
Een team van dertig sterrenkundigen onder aanvoering van het Max Planck Institute for Astrophysics (MPA) in Duitsland is er in geslaagd om de meest gedetailleerde kaart tot nu toe te maken van het magnetische veld van de Melkweg. Tot nu toe werkten die dertig onderzoekers in 26 afzonderlijke projecten en wisten ze daarmee 41.330 metingen te verrichten aan het magnetische veld. Nu is al dat onderzoek verzameld in één grote database en dat heeft geleid tot de nu gepubliceerde kaart, welke je hierboven ziet. Daarin zie je de zogenaamde Faraday diepte afgebeeld, waarmee men de sterkte van het magnetische veld afbeeldt, afhankelijk van hoe je er tegen aan kijkt. Van gepolariseerd licht dat een magnetisch veld passeert kan het polarisatievlak opnieuw van richting veranderen, hetgeen de Faraday rotatie wordt genoemd. Met de kaart hebben de sterrenkundigen nu niet alleen inzicht in de grootschalige variaties in het magnetische veld van het Melkwegstelsel, maar ook in de lokale, kleinschalige variaties, welke samenhangen met turbulenties in het gas in de Melkweg. Middels kaarten als de nu geproduceerde kaart hoopt men meer te weten te komen over de oorsprong en de instandhouding van het magnetische veld. Het vermoeden bestaat dat op de een of andere manier mechanische energie kan worden omgezet in magnetische energie, net zoals de bewegingen in de kern van de aarde het aardse magnetische veld weten op te wekken.
Bron: Science Daily.
Magnetisch veld Melkweg gedetailleerd in kaart gebracht
Adembenemend mooi: de Melkweg boven de Himalaya

Hier zijn toch geen woorden voor? De foto is gemaakt door Anton Jankovoy. Ik heb ‘m direct op mijn bureaublad als achtergrond geplaatst. Kijk a.u.b. op Jankovoy’s site voor meer juweeltjes van foto’s.
Bron: Astropixie.
De Event Horizon Telescope probeert de ‘schaduw’ van een zwart gat te zien
Bron: Eurekalert.
Planeten in overvloed in onze Melkweg

Een internationaal team, onder wie drie astronomen van de Europese Zuidelijke Sterrenwacht (ESO), heeft de techniek van gravitationele microlensing gebruikt om te meten hoe algemeen planeten in de Melkweg zijn. Na zes jaar onderzoek, waarbij miljoenen sterren zijn gevolgd, komt het team tot de conclusie dat planeten bij sterren eerder regel dan uitzondering zijn. De resultaten zullen op 12 januari in Nature verschijnen. De afgelopen zestien jaar hebben astronomen meer dan zevenhonderd exoplaneten ontdekt. Ook is een begin gemaakt met het onderzoek van de spectra en atmosferen van deze werelden. Hoewel het onderzoek van de eigenschappen van afzonderlijke exoplaneten ontegenzeggelijk waardevol is, wacht de fundamentele vraag hoe algemeen planeten in de Melkweg zijn nog op een antwoord. De meeste exoplaneten die tot nu toe zijn opgespoord, zijn gevonden door het effect van de zwaartekrachtsinvloed van de planeet op zijn moederster te detecteren of door de planeet te betrappen op het moment dat hij voor zijn ster langs beweegt en deze gedeeltelijk verduistert. Met deze beide technieken worden vooral planeten opgespoord die ofwel zwaar zijn ofwel op kleine afstand om hun ster cirkelen (of allebei). Veel planeten worden dus over het hoofd gezien. Een international team van astronomen heeft met een compleet andere methode naar exoplaneten gezocht. Met deze techniek, die gravitationele microlensing wordt genoemd, kunnen planeten van sterk uiteenlopende massa’s en ook op grotere afstanden van hun ster worden opgespoord. Arnaud Cassan (Institut dʼAstrophysique de Paris), hoofdauteur van het Nature-artikel, legt uit: ‘We hebben zes jaar vanmicrolensing-waarnemingen onderzocht op aanwijzingen voor exoplaneten. Opmerkelijk is dat deze gegevens aantonen dat er in ons Melkwegstelsel meer planeten zijn dan sterren. Ook hebben we ontdekt dat lichtere planeten, zoals de superaardes of de koele Neptunussen, talrijker zijn dan zwaardere. In de korte video hieronder een impressie van de Melkweg, afgeladen met sterren en daaromheen draaiende planeten.
