11 februari 2012

Van de Hollandsche kijker tot de E-ELT

Edwin Mathlener spreekt bij Huygens over de grote optische telescopen

Gisteravond hield Edwin Mathlener – directeur van Stichting de Koepel – voor de echte die-hards van sterrenkundevereniging Chr. Huygens, die ondanks de barre Siberische omstandigheden toch naar het clubhonk in de Alblasserwaard waren gereden, een lezing over de grote optische telescopen. Een boeiende lezing, die ons meevoerde van de allereerste telescoop, de Hollandsche kijker van – vermoedelijk – de Middelburgse brillenslijper Hans Lippershey uit 1608, tot de reusachtige European Extreme Large Telescope (E-ELT), die ergens rond 2022 z’n eerste licht zal zien. Mathlener wist z’n verhaal te doorspekken met leuke anekdotes, zoals dat van de reusachtige telescoop van Lord Rosse in Birr Castle, die zo groot was dat je door de telescoopbuis kon lopen. Toen die buis op de grond lag kwam koning George III tesamen met de bisschop langs voor een bezoek en toen beiden door de buis liepen schijnt de koning te hebben hebben gezegd “Come my Lord Bishop, let me show you the way to heaven.” Na de pauze ging het historische gedeelte over in het hedendaagse verhaal, waarin we de grote telescopen op Hawaï en in Chili tegenkomen, zoals de twee 10 meter Keck-telescopen en de vier 8,4 meter Very Large Telescopes. De observatoria worden tegenwoordig overdag net zo koel gehouden als de buitentemperatuur, om temperatuursschommelingen en daarmee ongewenste luchtturbulentie te voorkomen, en op de één of andere manier was Mathlener er in geslaagd om die situatie ook in het clubhuis van Huygens voor elkaar te krijgen, want het was er stervenskoud. Nog nooit een lezing meegemaakt waarin iedereen met z’n jas aan zat. :-) Afijn, om een idee te krijgen van de telescopen waar Mathlener het zoal over gehad heeft hieronder een lijstje van de hedendaagse reuzen, geplukt van Wikipedia, daaronder de grootste lenzenkijkers die gebouwd zijn en daaronder de drie toekomstige superreuzen, waarvan de Giant Maggelan Telescope al in 2018 gereed moet zijn.

's werelds grootste spiegeltelescopen

's werelds grootste lenzenkijkers

Die 1,25 meter refractor in Parijs is overigens nooit in gebruik genomen. Zoals Mathlener al zei is het risico van grotere lenzen dat ze onder hun eigen gewicht doorbuigen en dat is bij die kijker ook echt gebeurd.

's werelds grootste telescopen in de komende jaren

Lezing: grote optische telescopen bij Christiaan Huygens

Lezing: grote optische telescopen bij Huygens

Komende vrijdag 3 februari a.s houdt Edwin Mathlener bij sterrenkundevereniging Christiaan Huygens een lezing over de grote optische telescopen. Mathlener is directeur van Stichting ‘De Koepel’, een informatiecentrum over sterrenkunde, weerkunde en ruimte-onderzoek, en hij is tevens redacteur van het tijdschrift Zenit. Hier een korte vooruitblik op de lezing die Mathlener vrijdag houdt: De Hubble ruimtetelescoop is maar klein met een spiegel van 2,5 meter. Maar de foto’s zijn mooi en veel scherper omdat er geen storende atmosfeer is. Zijn lichtverzamelend vermogen is wel klein vergeleken met grote telescopen op aarde, en die aardse telescopen worden alsmaar groter. Nieuwe technieken maakten diameters van 8 en 10 meter mogelijk. Meestal voor spectroscopisch onderzoek, maar met ESO’s Very Large Telescope (VLT) worden ook prachtige foto’s gemaakt. Maar de ontwikkeling gaat verder: NASA maakt een nieuwe, grotere ruimtetelescoop. Andere groepen maken plannen voor telescopen met diameters van tientallen meters tot wel 100 meter. In deze deze lezing kijken we niet alleen naar heden en toekomst van de grote telescopen, maar ook terug op het verleden, waarin ieder tijdvak zijn eigen grote telescopen kende. De zaal bij Huygens gaat 20.00 uur open en de lezing start een half uurtje later. :bron: Bron: Huygens.

