9 februari 2012

Twee nieuwe Jupitermanen ontdekt

Twee opnames van het maantje S/2011 J2, in het groene venster (Magellan Telescopes, Las Campanas Observatory in Chili)

Astronomen hebben twee nieuwe manen van Jupiter ontdekt. Het totale aantal manen in de Jupiterfamilie staat hiermee op 66. De maantjes zijn zeer klein, slechts een kilometer in doorsnee. In tegenstelling tot de vier grote “Galileïsche” manen van Jupiter, zijn de nieuwe maantjes lichtzwak en draaien ze op grote afstand rond de planeet: ze doen respectievelijk 580 en 726 dagen over een rondje Jupiter.

De maantjes, de voorlopig door het leven gaan als S/2011 J1 en S/2011 J2, behoren tot de zogenaamde retrograde zwerm, een verzameling kleine maantjes die in een “retrograde” omloopbaan rond Jupiter draaien, oftewel in tegengestelde richting t.o.v. de rotatie van de planeet. Inclusief de twee nieuwe leden, bevat deze zwerm nu 52 maantjes, die vrijwel allemaal heel klein van stuk zijn.

Er worden regelmatig nieuwe maantjes van Jupiter ontdekt. Wetenschappers vermoeden dat in totaal wel 100 maantjes tot deze “retrograde zwerm” behoren – waarvan we bijna de helft dus nog moeten ontdekken. De meeste retrograde manen (inclusief de twee nieuwe) worden ook geclassificeerd als “onregelmatige manen”. Dat zijn manen die ver van de planeet draaien, in bizarre excentrische omloopbanen. Het zijn deze omloopbanen die ervoor zorgen dat de onregelmatige manen waarschijnlijk NIET samen met de planeet zijn ontstaan, maar oorspronkelijk asteroïden en/of kometen zijn geweest, die in een later stadium zijn “ingevangen” door Jupiter.

:bron: Bron: National Geographic.

Hubble ontdekt vierde maan van Pluto: P4


Met de Hubble ruimtetelescoop heeft men bij de dwergplaneet Pluto – ooit de verste planeet van het zonnestelsel – een vierde maan ontdekt. Pluto had al de manen Charon, Nix en Hydra, maar daar is nu ook P4 bijgekomen, een kleine maan met een diameter tussen 13 en 34 km. Eh… P4 is een tijdelijke naam, daar zullen ze vast een betere voor verzinnen. Hierboven zie je P4 op twee momenten, zodat ook goed te zien is hoe ‘ie om Pluto draait. P4 bevindt zich tussen de banen van Nix (Ø 32 tot 113 km) en Hydra (zelfde grootte als Nix). Men denkt dat Pluto ooit een botsing moet hebben ondergaan met een ander object en dat de restanten van die botsing nu als maantjes om de dwergplaneet  heen cirkelen. De sonde New Horizons is onderweg naar het Pluto-systeem, waar ‘ie in 2015 zal aankomen. Kan de nieuwe aanwinst direct goed bekeken worden. :bron: bron: NASA.

Zoekplaatje: vind de zes manen van Saturnus

Cassini is er in geslaagd om woensdag 6 oktober j.l. in één foto maar liefst zes manen van Saturnus tegelijk te ‘vangen’ plus een gedeelte van z’n ringenstelsel. De buitenste smalle en heldere ring is de F-ring:

Er zijn momenteel 62 manen van Saturnus bekend, waarvan 53 officiëel een naam hebben, dus het lijkt weinig moeite te kosten die zes tegelijk te fotograferen en toch is het echt een grote uitzondering. De mensen van Ciclops, het fototeam van Cassini, kunnen zoiets vantevoren met hun PC’s zien aankomen en Cassini wordt vervolgens geïnstrueerd het te fotograferen. En da’s goed gelukt. Onder de ringen zie je Enceladus (de onderste en grootste) en de ovaalvormige Janus, boven de ringen is Epithemeus zichtbaar. OK, die heb ik dus verklapt, maar ergens op de foto zijn ook nog Daphnis, Pan en Atlas zichtbaar. Zien jullie ze? Zoekt en gij zult vinden, zeiden ze al bij de Batavieren – of één of ander oud, vergeten volk. Mmmm, toch niet gevonden? OK, dan help ik je met deze gelabelde en geanimeerde versie van bovenstaande foto. :bron: Bron: Planetary Society.