De astronomen hebben gebruik gemaakt van waarnemingen van de onderzoeksteams PLANET en OGLE. Bij deze waarnemingen wordt gebruik gemaakt van het feit dat het zwaartekrachtsveld van een ster als een soort lens fungeert die het licht van een achtergrondster kan versterken. Als er om de ster die als lens fungeert een planeet draait, kan deze een waarneembare bijdrage leveren aan het verhelderende effect op de achtergrondster. Jean-Philippe Beaulieu (Institut d’Astrophysique de Paris), leider van het PLANET-team, vult aan: ‘De PLANET-samenwerking is in het leven geroepen om veelbelovende microlensing-waarnemingen nader te onderzoeken met een wereldwijd netwerk van telescopen op het zuidelijk halfrond – van Australië en Zuid-Afrika tot Chili. ESO-telescopen hebben een grote bijdrage aan deze survey geleverd.’ Microlensing is een krachtig hulpmiddel om exoplaneten te detecteren die op geen enkele andere manier opgespoord zouden kunnen worden. De techniek is wel afhankelijk van het toevallig op één lijn staan van een achtergrondster en een lens-ster. En om op dat moment een planeet te kunnen ontdekken, moet de planeetbaan bovendien de juiste oriëntatie hebben. Hoewel deze beperkingen tot gevolg hebben dat het opsporen van een planeet via microlensing verre van eenvoudig is, zijn in de PLANET- en OGLE-gegevens die voor deze analyse zijn gebruikt zowaar drie exoplaneten ontdekt: een superaarde en planeten met massa’s die vergelijkbaar zijn met die van Neptunus en Jupiter. Naar microlensing-maatstaven is dat een indrukwekkende oogst. Dat er drie planeten zijn opgespoord, kan twee dingen betekenen: ofwel dat de astronomen ongelooflijk veel geluk hebben gehad, ofwel dat planeten in de Melkweg dermate talrijk zijn dat de ontdekkingen bijna onvermijdelijk waren. De astronomen hebben de gegevens van de drie detecties van exoplaneten gecombineerd met zeven andere detecties uit eerder onderzoek plus het enorme aantal non-detecties in de gegevens van de afgelopen zes jaar – voor de statistische analyse zijn non-detecties net zo belangrijk als de eigenlijke detecties. De conclusie is dat om één op de zes onderzochte sterren een planeet cirkelt die qua massa vergelijkbaar is met Jupiter, de helft heeft een planeet van het kaliber Neptunus en twee op de drie hebben superaardes. Het onderzoek was gevoelig voor planeten die op afstanden van 75 miljoen tot anderhalf miljard kilometer om hun ster cirkelen (in ons zonnestelsel omvat dit bereik alle planeten van Venus tot en met Saturnus) en met massa’s van vijf aardmassa’s tot tien Jupitermassa’s. De gecombineerde resultaten wijzen er sterk op dat sterren gemiddeld meer dan één planeet hebben. Planeten zijn dus eerder regel dan uitzondering. ‘Vroeger dacht men dat de aarde wel eens uniek zou kunnen zijn in ons melkwegstelsel. Maar nu lijkt het erop dat er in de Melkweg letterlijk miljarden planeten met massa’s vergelijkbaar met die van de aarde bestaan,’ concludeert Daniel Kubas, mede-hoofdauteur van het artikel.
Bron: ESO.