Lezing: Het dynamische Hertzsprung-Russell diagram

Het Herzsprung-Russell diagram

Komende vrijdag – 16 december 2011 – is er bij sterrenkundevereniging Christiaan Huygens weer een lezing. Dit keer eentje van drs. Robert de Jong, die zal vertellen over het Herzsprung-Russell diagram of kort gezegd het HDR. Als je niet weet wat het is of hoe het werkt dan deel je alles eerst in hokjes in. Dat noemen ze classificeren. Je krijgt dan inzicht in de diverse verschijningsvormen. Daarna bedrijf je hierop statistieken om er verder van te leren. Dat is nu precies wat gebeurd is voor de sterren. In eerste instantie lijken alle sterren op elkaar, alleen is de ene ster helderder dan de andere en soms verschillen ze ook ietwat van kleur. Als je echter de (kleuren)spektra van sterren met elkaar vergelijkt dan blijken er tientallen soorten sterren te bestaan. Als je de eigenschappen van die sterren op een bepaalde wijze in een diagram plaats krijg je zo het Hertzsprung-Russell diagram. Dit HRD wordt gebruikt om inzicht te krijgen in de opbouw en werking van de sterren. Het samenstellen van een HRD voor de sterren is niet eenvoudig als dat nauwkeurig plaats moet vinden, maar als dit werk gedaan is kunnen er vele conclusies uit getrokken worden, waaronder de levensgeschiedenis van sterren en de leeftijdsbepaling van sterren. Het is niet de eerste keer dat Robert de Jong bij Huygens te gast is. Zo is hij al eens komen vertellen over o.a. de kwantummechanica in de sterrenkunde en na zijn lezing over de oerknal bleek uit een stemming dat heel wat leden niet meer zo overtuigd waren van deze theorie. De laatste keer dat hij bij Huygens was gaf hij een boeiende lezing over fractalkosmologie. Ze hebben er het volste vertrouwen in dat hij de aanwezigen ook deze keer weer weet te boeien. De lezing begint om 20:30. Vanaf 20:00 uur is de zaal open en ben je van harte welkom voor een lekkere kop koffie of thee. :bron: Bron: Huygens.

Lezing: gammaflitsers bij Huygens

Impressie van een gammaflitser

Gammaflitsers – op z’n Engels Gamma ray bursts – zijn korte, maar heftige uitbarstingen van gammastraling in het heelal. Over dat boeiende onderwerp gaat morgenavond drs. J.P. Loonen een lezing geven bij sterrenkundevereniging Chr. Huygens in Papendrecht. Sinds de 60-er jaren van de vorige eeuw waren de aard en oorsprong van die gammaflitsen raadselachtig. pas in de laatste 10 jaar hebben we inzicht verworven in wat ze zijn. We weten nu dat het de heftigste uitbarstingen in het heelal zijn, ze stoten honderden malen meer energie uit dan supernova’s. In de lezing wordt ingegaan op de historie en de aard van de gammaflitsen, een stukje ultramoderne, maar voor iedereen begrijpelijke sterrenkunde. De lezing begint om 20:30 uur. Vanaf 20:00 uur is de zaal open en ben je van harte welkom voor een kop koffie of thee. :bron: Bron: Chr. Huygens.