Een kwartet Saturnusmanen plus ringen

Een kwartet manen plus ringen van Saturnus

Op dinsdag 27 juli j.l. nam Cassini de hiernaast staande foto, waarop we een kwartet manen van Saturnus zien plus een gedeelte van diens ringen in sterk perspectief. Die manen zijn van links naar rechts Epimetheus (113 km), Janus (179 km), Prometheus (86 km) en Atlas (30 km). Het is natuurlijk lastig te zien om aan de hand van de foto te weten te komen welke manen het dichtste bij Cassini waren op het moment van de foto en welke verderweg stonden. Vandaar dat ik maar even verklap dat Epimetheus met 1,2 miljoen km het dichtste bij ‘stond’ en de andere drie manen met 1,3 miljoen km afstand een stukje verder. Bij Epimetheus levert dat een resolutie van 7 km per pixel op en bij het overige trio van 8 km/px. Mooi plaatje hoor. :bron: Bron: Ciclops.

Meeste ‘allochtone’ manen van reuzenplaneten vergaan

Bezorgden 'allochtone manen' Japetus z'n uiterlijk?

De Aarde heeft één maan, de gasreuzen Jupiter, Saturnus, Uranus en Neptunus hebben er tientallen. Maar vermoedelijk hadden ze niet lang na hun ontstaan, 4,6 miljard jaar geleden, nog véél meer manen. Naast de manen met reguliere, regelmatige banen om de reuzenplaneten, waren er ook talloze manen met onregelmatige banen, die elliptisch waren, grote hoeken met het evenaarsvlak van de planeet maakten en soms zelfs in een richting draaiden die tegengesteld was aan de aswenteling van de planeet. De eerste categorie manen, met de regelmatige banen dus, was ontstaan uit het restmateriaal rondom de planeten, de tweede, onregelmatige, categorie waren ingevangen manen, ‘allochtone manen’ genoemd, die afkomstig waren uit de schijf van oermaterie rondom de Zon. In die wolk van allochtone manen om de planeten heen was de kans op botsingen erg groot en computersimulaties laten zien dat door die botsingen zo’n 99% van die manen door botsingen tot puin en stof is uiteengevallen. Dat puin en stof spiraliseerde vervolgens naar de planeet toe, waarbij een deel viel op de regelmatige manen. Dat zou verklaren waarom manen zoals Callisto (bij Jupiter), Titan en Japetus (bij Saturnus) en Oberon en Titania (bij Uranus) zoveel donker materiaal én grote kraters op hun oppervlak hebben. Bron: NRC-Handelsblad, 20 februari 2010.

STEREO ziet Jupiter achter de Zon verdwijnen

Jupiter en manen vlakbij de Zon

Jupiter en manen vlakbij de Zon

Sinds 25 oktober 2006 zijn de twee STEREO-satellieten1 actief in de ruimte om de Zon waar te nemen. Eentje van die tweeling-missie, te weten STEREO-B, heeft op 15 en 16 maart 2009 gezien hoe de gasplaneet Jupiter achter de Zon verdween. Als zonverkenner kan STEREO met een gerust hart naar de Zon kijken, zonder bang te zijn dat een gaatje in de camera wordt gebrand. Gedurende 30 uren op genoemde dagen zag STEREO-B hoe Jupiter én de vier bekende Galileïsche manen (Ganymedes, Io, Europa en Callisto) naar de Zon schuiven en er op een gegeven moment achter belanden. De Zon zelf is op de video niet te zien, want STEREO dekt deze vanwege het felle licht af. Op de foto hierboven zie je de omtrek van een deel van de zonneschijf ingetekend. Let ook op het onderling bewegen van de maantjes. Op de video is ook een magnetische storm op de Zon te zien, een zogenaamde coronal mass ejection (CME). Phil Plait heeft de video gemaakt, dus alle credits zijn voor hem. Later dit jaar zal STEREO een zelfde ‘eclips’ gadeslaan van de planeet Saturnus. Dat moet vast en zeker net zo’n enerverend filmpje opleveren. :-D

Bron: Bad Astronomy.

Noot:
  1. Waarbij STEREO staat voor Solar TErrestrial RElations Observatory. []

Morgen start de 40e LPSC. De wat?

