12 februari 2012

Big Bounce kan inflatie tijdens oerknal verklaren

Oerknal met èn zonder voorafgaande Big Bounce (© New Scientist)

Sterrenkundigen denken dat in een zeer korte periode na de oerknal, waaruit 13,7 miljard jaar geleden het heelal tevoorschijn is gekomen, dat heelal een exponentiële expansie meemaakte, tijdens welke het enorm in omvang toenam. Die inflatieperiode werd aangedreven door een zogenaamd inflatonveld. Op de vraag waar de energie van dat veld vandaan kwam hebben sterrenkundigen geen antwoord. Evenmin hebben ze dat op de in 2006 gemaakte berekening dat de kans dat de initiële condities precies goed zijn òm inflatie te krijgen 6 × 10-92 bedraagt, een onwaarschijnlijk kleine kans. Een mogelijke oplossing op al deze problemen wordt nu wellicht geboden door twee sterrrenkundigen, Abhay Ashtekar en Paul Sloan van Pennsylvannia State University (PSU). Ashtekar was in 2006 al betrokken bij een team dat kwam met een wiskundige beschrijving van de Big Bounce, een imploderend heelal dat voorafging aan de Big Bang of oerknal van ‘ons’ heelal, waarbij ze gebruikmaakten van de theorie van de Loop Quantum Gravitatie, een alternatief van de snaartheorie. Ashtekar en Sloan zijn daarmee verder gegaan en ze hebben nu berekend dat de Big Bounce móet worden gevolgd door een periode waarin héél kort superinflatie plaatsvindt. Die superinflatie zou overgaan in gewone inflatie en ongeacht welke initiële condities er tijdens de oerknal zijn komt het PSU-tweetal tot een kans dàt de inflatie zich afspeelt van bijna 1. De energie van het inflaton zou gevoed worden door de Big Bounce van het vorige heelal. De superinflatie zou 10-45 seconde na de oerknal (t=0 seconde) starten en zou duren tot 10-38 seconde als de gewone inflatie begint. Meer informatie daarover vind je in dit wetenschappelijke artikel. :bron: Bron: New Scientist.

Petr Horava rafelt ruimte en tijd uit elkaar

Zijn ruimte en tijd niet één?

Het leek zo’n heilige twee-eenheid, ruimte en tijd. Sinds Einstein’s Speciale Relativiteitstheorie (SRT) uit 1905 worden ruimte en tijd als een onafscheidelijke eenheid beschouwd. Maar in een poging om Einstein’s relativiteitstheorie (de speciale + algemene) en de quantum mechanica te verenigen heeft de Tjechische natuurkundige Petr Horava het aangedurfd om de twee weer uit elkaar te halen, te ontrafelen. Einstein en na hem Hermann Minkowski (in 1908) dachten dat bij relativistische snelheden, d.w.z. bij snelheden tegen de lichtsnelheid aan, de zogenaamde Lorentzcontractie een rol gaat spelen. De tijd verloopt dan langzamer en afstanden worden korter. Die contractie, genoemd naar de Nederlander Hendrik Anton Lorentz, zou bij ruimte en tijd even groot zijn. Einstein en vele anderen hebben getracht de relativiteitstheorie, welke het grote en snelle in het heelal beschrijft, en de quantum mechanica, welke het allerkleinste beschrijft, te unificeren, te combineren, maar alle pogingen mislukten omdat de zwaartekracht er niet in paste. Theorieën zoals de snaartheorie en de Loop Quantum Gravitatie stranden in ingewikkelde wiskundige complicaties.