VLT laat zien hoe gaswolk bij zwart gat uiteengereten wordt

Astronomen hebben, met ESO’s Very Large Telescope (VLT) in Chili, een gaswolk van enkele aardmassa’s ontdekt, die steeds sneller in de richting van het zwarte gat in het centrum van de Melkweg beweegt. Het is voor het eerst dat wordt waargenomen hoe zo’n tot ondergang gedoemde gaswolk een superzwaar zwart gat nadert. De resultaten worden op 5 januari 2012 in het tijdschrift Nature gepubliceerd. Tijdens een twintig jaar durend onderzoeksprogramma met ESO-telescopen, waarbij de bewegingen van sterren rond het superzware zwarte gat in het centrum van ons melkwegstelsel worden gevolgd, heeft een team van astronomen onder leiding van Reinhard Genzel van het Max-Planck-Institut für extraterrestrische Physik (MPE) in Garching, Duitsland, een uniek nieuw object ontdekt dat met grote snelheid op het zwarte gat af stevent (zie de foto’s hieronder).
De huidige snelheid van dit object bedraagt meer dan acht miljoen kilometer per uur, wat bijna tweemaal zo snel is als zeven jaar geleden. Het volgt een zeer langgerekte baan en zal medio 2013 op een afstand van slechts ongeveer 36 lichtuur oftewel veertig miljard kilometer langs de waarnemingshorizon van het zwarte gat scheren. Naar astronomische maatstaven is dat een zeer dichte nadering. Het object is veel koeler dan de omringende sterren (slechts ongeveer 280 graden Celsius) en bestaat grotendeels uit waterstof en helium. Het is een stofrijke wolk van geïoniseerd gas die ongeveer drie keer zo zwaar is als de aarde. Het gas is door de sterke ultraviolette straling van de hete sterren in het dichtbevolkte hart van de Melkweg aan het gloeien gebracht. De huidige dichtheid van de gaswolk is veel groter dan die van het hete gas rond het zwarte gat. Maar naarmate de wolk het hongerige monster dichter nadert, zal hij door de toenemende druk van buitenaf verder worden samengeperst. Tegelijkertijd zal de enorme zwaartekrachtsaantrekking van het zwarte gat, dat een massa van vier miljoen zonsmassa’s heeft, de naderende gaswolk verder versnellen en uitrekken. “Het idee van een astronaut die in de buurt van een zwart gat tot een sliert spaghetti wordt uitgerekt kennen we uit de sciencefiction. Maar bij de nu ontdekte gaswolk kunnen we het ook echt zien gebeuren. Hij zal dit avontuur niet overleven“, zegt Stefan Gillessen (MPE), eerste auteur van het Nature-artikel. De randen van de wolk, die naar verwachting binnen enkele jaren volledig uiteen zal vallen, beginnen al te rafelen. De astronomen zien duidelijke aanwijzingen dat de gaswolk tussen 2008 en 2011 steeds verder is verscheurd. Naar verwachting zal de gaswolk, naarmate de ontmoeting met het zwarte gat in 2013 nadert, ook steeds heter worden en waarschijnlijk ook röntgenstraling gaan uitzenden. Er is momenteel verder weinig materiaal in de buurt van het zwarte gat, dus deze nieuwe prooi zal zijn belangrijkste brandstof zijn voor de komende jaren. Een mogelijke verklaring voor de vorming van de gaswolk is dat zijn materiaal afkomstig is van naburige jonge, zware sterren die, ten gevolge van hevige sterrenwinden, snel massa verliezen. Zulke sterren blazen letterlijk hun gas weg. De gaswolk kan zijn ontstaan uit de botsende sterrenwinden van een bekende dubbelster die om het centrale zwarte gat draait. Hieronder een video over de ontdekte gaswolk, ESOcast 39.
Bron: ESO.
Fermi brengt kosmische straling Cygnus X in beeld
Wil je de foto bovenaan met die twee OB-associaties en de stercluster NGC 6910, dan moet je deze versie ervan even downloaden.
