kunnen voorkomen. Het onderzoeksteam, onder leiding van de Leidse astronoom Michiel Hogerheijde, publiceert het resultaat morgen in Science. Astronomen hadden al eerder hete waterdamp gevonden in planeetvormende schijven, dicht bij de centrale ster. Maar tot nu toe was er geen direct bewijs dat grote hoeveelheden water zich uitstrekken tot in de koude buitendelen van dergelijke schijven. Hoe meer water hier beschikbaar is om ijzige kometen te vormen, des te groter is de kans dat aanzienlijke hoeveelheden water uiteindelijk door komeetinslagen hun weg vinden naar nieuwgevormde planeten. “Onze waarnemingen van dit koude waterdamp tonen aan dat er voldoende water in de schijf is om duizenden aardse oceanen te vullen”, zegt eerste auteur Michiel Hogerheijde.

Deze grafiek van de gegevens van het HIFI-instrument aan boord van Herschel laat zien hoe de koude waterdamp is gedetecteerd. Watermoleculen komen voor in twee ‘spin’-vormen, ortho en para, waarin de spin van de twee waterstofkernen verschillende oriëntaties heeft. Door de verhouding tussen ortho en para te vergelijken, kunnen astronomen de temperatuur achterhalen waarbij het water is gevormd. Een lagere verhouding van ortho ten opzichte van para betekent een lagere temperatuur. De lage verhouding van ortho en para in het diagram wijst op koude waterdamp. Dit is het eerste bewijs dat water in grote hoeveelheden voorkomt in de koude buitendelen van zonnestelsels, waar kometen hun oorsprong vinden (Image credit: NASA/JPL-Caltech)

“Eenzelfde situatie heeft zich waarschijnlijk voorgedaan tijdens de vorming van ons eigen zonnestelsel, 4,6 miljard jaar geleden, waarbij komeetinslagen ook een belangrijke bijdrage hebben geleverd aan de vorming van oceanen op aarde.” De vondst is gedaan bij TW Hydrae, een ster op slechts 175 lichtjaar afstand van ons zonnestelsel in – heel toepasselijk – het sterrenbeeld Hydra (Waterslang). Hogerheijde en zijn onderzoeksteam denken dat de ijzige mist die ze hebben ontdekt zijn oorsprong vindt in met ijs bedekte stofkorreltjes nabij het oppervlak van de schijf. UV-licht van de ster bevrijdt een klein deel van het water uit het ijs en vormt een dunne laag damp, die is gedetecteerd door Herschels infrarood-instrument HIFI. “Dit zijn de meest gevoelige waarnemingen tot nu toe door HIFI gemaakt, en de instrumentbouwers verdienen een compliment dat zulk zwakke signalen gedetecteerd kunnen worden”, zegt de Leidse sterrenkundige Ewine van Dishoeck, die net als de Amsterdamse astronoom Carsten Dominik coauteur is van het Science-artikel. De slechts 10 miljoen jaar oude ster TW Hydrae is omgeven door een schijf van stof en gas, in afmeting ruwweg 200 maal de afstand tussen de aarde en de zon. De ijzige stofdeeltjes hierin zullen naar verwachting in de loop van de komende paar miljoen jaar samenklonteren tot planeten, planetoïden en kometen. Deze laatste, in feite vuile sneeuwballen, kunnen door inslagen hun watervoorraad afleveren op nieuwgevormde, kurkdroge planeten, en deze zo voorzien van oceanen. Of TW Hydrae en zijn ijzige schijf inderdaad representatief zijn voor andere pasgevormde sterren, wat sterrenkundigen denken, zal kunnen worden bevestigd door vervolgonderzoek met HIFI aan drie andere sterren. :bron: Bron: Nova.

