11 februari 2012

Nieuwste röntgensatelliet NuSTAR gereed om gelanceerd te worden

Impressie van de NuSTAR

De meest geavanceerde röntgensatelliet staat klaar om binnenkort gelanceerd te worden en dan vanuit de ruimte extreme bronnen van röntgenstraling waar te nemen, zoals afkomstig van Sgr A*, het superzware zwarte gat in de kern van het Melkwegstelsel: de Nuclear Spectroscopic Telescope Array (NuSTAR). De satelliet is beter dan al z’n voorgangers en dat zijn deels instrumenten die vandaag de dag nog steeds fantastische röntgenwaarnemingen doen, zoals NASA’s Chandra en de Europese XMM-Newton. NuSTAR is de 11e missie van de NASA in haar Small Explorer satelliet programma (SMEX-11) en voor een bedrag van minder dan 120 miljoen dollar – voor Amerikaanse begrippen is dat zakgeld – is de satelliet gefabriceerd. Erg knap, vooral als je bedenkt dat ‘ie meer kan zien dan bijvoorbeeld Chandra. Kan de laatste geen röntgenstraling zien die meer energie van 10 KeV (kilo electronvolt) heeft, door nieuwe technieken kan NuSTAR tot maar liefst 79 KeV ‘zien’. Het is met name door het gebruik van de zogenaamde Wolter Telescoop dat men daartoe in staat is, genoemd naar de Duitse natuurkundige die de techniek erachter bedacht heeft. De telescoop heeft wel een erg lange brandpuntsafstand van tien meter nodig, maar dat heeft men opgelost door in de ruimte gebruik te maken van een uitvouwbare mast, die je op de afbeelding ziet. Tijdens de lancering is alles opgevouwen en is de satelliet 2 meter lang en 1 meter in diameter. NuSTAR zal volgens de planning op woensdag 14 maart 2012 worden gelanceerd vanaf het Kwajalein Atol in de Stille Oceaan. Huh, Kwajalein atol, nooit van gehoord. Klopt, het is geen gewone lanceerbasis die ze daar hebben. Wat ze gaan doen is als volgt: er zal daar een vliegtuig opstijgen – Orbital Science Corporation’s Stargazer genaamd - en onder dat toestel hangt een Pegasus XL raket. Als het vliegtuig op 12 km hoogte is zal de raket loskoppelen van het toestel en dan vervolgens na een paar seconde van vrije val z’n raketmotoren ontbranden, waarna de NuSTAR tot een hoogte van 550 km zal worden gebracht. Een dergelijke lancering is niet nieuw, hij is eerder ook met de IBEX en de AIM zo gedaan. Hieronder zie je bijvoorbeeld de lancering van de AIM, Aeronomy of Ice in the Mesosphere, ook zo’n Small Explorer missie.

:bron: Bron: Planetary Society + Wikipedia.

Röntgensatelliet RXTE na 16 succesvolle jaren met pensioen

Voorstelling van de RXTE-satelliet, die van z'n pensioen mag genieten

Na zestien jaar in de ruimte, heeft NASA’s röntgentelescoop Rossi X-ray Timing Explorer (RXTE) zijn laatste waarneming gedaan. De ruimtetelescoop heeft ongeëvenaarde waarnemingen gedaan van extreme objecten, zoals witte dwergen, neutronensterren en zwarte gaten. Op 4 januari 2012 stuurde het instrument zijn laatste onderzoeksgegevens naar de aarde, waarna het op 5 januari definitief werd uitgezet. RXTE heeft zijn oorspronkelijke wetenschappelijke doelstellingen ruimschoots gehaald en heeft een schat aan onderzoeksdata opgeleverd, waarmee astronomen nog jaren vooruit kunnen. De ruimtetelescoop heeft meer dan 2200 papers opgeleverd in wetenschappelijke tijdschriften en 92 proefschriften, en meer dan 1000 keer heeft RXTE astronomen gewaarschuwd voor plotselinge gebeurtenissen in de ruimte. De beslissing om de instrumenten op RXTE uit te zetten, volgde op een advies van een NASA-evaluatiecommissie. De 3000 kilo zware satelliet zal tussen 2014 en 2023 terugvallen in de aardatmosfeer. Tijdens de winterbijeenkomst van de American Astronomical Society in Austin, VS, werd een speciale sessie rond RXTE gehouden. Daar zijn de hoogtepunten van RXTE gememoreerd, zoals de ontdekking van magnetars en de eerste accreterende milliseconde-pulsars. De astronomische gemeenschap heeft het belang van RXTE erkend met diverse prijzen, onder meer een Spinozapremie in 2004 voor de Amsterdamse astronoom Michiel van der Klis voor zijn wetenschappelijke werk met dit instrument. Rudy Wijnands (UvA) was de winnaar van één van de vier Rossi-prijzen die voor RXTE-waarnemingen zijn toegekend. De missie werd op 30 december 1995 als XTE gelanceerd vanaf de lanceerbasis Cape Canaveral in Florida, VS. In 1996 werd de naam van de telescoop RXTE, ter ere van de in 1993 overleden pionier in de röntgensterrenkunde, Bruno Rossi (MIT). :bron: Bron: Nova.