Lezing: afstandsmeting in het heelal door de eeuwen heen

afstanden meten in het heelal

Komende vrijdag de 14e oktober is er een lezing door Carlo Jenniskens, voorzitter van de afdeling Breda van de KNVWS, bij sterrenkundevereniging Chr. Huygens in Papendrecht. De lezing, handelend over de historie van afstandsmeting in het heelal, is een keer ontstaan tijdens een rekenles voor groep 8 van de basisschool. Je kunt met eenvoudige berekeningen en gebruikmaken van basiskennis van de hemellichamen al een behoorlijk beeld krijgen van de afstanden binnen ons zonnestelsel. Met eenvoudige geometrie kan men ook afstanden bepalen van sterren. In deze voordracht gaat Jenniskens meer in op de historie en de personen die ultieme bewijzen hebben aangedragen om te komen tot een goed beeld van de astronomische afstanden. Onze historische reis begint bij Plato die aan de hand van de omloopstijden van de 5 planeten de planeet volgorde en ook de relatieve afstand kon bepalen. Vele Griekse geleerden deden pogingen om afstanden van Maan en Zon te bepalen. Eratosthenes van Syrene berekende de aardomtrek en kwam het nauwkeurigst uit. Hipparchus gebruikte de driehoek methode met de Aarddiameter als basis. Vele West Europese geleerden zoals Copernicus, Kepler en vele anderen hebben bijgedragen aan de afstandmeting binnen ons zonnestelsel. De Engelse astronoom Horrocks bepaalde als eerste via een Venus overgang de zonneparallax en daarmee was de afstand tot de zon en de afstanden van de toen gekende planeten bekend. De lezing begint om 20:30 uur. Vanaf 20:00 uur is de zaal open en ben je van harte welkom. :bron: Bron: Vereniging Christiaan Huygens.

Röntgensterrenkunde met de XMM-Newton

Jelle de Plaa bij Chr. Huygens

Gisteravond was Jelle de Plaa – sterrenkundige werkzaam bij Stichting Ruimteonderzoek Nederland (SRON) – bij sterrenkundevereniging Chr. Huygens om te vertellen over “het heelal in röntgenstraling”. De Plaa doet promotie-onderzoek naar de samenstelling van het hete gas in clusters van melkwegstelsels en wat daaruit op te maken valt over de grote supernova-explosies die de elementen vormden waar wij uit bestaan. Dat gebeurt onder andere met de Europese satelliet XMM-Newton, welke in röntgenlicht kan kijken en die samen met z’n Amerikaanse collega-satelliet Chandra het merendeel van het röntgenonderzoek voor z’n rekening neemt. OK, er is nog een Japanse satelliet – Suzaki geheten – maar daar horen we afgezien van een enkele Astroblog weinig van en vanaf de aarde kunnen we röntgenstraling helemaal niet waarnemen, omdat die straling (gelukkig) niet door de atmosfeer doordringt. Voor die XMM-Newton (voluit de “X-ray Multi-Mirror Mission – Newton“; yep, dat laatste is genoemd naar Isaac Newton) heeft het SRON een instrument ontwikkeld, de RGS reflectietraliespectrometer, die in twee röntgentelescopen ingebouwd zit en die je hieronder afgebeeld ziet:

Met de spectrometer kan men heel precies de spectra meten van heet gas in ver verwijderde clusters, die de sterrenkundigen – zoals Jelle de Plaa – heel nauwkeurig vertellen welke chemische samenstelling dat gas heeft. Zo komen er allerlei zware elementen voor, zoals calcium, zuurstof, ijzer en nikkel, die er in terecht zijn gekomen door ‘vervuiling’ door supernovae. De Plaa liet zien welke resultaten daarbij allemaal behaald zijn en hoe steeds meer duidelijk is geworden dat in de evolutie van die clusters donkere materie een zeer belangrijke rol speelt. Die donkere materie is zelf niet zichtbaar, maar de effecten ervan zijn wel meetbaar, onder andere door naar de snelheid van sterrenstelsels in zo’n cluster te kijken en door de zogenaamde lenseffecten te meten, de verbuiging van erachter liggende stelsels door voorgrondstelsels. Al met al een boeiende lezing van De Plaa, al kwamen er naar mijn bescheiden mening iets te vaak dezelfde plaatjes in de herhaling naar voren.