Enceladus voedt enorme donutachtige wolk vol water rondom Saturnus


Een gigantische wolk vol met waterdeeltjes rond de planeet Saturnus, met de vorm van een donut of torus, blijkt gevoed te worden door de maan Enceladus. Zo blijkt uit waarnemingen die gemaakt zijn met de Europese infrarood-satelliet Herschel én uit computerberekeningen. Dát Saturnus omringd wordt door zo’n wolk werd al langer vermoed, onder andere door waarnemingen gedaan met de Voyager, de Hubble ruimtetelescoop, het Infrared Space Observatory (ISO) en de Submillimeter Wave Astronomy Satellite. Herschel kon die vermoedens voor het eerst bevestigen. Dát Enceladus via z’n geisers op de noord- en zuidpool wolken vol waterdamp uitstoot wisten de sterrenkundigen ook al, sinds de sonde Cassini dat in 2005 voor het eerst waarnam. Maar nu blijkt er dus een direct verband te zijn tussen de donut-wolk vol water om Saturnus – 600.000 km in diameter en zo’n 60.000 km dik – en de door Enceladus uitgestoten waterdamp. Eerder was al duidelijk geworden dat die waterdamp in de E-ring rondom Saturnus terecht komt. De waterdeeltjes in de donutring verdwijnen op den duur deels weer in de ruimte, maar een klein gedeelte – zo’n 3 á 5% – weet via het ringenstelsel in de bovenste delen van de atmosfeer van Saturnus te komen. Men had dat water daar al eerder waargenomen, maar zich altijd afgevraagd hoe het er kwam. Vanuit de lagere, warme gedeeltes van de atmosfeer van Saturnus is het niet mogelijk voor waterdeeltjes omhoog te stijgen en de hogere delen te bereiken. Er moest dus een andere manier zijn en die is nu gevonden in de vorm van de maan Enceladus. Uit de waarnemingen van Herschel blijkt de 500 km grote maan zo’n 200 kg water per seconde uit te stoten, hetgeen een bevestiging is van de schattingen die men aan de hand van waarnemingen met Cassini had gemaakt. :bron: Bron: NASA/JPL.

Herschel ontdekt stofschillen rondom reuzenster CW Leonis

Door Herschel ontdekte stofschillen rondom CW Leonis

Een internationaal team sterrenkundigen onder leiding van astronome Leen Decin (KU Leuven en Universiteit van Amsterdam) heeft een reeks schillen van koud stof ontdekt rond de reuzenster CW Leonis – alias IRC+10216, een ster die nogal eens in verband wordt gebracht met komeet Elenin. Het team gebruikte het gevoelige PACS-instrument van de Herschel-ruimtetelescoop om voor de eerste keer stofschillen ver van de ster te kunnen zien. CW Leonis heeft die schillen in de loop van zijn leven uitgepuft. De buitenste schil die we nu zien is volgens de astronomen zo’n 16000 jaar geleden door de ster afgeworpen en is inmiddels al meer dan 7000 miljard kilometer van de ster weggedreven. De beelden tonen het ver-infrarode licht dat de stofdeeltjes in de schillen zelf uitsturen. De astronomen kunnen eruit afleiden wat de temperatuur van het stof is en hoeveel stof er in elke schil zit. Elke schil toont een andere periode in het leven van de ster. ”Tot voor kort leek de omgeving van reuzensterren homogeen, maar er zijn steeds meer aanwijzingen dat dit plaatje niet klopt”, zegt eerste auteur Leen Decin. “Deze nieuwe Herschel-beelden bevestigen dit op spectaculaire wijze. We hebben niet minder dan 12 schillen ontdekt, die de ster in de loop van zijn leven heeft uitgepuft. De zwakste schil die we gevonden hebben zit op 7000 miljard kilometer.” De diverse schillen zijn met tussenpozen van 500 tot 1700 jaar door de ster afgeworpen. De astronomen vermoeden dat deze schillen, almaar zwakker, ook nog verder te vinden zijn, tot aan het gewelddadige schokfront waar het uitgestoten materiaal van de ster botst met het ijle interstellaire gas en stof dat in onze Melkweg de leegte tussen de sterren vult. De oudste schillen zijn wellicht al verdwenen in het schokfront. Ook onze zon zal over zo’n vijf miljard jaar opzwellen tot een rode reuzenster. Doordat hij afkoelt, gaat hij grote hoeveelheden stof produceren in de buitenste lagen van zijn atmosfeer. De geschiedenis van CW Leonis kan astronomen iets vertellen over het lot van de zon. Doordat de stofschillen inmiddels zo ver van de ster zitten, zijn ze ook erg koud: zo’n –248°C. Het PACS-instrument van de Herschel ruimtetelescoop werd speciaal ontwikkeld om beelden te maken in het ver-infrarode licht dat zulk koud stof uitzendt. Co-principal investigator Christoffel Waelkens van het consortium dat het PACS-instrument bouwde, is zeer enthousiast over de nieuwe ontdekking. “Voor de lancering van Herschel hadden we veel ideeën over wat we met deze telescoop konden bestuderen, maar we hoopten ook op verrassingen. Vanaf de eerste metingen bleek dit geen ijdele hoop: de natuur bewijst bij elke gelegenheid meer verbeelding te hebben dan wij.” :bron: Bron: Nova.

