11 februari 2012

‘Marsmethaan’ zit waarschijnlijk in de aardatmosfeer

De waargenomen methaan-hotspots op Mars

In 2009 ontdekten onderzoekers dat er een variatie zit in het op Mars waargenomen methaan, zowel qua tijd als plaats. De waarneming van de variatie in het methaan in de Marsatmosfeer kwam zowel van telescopen op aarde, zoals de W. M. Keck telescoop op Hawaï, als van de Europese Mars Express, een sonde die sinds Eerste Kerstdag 2003 om Mars draait. Een aantal onderzoekers onder leiding van Kevin Zahnle heeft onlangs die waarnemingen uit 2009 tegen het licht gehouden en geconcludeerd dat er hoogstwaarschijnlijk helemaal geen methaan in de atmosfeer van Mars zit, maar dat het gaat om methaan dat in de aardse atmosfeer zit. De variatie in het methaan deed in 2009 het nodige stof opwaaien, want iets dergelijks zou door biologische activiteit kúnnen worden veroorzaakt – hetgeen bij de NASA betekent alle seinen op rood. Maar variatie in de methaanhoeveelheid betekent ook dat er afname plaatsvindt en dàt vonden Zahnle en collegae onbegrijpelijk. Er is namelijk geen mechanisme bekend dat methaan doet afnemen. Het methaan zou eeuwenlang in de atmosfeer ‘te zien’ moeten zijn. Onderzoek aan de verschuiving van de methaanlijn in het spectrum heeft Zahnle et al laten zien dat de aardse telescopen gewoon gekeken hebben naar methaan in de aardse dampkring. En dus is die variatie een verschijnsel dat slechts plaatsvindt in onze eigen dampkring. Maar wat heeft de Mars Express dan gezien? Die satelliet zat – zo betogen de onderzoekers – met z’n waarnemingen op de rand van zijn kunnen en bovendien was er vermoedelijk verstoring door waterdamp in de atmosfeer van Mars. Kortom, noppes methaan op Mars, noppes biologische oorsprong. :bron: Bron: NRC-Handelsblad, 12 februari 2011.

Microbacterieën zouden op Mars kunnen overleven

De bron bij Lost Hammer

In een zoute bron in het noorden van Canada heeft een groep microbiologen onder leiding van Lyle Whyte (McGill University) een bacterie gevonden die in staat is de barre omstandigheden te overleven, omstandigheden die ook op Mars voorkomen. Op Axel Heiberg Island in de provincie Nunavut bevindt zich de Lost Hammer bron, welke zoveel zout bevat dat ‘ie, ondanks de plaatselijke temperatuur van soms wel vijftig graden onder nul, nooit bevriest. Ook zit er geen zuurstof in het water, wel bellen van opborrelend methaan. Dat zijn allemaal omstandigheden die ook op Mars voorkomen, waar men begin vorig jaar methaanpluimen ontdekte. Whyte en collegae dachten in Lost Hammer bacterieën te zullen aantreffen die dat methaan produceerden, maar het omgekeerde bleek het geval: ze zagen bacterieën die het methaan eten en omzetten in zwavel. En dergelijk microbacterieel leven zou ook kúnnen voorkomen in de gebieden op Mars waar de temperatuur redelijk hoog wordt. Er zijn plekken op Mars waar het net onder of zelfs net boven 0 °C wordt. Mocht je zelf een keertje pootje willen baden in dat bizarre meertje in Noord-Canada dan is hier de geografische positie: 79° 26’ 0” N, 90° 46’ 0” W.  Wel een knijper meenemen voor de stinklucht. :-) Op de maan Titan van Saturnus zijn overigens methaanmeren gevonden, alleen is de temperatuur daar een tikkie lager: -180 °C. Mòcht daar ook leven voorkomen dan is dat explosief en stinkt ‘t. :bron: Bron: Eurekalert.

[Naschrift: aanwijzingen voor leven op Titan? ] Goh, even aanhakend op wat ik het laatste zei in de blog hierboven over leven op Titan: ik lees net dat er inderdaad aanwijzingen zijn dàt er wellicht leven op Titan is! 8-O In 2005 voorspelden Chris McKay (NASA’s Ames Research Center) en Heather Smith (International Space University in Straatsburg, Frankrijk) dat microbacterieën op Titan waterstof zouden kunnen inademen en acethyleen zouden ‘eten’, hetgeen zou leiden tot de aanmaak van methaan. Waterstof en acethyleen zouden daardoor verminderen aan het oppervlakte en dat blijkt daadwerkelijk waargenomen te zijn door de Visual and Infrared Mapping Spectrometer (VIMS) aan boord van Cassini. Hoeft allemaal niet per sé te wijzen op het bestaan van leven, maar het is wel degelijk een mogelijkheid. Bron: New Scientist.