Vrijdag 16 september lezing: het heelal in röntgenstraling

Het heelal in röntgenstraling, een lezing van Drs. J. de Plaa

Komende vrijdag – 16 september om 20.30 uur – gaat dr. Jelle de Plaa (SRON) een lezing houden bij sterrenkundevereniging Chr. Huygens over “het heelal in röntgenstraling”. In zijn lezing vertelt Jelle de Plaa over zijn promotie-onderzoek naar de samenstelling van het hete gas in clusters van melkwegstelsels en wat daaruit op te maken valt over de grote supernova-explosies die de elementen vormden waar wij uit bestaan. Hij laat ook zien dat de röntgenstraling uit het verre heelal nieuwe inzichten geeft over de grote structuur van het universum, het kosmisch web. Clusters van melkwegstelsels zijn in veel opzichten de grote steden van ons heelal. Ze bestaan uit wel 100 tot 1000 melkwegstelsels die binnen een diameter van enkele miljoenen lichtjaren samengepropt zijn. Elk melkwegstelsel bestaat op zijn beurt weer uit ongeveer 100 miljard sterren zoals onze Zon. Van ons eigen melkwegstelsel weten we dat er voortdurend sterren ontstaan, zoals in de Orionnevel, maar ook dat er sterren ontploffen in zogenaamde supernova-explosies. Tijdens die explosies ontstaan allerlei chemische elementen die aan de basis staan van het leven op Aarde. De sterren ontploffen met zoveel geweld, dat er flinke hoeveelheden heet gas van miljoenen graden Celcius het heelal in worden geslingerd. Die uitlaatgassen blijven als een smog in de omgeving van een melkwegstelsel hangen. In een cluster van melkwegstelsels zijn die gassen het beste te zien in Röntgenstraling. In 1999 zijn er twee baanbrekende röntgentelescopen gelanceerd: XMM-Newton (ESA) en Chandra (NASA). Met behulp van deze instrumenten kunnen we heel veel over het hete gas in ons heelal en de ontploffende supernovae te weten komen. De lezing van de Plaa zal gaan over zijn promotieonderzoek. Meer over hem en zijn werk kun je vinden op zijn website http://www.deplaa.net/. :bron: Bron: Chr. Huygens.

 

Chr. Huygens start seizoen met lezing over monteringen

De G53F frictie aangedreven montering

Sterrenkundevereniging Christiaan Huygens in Papendrecht – officiëel de afdeling Zuid-Holland Zuid van de KNVWS – start vrijdag 2 april met een nieuw seizoen. Ze hebben een paar maanden stil gezeten door de zomervakantie (kort nachten, geen echte duisternis,  je kent ‘t wel), maar  da’s nu afgelopen. Er is een programma gemaakt voor de komende maanden en de aftrap wordt gegeven door lid Gerrit Burggraaf – actief Deepsky-fotograaf in Schelluinen - die vrijdag een lezing geeft over frictie aangedreven monteringen van telescopen. Op dit moment is er een ware hype op de astromarkt als het gaat om goede monteringen, prijzen staan onder druk en de kwaliteitseisen zijn hoog! Helemaal de frictie aangedreven montering staan in de spotlights. Een frictie aangedreven montering met elkaar bekijken en beoordelen als het die avond helder is doen we dat niet alleen onder onze spotlights in het verenigingsgebouw maar natuurlijk ook onder de sterrenhemel. Onderwerpen die de revue passeren zijn: verschillen met een wormwiel aandrijving, nauwkeurigheid, prijs kwaliteit, draagkracht en prestaties. Meer info: Chr. Huygens.

Tot welke afstand kan men naar ons kijken?