Sterrenkundigen zien zwart gat gaskogels de ruimte in schieten

Een internationaal onderzoeksteam, onder wie astronomen van de Universiteit van Amsterdam, de Radboud Universiteit Nijmegen en ASTRON, hebben het moment vastgelegd waarop een zwart gat in de Melkweg supersnelle ‘kogels’ van gas de ruimte in schiet. De waarnemingen zijn gedaan met NASA’s Rossi X-ray Timing Explorer (RXTE) en de VLBA-radiotelescoop en werden gepresenteerd op de 219de bijeenkomst van de American Astronomical Society in Austin, VS. De bollen van geïoniseerd gas, die met een kwart van de lichtsnelheid naar buiten razen, komen uit een gebied net buiten de waarnemingshorizon van het zwarte gat, het punt waarachter niets meer kan ontsnappen. De astronomen keken naar het dubbelstersysteem H1743-322, dat op een afstand staat van 28.000 lichtjaar in de richting van het sterrenbeeld Schorpioen, en medio 2009 uitbarstte:

Bovenste rij: de VLBA-radiowaarnemingen aan H1743-322, de middelste rij toont de RXTE-röntgenwaarnemingen en waar weer onder de bijbehorende animatie uit de video

De dubbelster bestaat uit een gewone ster en een zwart gat. De twee draaien in een aantal dagen om elkaar heen en staan zo dicht bij elkaar dat het zwarte gat continu een stroom van materie opzuigt vanaf de ster. Het stromende gas vormt een afgeplatte accretieschijf om het zwarte gat heen, die een gebied van miljoen kilometers beslaat, verscheidende malen groter dan onze zon. Als materie naar binnen wervelt, wordt het samengeperst en verhit tot miljoenen graden en gaat het röntgenstraling uitzenden. Een deel van het invallende materiaal verlaat de accretieschijf weer als een jet die in twee tegengestelde richtingen naar buiten blaast. Meestal bevat de jet een constante stroom van deeltjes, maar af en toe worden er gigantische gaskogels met een enorme snelheid weggeslingerd. Begin juni 2009 onderging H1743-322 zo’n overgang, en RXTE, VLBA en de Australia Telescope Compact Array (ATCA) legden veranderingen vast in de röntgen- en radio-emissie van de dubbelster. Van 28 mei tot 2 juni waren die vrij stabiel – al namen de cyclische röntgenvariaties toe, maar op 4 juni zag de ATCA dat de radio-emissie significant minder werd. Toen RXTE op 5 juni weer keek, waren de variaties verdwenen. Op dezelfde dag nam de radiostraling toe. De VLBA zag een heldere gasbel naar buiten schieten in de richting van de jet. Een dag later werd een tweede gaskogel gezien, in tegenovergestelde richting. Hieronder een video, waarin de uitbarsting wordt nagebootst.

Tot nu toe dachten astronomen dat de kogels werden afgevuurd op het moment van de radio-uitbarsting, maar uit de VLBI-waarnemingen blijkt dat ze al op 3 juni werden afgeschoten, twee dagen voordat de opvlamming in radiostraling plaatsvond. Het onderzoek biedt nieuwe aanknopingspunten voor de manier waarop een jet aangaat en wat er vervolgend precies gebeurt. Co-auteur Diego Altamirano (UvA) is benieuwd of het resultaat universeel is en of de geplande vervolgwaarnemingen uitwijzen of het ook voor andere zwarte gaten geldt. Sommige superzware zwarte gaten hebben veel krachtiger jets dan andere en een van de ideeën is dat de rotatie van het zwarte gat het verschil bepaalt. “Maar nu zien we bij een enkele uitbarsting van een röntgendubbelster twee soorten jets, waarbij de rotatie zeker niet is gewijzigd”, zegt Sera Markoff (UvA). “Dat betekent dat hier andere fysica aan het werk is. Objecten zoals H1743-322 kunnen ons begrip van dit verschijnsel verruimen, voor alle maten zwarte gaten”, aldus Markoff. :bron: Bron: Nova.

