7 februari 2012

Hubble en Spitzer zien grote stervorming in vroegste periode heelal


Op foto’s gemaakt door de Hubble ruimtetelescoop in zichtbaar licht en z’n collega Spitzer in infrarood licht is niet meer dan een klein vlekje te zien: van het sterrenstelsel genaamd GN-108036. Het is één van de verst verwijderde sterrenstelsels die men ooit ontdekt heeft. GN-108036 bevindt zich maar liefst 12,9 miljard lichtjaar van de aarde, hetgeen betekent dat het stelsel al 750 miljoen jaar na de oerknal bestond. Het heelal zelf is 13,7 miljard jaar oud, dus GN-108036 kwam voor toen het heelal nog maar 5% van z’n huidige leeftijd had, in z’n kleutertijd dus. Het meest opvallende aan GN-108036 is z’n grote helderheid – relatief uiteraard, want het kostte de nodige moeite om ‘m waar te nemen, zelfs voor Hubble en Spitzer. GN-108036 heeft die grote helderheid te danken aan een enorme snelheid waarmee ‘ie sterren produceert: maar liefst 100 sterren zoals onze zon per jaar. De snelheid waarmee dit in de Melkweg gebeurt ligt 30 keer lager, waarbij je moet beseffen dat de Melkweg vijf keer groter en 100 keer zwaarder is dan GN-108036. 8-O Kortom, GN-108036 mag met recht een ‘starburst galaxy’ worden genoemd. Kennelijk waren de omstandigheden in die vroege fase van het heelal, die ook wel de donkere eeuwen worden genoemd, rijp om stelsels als GN-108036 ten tonele te voeren. Dankzij dergelijke sterrenstelsels kon het waterstofgas geïoniseerd raken en raakte het heelal transparant voor de voorbijrazende fotonen. :bron: Bron: Spitzer.

Spitzer ontdekt kwartet ultrarode sterrenstelsels

Impressie van het viertal ultrarode sterrenstelsels

Met behulp van NASA’s infraroodsatelliet Spitzer hebben sterrenkundigen zeer ver weg in het heelal een viertal ‘ultrarode’ sterrenstelsels ontdekt. Hun afstand tot de aarde is ongeveer 13 miljard lichtjaar, hetgeen betekent dat het kwartet ongeveer één miljard jaar na de oerknal al bestond. De Hubble ruimtetelescoop is niet in staat om de vier sterrenstelsels te zien, omdat hun lichtkracht in het infrarood zestig keer zo sterk is als de meest rode sterrenstelsels die Hubble kan zien. De rode kleur van sterrenstelsels kan verschillende oorzaken hebben: er kan zich veel stof bevinden, er kunnen oude, roodgekleurde sterren voorkomen of ze kunnen rood worden door de uitdijing van het heelal, waardoor de golflengte van het licht groter wordt en naar de rode kant van het spectrum opschuift. In het geval van het gevonden kwartet ultrarode stelsels denken Jiasheng Huang (Harvard-Smithsonian Center for Astrophysics) en z’n makkers – de ontdekkers – dat er sprake is van alle drie oorzaken. Zij denken dat het viertal sterrenstelsels ook fysiek met elkaar verbonden is en dat ze niet toevallig bij elkaar aan de hemel staan. Met de onlangs in gebruik genomen Atacama Large Millimeter Array (ALMA) hoopt men meer te weten te komen over dit type sterrenstelsels. :bron: Bron: CfA.

Spitzer bekijkt de zuidelijke variant van het Windmolenstelsel


Wij kunnen hier op het Noordelijk halfrond genieten van M101 (Messier 101 / NGC 5457), ook wel het Windmolenstelsel genoemd, een spiraalvormig sterrenstelsel in het sterrenbeeld Grote Beer. Er is ook een zuidelijke variant van dat Windmolenstelsel en dat is M83 (NGC 5236), ook een spiraalvormig sterrenstelsel, 15 miljoen lichtjaar van ons vandaan gelegen in het sterrenbeeld Waterslang. M83 heeft iets van een centrale balk en wat dat betreft lijkt ‘ie erg op ons Melkwegstelsel, die eenzelfde structuur heeft. Wil je weten hoe onze Melkweg er van een afstand uit ziet dan hoef je alleen maar naar M83 te kijken. Met de infrarood-satelliet Spitzer van de NASA hebben ze het zuidelijke Windmolenstelsel gefotografeerd en dat heeft bovenstaande foto’s opgeleverd, waarin prachtig het warm gloeiende stof te zien is, welke infraroodstraling uitzendt. :bron: bron: Spitzer.