Herschel biedt nieuwe kijk op evolutie sterrenstelsels

Stervorming in sterrenstelsels wordt gevoed door gigantische gasstromen

Sterrenstelsels in ons heelal ontwikkelen zich anders dan lang werd aangenomen. Dat hebben wetenschappers ontdekt met waarnemingen van ESA’s Herschel infrarood ruimtetelescoop. Sterrenstelsels hoeven niet met elkaar te botsen om een geboortegolf van nieuwe sterren mogelijk te maken. Veel belangrijker is de hoeveelheid gas die aanwezig is in een sterrenstelsel. Deze conclusie is gebaseerd op observaties van twee stukken heelal, elk zo groot als een derde van de volle maan. Zelfs in deze kleine stukjes hemel zag Herschel meer dan duizend sterrenstelsels op verschillende afstanden van de aarde. Hoe groter de afstand, hoe verder je terugkijkt in de tijd. Samen beslaan de sterrenstelsels tachtig procent van de historie van het heelal. Herschel is een unieke ruimtetelescoop. Het wetenschappelijke hart is het instrument HIFI (Heterodyne Instrument for the Far Infrared), dat in Nederland werd ontwikkeld. HIFI is het meest geavanceerde ruimte-instrument dat ooit in Nederland werd gebouwd. Juist dankzij HIFI’s onderzoek in het infrarood krijgen we een veel completer beeld van stervorming dan voorheen. Het aantal stergeboortes piekte toen het heelal nog heel jong was, ongeveer tien miljard jaar geleden. Dat was al bekend. In die tijd maakten sterrenstelsels tien tot honderd keer meer sterren dan op dit moment. Dichter bij de aarde – en dus recenter in de tijd – zijn zulke uitbarstingen van stergeboortes zeldzaam. Ze lijken alleen voor te komen als sterrenstelsels botsen. Dus namen wetenschappers aan dat zulke botsingen in de hele geschiedenis van het heelal de motor waren voor grootschalige stergeboorte. Data van Herschel laat nu zien dat botsingen van sterrenstelsels in het verre verleden maar een heel kleine rol spelen bij stergeboorte. Want ook zonder die botsingen werden sterren met duizelingwekkende aantallen tegelijk geboren. Wetenschappers vergeleken de hoeveelheid infrarood licht dat wordt uitgezonden door de sterrenstelsels bij verschillende golflengtes. Daaruit bleek dat de hoeveelheid stergeboortes vooral wordt beïnvloed door de hoeveelheid gas die ze bevatten, niet of de stelsels botsen met andere. Gas is de ruwe bouwstof voor stervorming. Uit dit onderzoek blijkt de simpele verhouding: hoe meer gas, hoe meer sterren worden geboren. :bron: Bron: ESA.