Chandra opgebouwd uit Chandra-foto’s

Een compositie van de Chandra röntgen-satelliet

Chandra is de Amerikaanse röntgen-satelliet, die op 23 juli 1999 vanuit het laadruim van Space Shuttle Columbia (missie STS-93) werd ‘gelanceerd’ en die vernoemd is naar de beroemde Indisch-Amerikaanse sterrenkundige Subrahmanyan Chandrasekhar, de man die in de jaren dertig van de vorige eeuw als eerste de maximale massa van een witte dwerg berekende. Die massa staat nu bekend als de Chandrasekhar-limiet en hij bedraagt 1,44 zonmassa1. Met regelmaat publiceer ik hier Astroblogs die gaan over ontdekkingen of waarnemingen die gedaan zijn met Chandra en die allemaal te maken hebben met extreme gebeurtenissen in het heelal, waarbij de hoogenergetische röntgenstraling ontstaat – zoals supernovae en accretieschijven rondom zwarte gaten. Het leuke is nu dat ze van de bekendste foto’s die met Chandra gemaakt zijn een compositie gemaakt hebben van… Chandra zelf. Mocht je willen weten hoe Chandra er ‘normaal’ uit ziet moet je deze foto maar even bekijken. De compositiefoto van Chandra is in vele formaten en groottes te downloaden, o.a. in jpg-versie (10 Mb, 70 dpi), grote jpg-versie (10  Mb, 300 dpi) en in tif-versie (21 Mb, 300 dpi). :bron: Bron: Chandra.

Noot:
  1. Een zeer belangrijke limiet, want de supernovae van type Ia – die gebruikt worden als ‘standaardkaars’ voor het bepalen van afstanden in het heelal – danken hun constante absolute maximale lichtkracht aan deze limiet. []

Röntgensterrenkunde met de XMM-Newton

Jelle de Plaa bij Chr. Huygens

Gisteravond was Jelle de Plaa – sterrenkundige werkzaam bij Stichting Ruimteonderzoek Nederland (SRON) – bij sterrenkundevereniging Chr. Huygens om te vertellen over “het heelal in röntgenstraling”. De Plaa doet promotie-onderzoek naar de samenstelling van het hete gas in clusters van melkwegstelsels en wat daaruit op te maken valt over de grote supernova-explosies die de elementen vormden waar wij uit bestaan. Dat gebeurt onder andere met de Europese satelliet XMM-Newton, welke in röntgenlicht kan kijken en die samen met z’n Amerikaanse collega-satelliet Chandra het merendeel van het röntgenonderzoek voor z’n rekening neemt. OK, er is nog een Japanse satelliet – Suzaki geheten – maar daar horen we afgezien van een enkele Astroblog weinig van en vanaf de aarde kunnen we röntgenstraling helemaal niet waarnemen, omdat die straling (gelukkig) niet door de atmosfeer doordringt. Voor die XMM-Newton (voluit de “X-ray Multi-Mirror Mission – Newton“; yep, dat laatste is genoemd naar Isaac Newton) heeft het SRON een instrument ontwikkeld, de RGS reflectietraliespectrometer, die in twee röntgentelescopen ingebouwd zit en die je hieronder afgebeeld ziet:

Met de spectrometer kan men heel precies de spectra meten van heet gas in ver verwijderde clusters, die de sterrenkundigen – zoals Jelle de Plaa – heel nauwkeurig vertellen welke chemische samenstelling dat gas heeft. Zo komen er allerlei zware elementen voor, zoals calcium, zuurstof, ijzer en nikkel, die er in terecht zijn gekomen door ‘vervuiling’ door supernovae. De Plaa liet zien welke resultaten daarbij allemaal behaald zijn en hoe steeds meer duidelijk is geworden dat in de evolutie van die clusters donkere materie een zeer belangrijke rol speelt. Die donkere materie is zelf niet zichtbaar, maar de effecten ervan zijn wel meetbaar, onder andere door naar de snelheid van sterrenstelsels in zo’n cluster te kijken en door de zogenaamde lenseffecten te meten, de verbuiging van erachter liggende stelsels door voorgrondstelsels. Al met al een boeiende lezing van De Plaa, al kwamen er naar mijn bescheiden mening iets te vaak dezelfde plaatjes in de herhaling naar voren.