Logo van de 40e LPSC Morgen, 23 maart 2009 start in Woodlands/Texas, de veertigste editie van de LPSC. Pardon, de wat? Yep, de LPSC, de jaarlijkse Lunar and Planetary Science Conference. Alles wat aan geleerdheid over manen en (dwerg-)planeten op Aarde rondloopt is vanaf maandag in Woodlands te vinden. Qua nieuwswaarde goed vergelijkbaar met de halfjaarlijkse bijeenkomsten van de AAS, de American Astronomical Society, zoals in januari 2009 de 213e aflevering. De 39e editie van de LPSC in maart 2008 werd gehouden in League City. Daar werden toen onder andere de resultaten bekendgemaakt van de Genesis-missie. De morgen startende editie duurt tot en met vrijdag 27 maart. Ga er van uit dat er de hele week berichten uit Woodlands zullen komen en dat ik daarover zal rapporteren. Jullie zijn gewaarschuwd. ;-) Bron: Martian Chronicles.

Hubble fotografeert vier manen van Saturnus

Saturnus en vier van zijn manen

Saturnus en vier van zijn manen

Op 24 februari jongstleden fotografeerde de Hubble ruimtetelescoop met z’n Wide Field Planetary Camera 2 de majestueuze planeet Saturnus. Omdat we nu tegen het eclipticavlak van de geringde planeet aankijken is het een goed moment om overgangen van de manen over het oppervlak van Saturnus te zien. En die dag lukte dat heel goed, want maar liefst vier manen waren in één keer te zien: helemaal links zie je de witte ijsachtige manen Enceladus en Dione, rechtsboven de oranje maan Titan en helemaal rechts is nog net de ijsmaan Mimas te zien. De zwarte stippen bij Enceladus en Dione zijn hun schaduwen op Saturnus. Op het moment dat Hubble de foto nam was de afstand tot Saturnus maar liefst 1,25 miljard km. Op de foto zijn details tot 300 km zichtbaar. Voor de liefhebbers is hier een mega-versie van de foto te downloaden in tif-formaat (16,4 Mb). Saturnus was 8 maart in oppositie, hetgeen betekent dat ‘ie recht tegenover de Zon aan de hemel te vinden is en dus de hele nacht zichtbaar is. Momenteel staat ‘ie in het sterrenbeeld Leeuw. Bron: Hubble.

Kannibaal Jupiter at vele manen op

De Galileïsche manen

De Galileïsche manen

Galileo Galileï was de eerste die de vier grote manen van Jupiter zag, Io, Europa, Ganymedes en Callisto. Ze worden niet voor niets de Galileïsche manen genoemd. Naast deze vier bekende manen heeft Jupiter nog 59 andere, kleinere, manen, waarvan hier een lange lijst met info te vinden is. Onderzoek van Robin Canup en William Ward (Southwest Research Institute in Boulder/Colorado, VS) laat zien dat de Galileïsche manen in een ver verleden vergezeld waren door meer grote manen, wel twintig stuks in aantal. Zij baseren zich daarbij op berekeningen aan de stofschijf rondom Jupiter, waaruit lang geleden de manen zijn ontstaan. Die stofschijf moet miljarden jaren geleden enkele tientallen procenten van de massa van Jupiter hebben gewogen, terwijl 2% nodig is om de manen te kúnnen vormen. De stofschijf was dus veel te zwaar. Het ontstaan van nog meer grote manen buiten de vier Galileïsche manen zou de verklaring kunnen leveren voor de overtollige massa in de stofschijf. Van deze extra manen is echter niets overgebleven omdat zij te dicht bij Jupiter in de buurt stonden en daar langzaam maar zeker naar toe spiraliseerden. Dat ging niet in één keer, maar in generaties. Canup en Ward denken dat wel vijf generaties van grote manen uiteindelijk door Jupiter zijn opgevreten. De Galileïsche manen ondergingen dit lot niet, omdat op een gegeven moment de val van stof uit de stofschijf op de reuzenplaneet ophield. Die val nam de voorgangers van de Galileïsche manen mee richting Jupiter, als ware slachtvarkens op een lopende band, hetgeen hun fataal werd. Aldus Canup en Ward in dit artikel. Eh… dat van die slachtvarkens is mijn metafoor hoor. :-) Bron: New Scientist.

Switch to our mobile site