John Heise bij Huygens

Prof. John Heise, astrofysicus bij SRON en de Universiteit Utrecht, begon z’n lezing gisteravond bij Huygens met de simpele vraag hoe ver we in het heelal kunnen kijken als we op een avond naar de donkere hemel kijken. Die vraag is al eeuwen oud en net zo lang probeert men er een antwoord op te formuleren. Maar Heise voegde er een tweede vraag aan toe, die recentelijk op kwam naar aanleiding van nieuwe waarnemingen aan het uitdijende heelal: tot welke afstand in het heelal kan men òns zien? Deze twee simpel ogende vragen leidden tot een boeiend avondje, waarin Heise ons liet zien hoe sterrenkundigen met steeds geavanceerder apparatuur steeds verder weg in het heelal kunnen turen. Huidige recordhouder is UDFj-39546284, op een recordafstand van 13,2 miljard lichtjaar, zichtbaar op Hubble’s Ultra Deep Field (HUDF). Ons heelal is volgens de WMAP-gegevens 13,75 miljard jaar oud, dus dàt stelsel was er al zo’n 480 miljoen jaar na de oerknal. Rekening houdens met de hoogst haalbare snelheid in het heelal, de lichtsnelheid c, zou je kunnen denken dat gezien vanaf de aarde onze ‘waarnemingshorizon’ een straal heeft van 13,75 miljard lichtjaar. De diameter van het waarneembare heelal zou dus het dubbele daarvan zijn. Met de bekende metafoor van het rijzende krentenbrood maakte Heise duidelijk dat wij daarbij wel de indruk hebben het centrum van het heelal zijn, maar dat dat geldt voor àlle sterrenstelsels. Afijn, om een kort verhaal lang te maken maakte Heise ons duidelijk dat de werkelijke waarnemingshorizon een stuk complexer in elkaar zit. Ten eerste omdat we niet in een statisch heelal leven, zoals Einstein zo graag wilde – die er zelfs een kosmologische constante tegenaan gooide om dat te bewerkstelligen – en ten tweede omdat de expansie van het heelal – in 1912 voor het eerst waargenomen door Vesto Slipher en níet door Edwin Hubble – steeds sneller blijkt te gaan. Dàt het heelal expandeert weten we al bijna honderd jaar, maar dat die expansie versnelt werd pas in 1998 duidelijk na waarnemingen aan supernovae. Vermoedelijke oorzaak van die versnelling is de mysterieuze donkere energie, waarmee Einstein’s kosmologische constante in ere werd hersteld.

Afijn-II, om dit verhaal nog langer te maken, door de expansie van het heelal is tijdens die afgelopen 13,75 miljard jaar het heelal zelf in omvang gegroeid, resulterend in een waarneembaar heelal van maar liefst 93 miljard lichtjaar. En vanwege die versnelde expansie zal een sterrenstelsel buiten een straal van 10 miljard lichtjaar (roodverschuiving z=1,8) de aarde nooit kunnen zien, daarmee de tweede vraag van Heise beantwoordend. Afijn-slot, een boeiend maar ook best wel ingewikkeld avondje bij Huygens, die ieders ‘horizon’ weer een stukje verder weg heeft gebracht.

Sociale en asociale deeltjes


Komende zondag (30 januari 2011) houdt universitair docent theoretische fysica Rembert Duine een lezing over ‘De magie van meerdere deeltjes’, waarin hij in zal gaan op de wereld van sociale en asociale deeltjes. Huh wablief? Sociale en asociale deeltjes? Yep, goed gelezen. Nou ja, het zijn zelfgekozen termen van Duine voor de soorten van elementaire deeltjes die we doorgaans kennen als bosonen respectievelijk fermionen. De bosonen zijn de sociale deeltjes, die graag hetzelfde doen, dezelfde energie of snelheid hebben. Ze kunnen als het moet ook hutje mutje bovenop elkaar zitten, zoals het geval is bij de zogenaamde Bose-Einsteincondensaten. Voorbeelden van bosonen zijn de dragers van de vier natuurkrachten, zoals het foton voor de electromagnetische kracht en het W- en Z-boson voor de zwakke wisselwerking. Fermionen daarentegen gedragen zich ‘asociaal’, voorzover we elementaire deeltjes deze menselijke eigenschap kunnen toekennen. Twee fermionen kunnen over het algemeen nooit dezelfde snelheid krijgen. Toch zijn fermionen op hun beurt constructief te noemen, want letterlijk alles wordt door fermionen bij elkaar gehouden. Voorbeelden van fermionen zijn electronen en quarks. Afijn, zondagmiddag om 14.30 uur allemaal verzamelen in het Universiteitsmuseum, Lange Nieuwstraat 106 in Utrecht, want Duine gaat dan alles uitleggen over de (a-)sociale kant van elementaire deeltjes. Kosten: één museumkaartje, te bestellen via museum@uu.nl Bovenstaande plaatjes kwam ik overigens tegen op een website van het Max Planck Instituut voor Quantum Optica. Heel toepasselijk, nietwaar? :bron: Bron: NRC-Handelsblad, 25 januari 2011.

Switch to our mobile site