Vrijdag 16 september lezing: het heelal in röntgenstraling

Het heelal in röntgenstraling, een lezing van Drs. J. de Plaa

Komende vrijdag – 16 september om 20.30 uur – gaat dr. Jelle de Plaa (SRON) een lezing houden bij sterrenkundevereniging Chr. Huygens over “het heelal in röntgenstraling”. In zijn lezing vertelt Jelle de Plaa over zijn promotie-onderzoek naar de samenstelling van het hete gas in clusters van melkwegstelsels en wat daaruit op te maken valt over de grote supernova-explosies die de elementen vormden waar wij uit bestaan. Hij laat ook zien dat de röntgenstraling uit het verre heelal nieuwe inzichten geeft over de grote structuur van het universum, het kosmisch web. Clusters van melkwegstelsels zijn in veel opzichten de grote steden van ons heelal. Ze bestaan uit wel 100 tot 1000 melkwegstelsels die binnen een diameter van enkele miljoenen lichtjaren samengepropt zijn. Elk melkwegstelsel bestaat op zijn beurt weer uit ongeveer 100 miljard sterren zoals onze Zon. Van ons eigen melkwegstelsel weten we dat er voortdurend sterren ontstaan, zoals in de Orionnevel, maar ook dat er sterren ontploffen in zogenaamde supernova-explosies. Tijdens die explosies ontstaan allerlei chemische elementen die aan de basis staan van het leven op Aarde. De sterren ontploffen met zoveel geweld, dat er flinke hoeveelheden heet gas van miljoenen graden Celcius het heelal in worden geslingerd. Die uitlaatgassen blijven als een smog in de omgeving van een melkwegstelsel hangen. In een cluster van melkwegstelsels zijn die gassen het beste te zien in Röntgenstraling. In 1999 zijn er twee baanbrekende röntgentelescopen gelanceerd: XMM-Newton (ESA) en Chandra (NASA). Met behulp van deze instrumenten kunnen we heel veel over het hete gas in ons heelal en de ontploffende supernovae te weten komen. De lezing van de Plaa zal gaan over zijn promotieonderzoek. Meer over hem en zijn werk kun je vinden op zijn website http://www.deplaa.net/. :bron: Bron: Chr. Huygens.

 

Lezing: Het heelal in röntgenstraling bij Huygens

Het actieve sterrenstelsels M82 in röntgenlicht

Morgenavond – 17 december 2010 – houdt Drs. Jelle de Plaa bij sterrenkundevereniging Christiaan Huygens in Papendrecht een lezing over het heelal in röntgenstraling. Het is voor Huygens ook tevens de laatste bijeenkomst van dit jaar. Daarna gaat de tent een paar weekjes dicht, tot begin volgend jaar. Jelle de Plaa begon zijn sterrenkundige carrière als jonge medewerker bij “Philippus Lansbergen”, de Volkssterrenwacht in Middelburg. Hij werd daar zo gegrepen door het heelal dat hij in 1998 in Utrecht sterrenkunde ging studeren. In 2002 rondde hij bij het SRON Netherlands Institute for Space Research in Utrecht zijn studie af met een onderzoek naar röntgenstraling van sneldraaiende neutronensterren: pulsars. Daarna maakte hij een sprong van relatief kleine neutronensterren van 20 km in doorsnede naar de grootste objecten in het heelal. Aansluitend kon hij bij SRON namelijk beginnen aan een vier jaar durend promotieonderzoek naar heet gas in clusters van melkwegstelsels. In februari 2007 promoveerde hij op de chemische verrijking van dat hete gas aan de Universiteit Utrecht. Na een uitstapje van bijna 2 jaar op de TU Delft kon Jelle begin 2009 weer op SRON terugkeren om verder te werken aan het onderzoek naar clusters van melkwegstelsels. Naast het onderzoek naar clusters ontwikkelt hij ook mee aan software om gegevens van huidige en toekomstige röntgensatellieten te kunnen analyseren. In zijn lezing vertelt Jelle de Plaa over zijn promotie-onderzoek naar de samenstelling van het hete gas in clusters van melkwegstelsels en wat daaruit op te maken valt over de grote supernova-explosies die de elementen vormden waar wij uit bestaan. Hij laat ook zien dat de rontgenstraling uit het verre heelal nieuwe inzichten geeft over de grote structuur van het universum, het kosmisch web. De lezing begint om 20:30 uur, om 20:00 uur is de zaal open en de koffie klaar. Kortom, morgen allemaal naar Huygens!