Bron: NASA.
Noot:
UV-straling sterren jonge Melkweg fataal voor nabije dwergstelsels
Bron: Science Daily.
Noot:- ‘Re’ omdat zeer kort na de oerknal 13,7 miljard jaar geleden ook al een ionisatie plaatsvond. Lees deze Astroblog er nog maar een keertje over na. [↩]
Een milde turbulentie in Winkelhaak
Bron: Nova + NRC-Handelsblad, 7 oktober 2011.
Fermibellen ‘boeren’ van ster etende centrale zwart gat Melkweg

Een jaar geleden ontdekte de gammasatelliet Fermi van de NASA dat zich aan weerszijden van de kern van de Melkweg twee gigantische gasbellen bevinden, die zich verraden door de gamma- en röntgenstraling die ze duitzenden. Iedere bel is wel zo’n 20.000 lichtjaar in doorsnede, een kwart van de gehele doorsnede van het Melkwegstelsel. De straling is afkomstig van een zich uitbreidende schokgolf, waarbij elektronen in botsing komen met fotonen, die daardoor in energie toenemen en gammastraling worden. De vraag is wat de schokgolf heeft veroorzaakt. Een groep sterrenkundigen onder leiding van Kwong Sang Chen (Universiteit van Hong Kong) denkt dat de oorzaak het centrale superzware zwart gat de Melkweg is – 4,31 miljoen zonmassa op de weegschaal – dat de bellen als gigantische kosmische boeren heeft gelaten na het verorberen van een complete ster. Eens per 1000 jaar ongeveer komt een ster te dicht in de buurt van het zwarte gat, aldus Chen en kornuiten, en dan komt een deel in het zwarte gat. De rest wordt in de vorm van protonen uitgeboerd. Die komen in botsing met het omringende gas en stof. Dat wordt verhit en er ontstaat een expanderende schokgolf van electronen. Die kan zich in het vlak van de Melkweg slecht voortbewegen, maar van het vlak af – zowel naar ‘onderen’ als naar ‘ boven’ – kan de schokgolf zich ongehinderd uitbreiden. De protonen die in eerste instantie uitgeboerd worden door het zwarte gat spelen nog een rol, want een deel ervan bereikt de aarde in de vorm van hoog-energetische kosmische straling.
Bron: Technology Review.
Massieve sterren in NGC 281, alias de Pacman Nevel

9200 lichtjaren verwijderd van de aarde in het sterrenbeeld Cassiopeia ligt NGC 281, een groepje massieve jonge sterren, elk minstens acht zonmassa’s zwaar, die omgeven zijn door wolken vol met gas en stof. Die afstand is voor sterrenkundigen relatief dichtbij en omdat de cluster zo’n 1000 lichtjaar boven het vlak van de Melkweg ligt zijn er weinig tussenliggende interstellaire stofwolken, die het zicht op NGC 281 verhinderen. Vandaar dat NGC 281 – die vanwege z’n uiterlijk ook wel de Pacman Nevel wordt genoemd, eh… vraag mij niet waarom – voor sterrenkundigen een ideaal object is om te kijken hoe dergelijke clusters ontstaan en evolueren en welke invloed ze hebben op hun omgeving. Ja ja ik weet het, eerst de Gebakken Einevel en nou weer de Pacman Nevel, zucht… De foto hierboven is een mix van röntgenopnamen gemaakt met de Chandra satelliet (paars) en infraroodopnamen met de Spitzer satelliet (rood, groen, blauw), beiden van de NASA. Links zie je allemaal slierten – vergelijkbaar met de beroemde Pillars of Creation in de Adelaarsnevel M16 – die veroorzaakt zijn doordat de jonge massieve sterren in het midden met hun enorme sterrenwinden het gas en stof wegblazen. Hieronder zie je waar NGC 281 zich precies ophoudt in de Melkweg.
Bron: Chandra.






Social profiles Adrianus V