10 februari 2012

VLT-waarnemingen van gammaflits onthullen verrassende ingrediënten in vroege sterrenstelsels

Het licht van gammaflitser GRB 090323 schijnt dwars door twee jonge sterrenstelsels

Een internationaal team van astronomen heeft het kortstondige, maar heldere licht van een verre gammaflits gebruikt om de samenstelling van zeer verre sterrenstelsels te onderzoeken. Verrassend genoeg zijn bij de nieuwe waarnemingen, die zijn gedaan met ESO’s Very Large Telescope (VLT), twee sterrenstelsels in het jonge heelal ontdekt die meer zware elementen bevatten dan de zon. De twee stelsels zijn mogelijk bezig om samen te smelten. Zo’n gebeurtenis leidt tot de vorming van veel nieuwe sterren en zou ook gammaflitsen tot gevolg kunnen hebben. Gammaflitsen zijn de helderste explosies in het heelal. Ze worden in eerste instantie opgemerkt door satellieten die de korte uitbarsting van gammastraling detecteren waarmee de flits begint. Nadat zijn positie is vastgesteld, worden onmiddellijk grote telescopen op aarde op de gammaflits gericht. Daarmee wordt in de loop van de daaropvolgende uren en dagen het zichtbare licht en de infraroodstraling van de nagloeiende gammaflits waargenomen. Een van die uitbarstingen, GRB 090323 geheten, werd ontdekt door de gammasatelliet Fermi van NASA. Kort daarna werd hij opgepikt door de röntgendetector van de NASA-satelliet Swift en door het GROND-systeem van de 2,2-meter MPG/ESO-telescoop in Chili (eso1049), en slechts een dag na de explosie gedetailleerd onderzocht met de VLT. Uit deze waarnemingen blijkt dat het heldere licht van de gammaflits dwars door zijn eigen moederstelsel en een naburig sterrenstelsel is gegaan. Deze sterrenstelsels worden gezien zoals ze ongeveer twaalf miljard jaar geleden waren. Zulke verre sterrenstelsels worden maar heel zelden aangelicht door de gloed van een gammaflits. ‘Toen we het licht van deze gammaflits onderzochten, wisten we niet wat we zouden vinden. Het was een verrassing dat het koele gas in deze twee stelsels in het jonge heelal zo’n bijzondere chemische samenstelling heeft,’ aldus Sandra Savaglio (Max-Planck-Institut für extraterrestrische Physik, Garching, Duitsland), hoofdauteur van het artikel waarin de nieuwe resultaten zijn opgenomen. ‘Deze sterrenstelsels bevatten meer zware elementen dan ooit eerder is waargenomen bij stelsels in zo’n vroeg evolutiestadium van het heelal. We hadden niet verwacht dat het heelal al zo snel zo chemisch volwassen was.’ Terwijl het licht van de gammaflits de beide sterrenstelsels doorkruiste, fungeerde het daarin aanwezige gas als een filter dat dit licht op bepaalde golflengten absorbeerde. Zonder de gammaflits zouden deze zwakke stelsels niet waarneembaar zijn geweest.

Door het licht van de gammflitser te analyseren op de verschillende absorptielijnen krijgt men een indruk van de chemische samenstelling van de sterrenstelsels.

Door de karakteristieke vingerafdrukken die de verschillende chemische elementen in het licht van de gammaflits achterlieten nauwkeurig te analyseren, waren de astronomen in staat om de samenstelling van het koele gas in deze zeer verre sterrenstelsels vast te stellen (zie ook de afbeelding hiernaast). Naar verwachting zouden sterrenstelsels in het jonge heelal minder zware elementen moeten bevatten dan de huidige sterrenstelsels, zoals ons Melkwegstelsel. Deze elementen worden geproduceerd tijdens het leven en de laatste levensfase van sterren, die al doende het gas in hun sterrenstelsel geleidelijk verrijken. Astronomen gebruiken die chemische verrijking als indicatie voor het ontwikkelingsstadium van een sterrenstelsel. Maar de nieuwe waarnemingen laten zien dat sommige sterrenstelsels minder dan twee miljard jaar na de oerknal al heel rijk waren aan zware elementen – iets wat tot voor kort ondenkbaar leek. Het ontdekte tweetal sterrenstelsels moet in een ongekend tempo nieuwe sterren produceren om de snelle chemische verrijking van hun koele gas te kunnen verklaren. Gezien hun kleine onderlinge afstand staan de twee stelsels mogelijk op het punt om samen te smelten. De daarbij optredende botsingen tussen gaswolken zouden kunnen verklaren waarom de beide stelsels zoveel sterren produceren. Ook bevestigen de nieuwe resultaten het idee dat er een verband bestaat tussen gammaflitsen en de grootschalige vorming van zware sterren. De hevige stervorming in sterrenstelsels als deze zou al vroeg in de geschiedenis van het heelal gestopt kunnen zijn. Twaalf miljard jaar later, nu dus, zouden de overblijfselen van deze stelsels grote aantallen stellaire overblijfselen, zoals zwarte gaten en koele dwergsterren, bevatten en mogelijk een moeilijk waarneembare populatie vormen van ‘dode’ sterrenstelsels die nog maar een schim zijn van wat ze vroeger waren. Het opsporen van zulke ‘galactische lijken’ zal niet gemakkelijk zijn. :bron: Bron: ESO.