SN 185 – ‘s werelds eerst beschreven supernova – was van type Ia

Het restant van SN 185, RCW 86

In het jaar 185 na Christus zagen Chinese ‘sterrenkundigen’ – dienaren aan het keizerlijke hof, die voor de keizer de tijd moesten bijhouden en diens toekomst moesten voorspellen – in het zuidelijke sterrenbeeld Circinus (Passer) een nieuwe ster, een ‘gastster’. De ster was gedurende acht maanden te zien en het was de eerste supernova die nauwkeurig beschreven werd. Het is al een poosje bekend dat op de plek van de supernova een uitdijende schil te vinden is, RCW 86 geheten, die zich 8200 lichtjaar van de aarde bevindt. Probleem is alleen dat het restant veel groter is dan men voor een supernova op die afstand en met een ouderdom van bijna 2000 jaar had verwacht. Het restant is zichtbaar in infrarood licht en als wij IR-ogen zouden hebben dan zouden we ‘m aan de hemel kunnen zien, twee keer zo groot als de volle maan. Recent onderzoek aan RCW 86 met zowel Spitzer als WISE – twee infrarood-satellieten van de NASA – laat zien waarom het restant zo groot is: de schil van de supernova kon zich vrijuit bewegen in een interstellair gebied dat al min of meer vrij was van stof en gas. SN 185 was een type Ia supernova, welke ontstaat als een compacte witte dwergster met materie gevoed wordt door een nabije gewone ster en de dwerg op een gegeven moment boven een bepaalde kritische massa uitkomt. Een groep sterrenkundigen onder leiding van Brian J. Williams (North Carolina State University in Raleigh, VS) heeft nu ontdekt dat die dwerg hoogstwaarschijnlijk de ‘holte’ om hem heen zelf gecreëerd heeft. Normaal verwacht men van zware sterren dat die met hun enorme sterrenwind de omgeving schoonblazen en holtes creëren, waarna ze vervolgens als type II supernovae exploderen. Maar op grond van de aanwezigheid van ijzer in RCW 86 denkt men van doen te hebben met een type Ia supernova en ook die moet in een ‘schone’ holte geëxplodeerd zijn, waardoor de schil ongehinderd uit kon dijen en grotere afmetingen kon krijgen dan wanneer er remmende stofwolken zouden zijn. :bron: Bron: Spitzer.