Herschel vindt gedraaide gasring rondom de Melkwegkern


Ik had er eind mei dit jaar al een Astroblog aan gewijd, maar deze week verschenen er nieuwe berichten over: de gedraaide ring van koel gas, die zich rondom de kern van het Melkwegstelsel bevindt en die door de Europese infrarood en submillimeter-satelliet Herschel is ontdekt. Hierboven zie je die ring. Huh, zie je ‘m niet? OK, neem dan deze afbeelding:


Ah, da’s duidelijk. De ring strekt zich uit over een gebied van ongeveer 600 lichtjaren lengte. Waarnemingen van het Nobeyama Radio Observatorium in Japan laten zien dat het gas van de ring zich als één geheel beweegt, onafhankelijk van de rest van de Melkwegkern. De ring heeft ergens in het midden een soort van knik en dat zorgt ervoor dat gezien vanaf de aarde de ring op het oneindigheidsymbool ∞ lijkt. In het centrum van de Melkweg bevindt zich Sagittarius A* (kortweg SgrA*), het superzware zwarte gat dat naar schatting 4,3 miljoen zonmassa’s zwaar is. De draai in de ring zou het gevolg kunnen zijn van gravitationele invloeden van de centrale verdikking van de Melkweg, de ietwat langgerekte hoop van vooral oude sterren in de Melkwegkern, welke SgrA* omgeeft. De Melkweg is een balkspiraalstelsel, dus die centrale verdikking is niet bolvormig. De ring zou echter ook het gevolg kunnen zijn van gravitationele interactie met het buurstelsel van de Melkweg, de Andromedanevel (M31). Meer onderzoek moet uitwijzen wat er precies aan de hand is. :bron: Bron: NASA/JPL.

 

Herschel lost het raadsel van het verdwenen supernovastof op

Het door Herschel waargenomen stof rondom SN 1987A

Het is in alle handboeken van de sterrenkunde te vinden: supernovae – gigantische explosies van massieve sterren – zorgen er voor dat de interstellaire ruimte vervuild raakt met stof vol zware elementen, zoals ijzer, kobalt en nikkel. Eén klein probleempje: als men naar de restanten keek van supernovae kon men dat stof nooit vinden. Tenminste, niet in de hoeveelheden die de modellen voorspellen. Maar daar is nu gelukkig een einde aan gekomen, want de Europese Herschel infrarood ruimtetelescoop is er als eerste in geslaagd om vlakbij een restant van een supernova grote hoeveelheden stof te vinden. Herschel keek met z’n camera’s, die kunnen turen in het verre infrarood en submillimetergebied van het spectrum, naar SN 1987A, de beroemde supernova die op 23 februari 1987 in de Grote Magelhaense Wolk verscheen. Dankzij z’n relatief korte afstand – slechts 168.000 lichtjaar, voor sterrenkundigen om de hoek – is deze supernova een geliefd onderzoeksobject. Herschel zag een gloed rondom de supernova, afkomstig van stof dat door de supernova moet zijn uitgestoten, dat nooit eerder door andere instrumenten was gezien. De temperatuur van het stof was zo’n 170 °C kouder dan kleinere stofwolken, die wel waren gezien. De totale massa van de ontdekte stofwolk schat men op een halve zonmassa: precies de hoeveelheid die men nodig heeft om de waargenomen hoeveelheid zware elementen in het Melkwegstelsel te verklaren. Indien supernovae tussen 1/10 en 1 zonmassa aan stof uitspugen sluit de theorie weer mooi aan met de waarnemingen. Herschel’s waarnemingen aan het stof rondom SN 1987A komen dus als geroepen. :bron: Bron: Space.com.