Nabij sterrenstelsel met twee superzware zwarte gaten ontdekt


Sterrenkundigen hebben met behulp van twee ruimtetelescopen – Swift en Chandra, beiden in het röntgengebied turend – ontdekt dat het sterrenstelsel Markarian 739 (NGC 3758) niet zoals de meeste anderen één superzwaar zwart gat in z’n kern bevat, maar twéé. Op de foto hierboven zie je Markarian 739 in optisch licht. Duidelijk zichtbaar zijn twee kernen, wijzend op een botsing van twee sterrenstelsels. Van de oostelijke kern was al bekend dat zich daar een superzwaar zwart gat bevindt, vele miljoenen zonmassa’s zwaar. Maar de westelijke component bleef in het optische, ultraviolette en radiogebied van het electromagnetische spectrum stil. Het werd pas duidelijk dat zich daar ook zo’n joekel van een zwart gat moet bevinden toen ze er met de Burst Alert Telescope (BAT) aan boord van de röntgen-ruimtetelescoop Swift naar gingen kijken. Die zag straling uit de regio rondom de westelijke kern, maar z’n resolutie is niet zo hoog om precies te pinnen op de exacte kern. Collega-satelliet Chandra kan dat wel en daarmee kon men vaststellen dat de straling inderdaad afkomstig is van de westelijke kern, wijzend op een superzwaar zwart gat, omgeven door een superhete accretieschijf. Markarian 739 is een Active Galactic Nuclei (AGN), op een afstand van 425 miljoen lichtjaren, hetgeen voor sterrenkundigen nabij is. De afstand tussen beide zwarte gaten is 11.000 lichtjaar, ongeveer 1/3e van de afstand aarde-Melkwegkern. Ooit zullen die zwarte gaten bijeenkomen en samensmelten, resulterend in een giga-giga-explosie. Markarian is niet het enige stelsel met een bewezen kern van twee superzware zwarte gaten. Twee andere sterrenstelsels hebben net zo’n binaire kern: OJ 287 en NGC 6240. :bron: Bron: Universe Today.

Gammaflitser op recordafstand ontdekt: 13,14 miljard lichtjaar!


Op 29 april 2009 ontdekte de Amerikaanse Swift satelliet met z’n gammadetectoren aan boord een gammaflitser, een kortstondige stoot van hoogenergetische straling afkomstig van een extreme gebeurtenis, een zeer zware ster die als super-supernova explodeert. Codenaam voor deze gammaflitser: GRB 090429B – hierboven zie je ‘m tussen de streepjes. Het was de tweede gammaflitser die Swift die dag ontdekte, vandaar de ‘B’. Zo’n gammaflits is een kwestie van seconden of minuten en de nagloed kan enkele uren duren. Gewoonlijk wordt de dubbele 8 meter Gemini-telescoop op Hawaï gebruikt om een spectrum te maken en daarmee direct de afstand te bepalen, maar dat lukte bij GRB 090429B niet door slecht weer. Vandaar dat de sterrenkundigen er twee jaar over deden om op andere manieren de afstand te meten en dat is uiteindelijk gelukt. En het resultaat mag er wezen want met een geschatte afstand van 13,14 miljard lichtjaar (roodverschuiving z ≈ 9,4) is GRB 090429B de verst verwijderde gammaflitser die ooit is waargenomen. Er is één sterrenstelsel dat nóg verder weg staat, dat is UDFj-39546284 op 13,2 miljard lichtjaar (z ≈ 10,3), maar vergis je niet: GRB 090429B is één object dat explodeerde, terwijl UDFj-39546284 een compleet sterrenstelsel is. Het heelal is naar schatting 13,7 miljard jaar oud, dus dat betekent dat de gammaflitser zo’n luttele –  ahum – 600 miljoen jaar na de oerknal plaatsvond. Eén van de methodes waarop men toch de afstand tot GRB 090429B kon bepalen waren enkele fotografische waarnemingen ervan met de Gemini North telescoop. Daarmee had men zoals gezegd geen spectrum kunnen maken, maar wel kon men er met de zogenaamde Gemini Near-Infrared Imager (NIRI) in infrarood de nagloed van zien:

Je ziet hier de gammaflitser op één en hetzelfde moment in vier verschillende filters. In optisch licht was niets ervan te zien, zelfs toen ze de krachtige Hubble ruimtetelescoop erop richten. Dat de nagloed wel in IR te zien was, maar niet in optisch licht komt door de expansie van het heelal: alle straling van GRB 090429B is daardoor naar langere golflengten in het spectrum verschoven: UV schuift op naar het optische deel, het optische deel naar IR. De UV-straling is alleen niet als optische straling te zien, omdat het door absorptie onderweg tussen gammaflitser en aarde is geabsorbeerd door tussenliggende gaswolken. Het optische licht kon die wolken wel passeren en uitgerekt tot IR-straling op aarde aankomen. Pffff, lang verhaal… :bron: Bron: Bad Astronomy.

Hubble ziet weer het restant van een planetoïdenbotsing

Planetoïde Scheila, omhuld door een C-vormige wolk

Januari vorig jaar maakten we voor het eerst kennis met het fenomeen: planetoïden die kort geleden een botsing met een kleinere planetoïde hebben ondergaan. Planetoïde P/2010 A2 had een vreemde X-vorm en onderzoek met Hubble’s Wide Field Camera 3 (WFC3) wees toen uit dat P/2010 A2 ergens in februari of maart 2009 op een andere planetoïde moet zijn gebotst. Van het fenomeen is inmiddels een tweede geval bekend, want de planetoïde genaamd (596) Scheila schijnt ook kortgeleden een botsing met een kleinere planetoïde te hebben ondergaan. Op de foto hiernaast – 27 december 2010 gemaakt met opnieuw de WFC3 van Hubble – zie je de 110 km grote planetoïde. Scheila zelf is behoorlijk overbelicht, maar da’s express gedaan om de C-vormige wolk om de planetoïde heen goed te kunnen zien. Men denkt dat die wolk van stofdeeltjes ontstaan is doordat een kleinere planetoïde van 30 meter diameter kort geleden met een snelheid van bijna 18.000 km/uur op Scheila is gebotst, een krater achterlatend van vermoedelijk 300 meter. De waarnemingen aan Scheila zijn niet alleen met de Hubble ruimtetelescoop gedaan, maar ook met de Swift satelliet van de NASA. Deze laatste sloot uit dat we te maken hebben met een komeet. Planetoïden als P/2010 A2 en Scheila zorgen er wel voor dat het onderscheid tussen planetoïden en kometen steeds meer aan het vervagen is en dat er een soort van tussenvorm is, die kenmerken van beiden heeft. Men denkt dat bij de inslag op Scheila zo’n 660.000 ton aan materiaal de ruimte in werd geslingerd, een hoeveelheid die gelijk is aan twee keer het Empire State Building. Ehhh…. hoe vaak de Euromast is dat? :bron: bron: Hubble.

Swift vindt de ontbrekende actieve sterrenstelsels

De kosmische rontgenachtergrond

Al jaren geleden ontdekten sterrenkundigen dat de gehele hemel gevuld is met een achtergrond van hoogenergetische röntgenstraling. Al net zo lang vermoeden zij dat deze röntgenachtergrond veroorzaakt wordt door de kernen van actieve sterrenstelsels, waar zich superzware zwarte gaten bevinden. Gevoed door invallend materiaal zou de snel ronddraaiende accretieschijf rondom die zwarte gaten enorm verhit worden en in twee polaire bundels röntgenstraling uitzenden. Eén probleem: men nam veel minder actieve sterrenstelsels waar dan nodig is om de achtergrond te produceren. Het probleem is nu opgelost, want met de satelliet Swift van de NASA heeft men die ontbrekende actieve sterrenstelsels gevonden, tenminste een deel ervan. Oorzaak waarom we die sterrenstelsels tot nu toe niet zagen was hoe we er tegenaan kijken. Als we vanaf de aarde gezien recht in de bundels kijken dan zien we het actieve sterrenstelsel als quasar of blazar. Kijken we er vanaf de zijkant tegenaan, dan wordt ons zicht belemmerd door tussenliggende stofwolken. De totale achtergrond van röntgenstraling is het totaal van de afzonderlijke bijdragen van de quasars, die we wel kunnen zien, en van de (half-) verborgen actieve sterrenstelsels. Met Swift’s Burst Alert Telescope (BAT), in werking sinds 2004, is men er in geslaagd enkele van die verborgen actieve sterrenstelsels te zien. Op grond van deze waarnemingen kan men afleiden dat de ontbrekende actieve sterrenstelsels zo’n 20 á 30 procent van het totaal vormen en dat is genoeg om de totale röntgenachtergrond te verklaren. Verder kan men afleiden dat de achtergrond vooral het resultaat is van de emissie van sterrenstelsels die actief waren toen het heelal ongeveer zeven miljard jaar oud was, d.w.z. toen het ongeveer halverwege z’n huidige leeftijd was. Hieronder nog een video, waarin verder op de ontdekking van de ontbrekende actieve sterrenstelsels wordt ingegaan.