Spitzer ziet kometenregen rondom de ster Eta Corvi

Een regen van kometen rondom de ster Eta Corvi

Met behulp van de infraroodsatelliet Spitzer van de NASA hebben sterrenkundigen rondom de ster Eta Corvi – afgekort η CrV, in het zuidelijke sterrenbeeld Raaf (Corvus) – een band van stof ontdekt, die vermoedelijk bevolkt wordt door een enorme hoeveelheid kometen. Eventuele exoplaneten in de buurt van Eta Corvi zullen daardoor continue gebombardeerd worden door deze kometen, een situatie die vergelijkbaar is met de periode van het ‘Late Heavy Bombardment‘, dat zich in de vroegste periode van het zonnestelsel afspeelde. De planeten en manen werden continue bestookt met kometen, die in het geval van de aarde de oceanen deed ontstaan en koolstof bracht. Met de spectrograaf aan boord van Spitzer wist men een spectrum van de stofband rondom Eta Corvi te meten en de chemische samenstelling bleek sterk overeen te komen met die van de Almahata Sitta meteoriet, die in 2008 in fragmenten neerkwam in Soedan. In 2005 was al een verder weg gelegen ring om Eta Corvi ontdekt, die een stuk kouder is dan de binnenring en die op ongeveer 150 Astronomische Eenheden – 1 AE is de afstand tussen Aarde en Zon, 149 miljoen km – van Eta Corvi ligt. Die ring is vergelijkbaar met de Kuipergordel rondom het zonnestelsel, die een gigantisch reservoir vormt van ijsachtige lichamen, die af en toe onder invloed van de gravitatiekracht van de grote gasplaneten zoals Jupiter, naar de binnenste regionen van het zonnestelsel worden geleid en dan als kometen op het toneel verschijnen. Ongeveer 4 miljard jaar geleden, 600 miljoen jaar na het ontstaan van het zonnestelsel, moeten Jupiter en Saturnus op die manier héél veel kometen uit de Kuipergordel hebben omgeleid, leidend tot dat genoemde bombardement, welke 3,8 miljard jaar geleden eindigde. Onderzoek aan systemen zoals dat van Eta Corvi moet de sterrenkundigen meer inzicht geven in de wijze waarop ons eigen zonnestelsel ontstond en wat de omstandigheden op aarde waren waaronder het leven kon ontstaan. :bron: Bron: Spitzer.

Spitzer’s blik op het centrum van de galactische metropool


Met de infrarood-ruimtetelescoop Spitzer van de NASA hebben sterrenkundigen bovenstaande foto gemaakt van het centrum van de Melkweg. Het is een recent gemaakte opname van dat stuk aan de hemel, waar Spitzer eerder al een brede opname – van maar liefst 120° – van had gemaakt. Bovenstaande foto heeft een beter contrast dan die vorige en toont daarom meer details in dat centrale gedeelte van de galactische metropool. Met optische telescopen zou er door verhullende stofwolken weinig van te zien zijn, maar met de IR-ogen van Spitzer kan men diep door de stofwolken heendringen. Je ziet diverse kleuren, die verschillende objecten voorstellen. De blauwe gloed op de foto – die overigens niet werkelijk blauw is – komt van miljoenen sterren, het groen is van de zogenaamde PAK’s, polycyclische aromatische koolwaterstoffen, tot lichten gebracht door nabije jonge, massieve sterren, en de geel-rode gebieden zijn stofwolken, die met hun warmte infraroodstraling uitzenden. De foto van Spitzer toont een immens gebied, 2.400 lichtjaar in lengte (aan de hemel 5,3°) 1.360 lichtjaren in breedte (3°). De meest heldere wolk in het midden is infraroodlicht dat komt van een enorme stercluster in de kern van het Melkwegstelsel, in de buurt van het superzware zwart gat dat daar is gehuisvest. Voor de pixel-fanatici: de full-resolution foto is hier in tif-formaat verkrijgbaar, 432 Mb op de weegschaal. :bron: Bron: NASA/JPL.

M63, de kosmische paarse zonnebloem


Zie hierboven Messier 63, een prachtig spiraalsterrenstelsel in het sterrenbeeld Jachthonden (Canis Venatici), 37 miljoen lichtjaar van ons vandaan. Hij wordt ook wel het zonnebloemstelsel genoemd, drie keer raden waarom dat is. In dit geval een paarse zonnebloem, want de infrarood-ruimtetelescoop Spitzer van de NASA heeft M63 in infraroodlicht vastgelegd en dat leverde deze paarsgetinte foto op. Die paarse wolkjes in de spiraalarmen zijn stofwolken, die op optische foto’s als donkere wolken te zien zijn. De warmte van die wolken wordt door Spitzer in de vorm van dat IR-licht opgemerkt en dat zorgt ervoor hij ze wel kan zien en een telescoop als Hubble niet. Even de kleuren op de foto toelichtend: blauw is IR-licht met een golflengte van 3,6 micrometer, groen 4,5 μm en rood staat voor 8,0 μm. Die blauwe ster rechts is een voorgrondster in onze eigen Melkweg en daaronder staat een achtergrond-sterrenstelsel, dat véél verder weg staat dan M63. :bron: Bron: JPL/NASA.