Herschel vindt koele, gedraaide gasring rond Melkwegkern


Sterrenkundigen zijn erin geslaagd om met behulp van de Europese Herschel ruimtetelescoop – turend in het infraroodgebied van het spectrum – een gedraaide ring van koel gas te vinden, die zich rondom de kern van het Melkwegstelsel bevindt. Op de foto zie je die donkere ring, geportretteerd met Herschel’s PACS (Photodetector Array Camera and Spectrometer). Hieronder zie je een schematische voorstelling van de ring, die vanaf de aarde gezien de vorm van het symbool voor oneindigheid heeft, ∞. Men denkt dat de ring 326 bij 196 lichtjaar groot is en zo’n 30 miljoen zonmassa ‘weegt’. Van twee gebieden in de ring heeft men de snelheid van het gas gemeten. Het ene gebied beweegt met een vaartje van 20 km/s, het andere gaat een poepie sneller: 50 km/s. Op de foto zie je ook Sagittarius A* (kortweg SgrA*) aangegeven, de plek waar zich een superzwaar zwart gat bevindt, dat naar schatting 4,3 miljoen zonmassa’s zwaar is. De draai in de ring zou het gevolg kunnen zijn van gravitationele invloeden van de centrale verdikking van de Melkweg, de ietwat langgerekte hoop van vooral oude sterren in de Melkwegkern, welke SgrA* omgeeft. De Melkweg is een balkspiraalstelsel, dus die centrale verdikking is niet bolvormig.

Meer info over de ontdekking van de gedraaide ring vindt je in dit wetenschappelijke artikel.

Herschel meet hoeveel donkere materie nodig is voor vorming sterrenstelsel

Zo zo, wat lees ik zojuist op Twitter:

Herschel Measures Dark Matter Required for Star-Forming Galaxies: The Herschel Space Observatory has revea... http://bit.ly/gXXuUZ #nasa
@Spacevidcast
Spacevidcast

Dàt donkere materie – het mysterieuze goedje dat zo’n 23% van het gehele heelal schijnt uit te maken, naast 4% gewone materie en 73% donkere energie – een belangrijke rol speelt bij de formatie van sterrenstelsels, waar een verhoogde stervorming aan de gang is, wisten de sterrenkundigen al. Vraag was alleen hoeveel donkere materie benodigd is om te komen tot dit (g-)astronomische culinaire kunstje. Is er te weinig donkere materie, dan zal een sterrenstelsel in wording uiteenvallen tot er niets overblijft, is er te veel dan ontstaat niet één groot sterrenstelsel, maar vele kleintjes. Met de infraroodsatelliet Herschel hebben ze het juiste ‘recept’ gevonden voor een star-formation galaxy: 300 miljard zonmassa aan donkere materie. De mei 2009 gelanceerde satelliet Herschel kwam hieraan door het bestuderen van infraroodstraling, afkomstig van sterrenstelsels 10 à 11 miljard lichtjaar ver weg. Onder andere deze sterrenstelsels – àl die puntjes op de foto – in het gebied genaamd Lockman Hole in het sterrenbeeld Grote Beer:

Herschel keek feitelijk niet naar de afzonderlijke sterrenstelsels, maar naar de kosmische infraroodachtergrond, die door de sterrenstelsels in gezamelijkheid wordt geproduceerd. De uitkomst was dat de sterrenstelsels meer geclusterd zijn in groepen dan men aanvankelijk dacht. De mate van clustering hangt weer af van de hoeveelheid donkere materie en na ingewikkelde berekeningen kwam men op de benodigde hoeveelheid donkere materie voor één afzonderlijk sterrenstelsel. Die exotische materie, waarvan wetenschappers nog nooit één gram direct hebben waargenomen, moet als een soort van gravitationele bron werken voor gewone materie en zodoende de aanzet geven tot de vorming van een sterrenstelsel en de daarbij behorende stervorming. :bron: Bron: NASA.

Eh… even iets verklappen: dat ik deze Astroblog met die Tweet over Herschel’s ontdekking begon kwam doordat ik een nieuwe plugin wilde uittesten, Blackbird Pie. Het grappige ervan is dat je ìn die ‘afbeelding’ kunt klikken op de diverse links. Het werkt! :-)

Switch to our mobile site