Precies 115 jaar geleden werd röntgenstraling ontdekt

Als je vandaag op Google iets zocht zal je wel gemerkt hebben dat de Doodle, het Google logo, anders was:

De reden ligt voor de hand: precies 115 jaar geleden ontdekte de Duitse natuurkundige Wilhelm Röntgen de naar hem genoemde röntgenstraling. Zijn vrouw werd gebruikt als proefpersoon om een van de eerste foto’s te maken. Hij maakte een foto van haar hand en toen zij haar eigen handbotjes zag, riep zij “Ik heb mijn overlijden gezien!”. In 1901 ontving hij de allereerste Nobelprijs voor de Natuurkunde, de geldprijs schonk hij aan zijn universiteit. De straling die Röntgen ontdekte is voor de sterrenkunde van groot belang. Veel objecten in het heelal, zoals supernovae en actieve kernen van sterrenstelsels – allemaal zeer hete objecten – zenden röntgenstraling uit. Omdat de aardse dampkring die straling tegenhoudt, hetgeen voor ons mensen maar goed is, gebruikt men satellieten met röntgenapparatuur om die objecten waar te nemen. Voorbeelden daarvan zijn Chandra, XMM-Newton en Suzaku, welke in de Astroblogs regelmatig ten tonele komen met diverse ontdekkingen. Kortom, we herdenken vandaag een voor de sterrenkunde belangrijke vorm van straling en da’s niet voor niks. :bron: Bron: Websonic.

‘Supervulkaan’ M87 in actie

Een uitbarsting van 'supervulkaan' M87

Op de foto hiernaast zien we een uitbarsting in beeld in de kern van het elliptische sterrenstelsel M87, dat vijftig miljoen lichtjaar van ons verwijderd is en dat ligt in het sterrenbeeld Maagd (Virgo). De foto is een combinatie van röntgenlicht (in blauw), vergaard door NASA’s röntgensatelliet Chandra, en radiostraling (in rood-oranje) dat met de Very Large Array is gedetecteerd, een radiotelescoop van de National Science Foundation in de VS. Het gebied dat we zien is 200.000 lichtjaar in doorsnede. De uitbarsting van hoogenergetisch gas wordt veroorzaakt door het superzware zwarte gat, welke zich in het centrum van M87 bevindt. Rondom M87 bevindt zich heet gas, dat afkoelt en richting centrum van het stelsel valt. Maar zodra het terugvallende gas in botsing komt met uitgespuwd materiaal afkomstig van de accretieschijf rondom het zwarte gat worden schokgolven gecreëerd, die weer de andere kant uitgaan, naar buiten toe. Dit lijkt op hetgeen men ook bij de IJslandse vulkaan Eyjafjallajokull zag, toen die een paar maanden terug uitbarstte. Ook daar vallend puin en stofwolken, die onderweg nieuw uitgeblazen materiaal uit de kratermond tegenkwamen. Vandaar dat ze M87 ook wel een supervulkaan noemen. Tikkie groter dan Eyjafjallajokull, dat wel. De foto hiernaast is overigens hier te zien mèt toelichtende labels, wel handig. :bron: Bron: Chandra.

Kijk, dàt zien we nou graag in het park

Centaurus A in Washington Square Park

Van 2 t/m 6 juni j.l. stond de binnenstad van New York in het teken van wetenschap, want in The Big Apple werd toen het jaarlijkse World Science Festival gehouden. Ok, mosterd na de maaltijd zullen we maar zeggen. Tijdens het WSF werd het Washington Square Park in NYC opgevrolijkt met allemaal prachtige foto’s die gemaakt zijn met behulp van NASA’s röntgensatelliet Chandra, zoals hiernaast de foto van het reusachtige radiostelsel Centaurus A, een foto die stamt van begin 2008. Al die Chandra-foto’s maakten onderdeel uit van het From Earth to the Universe-project,  bedoeld om alle astro-juweeltjes die Chandra de afgelopen jaren gemaakt heeft aan het grote publiek te tonen. Op die website lees ik dat tot december 2011 die foto’s onder de titel Universe Dimensions óók te zien zouden zijn in Den Haag/Kijkduin, maar verdere info ontbreekt. Ik heb even gegoogled op die namen, maar dat heeft niets opgeleverd. Als één van de lezers weet waar/hoe we die mooie foto’s van Chandra in levende lijve kunnen zien, laat het dan even weten. :-) :bron: Bron: Chandrablog.

Switch to our mobile site