:bron: Bron: NASA.

Röntgennova ontdekt door MAXI en Swift

12 oktober niets te zien, 17 oktober... een röntgennova

MAXI & Swift, mmmmmm… dat klinkt toch echt als een duo à la Nick & Simon, dat zich al zingend een weg naar de top van de artiestenwereld baant. Niets is minder waar, want we hebben het over een tweetal wetenschappelijke instrumenten. Eentje aan boord van de Kibo-module vastgekoppeld aan het internationale ruimtestation ISS, namelijk MAXI (Monitor of All-Sky X-ray Image), het andere een satelliet, die niet alleen gammastraling kan zien, maar ook röntgenstraling en zelfs UV-straling, en da’s Swift. Dat duo heeft vorige week een röntgennova ontdekt, een plotselinge eruptie van röntgenstraling, afkomstig van een compact object enkele tienduizenden lichtjaren verderop in de Melkweg, een neutronenster of zwart gat, dat vergezeld is van een gewone ster. Het object moet massa van z’n begeleider aangetrokken hebben en die heeft zich in een accretieschijf om de neutronenster of het zwart gat verzameld, welke vervolgens na het bereiken van een kritische hoeveelheid tot een hevige uitbarsting in röntgenlicht moet hebben geleid. MAXI zag de uitbarsting van MAXI J1409-619 – zo heet de nova inmiddels – als eerste, op zondag 17 oktober, en een paar dagen later kon Swift de exacte lokatie vaststellen, ergens in het zuidelijke sterrenbeeld Centaurus. De betrokken Japanse wetenschappers hopen met vervolgonderzoek meer te weten te komen over deze nova. :bron: Bron: Science Daily.

Eerste eclipserende röntgenpulsar ontdekt


Astronomen van de Universiteit van Amsterdam en collega’s van NASA hebben de eerste milliseconde röntgenpulsar ontdekt die wordt verduisterd door zijn begeleidende ster. Deze ontdekking kan meer licht werpen op de interne structuur en grootte van de lastig te bestuderen neutronensterren en een van de belangrijkste voorspellingen van Einsteins relativiteitstheorie testen. De ontdekking wordt binnenkort gepubliceerd in Astrophysical Journal Letters (voor de niet-abonnees: hier is ‘t ook te lezen ;-) ). Een pulsar is een snel roterende neutronenster, het overblijfsel van een ingestorte zware ster die ooit als supernova is ontploft. Neutronensterren zijn anderhalf keer zo zwaar als de zon terwijl ze een diameter hebben van slechts 15 tot 20 kilometer. Het systeem Swift J1749.4-2807 (in het kort J1749) had een röntgenuitbarsting op 10 april 2010. Tijdens deze uitbarsting observeerde NASA’s Rossi X-ray Timing Explorer (RXTE) drie verduisteringen, ontdekte pulsen die de neutronenster als pulsar identificeerden en registreerde zelfs pulsvariaties waaruit de baanperiode van de neutronenster bleek. Een video van het systeem is hier te zien.  [Lees meer...]