potloodgrafiet

Petr Horava

Experimenten met grafeen, een materiaal dat sterk verwant is aan het grafiet in een doodgewoon potlood, brachten Horava ertoe na te denken over het ‘huwelijk’ van ruimte en tijd. Als grafeen tot vlak boven het absoluut nulpunt wordt gekoeld blijken electronen bijna met de lichtsnelheid te bewegen en volgen ze keurig de Lorentzcontractie. Maar bij hogere temperaturen wordt afgeweken van de theoretische contractie. In het vroegste heelal kort na de oerknal was de temperatuur zeer hoog en Horava kwam in 2009 met het volgens vele natuurkundigen ketterse idee dat ruimte en tijd toen verschillend reageerden en dat bij extreem hoge energie de tijdsvertraging veel minder is dan de lengte.  Het artikel dat Horava toen publiceerde, Quantum Gravity at a Lifshitz Point, is inmiddels een veel besproken stuk en er zijn al ruim 250 artikelen gepubliceerd over wat nu de Horava-zwaartekrachtstheorie heet. Naast het opheffen van de Lorentzsymmetrie heeft Horava nog een tweede grote wijziging van Einstein’s SRT toegepast: bij Einstein heeft tijd geen richtingsvoorkeur. Of tijd nou naar voren gaat, richting de toekomst, of naar achteren, richting het verleden, voor de natuurkundige processen maakt het geen verschil. Horava schrapt ook die symmetrie en verklaart dat tijd een voorkeur heeft, die loopt van verleden naar toekomst.

Horava-zwaartekracht

In Horava’s theorie wordt zwaartekracht overgebracht door gravitatonen, massaloze deeltjes, die vergelijkbaar zijn met de fotonen, de overbrengers van de electromagnetische kracht. Waarnemingen aan de rotatie van spiraalarmen in sterrenstelsels laten zien dat de buitenste delen sneller bewegen dan ze op grond van Einstein’s theorie zouden moeten doen. Om die verhoogde snelheid te verklaren kwam Fritz Zwicky in de jaren dertig met het bestaan van donkere materie op de proppen. In Horava’s theorie is donkere materie niet nodig, zo bleek met name door het werk van Shinji Mukohyama (Universiteit van Tokio in Japan), want er komt in de vergelijkingen een extra term voor waarmee de extra snelheid in de buitenwijken van sterrenstelsels verklaard kan worden. OK toegegeven, het is niet allemaal halleluja in Horava’s theorie, want er zijn ook zaken die zíjn theorie niet kan verklaren. Maar Horava is van plan om ook die ‘smetjes’ weg te werken. We horen er vast en zeker nog meer van. Ik zal binnenkort m’n lijstje met kandidaat Theorieën van Alles bijwerken. :-) :bron: Bron: New Scientist.

De belangrijkste Theorieën van Alles op een rijtje


Je kan als wetenschapper proberen te verklaren waarom de Aarde ons aantrekt, waarom de zon licht geeft, waarom uranium vervalt, waarom een magneet ijzer kan aantrekken, enz… Maar je kan ook proberen één theorie te maken waarmee ALLES wordt verklaard. Tsja, je kan zo je ambities hebben, nietwaar? Zo’n Theorie van Alles is er nog niet, maar er zijn wel diverse kandidaten. Allemaal proberen ze de twee grote natuurkundige theorieën uit de 20e eeuw, de Relativiteitstheorie en de Quantum Mechanica te unificeren. Tot nu toe hebben de natuurkundigen drie van de vier natuurkrachten verklaard in het Standaardmodel. Alleen de gravitatiekracht, beschreven in Einstein’s Algemene Relativiteitstheorie, doet moeilijk. De belangrijkste kandidaten-Theorie van Alles van dit moment even op een rijtje:

Theorie van AllesBedenker(-s) + jaarInhoud
SnaartheorieGabriele Veneziano, 1968Alle elementaire deeltjes zijn opgebouw uit kleine snaren, in een multidimensionale wereld. Dit is de belangrijkste Theorie van Alles.
Loop quantum gravityAshtekar, Rovelli en Smolin, 1986-1988 Ruimte is verdeeld in kleine stukjes van 10^-35 meter groot, verbonden door schakels. Knooppunten van die schakels vormen elementaire deeltjes.
M-theorieEdward Witten, 1995Eigenlijk een mix van allerlei snaartheorieën.
Causal dynamical triangulations Loll, Ambjørn en Jurkiewicz, 2000-2002Ruimte én tijd zijn verdeeld in kleine bouwstenen, genaamd pentachorons.
Quantum Einstein gravityMartin Reuter, 2005Op kleine afstanden werkt zwaartekracht óók in op zichzelf, tót onder een bepaalde grens.
Quantum graphityFotini Markopoulou, 2006Na de oerknal was er geen ruimte zoals wij het kennen, maar was er een netwerk van verbonden ruimte-kernen, dat kort erna verviel en uit enkele ruimte-kernen onstond ons heelal.
Internal relativityOlaf Dreyer, 2007Dit model is gebaseerd op de spin van elementaire deeltjes, die van invloed is op de massa van deeltjes.
E8Garrett Lisi, 2007 In dit model staat het wiskundige E8-model centraal, waarin de elementaire deeltjes kunnen worden ondergebracht.

Acht theorieën die allemaal pretenderen dé Theorie van Alles te zijn. Mmmm, zit de juiste er tussen? Of is er wellicht een verrassende outsider? Bestaat er sowieso een Theorie van Alles? Leuk om hierover door te steggelen, lijkt mij. Over enkele van bovenstaande theorieën heb ik overigens blogs geschreven, o.a. over Garret Lisi’s theorie (hier en daar). Bron: New Scientist.

Gammaflitser laat zien dat lichtsnelheid constant is

GRB090510

GRB090510

Waarnemingen aan de op 10 mei 2009 ontdekte gammaflitser GRB090510 laten zien dat Einstein’s Speciale Relativiteitstheorie (SRT) gelijk had en dat de lichtsnelheid constant is. Alternatieve theorieën zoals de Loop Quantum Gravitatie (LQG) voorspellen dat de lichtsnelheid afhankelijk is van de energie van een deeltje. Zeer energierijke deeltjes zoals de fotonen van een gammaflitser, welke veroorzaakt wordt door bijvoorbeeld een supernova waarbij een zwart gat ontstaat, zouden dat dan volgens die theorieën merken aan hun snelheid. Om de testen of de SRT of de alternatieve quantum-zwaartekrachtstheorieën gelijk hebben onderzocht men alle 321 fotonen die waargenomen werden door de Fermi gammasatelliet van gammaflitser GRB090510. Eén van die fotonen had een energie van 31 miljard electronvolt, een andere één-tiende daarvan. Theorieën zoals de LQG zeggen dat dankzij de korrelachtige ruimtetijdstructuur de effecten van quantum-zwaartekracht zichtbaar zijn bij de extreem kleine Planckschaal, rond 10-35 meter. Energierijke fotonen zouden bij de grotere korrels die de LQG voorspelt meer af moeten wijken van de huidige gemeten lichtsnelheid en dat zou moeten resulteren in een iets langzamere snelheid.
Een foton reist door de ruimtetijdkorrels

Een foton reist door de ruimtetijdkorrels

Ze zouden dus iets later moeten aankomen op de aardse detectoren dan hun minder energierijke partners. De uitkomst van het onderzoek was dat er inderdaad verschillen zijn in aankomsttijd, maar minder dan de meeste quantum-zwaartekrachtstheorieën voorspellen. Het team onderzoekers dat onder leiding stond van Sylvain Guiriec (NASA’s Marshall Space Flight Center) durft zelfs de uitspraak aan dat quantum-zwaartekracht op afstanden net iets groter dan de Planckschaal geen enkele rol speelt. Voor een uiteindelijke afrekening van de alternatieve quantum-zwaartekrachtstheorieën zijn echter nog meer waarnemingen nodig. Eén ding is duidelijk: Einstein’s SRT staat fier overeind. Bron: ScienceNews + NRC-Handelsblad, 31 oktober 2009.

Switch to our mobile site