Een IRrelevante video over de planetenvernietiger


Naar het prototype worden ze de RS Canum Venaticorum’s – kortweg RS CVn’s – genoemd, maar hun bijnaam zegt misschien meer waar we mee te maken hebben: planetenvernietigers, ‘destroyers of worlds’, zoals sterrenkundige Drake ze onlangs in een wetenschappelijk artikel noemde. Het zijn oude dubbelstersystemen, waarbij de twee sterren vlakbij elkaar staan. Hun gravitationele interactie is catastrofaal voor planeten die er in de buurt staan en dat leidt onherroepelijk tot botsingen, welke op hun beurt weer tot puinwolken vol stof zorgen. Die puinwolken zijn door Spitzer waargenomen, de infraroodsatelliet van de NASA. In het kader van de serie IRrelevant Astronomy hebben ze over die planetenvernietigers deze video uitgebracht. Kijken!!!!

Ik heb die robot, IR-2, wel vaker hier over de vloer gehad. Het ging toen over de enorme stofring, die Spitzer rondom Saturnus had ontdekt. Grappig allemaal en héél leerzaam, die IRrelevante video’s. :bron: Bron: Bad Astronomy.

Spitzer Space Telescope: The Musical

Spitzer is de infraroodsatelliet van de NASA, die al enkele jaren in de ruimte fantastisch werk doet en menig ontdekking op z’n naam heeft staan. Van die ontdekkingen heeft men op vernuftige wijze een serie van video”s uitgebracht, IRrelevant astronomy (yep, IR=infrarood), waarvan ik jullie er eerder drie heb laten zien, namelijk deze, deze en eh…. oh ja en deze. En nou is er deze: Spitzer Space Telescope, The Musical, met in de hoofdrollen zanger Danny Tieger, Buffy Henshaw en Tom Phillips.

OK toegegeven, met dit nummer zullen ze de Top 40 nooit en te nimmer halen, maar het klinkt allemaal wel leuk. :bron: Bron: Astropixie.

Spitzer ziet gigantische uitbarsting van stervorming


Met behulp van NASA’s Spitzer infrarood ruimtetelescoop hebben sterrenkundigen een botsing waargenomen tussen twee sterrenstelsels, die geleid heeft tot een gigantische uitbarsting van stervorming. De hoeveelheid uitgezonden infraroodstraling van het gebied waar die stervorming plaatsvindt – op de foto hierboven dat roodgekleurde gebied in het midden – is net zo groot als dat wat een compleet sterrenstelsel uitzendt. De stervorming is in optisch en ultraviolet licht totaal niet te zien, verhinderd door dichte stofwolken die de straling tegenhouden. Maar de straling verwarmt de stofwolk en het is de infraroodstraling van die warmte welke door Spitzer is opgemerkt. De botsende sterrenstelsels in kwestie staan bekend onder de naam II Zw 096 en ze staan 500 miljoen lichtjaar ver weg in het sterrenbeeld Dolfijn. De botsing tussen de sterrenstelsels heeft een gebied van ongeveer 700 lichtjaren doorsnede gecreëerd, buiten de kernen van de sterrenstelsels gelegen, waar naar schatting voor 100 zonmassa’s per jaar nieuwe sterren ontstaan. Da’s wel tien keer zo veel aan off-nuclear starburst – zoals dat in vaktermen heet – als de vorige recordhouder op dat gebied, het Antennestelsel. Van botsingen tussen sterrenstelsels zullen de sterren in die stelsels normaal gesproken weinig merken, daarvoor staan ze gemiddeld ter ver uit elkaar. Maar met de gas- en stofwolken is het een ander verhaal, want die zullen door de botsing plaatselijk dichter en heter worden en tot verhoogde stervorming leiden. De aldus geproduceerde jonge sterren zenden ultraviolette straling uit, maar van die straling is zoals gezegd niets te zien door dichte omhullende stofwolken. Gelukkig dat Spitzer de warmte van die wolken wel kan zien. Meer info over de vondst vind je in dit wetenschappelijke artikel, welke in juli dit jaar in het vakblad The Astronomical Journal verscheen. :bron: Bron: Spitzer.

Switch to our mobile site