Swift ontdekt waarom sommige superzware zwarte gaten actief zijn

Enkele door Swift ontdekte botsende sterrenstelsels

Goh, het valt niet mee om een blog te schrijven over de ontdekking met NASA’s Swift satelliet waarom een klein gedeelte van de superzware zwarte gaten actief is en tegelijkertijd naar de tweede halve finale van het Songfestival te kijken, waarin Sieneke straks optreedt. In bijna alle centra van sterrenstelsels vinden wij superzware zwarte gaten, variërend van ‘gewone’ superzware zwarte gaten zoals in ons eigen Melkwegstelsel (4,31 miljoen zonmassa’s), via ‘zware’ superzware zwarte gaten zoals in het Andromedastelsel (30 á 50 miljoen zonmassa’s) tot de ‘reusachtige’ superzware zwarte gaten zoals in OJ287 (18 miljard zonmassa’s op de kosmische weegschaal 8-O ). Slechts 1% van die zware jongens blijkt actief te zijn, d.w.z. regelmatig straling uitzendend in allerlei golfgebieden, optisch, infrarood, ultraviolet, röntgen en soms zelfs in het gammagebied. De vraag is waarom het overgrote deel over het algemeen in rust verkeerd, zoals het geval is met ons eigen zwarte gat. Swift-onderzoek aan ‘harde’ röntgenstraling van een grote groep Active Nuclei Galaxies (AGN), zoals quasars en blazars, heeft eindelijk het antwoord opgeleverd. Met de Burst Alert Telescope (BAT) aan boord van Swift keek men naar die AGN en wat bleek: het ging in alle gevallen om sterrenstelsels die aan het botsen zijn met een ander sterrenstelsel. Ergo: hèt recept om die zwarte gaten tot activiteit te bewegen is ze te ‘voeden’ met een ander sterrenstelsel. Zo’n botsing levert kennelijk zoveel materietoevoer op dat de accretieschijf rondom het zwarte gat gaat stralen. In de afbeelding enkele van de door Swift onderzochte – en soms ook voor ‘t eerst ontdekte – actieve sterrenstelsels. Hé, Sieneke is net klaar met haar optreden. Prima gedaan, meid. :-D Bron: NASA.

Periodieke uitbarstingen waargenomen van dubbele witte dwerg

De dubbele witte dwerg KL Dra

KL Draconis, afgekort KL Dra, is een dubbelster in het sterrenbeeld Draak waarvan de componenten, twee heliumrijke witte dwergen, in slechts 25 minuten om elkaar heen draaien. De afstand tussen de witte dwergen bedraagt ongeveer de helft van de afstand tussen de Aarde en de Maan, zo dichbij elkaar dat de zwaarste witte dwerg, links op de afbeelding, materie aantrekt van de andere dwerg. Met een snelheid van miljoenen km per uur komt die materie, voornamelijk helium, aan bij de zwaarste van ‘t stel en daar verzamelt het zich in een zogenaamde accretieschijf. Slechts een kleine hoeveelheid helium bereikt het oppervlak van de ster, die vervolgens oplicht in röntgenstraling, zichtbaar en ultraviolet licht. Wanneer een bepaalde hoeveelheid massa zich eenmaal in de accretieschijf heeft verzameld, vindt een nova plaats, een kortstondige uitbarsting, waarbij ‘ie wel tien zeer zoveel licht geeft. Onderzoek van een groep sterrenkundigen onder leiding van Gavin Ramsay (Armagh Observatory) heeft laten zien dat die uitbarsting periodiek is en iedere twee maanden plaatsvindt. Op basis van eerder gedane waarnemingen voorspelde men dat 7 december 2009 een nieuwe uitbarsting plaats zou vinden en voìla… het gebeurde. In tegenstelling tot materieoverdracht in dubbelstersystemen waarbij waterstof van de ene naar de andere ster overgaat is in het geval van KL Dra de tweemaandelijkse nova alleen zichtbaar in ultraviolet licht en niet in röntgenlicht. Ramsay en z’n groep konden de UV-nova zien met behulp van de Swift-satelliet. Bron: Science Daily + Wikipedia.

Tataratááááá… en dat is 500!

Op 13 april j.l. zullen ze wel champagne hebben ontkurkt bij de NASA. Die dag ontdekte de satelliet Swift namelijk haar 500e gammaflitser. Het begon op 17 december 2004 met GRB 0412171, een gammaflitser in het sterrenbeeld Beker (Crater), en die 13e april werd nummer 500 ontdekt, GRB 100413B in Cassiopeia. Gammaflitsers zijn de meest krachtige explosies in het heelal, veroorzaakt door botsende neutronensterren of zwarte gaten óf als zeer zware sterren exploderen en een zwart gat vormen. Met die vondst van 500 gammaflitsers in vijf jaar tijd heeft NASA’s Swift bewezen kampioen gammaflitser-jagen te zijn, wat geen enkele andere telescoop ‘m nadoet. Hier in een filmpje van ruim 1 minuut alle 500 flitsers flitsend op een rijtje:

Op naar de duizend! :-) Bron: NASA.

Noot:
  1. GRB staat voor Gamma Ray Burst, dat getal is de lokatie aan de hemel []

Switch to our mobile site