Vreemd, Spitzer ziet een methaanvrije exoplaneet

Impressie van GJ 436b

Hij heet GJ 436b, is net zo groot als Neptunus, ligt 33 lichtjaren verderop in het sterrenbeeld Leeuw, heeft een temperatuur van zo’n 525 °C en draait één keer per 2,64 dagen een rondje om z’n centrale ster, de witte dwerg genaamd GJ 436. Oh ja… en hij is vreemd. Yep, GJ 436b is een vreemde exoplaneet. Tenminste, da’s wat sterrenkundigen er op dit moment van kunnen bakken, nadat de infraroodsatelliet Spitzer van de NASA ontdekt heeft dat de planeet geen methaan bevat. Planeetmodellen geven aan dat qua chemische samenstelling planeten met een oppervlaktetemperatuur tot 1.000 °C een mix van waterstof, koolstof en zuurstof zouden moeten bevatten. Koolstof zou daarbij met name moeten voorkomen in de vorm van methaan. Maar uit spectroscopisch onderzoek van GJ 436b in maar liefst zes infrarood-golflengten door Spitzer blijkt dat de planeet wel koolstof-monoxide bevat, maar géén methaan. En da’s opmerkelijk, nee wat zeg ik, vreemd. Als verklaring wordt gedacht aan vertikale menging in de atmosfeer van ingrediënten òf een proces dat methaan polymerisatie wordt genoemd. Eén voordeel van ‘t ontbreken van methaan: het zal er niet zo stinken. :-) Vandaag verscheen een artikel in het Britse wetenschappelijke vakblad Nature over de vreemde planeet. Bron: Spitzer.

Leven op Titan zou stinken en explosief zijn

Impressie van een ethaanmeer op Titan

Mocht je ooit kapitein worden van een transgalactisch ruimteschip en van plan zijn een stel aliens van Titan, grootste maan van Saturnus, naar je toe te beamen dan zou ik dat ten stelligste afraden. Ten eerste stinkt leven van Titan vreselijk – erger dan een kudde stinkdieren bij elkaar – en ten tweede zou het gaan koken en na korte tijd in vlammen uit elkaar knallen. Dat alles uiteraard onder de aanname dàt er leven op Titan voorkomt, hetgeen nog helemaal niet bewezen is. Astrobioloog William Bains heeft zich verdiept in de vraag hoe eventueel leven op Titan eruit ziet en hij geeft daar op 13 april a.s. een lezing over in Glasgow. Daar zijn wij natuurlijk niet bij, maar enkele ideeën van Bains zijn al bekend. Op Titan is het zo’n 180 °C onder nul en bij die temperatuur zijn alleen ethaan en methaan vloeibaar. Titan hééft hoogstwaarschijnlijk meren vol methaan en ethaan, zo blijkt uit waarnemingen van de Saturnusverkenner Cassini én de lander Huygens. Leven heeft vloeistof nodig voor haar stofwisseling (metabolisme) en dus moet leven op Titan gebaseerd zijn op ethaan en/of methaan. [Lees meer...]

Glinstering van vloeibaar methaan op Titan gezien

Een glinstering op Titan

Het vermoeden bestaat al jaren dat er meren vol met vloeibaar methaan op Titan zijn, de grootste maan van Saturnus. Maar de foto hiernaast van een glinstering van één van die meren is toch wel een overtuigend bewijs. Cassini stond erbij en keek er naar op 8 juli dit jaar, tenminste van een afstand van zo’n 200.000 km, en nam er een foto van. De NASA heeft allerlei alternatieve verklaringen voor het lichtpuntje bekeken en geanalyseerd, zoals bliksem en geologische activiteit, maar géén van die verklaringen is zo goed als de reflectie van zonlicht op een vloeibaar meer. Ze hebben zelfs kunnen nagaan wèlk meer het betrof: Kraken Mare, een meer dat met een oppervlakte van 400.000 km² groter is dan de Kaspische Zee. Titan is omgeven door een dikke atmosfeer, waar in visueel licht weinig doorheen komt, maar Cassini kon met z’n visual and infrared mapping spectrometer (VIMS) de glinstering wel zien. Bron: NASA.

Switch to our mobile site